type: Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.coll:
Rb. Limburg, 23-10-2019, nr. C/03/269096 / HA RK 19-206
ECLI:NL:RBLIM:2019:9515
- Instantie
Rechtbank Limburg
- Datum
23-10-2019
- Zaaknummer
C/03/269096 / HA RK 19-206
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBLIM:2019:9515, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 23‑10‑2019; (Beschikking)
ECLI:NL:RBLIM:2019:9444, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 16‑10‑2019; (Beschikking)
- Vindplaatsen
ERF-Updates.nl 2019-0259
JERF Actueel 2019/348
JERF Actueel 2019/346
Uitspraak 23‑10‑2019
Inhoudsindicatie
Burgerlijk recht; Wijziging testamentaire last.
Partij(en)
beschikking
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rekestnummer: C/03/269096 / HA RK 19-206
Beschikking van 23 oktober 2019
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE MAASTRICHT,
zetelend te Maastricht,
verzoekster,
advocaat mr. I.K. Decupere te Maastricht
en
de stichting
[belanghebbende] ,
gevestigd en kantoorhoudend te [vestigingsplaats] ,
belanghebbende,
advocaat mr. I.K. Decupere te Maastricht.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
de beschikking van 16 oktober 2019
- -
de brief van mr. Decupere, zoals ontvangen op 18 oktober 2019.
2. De verdere beoordeling
2.1.
Het verzoek betreft de testamentaire last zoals omschreven in het testament van de op [overlijdensdatum] in de gemeente [overlijdensplaats] overleden [erflater] , laatst gewoond hebbend te [woonplaats] (hierna: erflater).
2.2.
Het verzoek strekt – kort gezegd – tot wijziging van de testamentaire last ex art. 4:134 lid 1 sub a BW ten aanzien van de doelstelling, de bevoegdheid van het bestuur en de besteding van het vermogen van de Stichting [belanghebbende] (hierna: de Stichting).
2.3.
Verzoekster is bij beschikking van 16 oktober 2019 in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de discrepantie tussen het nieuw omschreven doel van het [belanghebbende] Fonds/de Stichting en de in het verzoekschrift geformuleerde doelstelling te verduidelijken.
2.4.
Verzoekster heeft in haar schrijven van 18 oktober 2019 verklaard dat het woord “jong” per abuis in het verzoekschrift is opgenomen. Niet de leeftijd(sgrens) is van belang, maar het talent dat ontwikkeld kan/moet worden, aldus verzoekster. De beoogde doelstelling is derhalve: “Het bevorderen in Maastricht van de kunst en cultuur in het algemeen en talentontwikkeling in het bijzonder door het mede mogelijk maken van culturele carrières van getalenteerde inwoners/kunstenaars van (uit) de stad Maastricht”.
2.5.
Naar het oordeel van de rechtbank kan de testamentaire last zoals omschreven in het testament van erflater van 4 november 1968, verleden voor mr. A.H.W. Schumacher, notaris te Maastricht, worden gewijzigd zoals in het petitum van het verzoekschrift nader is omschreven. De rechtbank acht het van betekenis dat de laatste wil van erflater voor (al) het overige intact blijft en gerespecteerd wordt.
2.6.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, verzoekster heeft geen onderbouwing gegeven waarom de kosten (mede) ten laste van de Stichting zouden moeten komen. Het daartoe gedane verzoek wordt dan ook afgewezen.
3. De beslissing
De rechtbank
3.1.
