NJB 2024/79
Opzetheling van onderdelen van een Volvo, een Piaggio en een Fiat, art. 416 lid 1 sub a Sr: onvoldoende bewijs dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de goederen ‘wist’ dat zij door misdrijf verkregen waren. Daartoe volstaat onder meer niet dat de verdachte betrokken was bij de huur van de garagebox waarin de onderdelen lagen en dat die garagebox – gelet op het samenstel van voorwerpen dat daar is aangetroffen – klaarblijkelijk in gebruik was als locatie om gestolen voertuigen te strippen.
HR 19-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1728
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
19 december 2023
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, T. Kooijmans
- Zaaknummer
21/05026
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1728, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 19‑12‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:997, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑11‑2023
- Wetingang
(art. 416 Sr)
Essentie
Opzetheling van onderdelen van een Volvo, een Piaggio en een Fiat, art. 416 lid 1 sub a Sr: onvoldoende bewijs dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de goederen ‘wist’ dat zij door misdrijf verkregen waren. Daartoe volstaat onder meer niet dat de verdachte betrokken was bij de huur van de garagebox waarin de onderdelen lagen en dat die garagebox – gelet op het samenstel van voorwerpen dat daar is aangetroffen – klaarblijkelijk in gebruik was als locatie om gestolen voertuigen te strippen.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is veroordeeld omdat hij – kort gezegd – ‘onderdelen van een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.