Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/4.6.1:4.6.1 Algemeen
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/4.6.1
4.6.1 Algemeen
Documentgegevens:
mr. A. Karapetian, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. A. Karapetian
- JCDI
JCDI:ADS349773:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Materieel strafrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De in hoofdstuk 3 besproken deelnemingsvormen zijn in het kader van flessentrekkerij en oplichting met name van belang in situaties waarin de daarin bestreken gedragingen zijn uitbesteed aan medebestuurders of ondergeschikten en waarin weliswaar voor de vertegenwoordigde vennootschap aansprakelijkheid moet worden aangenomen op grond van art. 326 of art. 326a Sr maar de bestuurder niet als (rechtstreekse) pleger daarvan kan worden aangewezen.
Aan de hand van de uiteenzetting van deze rechtsfiguren in hoofdstuk 3 kan voor elke aansprakelijkheidsgrondslag afzonderlijk worden bepaald of de bestuurder binnen het bereik van de strafwet valt. Hierna zal de positie van de bestuurder als feitelijke leidinggever aan oplichting door de rechtspersoon en als functioneel dader worden besproken. De keus voor deze grondslagen van aansprakelijkheid is ingegeven door de aard van de aansprakelijkheid als onderscheidenlijk aansprakelijkheid bij passief gedrag en aansprakelijkheid waarbij het verwijt kan bestaan uit het niet betrachten van de gevergde zorg ter voorkoming van de verboden gedragingen. In alle gevallen leidt de toepassing van deze aansprakelijkheidsvormen tot een verruiming van de aansprakelijkheid van de bestuurder. De bestuurder kan op grond daarvan namelijk aansprakelijk zijn zonder dat hij zelfstandig en in fysieke zin de delictsbestanddelen van art. 326 Sr en 326a Sr vervult. Het verwijt aan de bestuurder bestaat bij die aansprakelijkheidsgrondslagen in zijn betrokkenheid bij het door de vennootschap of anderen begaan van de in dit hoofdstuk centraal staande gedragingen: het verrichten van rechtshandelingen namens de vennootschap waarvan van meet af aan duidelijk is dat de daaruit voortvloeiende verplichtingen niet kunnen worden nagekomen.