wijzigt de aan verzoekster opgelegde last, zoals opgenomen op pagina 2 onder 2. van het op de sterfdag van erflater van kracht zijnde testament, op 4 november 1968 verleden voor mr. A.H.W. Schumacher notaris te Maastricht, zodat deze als volgt komt te luiden:
“…de wederhelft af te zonderen en daarmee onder de naam “Stichting [belanghebbende] ” een stichting in het leven te roepen, die ten doel zal hebben het bevorderen in Maastricht van de kunst en cultuur in het algemeen en talentontwikkeling in het bijzonder door het mede mogelijk maken van culturele carrières van getalenteerde inwoners/kunstenaars van (uit) de stad Maastricht, van welke stichting de statuten nader zullen worden vastgesteld door het bestuur van de Stichting (nadat het College en de Raad met de voorgestelde wijzigingen hebben ingestemd) en waarin onder meer moet worden vastgelegd: dat de jaarlijkse opbrengst van het vermogen wordt aangewend voor ondersteuning van getalenteerde (aankomend) kunstenaars in de vorm van giften (beurzen, projectmiddelen e.d.) of leningen, een en ander in overeenstemming met de voorgenoemde doelstelling, alles ter bepaling door het bestuur, na advies van inhoudelijke deskundigen”,
3.2.
wijst af hetgeen anders of meer is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.E. Elzinga en in het openbaar uitgesproken.1.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 23‑10‑2019
Uitspraak 16‑10‑2019
Inhoudsindicatie
Burgerlijk recht; Wijziging testamentaire last.
Partij(en)
beschikking
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rekestnummer: C/03/269096 / HA RK 19-206
Beschikking van 16 oktober 2019
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE MAASTRICHT,
zetelend te Maastricht,
verzoekster,
advocaat mr. I.K. Decupere te Maastricht
en
de stichting
[belanghebbende] ,
gevestigd en kantoorhoudend te [vestigingsplaats] ,
belanghebbende,
advocaat mr. I.K. Decupere te Maastricht.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
het verzoekschrift met bijlagen, zoals ontvangen op 23 september 2019
- -
blijkens productie 6 bij het verzoekschrift ondersteunt belanghebbende het verzoekintegraal en beide partijen vragen om zonder mondelinge behandeling op hetverzoek te beslissen.
2. De feiten
2.1.
Op [overlijdensdatum 1] is in de gemeente [overlijdensplaats] overleden [erflater] , laatst gewoond hebbend te [woonplaats] (hierna: erflater).
2.2.
Bij testament van 4 november 1968, verleden voor mr. A.H.W. Schumacher, notaris te Maastricht, heeft erflater over zijn nalatenschap beschikt. In zijn testament is zijn echtgenote, [erflaatster] , tot enig erfgename benoemd, onder de last om hetgeen zij bij haar overlijden van de nalatenschap van erflater onvervreemd en onverteerd zal overlaten, uit te keren aan de gemeente Maastricht. Mevrouw [erflaatster] is overleden op [overlijdensdatum 2] .
2.3.
Verzoekster heeft bij het overlijden van mevrouw [erflaatster] de nalatenschap aanvaard en deze nalatenschap is afgewikkeld conform de bepalingen zoals opgenomen in het testament van erflater, waarin onder andere een testamentaire last aan verzoekster is opgelegd.
3. Het verzoek en de beoordeling daarvan
3.1.
De testamentaire last die aan verzoekster is opgelegd houdt – kort gezegd – in dat een stichting met de naam “Stichting [belanghebbende] ” (hierna: de Stichting) diende te worden opgericht waarin het vermogen van de nalatenschap zou worden ondergebracht. Het doel van de Stichting was het bevorderen in Maastricht van de kunst in het algemeen en van de muziek in het bijzonder. In de statuten van de Stichting moest worden vastgelegd dat de jaarlijkse opbrengsten van het vermogen aangewend moesten worden voor de aankoop van muziekinstrumenten voor getalenteerde studenten van het Maastrichts Conservatorium, nu Zuyd Hogeschool.
Verzoekster heeft deze last uitgevoerd conform de bepalingen uit het testament. De Stichting [belanghebbende] is opgericht bij akte van 3 augustus 1982. Om de jaarlijkse opbrengsten van het vermogen aan te kunnen wenden voor de aankoop van muziekinstrumenten is het [naam] Fonds (hierna: GEF) ontstaan. De laatste jaren zijn, gelet op de teruglopende renteopbrengst, alleen nog renteloze leningen verstrekt, waarmee studenten zelf muziekinstrumenten konden aanschaffen.
3.2.
