Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/3.2.1
3.2.1 De begindagen van het conservatoir beslag
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS495814:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Het toenmalige pandbeslag, bestaande uit verhaal op vermogen(sbestanddelen) van de schuldenaar door een ondergeschikte van de rechter, waarna executie plaatsvond.
Ten tijde van de Unie van Utrecht (1579).
Voorafgaand aan de herziening van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering van 1992 luidde de titel van de Tweede afdeeling van boek III, titel 4, afdeling 2 nog 'Van de inbeslagneming of arrest in handen van de schuldenaar'.
Nader beschreven in Israel 2001, p. 269 en p. 337-359.
Voor een uitgebreidere historische beschouwing over het arrest, zie Van der Kwaak 1990, p. 27-31.
In tegenstelling tot het executoriaal beslag, dat stamt uit de tijd van het Romeinse recht ("pignus captum"),1 ligt de origine van het conservatoir beslag in de periode van de opkomst van de Republiek.2 Het ontstaan van het conservatoir beslag als een rechtsfiguur sui generis (het toentertijd zogenoemde ‘arrest’)3 vanuit het gewoonterecht kan worden verklaard door de ontwikkeling en bloei van het handelsverkeer in de Lage Landen in die periode.4 Het arrest diende tot verzekering van een schuld (bij vluchtgevaar van de schuldenaar) of om competentie te scheppen wanneer een vreemdeling met een schuld dreigde te vertrekken. Het arrest, waarvoor een rechterlijke uitspraak vereist was, leidde tot de relatieve nietigheid van een bepaalde rechtshandeling met betrekking tot de gearresteerde (beslagene), waar alleen de arrestant (beslaglegger) een beroep op kon doen.5 De basisgedachte van de oorspronkelijke regeling is derhalve onmiskenbaar te herkennen in het conservatoir beslag van nu.