De rechtbank gaat er, gelet op de beschrijving van aangeefster, van uit dat dit betrekking heeft op het voorval van 15 augustus 2020.
Rb. Noord-Nederland, 24-09-2021, nr. 18/226993-20
ECLI:NL:RBNNE:2021:4177
- Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
- Datum
24-09-2021
- Zaaknummer
18/226993-20
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBNNE:2021:4177, Uitspraak, Rechtbank Noord-Nederland, 24‑09‑2021; (Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak)
ECLI:NL:RBNNE:2021:4161, Uitspraak, Rechtbank Noord-Nederland, 23‑09‑2021; (Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak)
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2023:1781
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2023:3974
- Wetingang
- Vindplaatsen
PS-Updates.nl 2021-0757
Uitspraak 24‑09‑2021
Inhoudsindicatie
Zie ECLI:NL:RBNNE:2021:4161
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/226993-20
Deze bijlage behoort bij het op 24 september 2021 gewezen vonnis in de zaak tegen verdachte [verdachte].
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
1. De door verdachte ter zitting van 24, 26 en 27 augustus 2021 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Ik was in de periode van den tenlastelegging, van 2015 tot en met 27 augustus 2020 eigenaar van dansschool [naam 1] te Groningen en was daar ook één van de dansdocenten. Ik had een goede naam als docent opgebouwd en ik heb successen behaald met demoteams. Van buiten de dansschool kwamen er ook wel dansers naar mij toe om te vragen of ik hen les wilde geven. In de dansschool waren veel docenten werkzaam die vanuit de eigen opleiding kwamen en bij de dansschool dansten. Ik was erg betrokken bij mijn dansschool en had een goed overzicht wie er werkte en wie in de toekomst in de dansschool zou werken en wat de ambities van mijn danstalenten waren. Ik benaderde talenten voor een persoonlijk gesprek en gaf dan ook aan wat ze moesten doen om verder te komen met het dansen. Zo gaf ik dan aan welke lessen ze moesten volgen om nog beter te worden en of ze bijvoorbeeld nog leniger moesten worden. Naar aanleiding van dergelijke gesprekken, heb ik meerdere dansers persoonlijk begeleid en heb ik ook stretchtrainingen verzorgd. De dansers in de demoteams waren de aderen van de dansschool, maar ik was het hart.
In de periode van de tenlastelegging heb ik met verschillende leerlingen in de dansschool één-op-één stretchoefeningen gedaan en heb ik diverse leerlingen massages gegeven. Bij een stretchoefening om de split te leren, zat ik aan de voorzijde van de leerling op een bankje om ze vanaf die kant te helpen om verder in de split te komen. Leerlingen kwamen dan met hun hoofd richting mijn buik. Als een leerling erg lenig was, kon deze in de buurt van mijn kruis komen. Ik heb bij meerdere leerlingen ter afleiding van de pijn een oefening voorgesteld, waarbij met de mond open tongbewegingen werden gedaan en waarbij ik aangaf dat ze zich moesten ontspannen. Ik zei dan: “Kaak open, de tong naar buiten, tong naar links, tong naar rechts, tik je kin aan, tik je neus aan, adem in door je neus, adem uit door je mond.” Ook heb ik gezegd dat ze hun hoofd recht moesten houden.
Ik heb [slachtoffer 1] in de zomer van 2020 aangeboden om met mij te gaan stretchen, zodat ze leniger zou kunnen worden. Ik wist dat zij graag in het demoteam wilde komen. Ik heb met haar meerdere keren een stretchoefening gedaan, waarbij ik aan haar voorzijde zat en zij naar voren moest buigen met haar hoofd richting mijn buik. Ondertussen heb ik haar gevraagd afleidingsoefeningen te doen, waarbij ze haar mond open moest doen en haar tong van links en naar rechts moest bewegen. Daarbij zei ik dat ze zich moest ontspannen. Tijdens een één-op-één-sessie heb ik haar gevraagd of ze mij oraal wilde bevredigen. Ze vroeg me of ze dat moest doen, en daarop antwoordde ik: “Natuurlijk niet, waarom stel je die vraag. Ik bepaal niet of je in het demoteam komt. Wat wil je nu?” Zij heeft mij vervolgens gepijpt. Ik heb haar gevraagd of ze het wilde afmaken. Ik heb die dag een gesprek met haar gehad over de vraag of zij kans had om in het demoteam te komen. Daarna, voor mijn vakantie, heb ik nog een keer met haar gestretcht.
Ik heb met [slachtoffer 2] vaak gestretcht en heb haar vaak gemasseerd. Ik heb haar ook in haar lies gemasseerd. Ik heb haar ook regelmatig bij haar klieren gemasseerd. [slachtoffer 2] wilde in Amerika gaan dansen. Ik was “close” met [slachtoffer 2] .
[slachtoffer 13] heb ik een tijdje getraind. Ik heb ook met haar gestretcht en heb haar gemasseerd. Zij was heel fanatiek. Zij was niet erg lenig en sterk en daar kon ze aan werken. Ik heb haar op 31 augustus 2020 geappt met de vraag of ze assistent-trainer wilde worden van [slachtoffer 2] haar team.
[slachtoffer 3] is de dochter van mijn ex-vriendin met wie ik onder meer in de periode van de tenlastelegging samenwoonde. [slachtoffer 3] danste ook bij de dansschool. Ik heb haar in de periode van 2015-2016 vaak massages gegeven vanwege een schouderblessure. Ik heb aangegeven dat ze zich moest laten masseren, aangezien ze anders niet meer zou kunnen dansen. Als ik haar masseerde had ze haar beha aan en als ze op haar buik lag, deed ik haar behabandje los. Bij het omdraaien kreeg ze er een handdoek overheen. Ik masseerde haar schouders en nek en zij had haar handen op haar borsten. Het is voorgekomen dat zij haar handen hoger had en dat ik tegen haar zei dat ze haar handen lager moest doen. Het kwam voor dat zij huilde tijdens de massages. Ik heb eenmaal haar bovenbeen gemasseerd. Zij heeft in 2017 aangegeven dat zij het niet fijn vond dat ik haar masseerde.
[slachtoffer 4] danste ook bij [naam 1] . In de zomer van 2020 heb ik met haar gesproken over het worden van dansdocent. Zij was heel ambitieus. Ik heb met haar gestretcht, vanaf de voorzijde. Het klopt dat zij op een bepaald moment overstuur was en uit de stretchpositie gehaald wilde worden, waarna ze huilend is weggegaan.
[slachtoffer 5] danste ook bij [naam 1] . Zij werd net als [slachtoffer 4] opgeleid tot dansdocent. Zij heeft ook met mij gestretcht. Tijdens de stretchoefening vanaf de voorzijde heb ik haar een ontspanningsoefening gegeven waarbij zij haar kaak open moest doen en dan met haar tong van links naar rechts moest bewegen.
Over [slachtoffer 6] verklaar ik dat ik meerdere keren met haar gestretcht heb. Zij wilde in de selectiegroep en daar is ze later voor geselecteerd. Het kwam wel voor dat als een meisje in de stretchhouding wegdraaide dat ik zei dat ze haar lichaam recht moest houden.
Het klopt dat [slachtoffer 7] danskleding bij mij heeft gepast. Daarbij raakte ik met de hand de onderkant van de body. Ik heb haar ook gevraagd een andere beha aan te doen. Ik heb tegen haar gezegd dat ze last van haar rug heeft vanwege haar borsten. Ik heb haar nek gemasseerd.
[slachtoffer 8] danste ook bij de dansschool. Zij heeft in het demoteam gezeten en liep stage bij de dansschool. Het is een keer voorgekomen dat de knoopjes van haar bovenkleding niet voldoende dicht zaten. Ik heb toen tegen haar gezegd dat ‘ze’ –
daarmee bedoel ik haar borsten – er zo uit vallen. De dag erna had ze een dikke trui aan en was ze boos en heeft ze me vermeden.
[slachtoffer 9] heb ik persoonlijk begeleid, omdat zij vooruitgang wilde boeken in het dansen. Ik vond ook dat zij zich niet voor haar naaktheid moest schamen. Ik heb haar gemasseerd en heb haar gezegd dat zij haar borsten onder de douche moest masseren. Dit heb ik meerdere mensen geadviseerd. Ik heb één keer met haar afgesproken om te gaan stretchten. Zij gaf toen aan dat zij de stretchhouding waarbij ik aan de voorzijde van haar zat niet prettig vond.
[slachtoffer 10] heeft met mij gestretcht en ik heb haar gemasseerd. Zij zat in een team waarover ik zeggenschap zat.
[slachtoffer 11] gaf les bij de dansschool. Ik heb regelmatig met haar getraind. Ik heb ook een keer met haar gestretcht.
[slachtoffer 12] danste ook bij de dansschool. Het klopt dat ik op feestjes van de dansschool ben geweest, waar zij ook aanwezig was.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 21 september 2020, opgenomen op pagina 889 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2020332256 d.d. 30 november 2020, inhoudend als verklaring van verdachte:
(feit 1)
Ik bracht [slachtoffer 1] uit de stretchhouding en ze kwam in een vlinderhouding. Daarin hadden we een gesprek en ik heb haar gevraagd of ze mij oraal wilde bevredigen. Ze was er huiverig over en toen zei ik: “Dan niet.” Toen ze mij vroeg of ze dat moest doen om in het demoteam te komen, zei ik tegen haar: “Ach, nee natuurlijk niet, je hoeft heus niet dit te doen om in een demoteam te komen.” We hadden een gesprek over het demoteam, waarom ze daar graag in wilde. Dat ze het nu wel echt graag wilde. Ze vroeg mij dus of ze dit moest doen, omdat ze dacht dat ze daarom in het demoteam kon komen. Ik zei toen tegen haar dat ze dit niet moest doen, je bent al goed genoeg als je zo door gaat dan kom je er vanzelf in. Toen zei ze tegen mij, maar het zou wel helpen toch? Toen zei ik tegen haar: “Dat weet ik niet?”. Ik vroeg aan haar: “Zou je het erg vinden om te doen?” Vervolgens ging ze bezig. Ik heb haar haar vastgehouden. Ze heeft tussendoor Ice Tea gedronken. Ze is net zo lang doorgegaan totdat ik klaarkwam en ik pakte daarna een doekje voor haar en hierop heeft ze het uitgespuugd. En dit is twee keer gebeurd. Ik heb haar ook gezegd dat ze haar shirt wel uit mocht doen. [slachtoffer 1] zat eerst in een splithouding. Als iemand in de maximale stretchpositie zit, dan til ik diegene op om weer terug te komen. In deze houding kan iemand wel weglopen, maar dat is niet handig. Je moet gecontroleerd omhoog komen. Je beschadigt je spieren. Bij de vlinderhouding druk ik met mijn voeten op de knieën.
(feit 2)
Ik heb [slachtoffer 2] heel vaak gemasseerd. Ik masseerde haar liezen na het stretchen. Ik ben wel eens wat snel met mijn handen langs haar benen gegaan en dan ging ze een beetje omhoog. Ze heeft ook wel eens gezegd: “Nu zit je wel heel erg hoog”.
(feit 9)
Ik heb [slachtoffer 7] gemasseerd en zij heeft mijn liezen gemasseerd.
(feit 1)
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 3 september 2020, opgenomen op pagina 65 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :
Ik, [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2003, doe aangifte van een strafbaar feit tegen [verdachte] , gepleegd te Groningen. Hij is de eigenaar van de dansschool en hij is ook docent daar. Het begon allemaal op 28 juli 2020. De les was afgelopen om 19.00 en [verdachte] kwam naar mij en [naam 2] en hij zei dat wij moesten stretchen, want hij zei dat we achter liepen en daar zouden we beter van worden en toen zei [verdachte] : “Ik zie nu dat jij denkt ik wil met jou stretchen” en ik zei dat dit ook zo was. Toen was het 22.30 uur hij zei dat hij wel een half uur de tijd had. Hij had een matje op de grond gelegd en daar moest ik op gaan zitten. Mijn benen moest ik tegen de uiteindes van de bank of bed leggen. Hij ging dan op dat bed zitten tussen mijn twee benen in. Ik zat op de grond. Hij tilde mij op richting hem zodat ik steeds meer in een split terecht kwam. Ik moest me helemaal gaan ontspannen, mijn hoofd en mijn schouders, eigenlijk alles. Mijn hoofd kwam dan richting zijn kruis. Ik vond het ongemakkelijk en hij zei steeds dat ik moest ontspannen. Dus ik ontspande mijn hoofd uiteindelijk maar. Hij zei ook steeds waarom wil je in het demoteam en in welke team dan en dat hij zag dat ik heel goed aan het trainen was. Dat stretchen doet veel pijn en hij had twee spelletjes bedacht zodat ik van de pijn afgeleid zou worden. Hij had als eerste bedacht dat ik op zijn duim moest bijten en hij maakte er een spelletje van dat ik naar zijn duim moest toe happen. Hij trok de duim dan steeds weg. Dit deed hij met beide duimen en hij had bedacht dat ik mijn kaak helemaal open moest doen: helemaal wijd en dan de tong naar buiten, tong naar links, tong naar rechts tik je kin aan, tik je neus aan adem in door je neus, adem uit door je mond. Ik vond dat best raar; Ik zat in een ongemakkelijke positie. Ik zat met mijn hoofd bij zijn kruis. Ik zag dat zijn geslachtsdeel groter werd. Ik merkte dat wanneer ik mijn kaak open moest doen dat ik mijn hoofd terugtrok, want ik wilde niet bij zijn geslachtsdeel komen. Dan zei hij dat ik mijn hoofd moest ontspannen. Hij had een speciale grijze broek aan en er zat een gat in ter hoogte van zijn kruis. Ik voelde zijn penis tegen mijn wang aan, zonder stof. Ik moest dan weer hetzelfde doen, mijn kaak weer open en toen probeerde hij het in mijn mond te stoppen. Ik ging steeds terug met mijn hoofd. Op een gegeven moment werd ik zo bang. Hij zei: “Bijt maar, bijt maar.” Hij wilde dat ik in zijn penis ging bijten, maar dat deed ik niet. Ik werd zo bang dus ik deed het maar. Ik dacht: “Straks kom ik niet in het team.” Ik gaf duidelijk aan dat ik niet wilde, ik zei “nee dat wil ik niet” en ik trok mijn hoofd steeds weg. Hij vroeg: “Vind je het heel erg om het af te maken?” Ik zei: “Ja dat vind ik erg”. Toen vroeg hij: “Vind je het echt heel erg?” en toen zei ik: “ja” en toen stopte hij ook. Het was al 23.30 uur. Ik gaf aan dat ik nu weg moest, maar je kan iemand niet zomaar uit de stretch halen, want dan kun je geblesseerd raken. Hij haalde mij langzaam uit de stretch. Dit duurde ongeveer 10 minuten. Toen hij klaar was gingen we naar buiten en hij zei: “Sorry dit had niet moeten gebeuren, dit moet je tussen ons laten.”
Op 29 juli 2020 heb ik weer met hem gestretcht. Toen begon het ‘duimhappen’ weer en toen zag ik dat hij zijn penis uit het gat haalde. Ik gaf aan dat het stretchen te veel pijn deed en dat ik wilde stoppen. Toen is het gestopt.
