V-N 2025/16.17
SW-waarderingsvoorschriften niet dwingend toepasbaar bij waardering certificaten
HR 04-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:507, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 april 2025
- Magistraten
Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
23/02449
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD7707:1
- Vakgebied(en)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:507, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 04‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 04‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:486, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑05‑2024
- Wetingang
art. 21 SW 1956
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de waardebepaling van een onroerende zaak die behoort tot het vermogen van een BV niet dwingend is voorgeschreven in art. 21 lid 5 SW 1956. De uitleg die het hof aan de bepalingen omtrent de waardebepaling heeft gegeven is te ruim.
Samenvatting
A schenkt certificaten van aandelen in B BV aan zijn dochter, belanghebbende X. B BV houdt een vastgoedportefeuille die grotendeels uit (verhuurde) woningen bestaat. In geschil is of bij de waardering van de certificaten rekening moet worden gehouden met een waardedrukkend effect van de verhuurde staat van de woningen. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.