NJB 2024/79:Opzetheling van onderdelen van een Volvo, een Piaggio en een Fiat, art. 416 lid 1 sub a Sr: onvoldoende bewijs dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de goederen ‘wist’ dat zij door misdrijf verkregen waren. Daartoe volstaat onder meer niet dat de verdachte betrokken was bij de huur van de garagebox waarin de onderdelen lagen en dat die garagebox – gelet op het samenstel van voorwerpen dat daar is aangetroffen – klaarblijkelijk in gebruik was als locatie om gestolen voertuigen te strippen.