Een volgende keer (15 augustus 2020) stretchte ik weer met hem. Ik had gezegd dat ik tot 15.00 uur de tijd had. Ik moest weer in de stretch gaan zitten, hij begon weer met zijn duimspel en dat met die kaak weer. En ik moest weer de dingen doen die hij zei. Ik zei weer: “Nee, nee, nee.” Hij vroeg mij: “Wil je het ook niet doen als je iets van mij krijgt?” Ik zei eerst nee, maar ik was ook wel benieuwd wat hij zou zeggen. Dus ik vroeg aan hem: “Wat zou ik dan van jou moeten krijgen? Hij zei hierop: “Wat zou je willen?” en toen zei ik tegen hem: “Ik hoef niets van jou.” Hij negeerde mij even 10 minuten. Hij begon daarna weer dat ik echt graag in het team wilde. Ik was er zo hard mee bezig en als het niet nu zou zijn dan volgend seizoen. Toen ging hij het weer proberen en ik werd toen heel erg bang en mijn ademhaling ging toen ook heel erg raar doen. Ik werd echt bang en hij zei dat ik aan het hyperventileren was, doordat mijn adem zo raar deed. Hij had daar een flesje Ice tea staan en daar moest ik wat van drinken. Ik had wat gedronken en ik moest hem weer pijpen van hem en ik was zo bang dus ik deed het maar en hij hield ook mijn hoofd vast, dus ik kon geen kant op. Op dat moment begon hij ook aan mijn borsten te zitten en ik zei dat ik het niet wilde en schudde ook met mijn hoofd, maar hij negeerde dat en hij ging gewoon door. Toen kwam hij op een gegeven moment klaar. Hij gaf mij een doekje om het uit te spugen. Toen ik het uitgespuugd had, ben ik weggegaan. Tijdens het uitspugen zag ik dat er vlekken op mijn sporttopje waren gekomen. Hij had mij na het drinken van de Ice Tea in een andere stretch positie gezet: dit was een kleermakerszit stretch; hij noemt het een vlinderstretch. Tijdens deze stretch had hij zijn benen over mijn benen heen voor het oprekken. Tijdens het stretchen moest ik van hem mijn shirt uit doen.
De week erna (24 augustus 2020) ben ik nog een keer gegaan. Op een zaterdag vroeg hij aan mij of we vanavond morgen of maandag gingen stretchen, want hij ging op vakantie. Ik gaf aan dat alle dagen voor mij niet uitkwamen. Toen vroeg mij hoe laat ik maandag naar school moest. Ik gaf eerlijk aan dat ik om 11.30 uur op school moest zijn. Dus hij zei: “Dan ben je om 09.30 uur op de dansschool.” Toen gingen we stretchen, moest mijn shirt meteen uit en uiteindelijk ging het weer zoals de vorige keren, zoals duimhappen en dat met mijn kaak. Ik moest hem weer pijpen en ik zei: “Ik wil dit niet.” Hij zei dat het de vorige keer zo goed ging. Ik zei dat ik de vorige keer ook niet wilde. Hij begon aan mijn borsten te zitten en ik zei dat ik dit niet wilde en hij zei: “Oh, nu is het verboden gebied.” Ik zei dat ik het de vorige keer ook niet wilde. Ik moest hem weer pijpen, maar dit ging nu veel harder en ik moest nu ook kokhalzen. Hij deed zijn hand ook weer op mijn hoofd. Hij kwam weer klaar in mijn mond. Ik rende overstuur naar de wc. Mijn wekker van school ging ook af hij zei dat ik het moest afmaken. Hij gaf me weer een doekje. Na deze laatste keer had ik een keelontsteking.
Die keer1.zat ik in de stretchpositie. Op een gegeven moment merk ik dat zijn penis erbij komt. Ik kan dan zelf niet meer uit die stretch komen. Op een gegeven moment zegt hij dan wel: “Doe maar, bijt maar.” Maar dat is niet het eerste moment waarop ik merk dat die penis er weer bij komt. Als ik merk dat die penis erbij komt, probeer ik het te negeren door mijn hoofd weg te doen, door die penis te ontwijken. Mijn lichaam van de penis afwenden. Hij zei steeds weer: “Je moet naar het midden gaan. Je moet ontspannen”. Ik probeerde steeds mijn hoofd af te wenden. Hij zegt dan dat ik moet luisteren en dan doe ik maar wat hij wil. Ik was echt bang. Ik heb het gevoel dat wanneer ik niet doe wat hij wil dat ik dan niet in het team kom. Hij is ook onvoorspelbaar, ik kan niet zo goed peilen hoe hij kan reageren. Maar het is vooral dat wanneer ik niet doe wat hij wil dat ik dan niet hard genoeg werk en dat ik dan niet graag genoeg wil en dan kom ik dus niet in dat team. Op een gegeven moment zegt hij: "Bijt maar, doe maar". Dan bijt ik op mijn tong en op dat moment duwt hij wel zijn penis tegen mijn wang en dan voelt hij wel dat mijn kaken heen en weer ging van het bijten op mijn tong. Ik deed net alsof ik niet begreep wat ik moest doen. Dat veranderde op het moment dat ik bang werd. Hij bleef maar doorgaan. Hij duwde ook echt zijn penis tegen mijn lippen. Hij duwde door en dan kwam zijn penis tegen mijn tanden. Ik was echt bang en ik dacht doe dan maar, straks wordt hij boos en kom ik niet in het team. Hij begon ook met zijn handen aan mijn achterhoofd te duwen en aan mijn staart te trekken. Hij duwde mij naar zijn kruis. Zijn penis komt in mijn mond en hij wil zo diep mogelijk. Eerst deed ik niks, maar op een gegeven moment ging ik toch luisteren naar wat hij vroeg. Eerst bijten en daarna zachtjes zuigen en dat moest ik dat steeds harder doen en ik deed het wel ietsjes harder maar uiteindelijk was het zijn hand die mijn hoofd ging besturen zodat hij het tempo ging bepalen. Het stopte omdat hij klaarkwam. Ik heb steeds geprobeerd tegen te stribbelen, ik heb ook wel nee geschud, maar uiteindelijk kon ik niet anders dan meewerken. Mijn ademhaling ging raar doen op het eerste moment dat zijn penis in mijn mond kwam en dat hij zei bijt er maar op, doe maar, zuig er maar aan. Ik deed op dat moment nog niks en toen werd mijn ademhaling slecht en zei hij dat ik aan het hyperventileren was. Ik moest toen wat van hem drinken. Vervolgens zet hij mij in de vlinderstretch. Hij doet dan zijn benen over mij heen. Mijn gezicht is dan ter hoogte van zijn kruis. Toen moest ik hem weer pijpen. Hij zei dat ik zachtjes moest bijten en zuigen en hij duwde zijn penis tegen mijn lippen aan. Ik schudde nee met mijn hoofd. Hij deed zijn handen weer op mijn hoofd en hij ging mijn hoofd weer besturen zodat mijn hoofd weer heen en weer ging. Het stopte toen hij klaarkwam. Het sperma liep in mijn mond. Dit voorval vond plaats in de middag. Hij rekte steeds de tijd. Ik appte [getuige 1] dat ik later was en dat ik het later uit zou leggen. Toen ik bij haar kwam vertelde ik wat er gebeurd was en ook dat ik dat topje nog aan had. Het shirt en sporttopje heeft zij in een zak gedaan. Ik danste elke dag 2 a 3 uur, 5 dagen in de week. Ik had als doel om in een demoteam te komen. Daar trainde ik hard voor. Ik heb geen andere dingen in mijn leven waar ik ruimte voor heb. Mijn vriendschappen zijn allemaal bij de dansschool. [verdachte] weet dat mijn relatie over was. Hij weet ook dat ik bij mijn tante en [slachtoffer 7] woon en dat ik naar [slachtoffer 7] opkijk. Hij weet van mijn onzekerheden en van mijn kwetsbaarheid.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 22 september 2020, opgenomen op pagina 529 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 1] :
Ik, [getuige 1] , dans bij de dansschool [naam 1] . [slachtoffer 1] heeft dingen met mij besproken. De allereerste keer dat we het erover hadden was in de zomervakantie van 2020. We gingen naar het zwembad. Dat was op 10 augustus 2020. [slachtoffer 1] vertelde: “Ik heb ook gestretcht met [verdachte] .” Ze was een beetje ongemakkelijk. Ik merkt aan [slachtoffer 1] dat ze het lastig vond om te vertellen. Ik merkte wel dat ze iets kwijt moest. Uiteindelijk vertelde ze stap voor stap wat er gebeurde. Ze zei dat ze ging stretchen bij [verdachte] en dat hij haar steeds verder duwde. Dat ze op duimen moest bijten. En daarna was er iets anders in haar mond. Ze vertelde niet wat dat was, maar aan de manier waarop ze het mij vertelde wist ik het wel. Op het moment bij het zwembad vertelde ze dat dus niet expliciet, maar later heeft ze me dat wel verteld. Ik zei tegen [slachtoffer 1] : “Wat vind je ervan als we het tegen mijn ouders zeggen, die kunnen ons helpen.” [slachtoffer 1] zei dat ze het goed vond om het te vertellen. [slachtoffer 1] vertelde die middag verder nog dat [verdachte] haar had gevraagd om nog een keer te stretchen. [slachtoffer 1] vond dat lastig omdat ze het gevoel had dat ze geen keuze had. De manier waarop [verdachte] appt, snapt en praat is alsof je er niet onderuit kunt. Hij geeft je het gevoel dat je geen nee kunt zeggen. Daarna spraken [slachtoffer 1] en ik snel af bij mij thuis. Ik denk dat we een kleine week daarna weer bij elkaar waren. Die keer dat [slachtoffer 1] bij ons kwam, had ze het nog niet aan haar tante verteld. Mijn vader sneed het onderwerp aan en [slachtoffer 1] vertelde toen wat er was voorgevallen. Ze vertelde eigenlijk hetzelfde aan mijn ouders, als wat ze aan mij in het zwembad had verteld. Tijdens het verhaal dat [slachtoffer 1] deed, vroeg mijn moeder wat er nu precies in haar mond had gezeten. [slachtoffer 1] vertelde dat het de piemel van [verdachte] was. Mijn ouders adviseerden [slachtoffer 1] haar om het aan haar tante te vertellen en om aangifte te doen. [slachtoffer 1] was wel bang voor de reactie van haar tante, ze was vooral bang dat ze niet meer zou mogen dansen. [slachtoffer 1] heeft met mij gesproken over een topje. Dat was toen we gingen afspreken samen. Ze kwam van het stretchen met [verdachte] . Mijn ouders waren op dat moment nog niet op de hoogte. Ze vertelde dat ze een topje had en dat daar viezigheid op zat, althans op de sportbeha. Ze vertelde dat het vocht was van [verdachte] . Ze vertelde dat dit kwam van het stretchen. Ze had tijdens het stretchen haar shirt uitgedaan en die viezigheid was op haar beha terecht gekomen. Ze vroeg zich af of ze de beha moest bewaren. Ik weet dat het meerdere keren iets is gebeurd tussen [slachtoffer 1] en [verdachte] . [verdachte] “snapte" haar steeds en daardoor voelde ze druk en durfde ze geen nee te zeggen. [slachtoffer 1] is heel gedreven. Dans staat bij haar echt op één. Ze wil heel graag in een team en daar gaat ze dan ook helemaal voor.
5. Een geschrift, inhoudende een uitdraai van whatsapp-gesprekken tussen [getuige 1] en [slachtoffer 1] , opgenomen als bijlage achter de getuigenverklaring van [getuige 1] vanaf pagina 538 e.v., inhoudende:
[23-07-2020 22:24:47] [getuige 1] : Hee [slachtoffer 1] , ik kan morgen toch niet naar dans komen.
[23-07-2020 22:25:18] [getuige 1] : Dus ik zie je dan niet meer voor de vakantie he, wel jammer.. vandaag vond ik het zoo gezellig samen
(…)
[10-08-2020 13:54:25] [slachtoffer 1] : Hey schat
[10-08-2020 13:54:34] [slachtoffer 1] : Denk dat ik iets later ben
[10-08-2020 13:54:44] [slachtoffer 1] : Werd even niet zo lekker dus moest even gaan zitten
[10-08-2020 13:54:56] [slachtoffer 1] : Ik vertrek over +- 10 minuutjes
[10-08-2020 13:56:14] [getuige 1] : Oh nee, doe maar rustig aan [slachtoffer 1] goed drinken!
[10-08-2020 13:56:51] [getuige 1] : Is goed, tot zoo
[10-08-2020 14:43:16] [getuige 1] : [slachtoffer 1] , ben je onderweg?
[10-08-2020 18:36:05] [slachtoffer 1] : Ik vond het echt leuk vandaag, en ben echt blij dat ik met je heb kunnen praten vandaag
[10-08-2020 20:02:09] [getuige 1] : Ah wat lief [slachtoffer 1] , ja heel gezellig was het! Ik vind het echt fijn dat je mij vertrouwt hierin, we gaan snel wat leuks doen deze week en we vinden er wat op, het zal je niet nog een keer gebeuren.
[10-08-2020 22:30:24] [slachtoffer 1] : Hou van jou [getuige 1]
(…)
[14-08-2020 16:52:43] [slachtoffer 1] : Hoe laat zal ik morgen bij je komen?
[14-08-2020 16:53:12] [slachtoffer 1] : Ik kan wel pas vanaf 15:00 richting Ten Boer komen denk ik, misschien is het leuk om samen te gaan eten
[14-08-2020 19:08:56] [getuige 1] : Ja dat is goed hoor, dan spreken we gewoon aan het eind van de middag af met eten, leuk!
[15-08-2020 15:04:20] [slachtoffer 1] : Over een kwartiertje ben ik klaar en dan kom ik jouw kant op
[15-08-2020 15:04:34] [slachtoffer 1] : Dus denk dat ik er rond 16:00 ben
[15-08-2020 15:14:01] [getuige 1] : Ooh geeft niet, is goed hoor
[15-08-2020 15:25:25] [getuige 1] : En [slachtoffer 1] , ik heb mijn ouders nog niks verteld, ik wist niet zo goed hoe en wat. Dus dat kan dan nog, maar ik heb er zin in tot zo
[15-08-2020 16:22:18] [slachtoffer 1] : Mijn bus is er over 5 minuutjes
[15-08-2020 16:22:27] [slachtoffer 1] : Sorry dat het allemaal zo laat geworden is
[15-08-2020 16:22:48] [slachtoffer 1] : Maar ik vertel je straks alles
[15-08-2020 16:23:17] [getuige 1] : Ah ja, geeft niet hoor ik hoor het zo!
[15-08-2020 16:23:51] [getuige 1] : Ben je er dan ongeveer kwart voor? Dan wacht ik je op
(…)
[17-08-2020 12:06:55] [getuige 1] : Hee [slachtoffer 1] , weet je al wat je vandaag gaat doen met [verdachte] ? Ik vind het eng om eerlijk te zeggen. Ik persoonlijk vind dat je niet meer moet stretchten 1 op 1. Maar ik snap wat je denkt en wat je doel is met het demoteam, dus wil je alsjeblieft voorzichtig doen [slachtoffer 1] . En grenzen aangeven waar nodig, hoe moeilijk het ook is. Ik ben er voor je
[17-08-2020 12:23:11] [slachtoffer 1] : Heyy [getuige 1] , vandaag ga ik niet heb morgen met hem afgesproken ik ga hem dan ook zeggen dat dat de laatste keer is omdat ik het gewoon heel druk krijg weer enz. Ik ga voor dat we beginnen duidelijk aangeven puur stretchen niet meer. Vind het echt heel lief dat je me appt. Ik zal zeker voorzichtig doen. Dankjewel [getuige 1] , ben echt heel blij met onze vriendschap
[17-08-2020 13:42:14] [getuige 1] : He ik heb het net verteld aan mijn ouders. Zij reageerden goed, ze willen jou graag helpen! Net als ik had verwacht. Wat zij voor nu zeggen is dat je niet l op l moet afspreken. Je kunt het best een smoesje verzinnen om niet te gaan. En als je het fijn vindt kunnen we samen even praten, met mn ouders erbij. Ik weet zeker dat zij goed kunnen helpen. En je moet ook even je verhaal kwijt kunnen, dat kan bij hun. Dus als je wilt kunnen we even een avondje afspreken, zeg maar wanneer je kan. En het liefst niet l op l afspreken met [verdachte] , dat lijkt mij en mn ouders het best.
