Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/127:127 Een pandrecht moet kunnen leiden tot verhaal
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/127
127 Een pandrecht moet kunnen leiden tot verhaal
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:ADS247256:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het, in de wet opgenomen, doel van een pandrecht is dat de pandhouder zich op het verpande goed kan verhalen ter voldoening van een geldvordering.1 Dit doel veronderstelt dat het verpande bestaat uit geld (chartaal geld of giraal geld, zijnde een vordering op een bank) of door de pandhouder te gelde kan worden gemaakt zodat de pandhouder zichzelf uit het pand of uit de opbrengst daarvan kan voldoen. De wet biedt de pandhouder twee instrumenten om een verpand goed te gelde te maken. Het eerste instrument is inning van een verpande vordering.2 Het tweede instrument is verkoop van het verpande goed.3 Het doel van verhaal van een geldvordering is bereikt als de vordering van de pandhouder uit het geïnde of uit de verkoopopbrengst is voldaan.
De wet bepaalt niet expliciet dat een goed uitsluitend kan worden verpand als de pandhouder op het goed verhaal kan nemen doordat hij het te gelde maakt en zich uit de opbrengst voldoet. Wel lijkt de eis van overdraagbaarheid die art. 3:228 BW aan te verpanden goederen stelt mede te zijn ingegeven door de gedachte dat een te verpanden goed door verkoop te gelde gemaakt moet kunnen worden (zie hierna paragraaf 6.4.1). Een pandrecht op een goed dat door de pandhouder niet te gelde kan worden gemaakt is zinledig.