RBP 2023/46
WAMCA-zaak. Dient de rechter bij toepassing van de uitzonderingsgrond in art. 3:305a lid 6 BW ook te toetsen aan het ontvankelijkheidsvereiste in art. 3:305a aanhef van lid 2 BW?
Rb. Midden-Nederland 28-12-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:5565
- Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
- Datum
28 december 2022
- Magistraten
Mr. H.J. ter Meulen
- Zaaknummer
C/16/531606 / HA ZA 22-2
- JCDI
JCDI:ADS702896:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBMNE:2022:5565, Uitspraak, Rechtbank Midden-Nederland, 28‑12‑2022
- Wetingang
Essentie
WAMCA-zaak. Licht ontvankelijkheidsregime.
Dient de rechter bij toepassing van de uitzonderingsgrond in art. 3:305a lid 6 BW ook te toetsen aan het ontvankelijkheidsvereiste in art. 3:305a aanhef van lid 2 BW?
Samenvatting
Stichting BREIN (“BREIN”) heeft een natuurlijk persoon gedagvaard op grond van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (“WAMCA”). Gedaagde zou de houder zijn van drie domeinnamen, terwijl via die websites op een grote schaal “IPTV-pakketten” zouden zijn verkocht. Dit zou gaan om een illegaal aanbod van beschermde films, series en (premium) televisiekanalen. BREIN vordert dat gedaagde wordt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.