[17-08-2020 13:43:20] [getuige 1] : Het is een heel lang bericht, sorry daarvoor.. maar ik ben best opgelucht nu ik het heb verteld, en ik denk dat jij dat ook bent daarna. Ik wil niet dat je dit alles alleen doormaakt. Dus ik ben er voor je en mijn ouders ook!
[17-08-2020 15:39:07] [slachtoffer 1] : Ahh Ben echt heel blij dat je ouders en jij mij willen helpen. Da ik kan idd het best een smoesje bedenken ik durf ook echt niet meer alleen met hem te zijn. Da dat is een goed idee! Ik dacht misschien als het voor jou en je ouders uit komt vrijdag avond?
(…)
[25-08-2020 23:14:08] [slachtoffer 1] : Hey schat
[25-08-2020 23:14:44] [slachtoffer 1] : Wil je nog even op de hoogte stellen dat ik zaterdag misschien stappen ga ondernemen
[26-08-2020 08:39:02] [slachtoffer 1] : Na het gesprek van zaterdag ga ik ook naar mijn tante.
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 25 september 2020, opgenomen op pagina 116 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam 3] :
[slachtoffer 1] is als een dochter voor me. Officieel is ze mijn nicht. Vrijdag 28 augustus 2020, heb ik te horen gekregen wat er is gebeurd. [slachtoffer 1] had keelpijn en ik wilde niet dat ze naar een afspraak ging. [slachtoffer 1] barstte in tranen uit. Het was een groot emotioneel drama. Ze zei:” Mijn keel komt inderdaad door [verdachte] . “Ik vroeg wanneer. Ze zei: “lk had afgelopen maandag ook al keelpijn.” Ik vroeg haar wat er was gebeurd. Ik moest naar de dansschool voordat ik naar school moest, dat was al om half tien ‘s ochtend. Ze vertelde niet uit haar zelf en ik vroeg haar dingen. Ze zag hoe ik schrok. Ik hoorde dat ze zei dat er dingen waren gebeurd. Ze vertelde niet in details. Ze vertelde ook dat ze DNA materiaal had, maar dat dit niet van de maandag was. Ik vroeg hoe vaak er iets was gebeurd. Ze vertelde dat er in ieder geval vijf keer iets gebeurd was, de eerste keer was 27 juli 2020 zo vertelde ze. [slachtoffer 1] vertelde op dat moment geen details. Ze heeft me later verteld dat ze dit niet kon. Ze voelde zich schuldig, ze schaamde zich, ze zag dat ik heel erg schrok. Ze was bang dat ik haar meteen van de dansschool zou halen. Ik dacht hoe heeft [verdachte] zich dit in zijn hoofd kunnen halen. Bij [slachtoffer 1] ligt al een trauma, [verdachte] is op de hoogte. Hij kent al die kinderen door en door. Hij weet dat [slachtoffer 1] bij mij woont en niet bij haar moeder. Het was net uit met haar vriendje. [verdachte] weet dat [slachtoffer 1] een heel kwetsbaar meisje is.
Op 27 juli 2020 heb ik [slachtoffer 1] een app berichtje gestuurd. Het was rond 23.00 uur en ik vroeg haar waar ze bleef. Naar aanleiding van dit berichtje werd ik later gebeld door [verdachte] met [slachtoffer 1] haar telefoon. Hij vertelde dat de les was uitgelopen en dat ze hadden gestretcht.
(feit 2)
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 1 september 2020, opgenomen op pagina 248 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 2] :
Ik, [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2001, doe aangifte van een strafbaar feit gepleegd te Groningen door [verdachte] in de periode tussen 1 november 2019 en 24 februari 2020. Hij is mijn dansleraar van [naam 1] . Ik ken hem sinds ik 6 jaar ben. [verdachte] is de baas. Hij heeft ook les gegeven en hij traint demoteams. Demoteams bestaan uit een groep dansers die aan wedstrijden meedoen. Ik geef ook dansles bij de dansschool. Ik begon met het stretchen met [verdachte] in de laatste twee maanden van 2019. Ik heb toen kort even rust gehad en daarna begon ik er begin 2020 weer mee. Ik danste veel op de dansschool. Ik groeide wel qua dansen, maar ik moest leniger worden om professioneel danser te worden. Ik wilde bepaalde doelen bereiken en daar had ik het met [verdachte] over. [verdachte] gaf aan dat hij wel met mij wilde stretchen zodat ik beter kon worden. We spraken af drie keer in de week ongeveer. Soms twee keer in de week. Ik heb bij hem gestretcht van het einde van 2019 tot halverwege februari 2020. Mijn doel is om naar Amerika te gaan om daar professioneel te gaan dansen.
Bij het stretchen moest ik met mijn benen in een split tegen de bank gaan zitten. Ik merkte dat ik dicht bij zijn kruis zat. Hij zat op de bank met zijn benen over mijn benen heen en zijn benen zaten aan beide kanten van mijn lijf. Hierdoor zat ik met mijn gezicht in zijn kruis. Hij vroeg mij telkens mijn hoofd te ontspannen. Ik voelde me heel ongemakkelijk. Hij had een gat in zijn broek bij zijn kruis. Ik zag zijn piemel door het gat heen. Na het stretchen ging hij mij masseren. Mijn buik lag op de bank en mijn knieën op de grond. Mijn kont was dan naar achter. Hij zat achter mij. Ik heb een handdoek om en hij ging de binnenkant van mijn benen masseren. Dat deed hij bij mijn lies, want die deed best wel pijn doordat ik een half uur in de stretch had gezeten. Op een gegeven moment ging hij wel heel hoog, dichtbij mijn kruis. Hij ging toen niet verder, maar hij zat wel heel dicht achter mij en ik voelde zijn geslachtsdeel tegen mij aan. Dat vond ik een heel onprettige houding. De eerste keer heeft hij mijn geslachtsdeel niet aangeraakt. Soms masseerde hij aan het einde nog mijn borsten. Dan ging hij meestal voelen vlakbij mijn oksel. Daar zitten klieren, zei hij. Ik was vaak verkouden en als het pijn deed dan kon hij wel helpen omdat mijn klieren vaak opgezet waren. Hij kwam dichtbij mijn borst en op een gegeven moment was hij mijn borsten aan het masseren in plaats van mijn klieren. Vaak was zijn duim aan de ene kant van mijn borst en de vingers aan de andere kant van de borst. Hij ging dan met zijn hand in mijn beha. Hij raakte van mijn borst eigenlijk alles, behalve de tepel, aan. Meestal deed hij dat aan het einde. Bijna elke keer. De eerste keer dat hij aan mijn geslachtsdeel zat, was denk ik de tweede week dat ik ging stretchen. Eigenlijk ging het weer als normaal. Warming up, stretchen met voeten tegen elkaar knieën naar buiten, stretchen tegen de bank. Alles ging het zelfde. Daarna ging hij masseren en ging hij met zijn handen steeds hoger. Toen merkte ik dat hij mijn onderbroek opzij deed en dat hij met zijn hand in mijn onderbroek ging. Ik voelde dat hij met zijn vinger bijna in mijn geslachtsdeel ging. Ik durfde niets te zeggen, ik was verstijfd. Aan het einde ging hij mijn borsten weer masseren. Dit was ook de keer dat hij dicht achter mij zat en dat ik zijn geslachtsdeel tegen mijn kont en tussen mijn benen voelde. Hij was mijn lies aan het masseren. Toen ging hij steeds verder naar binnen. Hij ging steeds verder naar de binnenkant en ik merkte dat hij mijn onderbroek op zij deed. Ik merkte dat hij steeds verder naar mijn geslachtsdeel toe ging. Hij ging mijn geslachtsdeel eigenlijk masseren. Hij ging met zijn vingers aan mijn geslachtsdeel zitten. Hij was aan het masseren met zijn vingers en toen voelde ik ook dat hij bijna met zijn vinger in mijn geslachtsdeel ging. Hij raakte mijn schaamlippen en het gedeelte waar je je tampon in doet aan. Hij ging rondjes masseren. Dat deed hij ook bij mijn geslachtsdeel. Hij stopte op een gegeven moment, maar daarna voelde ik zijn vinger dat gat in gaan. Als je het vergelijkt met een tampon, zou die tampon er denk ik half zijn ingegaan. Hij heeft mijn been gemasseerd. Ook ging hij mijn kont masseren omdat hij zei dat mijn kont gespannen was. Hij deed de handdoek opzij omdat hij er anders niet bij kon. Ik voelde zijn geslachtsdeel bij mijn kont en tussen mijn benen. Ik voelde dat het een glibberige huid was. Ik voelde dat met mijn hand. Dat masseren gebeurde na elke stretchtraining. Hij zat dan altijd met zijn vinger bij mijn geslachtsdeel, maar er niet altijd in. Dat is wel meer dan één keer gebeurd. Ik was gewoon heel bang. Hij is best intimiderend. Ik was bang om iets te zeggen om iets te verliezen. Om de dansschool of mijn baan te verliezen. Ik heb de laatste keer gezegd dat hij moest stoppen. Eén van de laatste keren heb ik gezegd dat ik het niet fijn vond. Na die keer ben ik nog twee keer geweest. Ik had de hoop dat het niet meer zou gebeuren omdat ik had aangegeven dat ik het niet prettig vond. Maar hij bleef het doen. Hij bleef aan mijn geslachtsdeel zitten en ik zat weer klem tussen de bank en hem. Hij bleef dichterbij schuiven.
Hij heeft tegen mij gezegd dat als ik niet met hem ging trainen ik niet in Amerika zou komen, dat ik het niet zou bereiken als professioneel danseres. Dat is echt mijn doel. Hij liet altijd lijken dat hij alles wist en dat hij je met alles kon helpen en zou zorgen dat hij je bracht op de plek waar je wilde komen. En omdat ik zo graag naar Amerika wil, bleef ik naar hem toegaan.
(feiten 3 en 4)
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 4 september 2020, opgenomen op pagina 290 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 13] :
Ik, [slachtoffer 13] , geboren op [geboortedatum] 2005, doe aangifte tegen [verdachte] wegens seksueel misbruik gepleegd te Groningen. Ik ken [verdachte] vanaf mijn 10e jaar. Ik ben toen op de dansschool [naam 1] gekomen. [verdachte] wilde mij trainen. De eerste training was ergens in september 2019 en de laatste keer was op 24 augustus 2020. De eerste training moest ik me opwarmen op de dansschool. Hij vroeg wat ik wilde bereiken met dansen en wat mijn doelen waren. Hij zei dat hij mij daarbij wilde helpen. Daarna ging hij me helpen met stretchen zodat ik de split en de spagaat zou kunnen en leniger en beter zou worden. Ik gaf in dat gesprek aan dat ik naar Amerika wilde en dat ik les wilde gaan geven. Ik wilde er veel voor gaan trainen. Hij wilde mij daarbij wel begeleiden. Hij kan regelen dat ik les kan geven op andere dansscholen. Hij ging mij daarvoor trainen. Hij vond dat ik leniger moest zijn en hij wilde mij daarbij wel helpen. We hadden afgesproken om te gaan stretchen en het solo even te laten zitten. Ik moest eerst leniger worden. We spraken dan een dag af en een tijd om te gaan stretchen. Dat was dan twee keer in de week. Je had een bank en daar moest je in een split tegenaan gaan zitten. Ik zat tegen de bank met mijn benen wijd in de split. Hij zat op de bank en hij trok je dan tegen de bank aan. Hij had mij bij mijn rug vast. Dat stretchen was heel pijnlijk. Hij droeg dan die grijze broek. Hij vroeg of ik dan wel aan zijn geslachtsdeel wilde zitten. Je kon ook zien dat hij vaak een stijve kreeg als ik in die positie zat. Hij droeg een soort pyjama broek. Hij had knoopjes van voren en de er stonden altijd twee of drie knoopjes open. Dat hij mij vroeg om zijn geslachtsdeel te zitten was denk ik de 6e of 7e keer stretchen. Dat ging als volgt. Dat stretchen deed pijn en toen zei hij dat je afleiding moest zoeken. Hij vroeg toen of aan zijn geslachtsdeel wilde zitten. Ik schrok er best wel van en ik heb gezegd dat ik dat niet wilde. Ik mocht toen uit de positie en ik mocht toen wel weg. Uit die positie kun je niet zelf. Hij gaat dan achter je staan. Hij trekt je dan heel voorzichtig naar achteren. Hierdoor kun je dan je benen weer sluiten. Daarna kun je weer opstaan. Hij deed het drie of vier keer niet. Toen vroeg hij het weer of ik aan zijn piemel wilde zitten en ik weigerde. Ik zei dat ik dat niet wilde en dat ik dat niet ging doen. Hij zei hier niets op. Hij liet me toen wel extra lang in de positie zitten. Hij ging me toen ook harder naar de bank trekken, wat hij normaal niet deed. Ik zat wel anderhalf uur in deze positie. Normaal is het na drie kwartier of een uur wel klaar. Daarna vroeg hij me of ik hem wilde pijpen en hij wilde me masseren. Daarna ging hij steeds verder. Er wordt niets gezegd tijdens het trekken naar de bank. Ik huilde alleen maar omdat het erg pijn deed. Toen hij mij vroeg om hem te pijpen zat ik in een split en ik zag dat hij een stijve piemel kreeg. Het deed pijn en hij zei dat ik afleiding moest zoeken. Toen vroeg hij of ik hem wilde pijpen. Ik kon door de broek heen zien dat hij een stijve kreeg. De knoopjes stonden open en de piemel kwam er doorheen. Dat had ik gezien vanaf de tweede of derde keer. Mijn hoofd zit tegen zijn buik, er is dan eigenlijk geen afstand tussen mij en [verdachte] als ik in die positie zit. Als je in die positie had gezeten, haalde hij jou eruit. Je moest dan op je knieën gaan zitten. Je zit dan op je onderbenen, je bovenlichaam is omhoog, maar je leunt voorover op je ellebogen op de bank. Hij masseert je nek. Hij ging naar mijn billen en benen. Hij zat dan aan mijn billen. Hij ging mijn benen masseren en raakte dan mijn geslachtsdeel aan. Hij masseerde mijn billen ook. Hij kneep erin en wreef erover heen. Ik vond het niet kunnen en ik wilde dat ook niet. Ik heb dat tegen hem gezegd. Het masseren was op de blote huid. Hij ging eerst bij mijn knieën. Hij ging dan steeds verder naar boven tot aan mijn lies. Hij masseerde steeds verder naar boven tot aan mijn geslachtsdeel. Hij raakte ook mijn geslachtsdeel aan, maar dat had er niets mee te maken, want dat was niet gestretcht. Dus hij hoefde dat helemaal niet aan te raken. Hij masseerde mijn lies en toen deed hij zijn hand in mijn onderbroek. Hij wreef dan over mijn geslachtsdeel. Ik trok dan weg naar de zijkant of naar achteren. Hij ging dan gewoon weer verder met het aanraken van mijn geslachtsdeel. Bij de clitoris, richting het plasgaatje, tussen de schaamlippen. Ik zeg dat ik het niet wil, maar hij gaat gewoon verder. Het stopt als hij er genoeg van heeft. Dan stopt hij ook met masseren. Dit wrijven en masseren van je geslachtsdeel is vaak gebeurd. Bij de eerste keren masseren gebeuren die handelingen niet. Na 5 of 6 keer masseren gebeuren die handelingen. We stretchten pas in januari 2020 tot aan maart 2020 volop. Hij heeft mij in 2019 gevraagd om hem te pijpen, maar de daadwerkelijke handelingen begonnen in januari 2020. Ik denk dat de handelingen tijdens het masseren rond de 15 keer gebeurd zijn. In augustus begon het stretchen weer. Hij deed weer precies hetzelfde tijdens het masseren. De laatste keer dat er handelingen tijdens het stretchen hebben plaatsgevonden was maandag 24 augustus 2020. Na de eerste ervaring ben ik teruggegaan. Ik wilde gewoon beter worden. Hij had gezegd dat hij mij ermee kon helpen. Ik wist niet wanneer ik weer zo’n kans zou krijgen om les te geven op een dansschool als ik ermee zou stoppen. [verdachte] heeft een keer tegen mij gezegd dat als ik hem zou pijpen ik minder buik en rugspier oefeningen hoefde te doen. Maar ik heb toen gezegd dat ik dat niet wilde en toen moest ik de oefeningen wel doen. Ik had best wel veel vertrouwen in [verdachte] . Hij heeft mij ook gezegd dat als ik 16 jaar was ik op onze dansschool les mocht geven.
