Belastingblad 2024/134
Verschil tussen lagere bezwaarkostenvergoeding in belasting- en premiezaken en de hogere vergoeding in overige zaken is in strijd met het discriminatieverbod. De A-G adviseert de ongelijke behandeling op te heffen door in deze zaak het hoge tarief toe te passen.
HR (Parket) 01-03-2024, ECLI:NL:PHR:2024:235, m.nt. Redactie
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
1 maart 2024
- Zaaknummer
23/03218
- Conclusie
A-G R.J. Koopman
- Noot
Redactie
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS949935:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑07‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑07‑2024
ECLI:NL:HR:2024:1060, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑07‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:235, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 01‑03‑2024
Essentie
Verschil tussen lagere bezwaarkostenvergoeding in belasting- en premiezaken en de hogere vergoeding in overige zaken is in strijd met het discriminatieverbod. De A-G adviseert de ongelijke behandeling op te heffen door in deze zaak het hoge tarief toe te passen.
Conclusie
Conclusie
In de zaak van
de staatssecretaris van Financiën
tegen
[X]
Samenvatting
In het incidentele beroep in cassatie klaagt belanghebbende erover dat de Rechtbank niet punt 1 (tarief: € 296) van onderdeel B2 van de bijlage bij het BPB had moeten toepassen, maar punt 2 (tarief: € 597). Belanghebbende acht het gemaakte onderscheid onder meer in strijd ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.