De geschillenregeling ten gronde
Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/VII.3.5:VII.3.5 Bevindingen
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/VII.3.5
VII.3.5 Bevindingen
Documentgegevens:
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS374914:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Al ten tijde van de invoering van de geschillenregeling voorzag men dat er samenloop met de enquêteprocedure zou ontstaan. In de praktijk is dit niet een probleem geweest. Sterker nog, de enquêteprocedure zorgde juist voor een begin van een oplossing en maakte veelal een (tijdelijk) einde aan de verstoorde ernstige verhoudingen. Onder regie van de OK of een door haar benoemde persoon zoals een onderzoeker komt het niet zelden tot een schikking De minnelijke regeling van de aandeelhouders bestaat dan uit het overdragen van de aandelen door één van hen, tegen een door een door de OK aangewezen deskundige vastgestelde prijs. Blijft zo'n oplossing achterwege, dan kan een enquêteprocedure helaas niet tot een definitieve oplossing leiden. De aandelenoverdracht ten titel van beheer van art. 2:356 sub e BW — tegelijkertijd met de geschillenregeling ingevoerd — is slechts een tijdelijke maatregel. De aandeelhouders moeten alsnog hun vizier op de lang durende geschillenregeling richten om gedwongen uit elkaar te kunnen. Zo'n dubbele procedure acht ik ongewenst. Ik pleit voor toevoeging van de gedwongen aandelenoverdracht aan de voorzieningen van art. 2:356 BW. Indien het vastgestelde wanbeleid te wijten is aan een aandeelhouder, wordt hij of uitgestoten of moet hij de uittredende aandeelhouder betalen. Het toepassen van deze voorziening vraagt om extra waarborgen.
De voorlopige tenuitvoerlegging van de voorziening is mijns inziens mogelijk. Art. 2:357 lid 1 BW moet dus ook worden gewijzigd. Voor de waardering, eventueel door een deskundige, en de overdracht van de aandelen kan de door mij in § V.5 voorgestelde regeling dienen.