(feit 5)
9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 11 september 2020, opgenomen op pagina 355 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 3] :
Ik, [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] 1999, doe aangifte tegen [verdachte] wegens seksueel misbruik gepleegd te Groningen in 2016. [verdachte] kwam bij ons wonen, omdat hij een relatie had met mijn moeder. In het begin hadden we best wel ruzies. Hij bemoeide zich met mij. Hij had autoritair gedrag. Hij wilde dingen voor mij uitmaken. [verdachte] kreeg rond 2012 een relatie met mijn moeder [naam 4] . [verdachte] nam echt direct een vaderrol. Hij controleerde mijn kamer of ik die wel schoon had gemaakt. Hij controleerde mijn school. Hij bepaalde hoe laat ik thuis kwam. Ik heb ook wel dansles van [verdachte] gehad.
Ik had een schouderblessure en hij wilde dat ik naar een therapeut hiervoor ging. Als ik dat niet zou doen, wilde hij me zelf behandelen. Ook mocht ik dan niet meer dansen van hem. Dansen is heel belangrijk voor mij. Ik heb daar mijn hele leven. [verdachte] had een massagetafel gekocht en dit in een kantoortje in de dansschool geplaatst. Ik moest elke dag na school rond 16.00 uur van [verdachte] langskomen om behandeld te worden. Dit heeft wel een paar weekjes geduurd. Hij maakte dan steeds rare opmerkingen: dat ik dikke billen had gekregen en dat ik het lichaam van mijn moeder had gekregen. Ook vond hij dat ik te kleine beha’s droeg. De keer daarop dat ik er weer kwam, had hij een grotere beha gekocht voor mij. Tijdens het masseren raakte hij mijn borsten aan. Hij raakte mijn borsten aan tot net boven mijn tepel. Ik had wel een beha aan maar hij deed mijn bandjes naar beneden. Ik lag dan op mijn rug en hield mijn handen op mijn borsten om ze wat te bedekken. Hij duwde mijn handen dan weg. Ik zei tegen hem, dat het niet fijn voelde, maar hij luisterde daar niet naar. Hij maakte knijpende bewegingen. Dit was dagelijks dat hij dat deed. Hij heeft een keer mijn kruis aangeraakt. Mijn lies voelde toen niet zo fijn en hij ging toen mijn been masseren. Hij raakte daarbij mijn kruis aan. Ik was eigenlijk altijd wel verdrietig als ik op de massagetafel lag. Hij gaf aan dat hij het voor mij deed, maar toen zei ik dat dat voor mij niet hoefde. Hij is toen boos weggelopen. Ik had tegen mijn moeder gezegd dat ik het masseren door [verdachte] niet prettig vond. Zij zou met hem gaan praten zodat het niet meer hoefde. Maar toen ze terugkwam van het gesprek was ze helemaal omgedraaid. Ik moest er wel weer heen.
Ik lag bij de massages op mijn rug. Hij stond achter mijn hoofd. Hij zat dan met beide handen aan mijn schouders. Hij draaide rondjes met zijn handen en hij kneep of drukte wat. Hij ging steeds lager totdat ik zijn handen wegduwde. En dan ging hij weer hoog om zo weer naar beneden te gaan, totdat ik zijn handen weer wegdrukte. Ik had mijn handen over mijn borsten. Ik moest van hem wel ontspannen en mijn borsten loslaten, maar dat wilde ik niet. Hij zei ook vaak dat ik ze los moest laten, omdat hij er niet bij kon. Hij raakte mijn borsten boven mijn tepels aan de bovenkant en zijkant aan. Maar ik liet ze niet los. Vanaf het begin zat hij gelijk aan mijn borsten. Hij wilde mijn lies ook eens masseren. Ik wilde dat niet maar hij deed het gewoon. Hij ging de binnenkant van mijn linkerbeen masseren en ging steeds hoger. Hij raakte met zijn hand daarbij mijn kruis aan. Hij raakte mijn schaamlippen aan. Dit is eenmalig gebeurd.
Als ik niet ging, mocht ik geen dansles volgen en als ik daar niet heen kon had ik eigenlijk niets anders in mijn leven. Thuis zouden er ook ruzies zijn en hij zou dan ook ruzie krijgen met mijn moeder. Na een flinke ruzie over de massages is het gestopt. Ik heb het wel meerdere keren gezegd dat ik niet gemasseerd wilde worden door hem. Ik heb hem gezegd dat ik niet wilde dat hij op die plekken zat.
10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 15 september 2020, opgenomen op pagina 493 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam 4] :
Vroeger werden de schouders van mijn dochter [slachtoffer 3] door [verdachte] gemasseerd. [verdachte] heeft gezegd dat hij dat wel zou doen, anders zou ze niet meer kunnen dansen. En dat dansen is natuurlijk heel belangrijk voor haar. Ze zei in die tijd al dat ze dat masseren niet prettig vond.
(feit 6)
11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 3 september 2020, opgenomen op pagina 150 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 4] :
Ik, [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum] 2003, doe aangifte tegen dansdocent [verdachte] wegens aanranding, gepleegd te Groningen op 9 juli 2020. In mijn vrije tijd dans ik heel veel. Ik werd door [verdachte] opgeleid tot docent, samen met [slachtoffer 5] . Wij waren bijna elke dag op de dansschool. Hij zet ons het echt op het kwetsbaarst dat mijn lichaam in zijn macht is. Ik ging stretchen met [verdachte] omdat ik beter moest worden. Ik moest meer kunnen dan de rest. Stretchen moet in een aparte positie. Je zit met je gezicht in zijn kruis, die positie moest ik aannemen. Ik merkte dat hij ging aaien over mijn rug, mijn haar vasthouden in een staart. Hij ging ook op een ander soort toon praten, van “vind je dit fijn?”, seksueel eigenlijk. Ik merkte op een gegeven moment dat hij steeds dezelfde broek aan had waar een gat in zat bij zijn kruis. Hij moest zich altijd eerst omkleden voor het trainen. Hij deed elke keer die broek aan. Op een gegeven moment merkte ik dat hij er niks onder had. Ik zag het maar negeerde het. Het voelde niet goed. Toen ging ik daarna wel weer stretchen ik werd steeds gepusht: maandag, woensdag en vrijdag moest ik komen. En daarna kon ik docenttraining krijgen. Ik moest dus wel komen. Ik heb vaak gezegd dat ik geen zin had, dat ik niet kon. Ik werd ook wel wakker gebeld door [verdachte] waar ik bleef. Ik ging altijd heen met tegenzin, het deed pijn was ongemakkelijk. Ik ging toch heen. Een keer ging ik heen met veel tegenzin. Hij had die zelfde broek aan. Ik merkte dat zijn geslachtsdeel naar buiten drukte, hij leunde naar achter. Ik merkte dat zijn geslachtsdeel tegen mijn wang zat. Ik schrok en deed alsof ik super veel pijn had. Ik kan niet alleen uit die stretch komen, je scheurt dan. Hij haalde mij eruit. Ik was helemaal aan het huilen omdat dat gebeurde. Hij zei: “Het lijkt wel alsof je boos bent.” Ik zei dat het niet zo was, maar dat ik moe was en pijn had. Ik ben naar huis gegaan toen. De privélessen zijn net voor 9 juni 2020 begonnen. Ik had van [naam 6] gehoord dat [verdachte] mij als docent wilde misschien. Toen had ik een afspraak met hem op [naam 1] . Hij speelde op me in dat ik beter kon worden in mijn tussenjaar. Hij zei dat ik moest stretchen, meer uren maken, maar ook buiten de lessen privé met hem, krachttraining doen. Hij heeft mij gehersenspoeld, ik moest beter worden. Ik wilde die baan, ik wilde docent worden. Ik moest mij bewijzen dat ik ervoor wilde gaan en dat ik het aan kon. Hij wist dat ook van mij. De stretchoefening ging als volgt. [verdachte] zat op de bank, ik moest ervoor gaan zitten met mijn benen wijd. Ik moest met mijn hakken op de kussens. Ik moest met mijn armen om zijn nek en hij tilde mij dan in de split. Dan moest ik mijn armen om mijn middel dan zat mij gezicht in zijn kruis. Zijn benen waren dan achter mijn benen. Ik bewoog mijn hoofd steeds omdat het ongemakkelijk was. Omdat ik de pijn moest vergeten, moest ik mijn kaak ver open doen, mijn mond. Ik moest dan mijn tong naar buiten van links naar recht kin aanraken. En hij zei ook dat ik moest ontspannen. Ik zat vaak te janken hij masseerde dan mijn nek en aaide over mijn rug. Ik moest oefeningen doen met mijn tong uit mijn mond. Dat moest ik wel 6 a 7 keer per les doen. Ik vond het niet fijn. Ik lag met mijn hoofd in zijn kruis, het gaf geen fijne vibe en ik dacht wat is dit voor bullshit.
Op 9 juli 2020 merkte ik dat ik zijn geslachtsdeel in mijn gezicht had. Ik ging stretchen en merkte dat hij een gat in zijn broek had. Ik had pijn en ik merkte iets van huid tegen mijn huid aan en dacht wat kan dat nou zijn. Toen ik doorhad dat zijn geslachtsdeel in mijn gezicht zat, flipte ik. Ik wilde naar huis. Terwijl in de stretchhouding zat, zat ik met mijn hoofd in zijn kruis en ik deed mijn ogen open en zag zijn geslachtsdeel door dat gat in zijn broek. Ik ging door met stretchen en toen voelde ik dat er iets tegen mij wang aan zat, iets van vlees. Ik voelde huid, plakkerige huid, tegen mijn linkerwang aan. Zijn handen zaten achter mijn rug. Ik merkte dat het naar mijn linker mondhoek ging. [verdachte] zei dat ik die kaak oefeningen moest doen, mond open te doen en mijn tong uit te steken en van links naar rechts te bewegen. Ik deed het niet omdat ik dat niet wilde. Er schakelende iets in mijn hoofd, survival mode. “Ik moet weg, dit is niet goed, ik moet naar huis.” Ik zei: “Haal me uit de stretch.” Ik duwde me van hem af en zei dat hij mij eruit moest halen. Ik heb het op 11 juli 2020 aan [getuige 2] verteld.
(feit 7)
12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 5 september 2020, opgenomen op pagina 176 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 5] :
Ik, [slachtoffer 5] , geboren [geboortedatum] 2002, doe aangifte tegen [verdachte] wegens seksueel misbruik, gepleegd te Groningen tussen 1 juni 2020 en 10 augustus 2020. Ik dans op de dansschool [naam 1] en dans daar nu vier jaar in een team en doe ook aan wedstrijden mee. In april of mei kwam [naam 6] opeens naar mij toe. Ze vroeg aan mij wat mijn ambities waren in dans. [verdachte] en [naam 6] hadden overleg gehad dat ze vonden dat ik wel les kon geven. Ik wilde dat wel heel graag. Een week later riep [verdachte] mij naar zich toe. In het laatste jaar was hij ook echt de trainer van mijn team. Hij vroeg aan mij of ik ook met hem wilde stretchen. Ik ging met hem stretchen in zijn kantoor op de dansschool. Bij de derde of vierde keer gebeurden er dingen waarvan ik dacht: "Dit klopt niet helemaal." Bij het trainen droeg hij een grijze broek. Ik kwam er achter dat bij deze grijze broek een groot gat zat. Ik zag gewoon zijn penis daar uit steken. Ik zat op de grond, met mijn benen in de spreidzit. Ik zat tegen een bankje aan met mijn voeten. Hij zat op dat bankje en klemde zijn voeten om mijn benen daar achter neer. Hij tilde mij toen in een split. Ik lag zowat op zijn kruis. Ik heb dat als het ware in mijn gezicht gehad. De eerste keer voelde ik iets. De volgende keren tijdens het trainen ben ik op gaan letten. Ik zag toen dat het wel echt was wat ik zag. Hij had ontspanningsoefeningen. Ik moest mijn kaak open doen. Ik moest dan met mijn tong naar links en naar rechts. Mijn neus en kin aanraken. De laatste keren vroeg hij ook of ik op zijn duim wilde zuigen. Ik heb dat ook gedaan. Hij vroeg ook van “ga maar bijten”. Hij zei ook weleens: "ga maar harder zuigen". Ik moest zijn duim dan pakken, zodat ik verder naar voren zou komen, zodat ik verder in een split zou gaan zitten. Hij wilde ook altijd dat ik mijn hoofd recht zou houden. Ik zou dan precies met mijn hoofd bij zijn kruis komen. Ik weet zeker dat ik zijn penis weleens recht in mijn gezicht heb gehad. Ik heb het tegen mijn wang aan heb gevoeld. Ik moest dan ook weleens tussendoor even mijn wang afwegen omdat ik nattigheid voelde. Bij het stretchen zitten zijn bennen om mij heen. Ik zat echt vast en kon geen kant op. De ontspanningsoefening hield het volgende in: tong naar links, naar rechts, naar de neus en naar de kin en ademen. Kaak open, zei hij altijd. Ik moest dan zover mogelijk mijn tong uitsteken. En dan mijn neus en kin aantikken. En dan moest ik inademen en uitademen. Als ik mijn tong echt zo ver mogelijk zou uitsteken dan zou mijn tong zijn penis aanraken. Ik zag zijn penis dan. Ik probeerde heel vaak mijn hoofd zo neer te leggen dat zijn penis bij mijn kin zat en niet bij mijn mond. Hij schoof soms ook weleens wat naar achteren op de bank, zodat ik weer precies daar tegen aan zou komen. Ik heb zijn penis ook tegen mijn wang en mijn gezicht gevoeld. Ik voelde iets hards en slijmerigs. Zodra wij klaar zijn met trainen trekt hij ook altijd een andere broek aan. Die stretchoefeningen heb ik tussen de 8 en 10 keer met hem gedaan. Daarvan is er meerdere keren iets gebeurd wat niet had gemoeten. De eerste keer was ergens eind juni 2020 en de laatste keer was één van de laatste dagen van juli. Hij zei dat ik doordat ik stretchte steeds beter zou gaan worden. Ik keek ook wel tegen hem op. Ik ben het afgelopen jaar veel beter geworden. Ik mocht misschien naar het grootste team. Ze zijn Europees kampioen geworden en ze mochten dit jaar naar Amerika. Hij wist dat nog niet zeker, maar dat hij wel in zijn hoofd dat ik in dit team mocht. Ik kon [verdachte] niet wegduwen, want ik kon niet zo snel uit de stretchhouding komen. Dat duurt wel 10 of 15 minuten voordat je uit een stretch bent. Ook mentaal heb ik het maar gewoon laten gebeuren. Ik geloofde er heilig in dat ik er beter van werd en dat ik misschien in dat team zou komen. Ik kreeg ook van andere docenten heel veel complimenten. Ik dacht als ik naar hem luister, dan kom ik er wel of zo.
