Intellectuele eigendom in het conflictenrecht
Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/1.1.2.0:1.1.2.0 Inleiding
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/1.1.2.0
1.1.2.0 Inleiding
Documentgegevens:
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS467650:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dit komt later in deze studie, in par. 5.1.2, aan de orde.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
51. Twee aspecten. Deze toestand van volledige rechteloosheid, zoals die zich in de eerste helft van de negentiende eeuw voordeed, was het probleem waarvoor het beginsel van nationale behandeling als oplossing werd ontwikkeld. Bezien wij deze toestand derhalve nader. Twee aspecten zijn in haar te onderscheiden.
52. Vreemdelingenrecht: discriminatie. Enerzijds kent deze toestand een vreemdelingenrechtelijk aspect: het vreemde werk of de vreemde auteur wordt achtergesteld ten opzichte van het nationale werk of de nationale auteur. Er is derhalve sprake van discriminatie. Het bestaan van dit vreemdelingenrechtelijke aspect is tegenwoordig onomstreden, en behoeft weinig toelichting.
53. Conflictenrecht: rechtsvacuüm. Anderzijds kent deze toestand ook een conflictenrechtelijk aspect, te weten een — naar hedendaagse opvattingen — merkwaardig fenomeen: ten aanzien van (de bescherming van) het vreemde werk of de vreemde auteur is er géén toepasselijk rechtsstelsel. Noch de lokale wet, noch enige andere wet is van toepassing. Er is dus sprake van een 'rechtsvacum'. Een goed begrip van dit rechtsvacuüm is van cruciaal belang. Het vormt, zo komt later aan de orde, namelijk de sleutel tot het begrip van de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling. Hier ligt tegelijkertijd één van de belangrijkste redenen waarom deze conflictregel tegenwoordig niet meer wordt begrepen: dat komt doordat wij tegenwoordig het rechtsvacuüm niet meer onderkennen.1 Concentreren wij ons daarom op de vraag waarom er sprake is van een rechtsvacum. Hoe kon dit vacuum ontstaan? Om die vraag te beantwoorden moeten wij nader scherpstellen op de eerder besproken beperking in nagenoeg alle negentiende-eeuwse nationale auteurswetten: de beperking tot nationale werken of nationale auteurs. Deze beperking kon op twee manieren worden vormgegeven: ofwel als een afbakening van het toepassingsbereik van de nationale wet (par. (a)), ofwel als een beperking van de rechtsbevoegdheid van vreemdelingen (par. (b)).