Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/10.4:10.4 Opzet Duits deel
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/10.4
10.4 Opzet Duits deel
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS403498:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het volgende hoofdstuk (11) zal worden ingegaan op de vennootschapsrechtelijke regels inzake het kapitaal van de vennootschap en de mogelijkheid om dividend uit te keren, aan de hand van het GmbHG. Er zal tevens aandacht worden geschonken aan de aansprakelijkheid van bestuurders en de restitutieverplichting van aandeelhouders vanwege ongeoorloofde vermogensonttrekkingen. Daarbij zal aandacht worden besteed aan de wijzigingen die het MoMiG heeft meegebracht voor de normering van de financiering van de GmbH.
In het daarop volgende hoofdstuk (12) komt aan bod welke rol het Duitse equivalent van de faillissementspauliana, de Insolvenzanfechtung, speelt bij de normering van vermogensonttrekkingen door aandeelhouders. Nu (gepubliceerde) rechtspraak ter zake ontbreekt, zal primair aan de hand van de juridische literatuur een analyse plaatsvinden van de wijze waarop de Insolvenzanfechtung dient te worden toegepast op vermogensonttrekkingen door aandeelhouders.
Vervolgens wordt in hoofdstuk 13 bezien onder welke omstandigheden de bemoeienissen van de aandeelhouder met de financiering van de vennootschap kunnen leiden tot een doorbraak van aansprakelijkheid. Besproken zal worden dat de aansprakelijkheid van aandeelhouders vanwege vermogensonttrekkingen niet langer gebaseerd wordt op een analoge aanwending van de concern-regels voor de AG, maar thans zijn grondslag vindt in de onrechtmatige daad. Als een vermogensonttrekking door een aandeelhouder kwalificeert als een existenzvernichtender Eingriff, dient de aandeelhouder aan de vennootschap de daardoor veroorzaakte schade te vergoeden. Vervolgens zal worden ingegaan op de mogelijke aansprakelijkheid van aandeelhouders vanwege onderkapitalisatie van de vennootschap.
In het daarop volgende hoofdstuk (14) wordt het leerstuk van de Gesellschafterdarlehen onder de loep genomen. Duitsland kent sinds het MoMiG een vrij absoluut geformuleerde achterstellingsregeling ten aanzien van door aandeelhouders aan de vennootschap verstrekte leningen. Niet alleen de inhoud van de nieuwe regeling zal uiteengezet worden, maar tevens zal worden ingegaan op de daarachter schuilende gedachte.
Tot slot wordt in hoofdstuk 15 de analyse van het Duitse recht afgesloten met een conclusie. Er zal worden ingegaan op de vraag hoe de besproken leerstukken zich tot elkaar verhouden en welke rol is weggelegd voor onderkapitalisatie en vermogensonttrekkingen bij de normering van het handelen van aandeelhouders.