Op een gegeven moment is [slachtoffer 4] naar mij toegekomen en vertelde ze wat er gebeurd is. Zij is toen gestopt en ik ben nog doorgegaan met trainen omdat ik er van overtuigd werd, dat ik er beter van werd.
Ik heb er voor het eerst met [slachtoffer 4] over gesproken en vertelde dat het mij ook was overkomen. Met een paar vriendinnen van de dansschool zouden we een drankje doen in de stad. Daar was [slachtoffer 1] ook bij. Haar grootste droom is bij ons in het team komen. We zaten op een avond bij het [naam 1] . Ik was daar met [naam 2] , [naam 5] , [slachtoffer 1] en [verdachte] . [verdachte] zei tegen [slachtoffer 1] en [naam 2] dat ze meer moesten gaan stretchten. Toen was het al voorgekomen dat zijn penis eruit kwam. Zij durfde het niet te vragen aan hem, maar zij wilde ook stretchen met hem. [verdachte] vroeg toen aan haar of zij met hem wilde stretchen. Ik dacht dat zij eerst gewoon bij een muur zou gaan stretchen. Maar dat bleek niet zo te zijn. Ik vroeg haar nog hoe het was gegaan. Ze zei dat het heel pijnlijk was. De dag erna kwam zij naar mij toe. Ze zei dat we even moesten praten over het stretchen. Ze vertelde dat ze via snap contact had met hem. Ik was in een les en heb gezegd dat ze moest uitkijken.
(feit 8)
13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 6 september 2020, opgenomen op pagina 234 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 6] :
Ik, [slachtoffer 6] , geboren [geboortedatum] 2002, doe aangifte tegen [verdachte] wegens seksueel misbruik, gepleegd te Groningen. Ik ken [verdachte] als baas van de dansschool [naam 1] waar ik dans. Ik dans op hoog niveau en het liefste wil ik naar L.A. om daar te dansen. Ik wilde de split leren. Dus toen heb ik gevraagd of hij ook wilde stretchen met mij. Hij zei dat hij niet zo snel met iemand wilde stretchen. Hij wilde eerst iemand goed leren kennen, zei hij. Stretchen kon volgens hem een verkeerd beeld brengen. Na 3/4 maand zat ik achter de balie. Toen vroeg hij aan mij of ik echt gestretcht wilde worden. Ik zei: “Ja.” Toen moest ik in een bepaalde positie zitten om te laten zien hoe ver ik kwam met stretchen. Ik voelde zijn ding toen tegen mij. Het kwam echt onder mijn benen door. Daar begon het toen. Toen ging ik elke week stretchen, soms 2 keer in de week of 3 keer in de week. Na een tijdje merkte ik dat hij steeds meer aan mij begon te zitten. Bij het stretchen zit ik in een positie waarbij ik in een split voor hem zit, hij zit dan op de stretchbank. Zijn benen gaan over mijn benen met zijn hakken tegen mijn billen. Ik hou hem dan vast met beiden armen om zijn rug. Op deze manier rekt hij mijn spieren op. Maar ik heb in deze positie last van duizeligheid. Vooral als hij dan tegen mij praat. Ik moet dan echt mijn ogen dicht doen om me te concentreren. Dit doe ik om de pijn te vergeten. Hij had dan als tip om met mijn tong buiten mijn mond oefeningen te doen. Ik draaide mijn hoofd dan weg naar de zijkant, maar hij pakte dan mijn hoofd vast en draaide deze weer terug naar het midden. Mijn hoofd leunt dan tegen zijn buik aan. Ik voelde op een gegeven moment iets langs mijn wang. Dan zit hij dus met zijn hand daar, die ging dan wat naar achteren vanuit zijn lies. En toen voelde ik iets tegen mijn wang. Hij zei altijd tegen mij: “Ik doe iets voor jou, en jij doet iets voor mij.” Op 7 juli 2020 had ik een les. Hij zat toen te kijken en zei dat ik achteruit gegaan was. Dit was 2 of 3 weken later. Ik had een aantal keren de stretch overgeslagen omdat ik mij niet prettig voelde bij hem. Hij vroeg of ik na deze les een half uurtje wilde stretchen. Toen werd ik weer als altijd in de positie ingezet. Hij begon weer over die tong en dat fakete ik dus weer, hij zat weer met zijn handen aan mijn gezicht te voelen en toen voelde ik weer dat hij weer iets deed met zijn hand bij zijn broek en daarna voelde ik weer een ding, daarmee bedoel ik zijn piemel, tegen mijn wang. En toen hoorde ik hem zeggen: “Doe hem er maar in.” Ik zei: “Nee ik kom niet voor die shit.” Hij zei: “Ah toe, je hebt toch geen vriendje.” Ik ging door dat ik dat niet wilde. Hij dwong mij echt tot pijpen. Maar ik zat in een positie waar ik niet gelijk uit kon. Dat moet heel geleidelijk. Anders scheur je dingen. Ik werd door hem tegen gehouden en hij hield mij in de stretchpositie. Hij zei: “Je kunt het nog wel even volhouden, 20 seconden.” Ik wilde niet meer in deze positie blijven zitten, maar hij hield mij echt tegen. Hij haalde me uiteindelijk wel uit de stretchpositie. Ik voelde dat het zijn piemel was die tegen mijn wang zat. En hij zat elke keer met zijn hand zo bij zijn broek. Op een keer heb ik mijn ogen heel kort opgedaan. Ik zag toen zijn piemel. Ik zag dat hij stijf was. En ik voelde dat hij niet droog was, tegen mijn wang voelde het nat.
Met stretchen heeft hij altijd een grijze broek aan. Die had hij altijd aan. Hij kleedde zich dan om voor het stretchen. Ik ben gaan kijken in de doucheruimte nadat [verdachte] daar met een andere broek vandaan kwam, en ik zag een grijze broek liggen en ik zag een gat in die broek.
14. Een proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris d.d. 11 maart 2021, in houdend als verklaring van [slachtoffer 6] :
Ik liep destijds stage bij de dansschool en zat achter de balie. [verdachte] stretchte in die tijd met [slachtoffer 13] en [slachtoffer 9] . Ik wilde dat ook graag, omdat ik de spit en spagaat beter wilde leren. We wilden dat jaar naar LA. Ik wilde daarom ook graag stretchen. [verdachte] wilde dat eerst niet, hij wilde mij eerst beter leren kennen. Later wilde hij dat wel. Het team Prototype zou naar LA en ook nog een paar anderen. [verdachte] en [naam 6] beslisten over deelname aan het team. Prototype was het hoogste team. In LA werden de wereldkampioenschappen gehouden. We zouden daar ook lessen gaan volgen. Ik wilde graag verder in het dansen.
(feit 9)
15. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 6 september 2020, opgenomen op pagina 317 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 7] :
Ik, [slachtoffer 7] , geboren op [geboortedatum] 2002, doe aangifte tegen [verdachte] , wegens aanranding, gepleegd te Groningen. Ik ken [verdachte] als de eigenaar van de dansschool [naam 1] , waar ik danste. Hij had mij gebeld om in de dansschool kleding te passen voor het wedstrijdteam. Ik ging daarheen om te passen en was daar alleen met [verdachte] . Ik moest een body passen en hij zei dat het beter zou zijn als ik mijn beha uit zou doen. Dat deed ik. De body scheen door en de zijkanten waren open. Hij zei dat dit veel beter zat. Toen zei hij, omdat de zijkant van de body openstond, dat hij dat wel voor mij kon regelen. Ik zei dat ik dat zelf ook kon, als hij mij zou vertellen hoe dat moest. Hij zat er eerst een beetje aan, en hij ging steeds verder. Ik zei dat het toen genoeg was omdat daar niets geregeld hoefde te worden. Hij vertelde mij dat er iets mis zou zijn met mijn borsten zelf, van binnen, iets met zenuwen en dat het heel hard was. Hij zei dat hij dat weg kon masseren. Ik dacht nog steeds dat hij mij wilde helpen en hij weet ook dat ik heel onzeker ben over mijn borsten. Toen ging hij aan de zijkant masseren, daar waar het in de body open was. Het ging eerst normaal masseren, hij ging ook niet verder. Het was aan de zijkant open toen ging hij met zijn vingers erin en aan de onderkant van mijn borsten voelen. Ik zei dat dit niet de bedoeling was. Het was niet masseren maar voelen naar wat daar zat. Ik zei dat hij moest stoppen en ik vond het niet fijn. Hij hield op en bleef maar zeggen dat als hij niet zijn gang mocht gaan, ik mijn hele even er mee zou lopen. Hij ging maar zeggen dat het inwendig niet best was met mijn borsten. Mijn borsten zijn groot. Daarna linkte hij dat aan mijn rug- en nekklachten. Hij stelde toen voor om mijn rug te masseren en mijn nek ook te masseren. Ik zei hem dat ik al een massage kreeg van een vriendin van mijn moeder. Hij begon toen te dreigen dat als ik
dat niet zou doen, hij zag dat het mijn dansen beïnvloedde. Hij zei dat ik daardoor lelijk en slordig danste zo zei hij. Daarna ging hij dreigen dat als ik het niet zou doen dan werd het niet verholpen en dan zou ik zo blijven dansen en dan zou hij mij uit het team moeten gooien. Daar dreigde hij wel vaker mee. Hij begon met masseren van mijn nek en ging langzaam naar onderen. Toen hij op mijn borsthoogte zat gingen zijn handen niet recht naar beneden maar meer naar de zijkant van mijn borsten. Hij begon daar draaiende bewegingen te maken zo masseerde hij ook. Hij zei dat hij nog veel spanning voelde en hij wilde het oplossen. Ik zei tegen hem dat hij wel weer met mijn rug bezig mocht gaan anders zou ik gaan. Hij begon zijn stem te verheffen en zei dat hij wel weer met mijn rug bezig zou gaan. Hij praatte eerst heel rustgevend en zacht en vertrouwd. Ik schrok van die verheffing van zijn stem. Hij masseerde mij. Hij stopte op een gegeven moment en zei dat hij er iets voor terug wilde. Hij zei: “Ik help jou met jouw rugklachten, ik heb sinds kort een blessure bij mijn lies. Ik zou het fijn vinden als jij daar ook even zou masseren, dan helpen we elkaar.” Hij zette mijn hand bij zijn lies en maakte ronde bewegingen met zijn hand op mijn hand, zodat hij het als het ware voordeed. Wat mij als eerste opviel is dat hij een broek aan had met drie kleine gaten bij zijn kruis. Hij zei steeds in kleine en rustige stapjes dat ik mijn hoofd wat meer naar voren moest doen zodat hij er beter bij kon. Op een gegeven moment was ik heel dicht bij zijn geslachtsdeel. Ik merkte ook dat die stijf was. Ik stond er letterlijk oog in oog mee, omdat hij mij naar voren drukte omdat hij mijn rug masseerde en er druk op legde. Ik zei dat ik nu echt weg moest voordat mijn moeder daar zat te wachten. Hij zei dat ik nog heel even bij zijn lies moest gaan masseren, omdat hij er veel pijn aan had. Hij bracht mij weer in dezelfde positie, sneller dan dat ik kon beseffen en hij drukte mij veel sneller naar beneden en dichter bij zijn geslachtsdeel dan dat ik eerder zat. Hij was aan het masseren en mijn handen werden daar weer geplaatst. Ik voelde zijn geslachtsdeel tegen mijn wang aan, tegen mijn rechterkant. Ik schrok ervan omdat het echt hard was. Hij masseerde verder en ik voelde
dat hij met 1 hand van mijn rug afging en dat hij zijn broek liet afzakken. Dat heeft hij in drie/vier stapjes gedaan. Daarna begon hij zwaar te ademen, te hijgen. Op een gegeven moment kwamen er wat kreungeluiden bij. Maar hij drukte mijn hoofd naar beneden en hij was gestopt met mij te masseren. Hij drukte mijn hoofd echt hard naar beneden, het deed pijn. Hij was hardhandig. Het was niet subtiel meer, hij drukte mijn hoofd er echt tegen aan. Ik heb geprobeerd mij los te wurmen. Hij werd geïrriteerd. Hij zei dat ik hem beloofd had dat ik hem zou helpen. Ik zei dat ik nu echt weg moest. Hij stond op en zei dat hij dacht dat wij dezelfde gedachtes hierover hadden. Hij zei ook nog dat ik dit met niemand mocht bespreken omdat mensen daar rare gedachtes over zouden hebben. Dit moest onder ons blijven. Hij zei ook dat als het niet tussen ons zou blijven er gevolgen voor mij aan zouden komen. Ik heb meteen mijn ex-vriend [Getuige] gebeld. Het was net een paar dagen uit met mijn vriend. We hebben erover gepraat en hij is de enige die het weet.
Hij begon te dreigen dat ik slecht zou blijven en dat ik uit het team gezet kon worden. Het team is waar ik heel lang voor heb gestreden. Ik wilde er echt in. Toen ik er in zat deed ik er ook alles aan om in dat team te blijven. Dus als hij ergens mee dreigde dan luisterde ik wel echt naar hem. Ik wilde perse in dat team blijven. Ik liet hem mij masseren, omdat ik dacht dat hij mij echt zou helpen en ik dacht "masseer maar als ik daardoor in het team blijf". Ik schrok ook van zijn stemverheffing. Wat mij bang maakte, was dat hij veel controle had. Dit was in de eerste week van februari van 2020.
16. Een proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris d.d. 31 maart 2021, in houdend als verklaring van [slachtoffer 7] :
Het voorval waarover ik eerder heb verklaard, vond plaats op 7 februari 2020.
17. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 27 oktober 2020, opgenomen op pagina 634 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [Getuige] :
Mijn ex-vriendin [slachtoffer 7] vertelde mij over wat er met [verdachte] was voorgevallen. Ze belde mij en ze vroeg of ik naar haar toe wilde komen en ze klonk niet goed. Ze was volgens mij net van de dansschool gekomen en toen belde ze mij. Ze zei dat het niet goed ging. Ik ging er heen en toen heeft ze mij het hele verhaal verteld. Ze vertelde dat ze naar [naam 1] was gegaan en 1 op 1 was met hem. Ze vertelde dat ze kleding moest passen en volgens mij vertelde ze dat ze wilde omdraaien om zich om te kleden. Zij moest hem masseren en hij ging haar ook masseren. En het was geloof ik naast haar borst waar hij ging masseren. Zij moest [verdachte] ook masseren en hij zat in zijn blote shirt. En [slachtoffer 7] wilde hem niet masseren en dat ze geïntimideerd werd dat ze door moest gaan. Ze was enorm verdrietig en ook wel in shock. Ze was bang omdat ze het niet mocht door vertellen. Volgens mij moest zij haar bh ook nog uit doen en toen ging hij haar aan de zijkant van de borsten masseren. Ze zei dat ze de edele delen van hem voelde toen ze moest masseren. Het was meer van masseer me en ga gewoon door. Ze wilde dat niet en hij zei dat ze door moest gaan en uiteindelijk ging ze beneden masseren. Dit gesprek heeft in de koudere periode van het jaar 2019-2020 plaatsgevonden.
(feit 10)
18. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 6 oktober 2020, opgenomen op pagina 388 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 8] :
Ik, [slachtoffer 8] , geboren [geboortedatum] 2000, doe aangifte tegen [verdachte] vanwege seksueel misbruik gepleegd in de periode van 1 maart 2017 en 12 april 2017 te Groningen. Ik danste daar en liep er stage in die periode. Op een stagedag in maart of april 2017 was ik in de dansschool aan het schoonmaken. Ik had een shirtje met knoopjes aan en het bovenste knoopje was los dus het was vrij dicht. Hij zei dat hij het zo niet aan kon zien en dat ik hem aan het afleiden was. Hij zei dat hij in de verleiding kwam om mij zo te zien. Dat hij niet kon werken als hij mij zo zag. Toen ben ik gaan stofzuigen in de kleedkamers. Hij was in zijn kantoor. Hij kwam opeens binnen. Hij gooide toen de deur dicht. Hij ging voor mij staan. Toen zei die dat ik echt mijn knoopje dicht moest doen. Ik zei dat ik het zelf wel zou doen. Ik liep naar de spiegel in de kleine zaal om het te doen. Het lukte niet en toen ging hij voor mij staan om het zelf dicht te doen en toen heb ik zijn hand weg geduwd. Hij ging met zijn hand naar mijn borst. Ik zei dat ik weg wilde. Hij zei dat als hij iets wilde dat hij dan allang iets met mij had kunnen doen. Hij bleef opmerkingen maken over hoe ik eruit zag en dat ik er volwassen uit zag en dat dit een trigger voor mannen kan zijn om iets met mij te doen. Hij zei dat ik geluk had dat hij zich in kon houden omdat hij anders allang iets met mij kon doen omdat hij veel sterker en ouder was. Hij kwam steeds dichterbij staan en op een gegeven moment heb ik hem weggeduwd en ben ik weggerend. Ik heb mijn stage afgerond en ben nooit meer op de dansschool geweest. Hij greep naar mijn borst om, naar zijn mening, het knoopje dicht te doen. Terwijl het knoopje daar helemaal niet zat. Dit was in april of maart 2017. Ik voelde dat hij mijn borst echt vastpakte.
Ik heb nog wel screenshots en een spraakmemo van toen ik het vertelde. Dat heb ik op 12 april 2017 in de groeps-app gestuurd.
19. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 8 oktober 2020, opgenomen op pagina 406 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Mij is verzocht een whatsapp spraakbericht, ingesproken door [slachtoffer 8] uit te werken Hieronder volgt een woordelijke weergave van het spraakbericht:
Spraakbericht. Ingesproken door [slachtoffer 8] .
Ik was net bij de wc, dus ik ging schoonmaken. Toen zei [verdachte] opeens van, ja [slachtoffer 8] , als jij zo, als jij je zo kleedt kan ik me echt niet concentreren. Kun je niet wat anders aan doen of zo.Ik denk je kan ook niet kijken. Toen zei die nog een keer van, ja dit kan echt niet, ik kan mijn ogen niet van je afhouden. Dus ik zei ,nou je kan toch ook gewoon niet kijken. Ik vond het zo raar, ik dacht echt, wat doe jij. En opeens ik ging ik ging toen mijn doekje schoonmaken bij de wasbak, en toen zei hij, hoe oud ben jij nu [slachtoffer 8] ? Ik zei 16. Toen zei hij, Oh my god. Blessed girl. You’re so blessed. Ik dacht oh my god. Dus ik reageerde er niet op. Ik dacht, doe normaal En toen, uh, oh ja, toen ging ik stofzuigen en toen zei hij zo van ja, kun je ook achter voor mij, Oh nee oh my god hij zat zeg maar achter die balie en toen, oh ja, hij had het weer over die massage die ik hem zogenaamd zou geven, bla bla Dus hij zei opeens, van ja, ga je mij nog die massage geven , dus ik zei zo van nee. Toen zei hij, jawel, je moet me gewoon die massage geven. En ik was toen de tweede zaal aan het schoonmaken, en toen zei hij, als je mij een massage geeft, dan mag je daarna gewoon naar huis. Dus ik zei zo van, nee hoeft niet hoor. Toen zei die zo van ja maar ik wil echt een massage van jou. Dus ik zweer het, ik werd echt gek, toen al. Toen op een gegeven moment was ik de kleedkamers aan het stofzuigen en toen zei hij zo, wil je straks ook achter voor me stofzuigen en toen dacht ik al, Oh hell no ik wil echt niet naar achter en dat hij dan daar weer komt. Ik vind hem echt zo scary nu en het ergste komt nog.Ik was zo echt in shock. Ok dus ik zou achter stofzuigen , en toen, oh ja dat was het.
Ik had zeg maar een shirt aan waar knoopjes aan zaten, aan de bovenkant. En ik had de onderste 3 knoopjes dicht. Je zag eigenlijk , je zag precies niks Hij had gevraagd of ik die knoopjes wou dicht doen, maar ik had daar niet echt aan gedacht of zo, weet ik veel.
Toen kwam die daar en zegt hij heb je nog steeds die knoopjes open, ik kan dit echt niet aan zien. Ik dacht van ok, ik dacht ...ik probeerde dat knoopje dicht te doen, ik ga gewoon verder
En hij ging weg. Ik ging verder met schoonmaken, en toen op een gegeven moment
Ik was in kleine zaaltje en hij was in zijn kantoorruimtetje, weet je wel, zijn slaapplek nu of zo, en toen zei hij zeg maar, ja [slachtoffer 8] kom eens, kom eens. Dus ik zei nee, ik dacht ik wil niet ik wil niet. Ik dacht hij gaat me verkrachten of zo. Oh ja bij de balie toen zei hij van oh ja die massage. Ik zei, ja alles kan en toen zei ik zo van ga ik echt niet doen. Toen zei hij we kunnen ook andere dingen doen. Toen dacht ik oh my god you are going way to far bitch. Dit kan echt niet. En toen, ok Nu komt het. Ik zweer je ik wou zo hard janken. In dat kleine zaaltje. Hij zei ja kom eens. Ik zei nee. Oh waarom niet waarom niet, doe niet zo gemeen, kom gewoon even. Ik ga niets raars doen. En toen dacht ik al van, oh my god . Dit is niet goed. Ok en ik kwam dus niet ik wou gewoon weglopen. Want ik had die stofzuiger nog
Ik dacht ok Rennen form y life. Maar dat kon niet want, Ok kijk let op kijk wat hij deed. Toen kwam hij naar mij toe. Hij pakte mij vast duwde die deur dicht, want ik wou de deur open doen en hij duwde de deur dicht. Hij zei je gaat niet weg. Ik zweer het. Ik dacht echt, oh my god, ik dacht echt hell no wtf is going on. Hij zei je gaat nu dat knoopje dicht doen Hij pakte gewoon mijn tiet om dat knoopje gewoon dicht te doen en toen Toen trok hij gewoon mijn shirt naar hem toe om in mijn shirt te kijken echt En toen duwde ik hem weg. Ik werd echt gek he. Ik zei wtf doe normaal. Ik wist echt niet wat er gebeurde. En toen zei ik van mag ik aub weg en Toen zei hij doe niet zo gemeen dit kan toch gewoon bla bla. Toen zei ik nee dit kan echt niet dit is niet normaal. Laat me aub weggaan nu. Toen zei hij hoezo kom even mee. We gaan niets doen. We gaan niks geks doen. I don’t care, ik wil dit niet ik wil nu weg. Ik wou die deur weer open doen en toen duwde hij de deur weer dicht Hij pakte mij gewoon vast en zei hij [slachtoffer 8] . Toen bleef hij mij lang aankijken en ik dacht, oh my god. Ik
kon zo hard janken Toen zei hij je bent echt een pracht van een vrouw je hebt echt geluk dat ik me in kan houden. Sommige mannen kunnen dat niet. En ik moet echt moeite doen om me nu in te houden. Sommige mannen kunnen dat niet en je moet daar echt mee oppassen.
Hij zat de hele tijd aan me en zo. Ik wil zo graag stoppen daar met stage nu. Oh my god ik kan niet eens echt iets over zeggen. Ik vind het zo erg wat daar gebeurde. Ik besef het nog steeds niet. Ik durf echt niet meer alleen met [verdachte] in de dansschool te zijn, want de volgende keer, oh.
(feit 11)
20. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 4 september 2020, opgenomen op pagina 275 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 9]
Ik, [slachtoffer 9] , doe aangifte van aanranding door mijn dansleraar [verdachte] , gepleegd te Groningen. Ik wilde doorgaan met mijn passie, namelijk dansen. Ik wilde terug naar het niveau waar ik op zat en had een goede trainer nodig die mij daar weer kon brengen. Ik ben naar [verdachte] gestapt en heb hem ook in vertrouwen genomen over dat het niet goed met me ging. Ik moest verplichte lessen volgen en we hadden gesprekken.
Ik heb één keer met hem gestretcht in zijn kantoor. Hij zat op de bank en ik zat ervoor. Ik heb kennis van stretchen, door mijn turn verleden. Stretchen hoort van achteren. Iemand duwt je van achteren naar voren. Hij trok je juist naar voren. Dat is net anders om. Hij zei dat hij zich om ging kleden en hij deed een andere broek aan. Hij legde kussentjes neer. Hij ging op de bank zitten. Ik ging zitten. Ik ging met mijn rug naar hem toe zitten in de stretch positie. Zo ben ik het gewend. Hij zei dat ik om moest draaien en zo kwam ik dus met mijn gezicht naar hem toe. Hij drukte mij naar zich toe. Ik kwam met mijn hoofd op zijn buik. Ik voelde met mijn kin en mijn wang zijn harde geslachtsdeel.
Toen zag en benoemde hij dat ik last van mijn schouder had. Hij begon mij te masseren op mijn rug. Hij zei dat ik helemaal vast zat. Hij zei: “Kom, kom mee. Ik masseer je." Ik ben meegegaan naar zijn kamer. Ik moest mijn shirt deels uit doen. Hij ging richting mijn borst. Het was niet vol mijn borst, maar aan de zijkant. Hij zei: “Ik zit niet aan je borst hoor, maar je klieren zitten ook helemaal vast.” Ik voelde direct dat het niet oké was, maar toch liet ik het toe. Ik dacht dat het erbij hoorde. Hij zei dat ik klieren bij mijn borsten had en die zou ik moeten masseren onder de douche. Hij heeft dat ook aangeraakt. Hij ging met zijn handen langs mijn borsten, rondom. Enige tijd later moest ik met hem de zaal in. Ik moest me uitkleden en ik had alleen mijn string nog aan. Hij zei dat dit was voor mijn zelfverzekerdheid.
Op een gegeven moment moest ik bukken. Dat voelde heel ongemakkelijk. Ik stond met de zijkant van mijn lichaam naar de spiegel, moest bukken en naar mezelf kijken. Ik moest naar hem toelopen. Hij heeft me toen gemasseerd. Hij zat toen ook weer aan mijn borsten.
Hij zei op een gegeven moment dat het genoeg was, het was goed zo. We zouden de volgende keer een stapje verder gaan.
Ik ben één keer wezen stretchen. Hij drukte mijn hoofd dan tegen zijn geslachtsdeel. Hij zat op een bank. Ik zat op de grond. Als je stretcht zit je in de split. Ik zat op de grond. Je handen en armen horen achter je rug. hij zat dus voor mij en trok mij naar zich toe. Hij bracht mijn gezicht richting zijn kruis. Ik wendde mijn hoofd af, want ik voelde zijn geslachtsdeel in mijn gezicht. Hij zei dat ik moest ontspannen en hij bracht mijn hoofd weer in de richting van zijn geslachtsdeel. Ik voelde aan alles dat het niet oké was. Ik zat in een onmogelijke positie.
Voordat we gingen stretchen zei hij dat hij een andere broek aan ging doen. Ik kan me nog herinneren dat er een soort gat in zat Deze stretch was eind 2019, begin 2020.
Ik heb hierover gesproken met [naam 6] . [naam 6] is haar roepnaam. Dit was ergens in maart 2020. Ik heb het haar verteld. Het naakt voor de spiegel staan, het stretchen.
21. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 september 2020, opgenomen op pagina 289 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Op 2 september 2020 is een aangifte opgenomen van [slachtoffer 9] . De goede pleegdatum/tijd is: vanaf begin 2019 tot en met begin 2020.
22. Een proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris d.d. 27 mei 2021, in houdend als verklaring van [naam 6] :
[slachtoffer 4] was een leerling van mij. Ik ken haar van de danssschool. Ik wist ook dat zij stretchte met [verdachte] . Ze volgde met [slachtoffer 5] een docententraject. Ze stretchte alleen met [verdachte] . Zij heeft mij verteld dat [verdachte] daarbij een gat in zijn broek had en dat zij haar tong moest uitsteken tijdens het stretchen en dat zij dat niet prettig vond. Ze wilde daarom stoppen met stretchen. Ik vond het tonguitsteken ‘shocking’. [slachtoffer 4] heeft ook verteld dat zij vond dat zij te dicht bij zijn geslachtsdeel kwam.
[slachtoffer 9] ken ik ook via de dansschool. Ze heeft mij over een training met [verdachte] verteld. Ze moest zich uitkleden. Ik denk dat het een jaar of twee geleden is. Het was heftig voor haar om te vertellen. Zij vertelde mij het eerder dan [slachtoffer 4] .
23. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 7 september 2020, opgenomen op pagina 340 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 10] :
Ik, [slachtoffer 10] , doe aangifte van aanranding door [verdachte] , gepleegd te Groningen in de periode tussen 1 september 2019 en 15 juli 2020.
Ik dans bij [naam 1] . Ik ben daar in een demoteam gekomen. Dan kun je extra trainingen krijgen. Ik kreeg extra trainingen van de baas: [verdachte] . Je komt via auditie in het demoteam. [naam 6] en [verdachte] zitten in de jury.
Ik ben een aantal keren gaan stretchen met [verdachte] . Hij zei dat ik bepaalde dingen moest doen met mijn tong om mij af te leiden van de pijn. Ik moest mijn tong omhoog en naar beneden doen. Op een gegeven moment deed ik alsof omdat hij dan heel dichtbij zat. Hij ging met zijn vinger langs mijn mond om mij af te leiden. Daardoor kwam ik in aanraking met zijn geslachtsdeel, dat voelde ik bij mijn kin. Ik voelde ook dat hij harder werd. Het is één keer gebeurd. Mijn moeder was ziek en ik gebruikte dat als excuus om niet bij hem te hoeven stretchen.
[verdachte] is mijn trainer voor de demo-teams. Hij kon dan als we op een wedstrijd tweede werden zeggen hoe slecht we waren. Alles lag dan aan ons. Hij wist hoe hij je mentaal in zijn macht kon krijgen. Hij kon dan in één keer een hele choreografie voordoen en dan zei die dat wij dat in één keer moesten doen. Als dat niet lukte zei hij hoe slecht we wel niet waren.
Ik heb drie keer met hem gestretcht. Hij had een bank en kussens aan de zijkant. Daar moest je dan je benen tegenaan doen. Hij tilde je dan op en trok je dan naar voren. Hij pakt je dan onder je armen en trekt je naar voren. Hij zit dan op de bank, ook met zijn benen wijd. We kijken elkaar dan aan. Hij zit iets hoger dan ik want ik zit op de grond. Mijn gezicht zit ter hoogte van mijn buik. Zijn benen zijn dan wijd open en over die van mij heen. Er zat geen ruimte tussen mijn hoofd en zijn buik. Dan houdt hij mij in de positie. Dan moet je dat met je tong doen. Uitsteken en het puntje van je neus aanraken, daarna je kin en dan van links naar rechts. Hij zegt dat je dan met iets anders bezig bent dan met de pijn, het doet namelijk erg pijn. Hij zegt steeds: “Ontspannen, ontspannen.” Hij droeg altijd een grijze broek met een gat erin ter hoogte van zijn geslachtsdeel. Deze droeg hij alleen tijdens het stretchen. Ik zag er vlekken in. Doordat ik met mijn kin tegen zijn geslachtsdeel aan zat, voelde ik deze wel steeds meer tegen mijn kin aankomen en voelde ik dat zijn geslachtsdeel steeds stijver werd.
Als het stretchen afgelopen was, ging hij masseren. Dan moest je met je buik op de bank hangen. Ik had een boxer aan. Hij deed de pijpjes van de boxer iets opzij. Hij gaat dan naar beneden op mijn kont de knopen eruit wrijven. Zijn handen gingen over de knopen op mijn billen. Dan vroeg hij: “Heb je hier nog pijn of hier nog pijn”, en dan ging hij ook wel eens tussen mijn benen, over mijn geslachtsdeel. Op een plek waar ik dat niet wilde, hij had daar geen toestemming voor. Hij heeft dat één keer aangeraakt met zijn hand. Ik had niet het gevoel dat ik hem kon weigeren.
De eerste keer van het stretchen was ongeveer een jaar geleden. De laatste keer was ergens in de maand juli van dit jaar. De eerste paar keer was snel achter elkaar. Dat was vorig jaar september. Daarna heeft er een hele tijd tussen gezeten. De eerste keer in juli is er niets gebeurd en de tweede keer heb ik net beschreven. Zijn geslachtsdeel heb ik alleen de laatste keer dit jaar in juli gezien. Als mijn moeder niet ziek was geweest dan denk ik dat ik door was gegaan met die lessen, vanwege de druk denk ik of ik had een andere smoes bedacht. Ik had niet de durf om tegen hem te zeggen dat ik dit niet wilde.
24. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 11 september 2020, opgenomen op pagina 367 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 11] :
Ik, [slachtoffer 11] , doe aangifte van seksueel misbruik door [verdachte] , gepleegd te Groningen. Het is tussen september, oktober, november en december 2019 gebeurd. Ik geef les bij [naam 1] . [verdachte] sprak mij aan. Hij zei : “Ik zie dat je lenig bent, maar je kan hier en hier nog aan werken.” Hij zei dat ik iets had met de spier vanuit mijn rug/heup naar mijn hamstring. Ik zou dan met hem kunnen gaan stretchen. Hij zei dat ik als professioneel danser meer kon bereiken. Ik heb ook gezegd dat ik wel hoger op wilde en daar hulp bij wilde. De eerste keer was op een zaterdag. Ik ging me daarna opwarmen en toen ging ik met [verdachte] stretchen. Hij had een slaapbank. Ik moest daar in de kikkerhouding opzitten. Hij ging dan boven op mij zitten. Ik kon elke keer verder. Dit was niet direct raar. Later moet ik met gestrekte benen op de grond zitten. Hij zat dan op de bank. Zijn benen wijd. Hij trok mij dan met zijn armen in de richting van zijn lul. Op een gegeven moment kon ik zover dat ik met mijn gezicht bij zijn lul kwam.
[verdachte] deed ook altijd een andere broek aan als we gingen stretchen. . Ik kan me nog goed herinneren dat ik ter hoogte van zijn kruis vlekken zag. Ik rook en zag zijn lul gewoon. Hij heeft me ook een keer gemasseerd bij mijn bil. Hij voelde een knoop in mijn bilspier. Hij heeft mij wel gevraagd of hij aan mijn bil mocht komen. Ik zei dat dit mocht als het daardoor beter werd. Hij ging alleen veel verder dan nodig; hij ging helemaal richting mijn vagina.
Ik zat vorig jaar in het team Prototype. Ik stretchte in de periode van september tot en met december 2019 twee keer in de week met [verdachte] . Hij zat dan voor mij. Hij had mij geklemd met zijn voeten. Hij had zijn armen onder mijn oksels door. Ik zat eigenlijk klem. Hij zat dan dus op de bank. Hij leunde dan naar achteren waardoor mijn lichaam naar voren ging. Mijn benen konden nergens heen, want er zaten ook kussens bij de benen. Ik kon niet uit mezelf terug. Dat moest wel langzaam gebeuren. Mijn hoofd zat ter hoogte van zijn onderbuik en bij zijn lul. Als hij naar achteren ging kwam je bij zijn lul. Ik zat daar zo rond de 20 centimeter vandaan. Ik heb wel eens aangegeven dat het er warm en benauwd was. Ik draaide dan mijn hoofd naar de zijkant, maar dit mocht niet. Ik moest recht vooruit blijven kijken.
Het masseren van mijn bil in de maand november of begin december 2019. Ik gaf aan dat ik spierpijn had. Hij vroeg toen of hij het mocht masseren. Dat mocht wel. Hij ging alleen veel verder dan had gehoeven. Hij ging letterlijk met zijn hand in mijn legging of joggingbroek.
Zijn hand ging tot aan de onderkant van mijn bil, aan de binnenkant. Echt richting mijn vagina. Tijdens de bilmassage voelde ik ook de piemel van [verdachte] . Hij zat achter mij op zijn knieën. Hij had mij vast met zijn handen. Hij drukte zijn bekken tegen mijn kont. Zijn piemel tegen mijn kont, zo één keer heel snel.
(feit 12)
25. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 29 oktober 2020, opgenomen op pagina 409A e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 12] :
Ik, [slachtoffer 12] , geboren op [geboortedatum] 2002, doe aangifte tegen [verdachte] van aanranding, gepleegd toen ik ongeveer 14 jaar oud was. Ik zat in het team Prototype. Op feestjes van de dansschool, waar het team Prototype en docenten kwamen, zat [verdachte] vaak aan mijn kont en kneep daar ook in. Vluchtig gebeurde dat. Ik weet dat ik het twee keer echt goed voelde, een tik op de kont of knijpen. En een keer dat ik echt goed voelde dat hij kneep en dat duurde ook lang.
26. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 30 september 2020, opgenomen op pagina 561 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 2] :
Ik ben sinds 2015 docent bij [naam 1] . Ik heb gezien dat [verdachte] bij een feestje van de dansschool aan de kont van [slachtoffer 12] zat. Hij zat naast haar en raakte haar kont aan over de kleding.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 24‑09‑2021
Uitspraak 23‑09‑2021
Inhoudsindicatie
Inhoudsindicatie: Dansschoolhouder veroordeeld tot onder meer een gevangenisstraf van 7 jaren, een beroepsverbod en een contactverbod voor het plegen van meerdere zedenmisdrijven, waaronder verkrachting, poging tot verkrachting en aanranding van zowel minder- als meerderjarige vrouwelijke dansers. Deze feiten werden veelal tijdens of na individuele trainingen gepleegd. Overwegingen over betrouwbaarheid van het bewijs, het bewijsminimum en dwang door feitelijkheden. Zie ECLI:NL:RBNNE:2021:4177 van de bewijsmiddelen.
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/226993-20
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 24 september 2021 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] ,
wonende te [straatnaam] , [woonplaats] ,
thans gedetineerd in [instelling] te [plaats] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 22 december 2020, 12 maart 2021, 28 mei 2021 en 24, 26, 27 augustus en 10 september 2021.
Verdachte is bij de inhoudelijke behandeling verschenen, bijgestaan door mr. R.P. Eefting, advocaat te Assen.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L.G. de Graaf.
Tenlastelegging
Aan verdachte is, na nadere omschrijving en wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 28 juli 2020 tot en met 27 augustus 2020, op diverse
data, te Groningen, (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of
bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het
ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het
seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten het brengen van zijn
penis in de mond van die [slachtoffer 1] en het betasten/aanraken van de borsten van die [slachtoffer 1] ,
en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en)
en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij,
verdachte:
- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij meer moest gaan stretchen, zodat zij beter
zou gaan dansen en/of bij het demoteam kon komen en/of (vervolgens) heeft
aangeboden om die [slachtoffer 1] te helpen bij het stretchen en/of
- de deur van de dansschool op slot heeft gedraaid en/of
- die [slachtoffer 1] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar
die [slachtoffer 1] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en/of (daarbij)
voor die [slachtoffer 1] is gaan zitten, waarbij zijn kruis zich ter hoogte van het hoofd van
die [slachtoffer 1] bevond en/of
- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij in zijn, verdachtes, penis moest bijten en/of
hem moest pijpen, waardoor zij in het demoteam kon komen en/of
- die [slachtoffer 1] in een zogeheten vlinderstretch (kleermakerszit) heeft gebracht en/of
(daarbij) zijn benen over de benen van die [slachtoffer 1] heeft gebracht en/of (daarbij)
het hoofd van die [slachtoffer 1] richting zijn, verdachtes, kruis heeft geduwd/gebracht
en/of
- de borsten van die [slachtoffer 1] (onverhoeds) heeft betast/aangeraakt terwijl zij aangaf
dat niet te willen/met haar hoofd schudde, en/of
- zijn penis in de mond van die [slachtoffer 1] heeft geduwd en/of gebracht en/of (daarbij)
zijn hand op het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gehouden, terwijl die [slachtoffer 1] in een
stretchpositie lag/zat en/of is doorgegaan met het plegen van voornoemde
handeling, terwijl die [slachtoffer 1] had aangegeven dat ze niet wilde en/of terwijl die
[slachtoffer 1] aan het kokhalzen was,
en/of terwijl hij, verdachte, de dansdocent en/of de eigenaar van de dansschool van die
[slachtoffer 1] was, waardoor die [slachtoffer 1] afhankelijk van hem, verdachte, was om bij het
demoteam van de dansschool te komen en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van de
afhankelijke en/of ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 1] zich ten opzichte van hem,
verdachte, bevond;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 28 juli 2020 tot en met 27 augustus 2020, op diverse
data, te Groningen, (meermalen) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of
opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum]
2003, door zijn penis in de mond van die [slachtoffer 1] te brengen en/of de borsten van die
[slachtoffer 1] aan te raken en/of te betasten, terwijl hij de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 1] was;
2.
hij in of omstreeks de periode van 1 november 2019 tot 1 maart 2020, op diverse data, te
Groningen, (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met
geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van
een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel
binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten:
- het brengen van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina, althans tussen de
schaamlippen, van die [slachtoffer 2] en/of
- het betasten van de borsten en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer 2] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, ontblote penis tussen de benen van die [slachtoffer 2]
en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld
of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:
- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij haar doel om als professioneel danseres in
Amerika te werken, niet zonder zijn hulp zou bereiken en/of
- heeft aangeboden om die [slachtoffer 2] te helpen bij het stretchen, zodat zij een betere
danseres zou worden en/of
- die [slachtoffer 2] een half uur, in elk geval gedurende enige tijd, in een stretchpositie (te
weten een splithouding) heeft laten zitten, waar die [slachtoffer 2] niet zonder hulp van
hem, verdachte, uit kon komen en/of (vervolgens)
- na het stretchen de (pijnlijke) liezen van die [slachtoffer 2] heeft gemasseerd, waarbij hij,
verdachte, onverhoeds zijn vinger(s) in de vagina, althans tussen de schaamlippen,
van die [slachtoffer 2] heeft gebracht en/of is doorgegaan met het plegen van
voornoemde handeling(en), terwijl die [slachtoffer 2] had aangegeven dat ze niet wilde
en/of
- de borsten van die [slachtoffer 2] heeft gemasseerd en/of (daarbij) heeft gezegd dat hij
de klieren van die [slachtoffer 2] aan het masseren was, zodat zij minder vaak verkouden
zou zijn
en/of terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer van die [slachtoffer 2] was en/of de eigenaar
van de dansschool was waar die [slachtoffer 2] werkzaam was en/of (aldus) misbruik heeft
gemaakt van de afhankelijke en/of ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 2] zich ten
opzichte van hem, verdachte, bevond;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 november 2019 tot 1 maart 2020, op diverse data, te
Groningen, (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met
geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het dulden van een
of meer ontuchtige handelingen, te weten:
- het betasten van de borsten en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer 2] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, ontblote penis tussen de benen van die [slachtoffer 2]
en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld
of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:
- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij haar doel om als professioneel danseres in
Amerika te werken, niet zonder zijn hulp zou bereiken en/of
- heeft aangeboden om die [slachtoffer 2] te helpen bij het stretchen, zodat zij een betere
danseres zou worden en/of
- die [slachtoffer 2] een half uur, in elk geval gedurende enige tijd, in een stretchpositie (te
weten een splithouding) heeft laten zitten, waar die [slachtoffer 2] niet zonder hulp van
hem, verdachte, uit kon komen en/of (vervolgens)
- na het stretchen de (pijnlijke) liezen van die [slachtoffer 2] heeft gemasseerd, waarbij hij,
verdachte, onverhoeds zijn vinger(s) in de vagina, althans tussen de schaamlippen,
van die [slachtoffer 2] heeft gebracht en/of is doorgegaan met het plegen van
voornoemde handeling(en), terwijl die [slachtoffer 2] had aangegeven dat ze niet wilde
en/of
- de borsten van die [slachtoffer 2] heeft gemasseerd en/of (daarbij) heeft gezegd dat hij
de klieren van die [slachtoffer 2] aan het masseren was, zodat zij minder vaak verkouden
zou zijn
en/of terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer van die [slachtoffer 2] was en/of de eigenaar
van de dansschool was waar die [slachtoffer 2] werkzaam was en/of (aldus) misbruik heeft
gemaakt van de afhankelijke en/of ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 2] zich ten
opzichte van hem, verdachte, bevond;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 november 2019 tot 8 december 2019, te Groningen,
(meermalen) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid
toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] 2001) door het betasten
van de borsten en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer 2] en/of het brengen van zijn,
verdachtes, ontblote penis tussen de benen van die [slachtoffer 2] , terwijl hij de dansdocent/
trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 2] was;
3.
