Verhuiszaken
Einde inhoudsopgave
Verhuiszaken (R&P nr. PFR11) 2025/7.4.1:7.4.1 Relatieve bevoegdheid
Verhuiszaken (R&P nr. PFR11) 2025/7.4.1
7.4.1 Relatieve bevoegdheid
Documentgegevens:
L.M. Coenraad, datum 10-03-2025
- Datum
10-03-2025
- Auteur
L.M. Coenraad
- JCDI
JCDI:BSD11086:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op een verhuiszaak in kort geding geldt niet de relatieve bevoegdheidsregel van art. 265 Rv. Voor de bevoegdheid van de voorzieningenrechter is dus niet bepalend de woonplaats van de minderjarige, hoewel dat in de praktijk weleens fout gaat, en dat kan ik best begrijpen.1 Bevoegd in kort geding is de voorzieningenrechter van de woonplaats, of bij gebreke daarvan, van het werkelijke verblijf van gedaagde2 of in de plaats waar de voorziening wordt getroffen.3 Anders dan in de verzoekschriftprocedure hoeft de rechter in de dagvaardingsprocedure zijn relatieve bevoegdheid niet ambtshalve te toetsen. Indien een kort geding over ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.