Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/1.9.4:1.9.4 Onderzoeksmethode
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/1.9.4
1.9.4 Onderzoeksmethode
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS485790:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In deze bewoording eerder: Vranken 2009.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De gehanteerde methode van onderzoek is literatuuronderzoek. Lang niet al het mogelijk relevante materiaal wordt verwerkt. Bij de selectie van bronnen streef ik ernaar de meest relevante en gezaghebbende bronnen te gebruiken, om zo te komen tot verantwoorde en betrouwbare resultaten. Die bronnen betreffen eerst en vooral de rechtspraak, wetgeschiedenis, conclusies van A-G’s, opinies van rechters in het EHRM en commentaren onder gepubliceerde uitspraken (in het bijzonder BNB, FED en NJ). Voor wat betreft de nationale rechtspraak concentreer ik mij op de cassatierechtspraak van de HR (belasting, straf en civiel). De feitenrechtspraak komt min of meer terloops ter sprake. Datzelfde geldt voor uitspraken van gerechten in niet-belastingzaken zoals de CRvB en het CBb. De literatuur betreft vooral de (losbladige) (hand)boeken en op nemo tenetur toespitste artikelen. Het gebruik van wetenschappelijke artikelen en vakpublicaties strekt vooral ertoe bestaande opvattingen weer te geven. Een enkele keer haal ik een artikel of boek uit het buitenland aan, in het bijzonder waar het gaat om het Amerikaanse ‘privilege against self-incrimination’.
Uiteraard kan het zo zijn dat ik één of meer bronnen weglaat, waarvan kan worden gezegd dat die wezenlijk zouden hebben bijdragen aan de overtuigingskracht en/of de kwaliteit van het betoog, of dat anderen andere relevante bronnen zouden gebruiken. Deze omissie kan in ieder geval niet worden verklaard doordat die bronnen mij (inhoudelijk) niet zouden bevallen.1
Alternatieve invulling nemo tenetur in belastingzaken; geen empirisch onderzoek
Ten slotte is van belang dat de onderzoeksvraag overwegend evaluatief van aard is. Het onderzoek is niet primair gericht op verbetering respectievelijk op het aandragen van oplossingen voor (mogelijke) knelpunten in de realisatie van het recht tegen gedwongen zelfbelasting in Nederlandse punitieve belastingzaken. Wel zal ik aan het slot van mijn betoog vooruitblikken op de toekomstige betekenis en invulling van nemo tenetur, die steunt op de bevindingen van dit onderzoek. Hierbij teken ik aan dat wanneer het gaat om de dienstbaarheid van het recht aan de praktijk, mijns inziens ook empirische methoden van onderzoek voor de hand liggen. Dit om vast te stellen of een verbetering of oplossing tegen de achtergrond van de verschillende belangen wel praktisch uitvoerbaar is. Ik laat dergelijk onderzoek uit praktische overweging achterwege.