Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen
Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/21.1:21.1 Drie categorieën van incidentele publicatieverplichtingen
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/21.1
21.1 Drie categorieën van incidentele publicatieverplichtingen
Documentgegevens:
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS582689:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ingevolge hoofdstuk 5.3 Wft.
Voor wat betreft de meldingsverplichting voor wijzigingen van kapitaal- of stemrechtbelangen gaat dit strikt genomen niet op. Zoals ik in § 4 van dit hoofdstuk bespreek, kan echter worden betwijfeld of de Nederlandse implementatie van de Transparantierichtlijn op dit punt wel tot een wenselijke uitkomt geleid heeft.
Dat houdt, met andere woorden, in dat ik geen aandacht besteed aan het uiteenlopende toepassingbereik van deze drie soorten incidentele publicatieverplichtingen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onder de incidentele publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen versta ik de verplichtingen om op ongezette tijden, vanwege het zich voordoen of ontstaan van in wet- en regelgeving omschreven gebeurtenissen informatie te publiceren. Ik onderscheid in dit hoofdstuk een drietal uiteenlopende publicatieverplichtingen van deze soort voor Nederlandse beursvennootschappen. Ten eerste de in art. 5:25i, lid 2, Wft opgenomen verplichting om onverwijld rechtstreeks op de beursvennootschap betrekking hebbende informatie als bedoeld in de definitie van voorwetenschap onverwijld te publiceren. Ten tweede de uit hoofdstuk5.5 Wft en het daarop gebaseerde Bob voortvloeiende verplichtingen om in verband met een openbaar bod een biedingsbericht en, voor Nederlandse beursvennootschappen die doelvennootschap zijn, een bericht voor de aandeelhouders te publiceren.1 En ten derde de meldingsverplichting voor het bereiken, overschrijden of onderschrijden van een percentage van het kapitaal of stemmen door een Nederlandse beursvennootschap in een andere beursvennootschap.2
Voor deze drie verplichtingen geldt ieder voor zich dat de reikwijdte niet beperkt is, dan wel specifiek gericht is, tot Nederlandse beursvennootschappen. Zo geldt de verplichting tot publicatie van "koersgevoelige informatie" voor álle uitgevende instellingen waarvan in Nederland financiële instrumenten tot de handel zijn toegelaten van een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit.3 De verplichting om een biedingsbericht te publiceren is enerzijds niet van toepassing op Nederlandse beursvennootschappen die een openbaar bod doen op effecten van een vennootschap die buiten Nederland zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, maar is anderzijds niet beperkt tot openbare biedingen die betrekking hebben op effecten van Nederlandse doelvennootschappen. Verder kunnen de in de Wft opgenomen meldingsverplichtingen omtrent kapitaal- of stemrechtbelangen niet alleen op beursvennootschappen, maar ook op andere personen toepasselijk zijn. Strikt genomen zijn deze verplichtingen zelfs geen publicatieverplichtingen, doch (slechts) "meldingsverplichtingen" — in de Nederlandse regelgeving ten onrechte geïmplementeerd als meldingsverplichtingen aan de AFM.
De drie genoemde categorieën verplichtingen kunnen onder omstandigheden tot gevolg hebben dat een incidentele publicatieverplichting voor een Nederlandse beursvennootschap ontstaat.4 De bespreking in dit hoofdstuk is op die situaties toegespitst.5