Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/5.3.1
5.3.1 Algemeen
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS483388:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 8 februari 1996 (John Murray t. Verenigd Koninkrijk), NJ 1996, 725 (m.nt. Knigge), § 45.
EHRM 17 december 1996 (Saunders t. Verenigd Koninkrijk),BNB 1997/254 (m.nt. Feteris); NJ 1997, 699 (m.nt. Knigge).
EHRM 5 november 2002 (Allan t. Verenigd Koninkrijk), NJ 2004, 262 (m.nt. Schalken (onder NJ 2004, 263)).
§ 44. Met justitiële dwalingen lijkt het Hof het oog te hebben op situaties waarin een veroordeling onterecht is en niet (ook) situaties waarin sprake is van een onterechte vrijspraak. Wanneer dit juist is, dan worden daardoor de belangen van eventuele slachtoffers of benadeelden miskend.
Zie bijvoorbeeld Feteris 2002(a), p. 282 e.v. en Schalken, noot onder EHRM 12 mei 2000 (Khan t. Verenigd Koninkrijk), NJ 2002, 180. Voorts rechter Martens in zijn dissenting opinion bij EHRM 17 december 1996 (Saunders t. Verenigd Koninkrijk),BNB 1997/254 (m.nt. Feteris); NJ 1997, 699 (m.nt. Knigge), pt. 8: ‘(…) since there is not a negligible chance that statements under pressure may be unreliable, the rationale of the immunities under discussion comprises – as the Court put it – the avoidance of miscarriages of justice’.
In deze zin: Schalken, noot onder EHRM 12 mei 2000 (Khan t. Verenigd Koninkrijk), NJ 2002, 180, pt. 2. Schrijver wijst erop dat de waarheid dan wel niet centraal mag staan in Straatsburg – dat is een zaak van de nationale rechter –, maar wel het arsenaal aan mogelijkheden om, langs de weg van de verdedigingsrechten, de waarheid zo goed mogelijk boven tafel te krijgen. Het opsporen van onjuistheden in de procesgang heeft immers geen vrijblijvende functie.
In de zaak John Murray geeft het EHRM voor het eerst inzicht in de ratio van het recht tegen gedwongen zelfbelasting. Het overweegt dat er geen twijfel over kan bestaan dat het recht te zwijgen en het recht zichzelf niet te hoeven belasten internationaal erkende normen zijn die aan de kern van de notie van een behoorlijk strafproces raken. Het beschermen van de verdachte tegen ontoelaatbare dwang door de autoriteiten, draagt onder meer bij aan het voorkomen van justitiële dwalingen en de verwezenlijking van art. 6 EVRM.1
Met verwijzing naar John Murray expliciteert het Hof deze ratio van het recht tegen gedwongen zelfbelasting in de zaken Saunders2 en Allan3. In laatstgenoemde zaak overweegt het dat ‘[t]heir aim is to provide an accused person with protection against improper compulsion by the authorities and thus to avoid miscarriages of justice and secure the aims of Article 6’.4 Algemeen aanvaard is dat het Hof met zijn verwijzing naar het voorkomen van justitiële dwalingen het oog heeft op de betrouwbaarheid van het van de verdachte afgedwongen bewijs.5 Deze ratio stelt de waarheidsvinding voorop: elk serieus risico van onbetrouwbaarheid tast de integriteit van het onderzoek aan.6