Het verzoek strekt ertoe om de testamentaire last ten aanzien van de doelstelling, de bevoegdheid van het bestuur van de Stichting en de besteding van het vermogen ex art. 4:134 lid 1 sub a BW te wijzigen. Ter onderbouwing wordt aangevoerd dat de belangstelling voor de renteloze leningen sterk is afgenomen (de laatste twee aanvragen zijn uit 2015 en 2018) en het rendement op het vermogen is minimaal. Daardoor kan het GEF met de huidige middelen en werkwijze niet langer voldoen aan haar statutaire opdracht.
3.2.1.
Verzoekster wenst als zelfstandige stichting te blijven voortbestaan, het kapitaal minimaal in stand te laten, meer zichtbaar effect voor de stad te genereren en de administratieve lasten beperkt te laten blijven.
3.2.2.
Verzoekster stelt daarom een samenwerking tussen het GEF en het Elisabeth Strouven Fonds (ESF) voor, waarbij het financiële beheer in handen komt van het ESF, terwijl het GEF zelfstandig blijft bestaan en het bestuur zeggenschap houdt over de bestedingen. Het ESF is bereid het fonds aan te vullen en mee te werken aan werving van gelden om het fonds verder te vullen. Op die manier kan het fonds op termijn tevens gaan werken als een geeffonds. Met de voorgestelde wijzigingen zal de oorspronkelijke nalatenschap van erflater(s) naar verwachting van partijen, een substantieel groter rendement voor kunst en cultuur in Maastricht opleveren.
3.2.3.
Het huidige doel (ondersteuning van conservatoriumstudenten) vormt een te beperkte doelgroep om het GEF aantrekkelijk te maken en te positioneren als geeffonds. Het doel van het GEF dient daarom te worden verbreed naar: ondersteuning van jong talent op het gebied van kunst en cultuur. Daarnaast is het de bedoeling dat de Gemeente uit het bestuur van de Stichting stapt.
3.2.4.
Om de statuten van het GEF in bovenbedoelde zin te kunnen aanpassen dient de rechtbank de testamentaire last op grond van het testament van erflater te wijzigen.
3.3.
Ingevolge artikel 4:134, eerste lid, aanhef en onder a van het Burgerlijk Wetboek kan de rechter, op verzoek van degene op wie de last rust, voor zover hier van belang, de last wijzigen of geheel of gedeeltelijk opheffen op grond van na het overlijden van de erflater ingetreden omstandigheden welke van dien aard zijn dat de ongewijzigde instandhouding van de last uit een oogpunt van de daarbij betrokken persoonlijke en maatschappelijke belangen ongerechtvaardigd zou zijn. Daarbij dient de rechter zoveel mogelijk de bedoeling van de erflater in acht te nemen.
3.4.
Alvorens de rechtbank kan overgaan tot wijziging van de testamentaire last, wijst zij verzoekster op het volgende. Er lijkt een discrepantie te zijn tussen het nieuw omschreven doel van het GEF (de rechtbank leest: de Stichting), namelijk de ondersteuning van jong talent op het gebied van kunst en cultuur en de nieuw geformuleerde doelstelling: “Het bevorderen in Maastricht van de kunst en cultuur in het algemeen en talentontwikkeling in het bijzonder door het mede mogelijk maken van culturele carrières van getalenteerde inwoners/kunstenaars van (uit) de stad Maastricht”. In de geformuleerde nieuwe doelstelling is het woord “jong” immers niet opgenomen. Om toekomstige discussies te voorkomen wordt verzoekster in de gelegenheid gesteld uit te leggen wat de exacte bedoeling is.
3.5.
In afwachting van die uitleg wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
4. De beslissing
De rechtbank
4.1.
stelt verzoekster in de gelegenheid om binnen 14 dagen na heden de discrepantie tussen het nieuw omschreven doel van het GEF/de Stichting en de in het verzoekschrift geformuleerde nieuwe doelstelling te verduidelijken, dan wel op te heffen,
4.2.
in afwachting van het vorenstaande houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.E. Elzinga en in het openbaar uitgesproken.1.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 16‑10‑2019
type: AHcoll: