Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/4.6.0
4.6.0 Introductie
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS493433:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hiermee wordt gedoeld op: de eisen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter, de gebondenheid van de rechter in een procedure op tegenspraak aan de regels van bewijsrecht, de vereisten van hoor en wederhoor, de openbaarheid van de procedure en de (motivering van de) uitspraak hierin, en de mogelijkheid tot het instellen van een rechtsmiddel (voor zover mogelijk). Zie hieromtrent uitgebreider: Teuben 2004, p. 45 e.v.
Deze zien met name op de omstandigheid dat afspraken worden gemaakt buiten hetgeen ter terechtzitting en uit procesdocumenten is gebleken. Op deze wijze kunnen procespartijen geen invloed op de besluitvorming uitoefenen. Voorts zullen rechters vervolgens eerder geneigd zijn de gemaakte afspraken toe te passen dan dat wordt nagegaan waar de kern van het probleem in de te beoordelen individuele zaak ligt, aldus Terlouw 2008, p. 65-67.
Beslagsyllabus augustus 2012, p. 10.
HR 3 september 2010, LJN BM6082, «JBPr» 2011,2 m.nt. Van Zanten.
Bijvoorbeeld de omstandigheid dat de rechter niet buiten de rechtsstrijd van partijen mag treden. Deze beperking geldt niet voor het vaststellen van een rechtersregeling. Bovendien behoeft de rechter in het geval van een rechtersregeling niet te wachten tot zich een bepaalde vraag zich voordoet, heeft deze meer mogelijkheden tot informatieverzameling en kan deze overleggen met een bredere kring van belanghebbenden. Teuben 2004, p. 44-47.
Rechtersregelingen komen los van en voorafgaand aan het individuele geschil tot stand. Dit heeft tot gevolg dat de procedurele waarborgen1 waarmee reguliere procedures zijn omgeven, bij de totstandkoming van een rechtersregeling in beginsel ontbreken. Terlouw wijst op een aantal hieraan verbonden bezwaren.2 Een en ander is overigens niet aan de orde indien een bepaling in een rechtersregeling een weerslag is van rechtsontwikkeling langs klassieke weg (rechtsvorming). In een dergelijke situatie hebben deze waarborgen in een eerder stadium wel een rol gespeeld. Een voorbeeld hiervan is de bepaling in de Beslagsyllabus inzake het instellen van een eis in hoofdzaak in het geval reeds tussen verzoeker en gerekwestreerde een procedure aanhangig is met gerekwestreerde als eiser.3 Onder verwijzing naar een uitspraak van de Hoge Raad4 vermeldt de Beslagsyllabus dat ook dan een termijn in hoofdzaak moet worden bepaald, tenzij door verzoeker reeds een eis (in reconventie) in die hoofdzaak is ingesteld.
Teuben meent dat het soms heel goed mogelijk is om los van het individuele geval een algemene regel te formuleren en dat aan deze werkwijze ook voordelen zijn verbonden omdat een processueel kader ook beperkingen kan opleveren.5