PJ 2019/93
Verweerder is op grond van artikel 3.29 van de Wet IB 2001 in samenhang met artikel 8, eerste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 verplicht om bij de waardering van de stamrechtverplichting een rekenrente van vier procent te hanteren. Geen strijd met art. 1 Eerste Protocol EVRM.
Rb. Gelderland 05-06-2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:2471
- Instantie
Rechtbank Gelderland
- Datum
5 juni 2019
- Magistraten
Mrs. B.J. Zippelius, A.M.F. Geerling, R. van der Struijk
- Zaaknummer
AWB - 18 _ 4315
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBGEL:2019:2471, Uitspraak, Rechtbank Gelderland, 05‑06‑2019
- Wetingang
Essentie
Verweerder is op grond van artikel 3.29 van de Wet IB 2001 in samenhang met artikel 8, eerste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 verplicht om bij de waardering van de stamrechtverplichting een rekenrente van vier procent te hanteren. Geen strijd met art. 1 Eerste Protocol EVRM.
Samenvatting
Te hanteren rekenrente bij waardering stamrechtverplichting. Verweerder is op grond van artikel 3.29 van de Wet IB 2001 in samenhang met artikel 8, eerste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 verplicht om bij de waardering van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.