Einde inhoudsopgave
RvdW 1984, 73
BenGH, 02-04-1984, nr. A83/3
BenGH 02-04-1984, ECLI:NL:XX:1984:AG4782
- Instantie
Benelux-Gerechtshof
- Datum
2 april 1984
- Magistraten
Moons, Thiry, Janssens, Ras, Soetaert, Hess, Rouff, Stranard, Martens
- Zaaknummer
A83/3
- LJN
AG4782
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:XX:1984:AG4782, Uitspraak, Benelux-Gerechtshof, 02‑04‑1984
- Wetingang
Eenvormige Wet Dwangsom art. 1 lid 1; Eenvormige Wet Dwangsom art. 2; Rv art. 611a lid 1; Rv art. 611b
Essentie
Dwangsom, waarvan het bedrag of de modaliteiten niet in de vordering zijn opgenomen.
Samenvatting
Art. 1 lid 1 Eenvormige wet betreffende de dwangsom verplicht de partij die de dwangsom vordert, niet het bedrag of de modaliteiten in haar vordering op te nemen. Mede gelet op de in art. 2 van die wet aan de rechter toegekende vrijheid met betrekking tot de vaststelling van de dwangsom, strookt het niet met genoemde bepalingen een zodanige verplichting aan te nemen.
Uitspraak
Gezien de brief van 30 mei 1983 van de Hoofdgriffier Rb. Koophandel Brussel met het daarbij gevoegde voor eensluidend gewaarmerkte ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.