RCR 2026/15
Partiële rechtskeuze. Kan op grond van art. 3 lid 1 Verordening Rome I een rechtskeuze worden gemaakt voor een deel van het recht van een bepaald land in plaats van het gehele rechtsstelsel van dat land?
HR 07-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1665
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 november 2025
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, F.J.P. Lock, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
24/00781
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD47626:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1665, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:203, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑02‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑03‑2024
- Wetingang
Art. 3 lid 1 Verordening (EG) nr. 593/2008
Essentie
Partiële rechtskeuze. Internationaal privaatrecht.
Kan op grond van art. 3 lid 1 Verordening Rome I een rechtskeuze worden gemaakt voor een deel van het recht van een bepaald land in plaats van het gehele rechtsstelsel van dat land?
Samenvatting
De Amerikaanse vennootschap Universal Africa Lines (de vervoerder) en het in Cyprus gevestigde Airgas USA LLC (de afzender) hadden een overeenkomst gesloten voor het zeevervoer van gekoelde vloeibare ethyleen. Een gevaarlijke stof, die diende te worden vervoerd van de Verenigde Staten naar Angola. Het vervoer vond plaats onder een door UAL afgegeven cognossement, waarop op de achterzijde ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.