Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie
Einde inhoudsopgave
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/3.1:3.1 Inleiding
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
S.A.L. van de Sande, datum 01-02-2019
- Datum
01-02-2019
- Auteur
S.A.L. van de Sande
- JCDI
JCDI:ADS504897:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover bijvoorbeeld Van Ravels 2009a, p. 352-355 en Van Ravels 2012a, p. 159-161.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De weg naar de toekenning van schadevergoeding ten laste van de overheid is geen snelweg. Het overheidsaansprakelijkheidsrecht uit onrechtmatige daad is berucht vanwege de complicaties van de verdeling van rechtsmacht over de bestuursrechter en de burgerlijke rechter. In het systeem van rechtsbescherming tegen de overheid zijn de verschillende bestuursrechters aangewezen om kennis te nemen van vernietigingsberoepen die zijn gericht tegen besluiten in de zin van de Awb. De burgerlijke rechter treedt daarentegen niet in de rechtsgeldigheid en rechtmatigheid van appellabele besluiten. Van oudsher is de burgerlijke rechter wel de rechter die kan worden geadieerd om schadevergoeding te verkrijgen vanwege onrechtmatig overheidshandelen, waaronder het nemen van besluiten en het verstrekken van informatie. De bevoegdheid van de burgerlijke rechter op dit punt is echter niet (meer) exclusief, want inmiddels is ook de bestuursrechter in sommige gevallen (al dan niet exclusief) bevoegd om een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van schade. Het systeem is dus allesbehalve eenvoudig.
De hoofdregel was voorheen dat bij de bestuursrechter alleen schadevergoeding kon worden verkregen wegens onrechtmatige informatieverstrekking die kon worden aangemerkt als een besluit of daarmee werd gelijkgesteld. Zuivere informatieverstrekking is echter geen rechtshandelen maar feitelijk handelen, nu informatieverstrekking geen rechtsgevolg beoogt en dus geen besluit is. Dit betekende dat vorderingen tot schadevergoeding wegens onrechtmatige informatieverstrekking hoofdzakelijk aan de rechtsmacht van de bestuursrechter waren onttrokken. Dit uitgangspunt geldt niet langer onverkort met de invoering van Titel 8.4 Awb. Sinds 1 juli 2013 beschikt de bestuursrechter niet meer uitsluitend over de bevoegdheid om het bestuursorgaan te veroordelen tot het vergoeden van schade die is geleden als gevolg van onrechtmatige informatieverstrekking in de vorm van een besluit. Ook informatieverstrekking die feitelijk handelen is, biedt in sommige gevallen een grondslag voor de bevoegdheid van de bestuursrechter. Zo vormt artikel 8:88 lid 1, aanhef en onder b, Awb een aanknopingspunt voor de beoordeling van verzoeken om vergoeding van schade als gevolg van een ‘onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een besluit’.
Indien de bestuursrechter geen (uitsluitende) bevoegdheid toekomt om schadevergoedingsverzoeken wegens informatieverstrekking te beoordelen, komt deze bevoegdheid toe aan de burgerlijke rechter als ‘restrechter’. In dit kader heeft de burgerlijke rechter een groot aantal regels tot stand gebracht dat tot doel heeft om uit het vaarwater van de bestuursrechter te blijven. Deze regels hebben onder meer betrekking op de voorrang van bestuursrechtelijke rechtsgangen en op de aansluiting op de rechtspraak van de bestuursrechter.1 Meer in het bijzonder werken deze regels door in de opvatting van de burgerlijke rechter over zijn bevoegdheid, de ontvankelijkheid van de eiser in zijn vordering, het gezag van gewijsde van uitspraken van de bestuursrechter en de leer van de formele rechtskracht. De bevoegdheid van de burgerlijke rechter en de ontvankelijkheid van de eiser in zijn vordering hebben te maken met de vraag aan welke rechter een vordering uit onrechtmatige informatieverstrekking moet worden voorgelegd. Het gezag van gewijsde van uitspraken van de bestuursrechter en de leer van de formele rechtskracht houden verband met de vraag aan welke rechter de inhoudelijke beoordeling van de (on)rechtmatigheid van overheidshandelen is. De burgerlijke rechter heeft bij de beoordeling van een vordering immers rekening te houden met de aanwezigheid van besluiten van het bestuursorgaan waartegen niet (met succes) is opgekomen, en met het aanwezige of juist ontbrekende oordeel van de bestuursrechter over die besluiten.
In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan al deze formele aspecten van het verhaal van schade die is opgetreden als gevolg van informatieverstrekking. Hierna zal eerst worden uiteengezet in welke gevallen de burger bij de bestuursrechter terechtkan met de stelling dat hem onjuiste informatie is verstrekt, hetzij door middel van het instellen van beroep (paragraaf 3.2), hetzij door middel van het indienen van een verzoek (paragraaf 3.3). In de overige gevallen kan hij zich tot de burgerlijke rechter wenden (paragraaf 3.4). In die gevallen kan hij last hebben van de formele rechtskracht van een besluit waartegen hij niet of tevergeefs is opgekomen in de bestuursrechtelijke kolom, aangezien de formele rechtskracht zich soms uitstrekt over informatie die tijdens de voorbereiding van dat besluit is verstrekt. Deze problematiek vormt de hoofdmoot van dit hoofdstuk. Ten slotte wordt uiteengezet wanneer de benadeelde voordeel heeft van een oordeel van de bestuursrechter (paragraaf 3.4.5).