Hof Amsterdam, 09-07-2013, nr. 23-003691-12
ECLI:NL:GHAMS:2013:1984
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
09-07-2013
- Zaaknummer
23-003691-12
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHAMS:2013:1984, Uitspraak, Hof Amsterdam, 09‑07‑2013; (Hoger beroep)
Uitspraak 09‑07‑2013
Inhoudsindicatie
Vrijspraak van overtreding van een gebiedsverbod; geen sprake van(voorwaardelijk) opzet. Van de overheid mag gevergd worden dat een gebiedsverbod, dat uit de aard daarvan beperkingen in de bewegingsvrijheid voor de betrokken burger meebrengt, op deugdelijke wijze aan die burger kenbaar wordt gemaakt. Het verzuim daartoe de nodige inspanningen te verrichten leidt tot het oordeel dat de verdachte in zijn stelling, dat hij niet wist van bedoeld gebiedsverbod, gevolgd moet worden. Mededelingen die aan verdachte zijn gedaan omtrent het voornemen van de politie hem voor te dragen voor een gebiedsverbod en over de wijze waarop de beslissing van de burgemeester zou worden bekendgemaakt, acht het hof in het onderhavige geval ontoereikend voor het oordeel dat sprake is geweest van voorwaardelijk opzet.
parketnummer: 23-003691-12
datum uitspraak: 9 juli 2013
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 23 augustus 2012 in de strafzaak onder parketnummer 13-851387-12 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 juni 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 07 augustus 2012 te 21.49 uur te Amsterdam (aan de Prins Hendrikkade) opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 en/of 2.6B van de Algemene Plaatselijke Verordening 1994, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1.2, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden (te weten van 30 juni 2012 tot en met 29 september 2012) niet meer te bevinden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof de verdachte vrijspreekt van het hem tenlastegelegde.
Vordering van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het hem ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, waarvan één maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
Vrijspraak
Uit het daarvan opgemaakte proces-verbaal volgt dat de verdachte op 2 juni 2012 bij gelegenheid van zijn verhoor als verdachte in het kader van een andere strafzaak door de verhorende verbalisant is medegedeeld dat hij bij de burgemeester van Amsterdam zou worden voorgedragen voor een bevel zich gedurende een periode van drie tot zes maanden niet te bevinden in het dealeroverlastgebied 1.2 te Amsterdam onder de toevoeging dat zo’n voordracht doorgaans door de burgemeester wordt gevolgd. De verdachte is bij die gelegenheid voorts door de verbalisant medegedeeld dat de beslissing van de burgemeester op die voordracht binnen drie tot vier weken naar het door verdachte opgegeven postadres zou worden gestuurd en dat de beslissing, in het geval dat die brief als onbestelbaar retour zou komen, in dagblad Metro, het Amsterdams Stadsblad en op de website eenveiligeramsterdam.nl. zou worden gepubliceerd.
Het onderhavige, op de verdachte betrekking hebbende, bevel van de burgemeester van Amsterdam zich gedurende drie maanden - van 30 juni 2012 tot en met 29 september 2012 - niet op te houden in het dealeroverlastgebied 1.2 is uitgevaardigd op 26 juni 2012. De verdachte heeft steeds beweerd, ook ter terechtzitting in hoger beroep, dat hij niet wist dat hij niet in het overlastgebied mocht komen. Bij die stand van zaken zal het aannemen van die wetenschap uit de stukken van het dossier hebben te volgen.
Het hof stelt vast dat de brief houdende voormeld gebiedsverbod naar een ander dan het door de verdachte bij gelegenheid van zijn verhoor op 2 juni 2012 opgegeven adres is verstuurd, namelijk naar een adres van zijn moeder waar zij, naar toen al bekend was, niet meer woonde. Uit de stukken is voorts niet gebleken dat deze omissie door de autoriteiten op enig moment is opgemerkt en hersteld.
