Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/4.7.2.1
4.7.2.1 Het (rechts)karakter van een rechtersregeling
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS498269:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Althans, in het geval van vooraf bindende regelingen.
Zijnde een herhaald toepasbare rechtsnorm: gedragsvoorschrift met een abstract en algemeen karakter.
Teuben 2004, p. 105, 107, 326.
Teuben 2004, p. 340.
De variatie bevindt zich op een schaal van ‘vrij sterk’ in het geval van een ‘79 RO regeling’, tot ‘enige binding’ op grond van precedentwerking.
Teuben 2004, p. 352-353, Giesen 2007, p. 87. Snijders spreekt van een afwijkingtolerantie, verbonden aan de aard van een rechtersregeling: Snijders 2000, p. 29.
Rb. Haarlem 27 april 2011, LJN BR0705 (Solta Medicaï). De kantonrechter ziet aanleiding om af te wijken van de kantonrechtersformule nu deze, gelet op de duur van het dienstverband van slechts een jaar, zou leiden tot een onredelijk lage uitkomst. Bovendien wordt het zoeken naar ander werk enigermate belemmerd door een concurrentiebeding en heeft de werknemer op eigen naam contracten voor blackberry en I-pad afgesloten die voor hem privé onnodig en te duur zijn. Met deze factoren wordt aldus rekening gehouden bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding.
Overigens slechts met betrekking tot (rechters)regelingen die betrekking hebben op procesrechtelijke bevoegdheden: Kamerstukken II, 2000-2001, 27182, nr. 6, p. 13 en 35.
Bovend'Eert 2010, p. 23.
Teuben 2004, p. 343.
Later zal blijken dat feitelijke binding uiteindelijk via horizontale precedentwerking wel kan leiden tot een bepaalde mate van juridische binding.
Teuben 2004, p. 189.
Volgens Teuben kennen rechtersregelingen een hybride karakter. Enerzijds vertonen rechtsregelingen kenmerken van een wettelijke regel omdat zij bestaan uit algemene regels. Anderzijds heeft een rechtersregeling het kenmerk van een regel die tot stand komt door rechtsontwikkeling. Geen van beide kwalificaties is echter echt van toepassing: een wettelijke regel komt immers tot stand op grond van een wettelijke bevoegdheid hiertoe, welke in het geval van rechtersregelingen ontbreekt. Rechtsontwikkeling op zijn beurt krijgt vorm langs de weg van individuele uitspraken, en bij rechtersregelingen is dit nu juist niet het geval.1 Desondanks meent Teuben dat een rechtersregeling in bepaalde gevallen beschouwd kan worden als een (bijzonder type van) rechtsregel,2 in de zin van een regel met algemene strekking, waaraan een bindende werking kan toekomen. De basis hiervoor moet, onafhankelijk van de wijze waarop binding tot stand komt, worden gevonden in de algemene beginselen van behoorlijke rechtspleging.3 Het betreft dan een rechtsregel van een ‘lagere orde’, ofwel: de regel dient binnen de beslissingsruimte van de rechter en de grenzen van hogere rechtsregels als wetten, jurisprudentierecht, ongeschreven recht etc. te blijven.4 In deze benadering kan de mate van binding van een (bepaling uit een) rechtersregeling variëren.5
Uit dit specifieke karakter van regels in een rechtersregeling vloeit, onafhankelijk van de wijze van binding, tevens voort dat zij niet absoluut kunnen binden. De rechter zal steeds, indien hiertoe aanleiding is, van de regel mogen afwijken (inherente afwijkingsbevoegdheid).6 Een voorbeeld is te vinden in een uitspraak van de sector kanton van rechtbank Haarlem, met daarin een (uitvoerig gemotiveerde) afwijking van de kantonrechtersformule.7
Ook de parlementaire geschiedenis spreekt van ‘richtlijnen, waaraan de rechter op grond van het vertrouwensbeginsel in beginsel gebonden is, maar waarop in bijzondere gevallen uitzonderingen kunnen worden gemaakt en toegelaten’.8 Bovend'Eert trekt op basis hiervan de conclusie dat ‘een betrekkelijk sterke binding’ aan rechtersregelingen beoogd wordt.9 Een en ander laat onverlet dat andere instrumenten, zoals regels van de wetgever en rechtsontwikkeling via jurisprudentie, principieel gezien voorop blijven staan. Een rechtersregeling moet worden beschouwd als een nadere invulling. Een rechtersregeling kan steeds door de wetgever worden overruled, overgenomen of gecodificeerd.10
Tenslotte dient nog onderscheid te worden gemaakt tussen juridische en feitelijke binding. Of een regel door een rechter als bindend wordt ‘ervaren’ is een vorm van feitelijke binding en kan weliswaar door de juridische binding worden beïnvloed, maar kent meer invloeden zoals sociale controle van collega's. Feitelijke binding is in beginsel niet beslissend voor juridische binding.11 Een rechter kan door diens rechtspositionele situatie formeel niet worden gedwongen om conform een rechtersregeling te beslissen.12