In aanmerking genomen dat van de overheid gevergd kan worden dat een gebiedsverbod als het onderhavige, dat uit de aard daarvan beperkingen in de bewegingsvrijheid voor de betrokken burger meebrengt, op deugdelijke wijze aan die burger kenbaar wordt gemaakt, zou reeds het verzuim de nodige inspanningen daartoe te verrichten moeten leiden tot het oordeel dat de verdachte in zijn stelling, dat hij niet wist van bedoeld gebiedsverbod, gevolgd moet worden, zodat hij bij gebreke van opzet moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.
Door de advocaat-generaal is in dit verband gesteld dat sprake is van voorwaardelijk opzet. Daartoe is door haar aangevoerd dat, gelet op de mededelingen die de verdachte door de politie zijn gedaan bij gelegenheid van zijn verhoor op 2 juni 2012 en het gegeven dat hem eerder een gebiedsverbod is opgelegd, van de verdachte mocht worden verwacht dat hij zich door raadpleging van openbare bronnen zou vergewissen of een gebiedsverbod voor hem gold voordat hij zich in het overlastgebied begaf. Door het achterwege laten van het doen van onderzoek hiernaar heeft de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij het gebiedsverbod zou overtreden, aldus de advocaat-generaal.
Het enkele gegeven dat de verdachte mededelingen zijn gedaan omtrent het voornemen van de politie hem voor te dragen voor een gebiedsverbod en over de wijze waarop de beslissing van de burgemeester zou worden bekendgemaakt, acht het hof in het onderhavige geval ontoereikend voor het oordeel dat sprake is geweest van voorwaardelijk opzet. In dat verband hecht het hof betekenis aan het feit dat de verdachte slechts is aangekondigd dat een voordracht zou volgen, waarvan dus formeel nog geen sprake was, en dat de uitkomst van die voordracht evenmin vaststond. De door de politie ten overstaan van de verdachte op basis van hun ervaring verwoorde prognose maakt dit oordeel niet anders. Bij die stand van zaken en gelet op de hiervoor genoemde eigen verantwoordelijkheid van de overheid burgers op een adequate wijze te informeren over verstrekkende beslissingen die hen aangaan, voert het naar het oordeel van het hof te ver het nalaten van het doen van nader onderzoek voor rekening van de verdachte te laten komen, in dier voege dat met dat nalaten het bewijs van het tenlastegelegde opzet zou zijn gegeven.
Nu in het dossier overige concrete aanknopingspunten op grond waarvan verdachtes wetenschap van het gebiedsverbod kan worden vastgesteld, ontbreken, zal het hof de verdachte vrijspreken van het hem ten laste gelegde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Veldhuisen, mr. A.M. van Woensel en mr. W.F. van Zant, in tegenwoordigheid van mr. J.K.D. Bakker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 juli 2013.
Mr. Van Zant is buiten staat dit arrest te ondertekenen
=========================================================================
proces-verbaal uitspraak
_______________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Sector strafrecht
Parketnummer: 23-003691-12
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, op 9 juli 2013.
Tegenwoordig zijn:
mr. A.M. van Woensel, raadsheer,
mr. M. Goedhart, griffier.
Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. [naam], advocaat-generaal.
De raadsheer doet de zaak tegen de verdachte [verdachte] uitroepen.
De verdachte is wel / niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
Raadsman/raadsvrouw is wel / niet aanwezig.
(zo ja:) naam raadsman/raadsvrouw en plaats:
Tolk is wel / niet aanwezig. (zo ja:) naam tolk en taal:
De raadsheer spreekt het arrest uit.
De raadsheer geeft verdachte kennis, dat daartegen binnen 14 dagen na heden beroep in cassatie kan worden ingesteld. (indien de VTE is verschenen)
Verdachte heeft wel / geen afstand gedaan van recht aanwezig te zijn bij de uitspraak. (indien VTE is gedetineerd)
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.