hij in of omstreeks de periode van 1 september 2019 tot en met 24 augustus 2020, op
diverse data, te Groningen, (meermalen) ter uitvoering van het door verdachte
voorgenomen misdrijf om door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met
geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] 2005) te dwingen tot
het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het
seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] :
- tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd dat zij meer moest gaan stretchen, zodat zij
leniger zou worden en/of beter zou gaan dansen om haar doel om als
professioneel danseres in Amerika te werken en/of les te geven op een dansschool
te bereiken en/of (vervolgens) heeft aangeboden om die [slachtoffer 3] te helpen bij het
stretchen en/of
- tegen [slachtoffer 3] heeft gezegd dat zij op haar 16e les mocht geven op zijn,
verdachtes, dansschool en/of
- die [slachtoffer 3] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar
die [slachtoffer 3] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en/of
- die [slachtoffer 3] bij de rug heeft vastgehouden en/of tegen de bank heeft
aangetrokken, terwijl die [slachtoffer 3] in die (pijnlijke) stretchpositie zat, met haar
hoofd tegen zijn, verdachtes, buik en/of (waarbij) hij, verdachte, een broek droeg
waarvan de knopen open waren en zijn penis door deze opening heen kwam
en/of
- aan die [slachtoffer 3] heeft gevraagd of zij hem, verdachte, wilde pijpen en/of
- tegen [slachtoffer 3] heeft gezegd dat als zij hem, verdachte, zou pijpen, zij
minder buik- en/of rugspieroefeningen hoefde te doen
en/of terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool
van die [slachtoffer 3] was en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en/of
ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 3] zich ten opzichte van hem, verdachte,
bevond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 september 2019 tot en met 24 augustus 2020, op
diverse data, te Groningen, (meermalen) ter uitvoering van het door verdachte
voorgenomen misdrijf om met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] 2005, die de leeftijd van
twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer
ontuchtige handelingen te plegen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel
binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , te weten het (tijdens het stretchen)
brengen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer 3] :
- tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd dat zij meer moest gaan stretchen en/of
(vervolgens) heeft aangeboden om die [slachtoffer 3] te helpen bij het stretchen en/of
- die [slachtoffer 3] in een stretchpositie (te weten een spagaat/splithouding) heeft
gebracht, waarbij die [slachtoffer 3] met haar hoofd tegen zijn verdachtes, buik kwam
en/of waarbij hij, verdachte, een broek droeg waarvan de knopen open waren en
zijn penis door deze opening heen kwam en/of
- aan die [slachtoffer 3] heeft gevraagd of zij hem, verdachte, wilde pijpen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 september 2019 tot en met 24 augustus 2020, op
diverse data, te Groningen, (meermalen) met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] 2005, die
toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer
ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het brengen van die [slachtoffer 3] in een
stretchpositie (te weten een splithouding), waarbij die [slachtoffer 3] met haar hoofd tegen zijn
verdachtes, buik kwam en/of waarbij hij, verdachte, een broek droeg waarvan de knopen
open waren en zijn penis door deze opening heen kwam en/of het (daarbij) vragen aan
die [slachtoffer 3] of zij hem, verdachte, wilde pijpen;
4.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 24 augustus 2020, op diverse
data, te Groningen, (meermalen) met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] 2005, die toen de
leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige
handelingen heeft gepleegd, te weten het (tijdens het masseren) betasten van de vagina
en/of de borsten en/of de billen van die [slachtoffer 3] ;
5.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot 1 januari 2017, op diverse data, te
Groningen, (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met
geweld of een andere feitelijkheid, (telkens) [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het dulden
van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het betasten van de borsten en/of de
vagina van die [slachtoffer 4] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of
die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:
- tegen [slachtoffer 4] heeft gezegd dat zij door hem, verdachte, zich moest laten
masseren, omdat zij anders geen danslessen meer mocht volgen in zijn
dansschool en/of
- tijdens voornoemde massage onverhoeds de borsten en/of de vagina van die
[slachtoffer 4] heeft betast en/of
- is doorgegaan met het betasten van de borsten van die [slachtoffer 4] , nadat zij
verdachtes handen had weggedrukt
en/of terwijl die [slachtoffer 4] de stiefdochter van hem, verdachte was en/of terwijl hij,
verdachte, de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 4]
was, waardoor die [slachtoffer 4] afhankelijk van hem, verdachte, was om (beter) te kunnen
dansen en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en/of ondergeschikte
positie waarin die [slachtoffer 4] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot 1 januari 2017, op diverse data, te
Groningen, (meermalen) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind en/of met
de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 4]
(geboren op [geboortedatum] 1999) door het betasten van de borsten en/of de vagina
van die [slachtoffer 4] , terwijl hij de stiefvader en/of de dansdocent/trainer en/of de eigenaar
van de dansschool van die [slachtoffer 4] was;
6.
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2020 tot en met 24 augustus 2020, op diverse
data, te Groningen, (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging
met geweld of een andere feitelijkheid, (telkens) [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot het
dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het houden van zijn,
verdachtes, penis tegen de wang en/of de lippen, althans tegen en/of bij het gezicht, van
die [slachtoffer 5] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging
met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:
- tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat haar buik- en/of bilspieren niet stevig genoeg
waren en/of zij meer moest gaan stretchen, zodat zij leniger zou worden en/of
beter zou gaan dansen en/of dansdocent kon worden in zijn, verdachtes,
dansschool en/of (vervolgens) heeft aangeboden om die [slachtoffer 5] te helpen bij het
stretchen en/of
- die [slachtoffer 5] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar
die [slachtoffer 5] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en/of (vervolgens)
- onverhoeds zijn, verdachtes, penis tegen de wang en/of de lippen, althans tegen
en/of bij het gezicht van die [slachtoffer 5] heeft gehouden en/of gedrukt
en/of terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool
van die [slachtoffer 5] was, waardoor die [slachtoffer 5] afhankelijk van hem, verdachte, was om bij die
dansschool als docent te kunnen werken en/of om beter te kunnen dansen en/of (aldus)
misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en/of ondergeschikte positie waarin die
[slachtoffer 5] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2020 tot en met 24 augustus 2020, op diverse
data, te Groningen, (meermalen) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding
en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum] 2003),
door zijn penis tegen de wang en/of de lippen, althans tegen en/of bij het gezicht, van die
[slachtoffer 5] te houden, terwijl hij de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool
van die [slachtoffer 5] was;
7.
hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2020 tot en met 7 augustus 2020, op diverse
data, te Groningen, (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging
met geweld of een andere feitelijkheid, (telkens) [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot het dulden
van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het houden van zijn, verdachtes, penis
tegen de wang en/of de lippen, althans tegen en/of bij het gezicht, van die [slachtoffer 6] en
bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of
die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:
- tegen die [slachtoffer 6] heeft gezegd dat zij meer moest gaan stretchen, zodat zij leniger
zou worden en/of beter zou gaan dansen en/of dansdocent kon worden in zijn,
verdachtes, dansschool en/of in het grootste dansteam kon dansen en/of
(vervolgens) heeft aangeboden om die [slachtoffer 6] te helpen bij het stretchen en/of
- die [slachtoffer 6] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar
die [slachtoffer 6] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en/of (vervolgens)
- onverhoeds zijn, verdachtes, penis tegen de wang en/of de lippen, althans tegen
en/of bij het gezicht van die [slachtoffer 6] heeft gehouden en/of gedrukt
en/of terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool
van die [slachtoffer 6] was, waardoor [slachtoffer 6] afhankelijk van hem, verdachte, was om bij die
dansschool als docent te kunnen werken en/of om beter te kunnen dansen en/of in een
dansteam te kunnen dansen en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke
en/of ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 6] zich ten opzichte van hem, verdachte,
bevond;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2020 tot 4 juli 2020, op diverse data, te
Groningen, (meermalen) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of
waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum] 2002), door zijn
penis tegen de wang en/of de lippen, althans tegen en/of bij het gezicht, van die [slachtoffer 6] te
houden, terwijl hij de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die
[slachtoffer 6] was;
8.
hij in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 7 juli 2020, op diverse data, te
Groningen, (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met
geweld of een andere feitelijkheid, (telkens) [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot het dulden
van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het houden van zijn, verdachtes,
penis tegen de wang en/of de lippen, althans tegen en/of bij het gezicht, van die [slachtoffer 7]
en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met
geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:
- tegen die [slachtoffer 7] heeft gezegd dat zij meer moest(en) gaan stretchen, zodat zij
leniger zou worden en/of beter zou gaan dansen en/of (vervolgens) heeft
aangeboden om die [slachtoffer 7] te helpen bij het stretchen en/of
- die [slachtoffer 7] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar
die [slachtoffer 7] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon(den) komen en/of
(vervolgens)
- onverhoeds zijn, verdachtes, penis tegen de wang en/of de lippen, althans tegen
en/of bij het gezicht van die [slachtoffer 7] heeft gehouden en/of gedrukt en/of (daarbij)
tegen die [slachtoffer 7] heeft gezegd: “doe hem er maar in”
en/of terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool
van die [slachtoffer 7] was, waardoor die [slachtoffer 7] afhankelijk van hem, verdachte, was om beter
te kunnen dansen en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en/of
ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 7] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 7 juli 2020, op diverse data, te
Groningen, (meermalen) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of
waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 7] (geboren op [geboortedatum] 2002)
door zijn penis tegen de wang en/of de lippen, althans tegen en/of bij het gezicht, van
die [slachtoffer 7] te houden, terwijl hij de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de
dansschool van die [slachtoffer 7] was;
9.
hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2020 tot 1 april 2020, op diverse data, te
Groningen, (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met
geweld of een andere feitelijkheid, (telkens) [slachtoffer 8] heeft gedwongen tot het dulden
van een of meer ontuchtige handelingen, te weten:
- het betasten van de borsten van die [slachtoffer 8] en/of
- het drukken van zijn penis tegen het gezicht van die [slachtoffer 8] ,
en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met
geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:
- tegen die [slachtoffer 8] heeft gezegd dat hij haar borsten moest masseren, omdat er
inwendig iets niet goed was en/of
- tegen die [slachtoffer 8] heeft gezegd dat hij haar nek en/of schouderklachten kon
verhelpen door middel van massage, zodat zij beter kon dansen en/of als zij niet
beter ging dansen dat hij, verdachte, die [slachtoffer 8] dan uit het team moest zetten
en/of
- tijdens voornoemde massage(s) onverhoeds de borsten van die [slachtoffer 8] heeft
betast en/of zijn penis tegen en/of bij het gezicht van die [slachtoffer 8] heeft
gehouden en/of gedrukt,
en/of terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool
van die [slachtoffer 8] was, waardoor die [slachtoffer 8] afhankelijk van hem, verdachte, was/waren
om beter te kunnen dansen en/of (aldus) misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke
en/of ondergeschikte positie waarin [slachtoffer 8] zich ten opzichte van hem, verdachte,
bevond(en);
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2020 tot 1 april 2020, op diverse data, te
Groningen, (meermalen) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of
waakzaamheid toevertrouwde minderjarige(n) [slachtoffer 8] (geboren op [geboortedatum]
2002) door het betasten van de borsten van die [slachtoffer 8] en/of door zijn penis tegen
en/of bij het gezicht van die [slachtoffer 8] te houden en/of te drukken, terwijl hij de
dansdocent/ trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 8] was;
10.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot 12 april 2017, op diverse data, te
Groningen, (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met
geweld of een andere feitelijkheid, (telkens) [slachtoffer 9] heeft
gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het
betasten van de borsten van die [slachtoffer 9] en bestaande dat geweld
of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere
feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:
- tegen die [slachtoffer 9] heeft gezegd dat zij een massage nodig
had en/of (daarbij) onverhoeds de borsten van die [slachtoffer 9]
heeft betast en/of
- tegen die [slachtoffer 9] heeft gezegd dat zij het knoopje van haar
shirt dicht moest doen en/of (daarbij) onverhoeds de borsten van die [slachtoffer 9]
heeft betast;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot 12 april 2017, op diverse data, te
Groningen, (meermalen) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of
waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 9] (geboren
op [geboortedatum] 2000) door het betasten van de borsten van die [slachtoffer 9]
, terwijl hij de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool en/of
de stagebegeleider van die [slachtoffer 9] was;
11.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot 1 augustus 2020, op diverse data, te
Groningen, (meermalen) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met
geweld of een andere feitelijkheid, (telkens) [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12]
heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten:
- het houden van zijn, verdachtes, penis tegen en/of bij het gezicht, van die [slachtoffer 10]
en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of
- het betasten van de borsten van die [slachtoffer 10] en/of
- het betasten van de vagina en/of de billen van die [slachtoffer 11] en/of
- het betasten van de billen (nabij de vagina) van die [slachtoffer 12]
en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met
geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:
- tegen die [slachtoffer 10] heeft gezegd dat de klieren in haar borsten vastzaten en dat hij,
verdachte, die moest masseren en/of
- tegen die [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] heeft gezegd dat zij meer moest(en)
gaan stretchen, zodat zij beter zou(den) gaan dansen en/of (vervolgens) heeft
aangeboden om die [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] te helpen bij het stretchen
en/of
- die [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] in een stretchpositie (te weten een
splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] niet
zonder hulp van hem, verdachte, uit kon(den) komen en/of (vervolgens)
- onverhoeds zijn, verdachtes, penis tegen en/of bij het gezicht van die [slachtoffer 10] en/of
[slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] heeft gehouden en/of gedrukt en/of
- na het stretchen de (pijnlijke) spieren van die [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] heeft
gemasseerd, waarbij hij, verdachte, onverhoeds de billen en/of de vagina van die
[slachtoffer 11] en/of de billen (nabij de vagina) van die [slachtoffer 12] heeft betast
en/of terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool
van die [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] was, waardoor die [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of
[slachtoffer 12] afhankelijk van hem, verdachte, was/waren om beter te kunnen dansen en/of
(aldus) misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en/of ondergeschikte positie waarin
die [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond(en);
12.
hij in of omstreeks de periode van 8 april 2015 tot 8 april 2018, op diverse data, te
Groningen, (meermalen) met [slachtoffer 13] , geboren op [geboortedatum] 2002, die toen de leeftijd
van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen
heeft gepleegd, te weten het betasten van de borsten en/of de billen van die van [slachtoffer 13]
en/of het zoenen op de mond van die [slachtoffer 13] .
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft overeenkomstig een op schrift gesteld requisitoir gemotiveerd veroordeling gevorderd voor de feiten 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4, 5 primair, 6 primair, 7 primair, 8 primair, 9 primair, 10 primair, 11 en 12.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft overeenkomstig de overgelegde pleitnota gemotiveerd betoogd dat enkel het onder feit 1 subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen en dat verdachte van de overige feiten moet worden vrijgesproken.
Hij heeft daartoe aangevoerd dat met aangeefster [slachtoffer 1] seksueel contact heeft plaatsgevonden, maar dat daarbij geen sprake is geweest van dwang. Verdachte ontkent dat er seksuele of seksueel getinte gedragingen hebben plaatsgevonden met de andere aangeefsters. De andersluidende verklaringen die de aangeefsters hebben afgelegd zijn onbetrouwbaar en zijn te verklaren vanuit een geruchtencircuit, waarbij sprake is geweest van onderlinge beïnvloeding en waarbij diverse aangeefsters door anderen zijn aangezet tot het doen van aangifte.
De door verdachte met leerlingen uitgevoerde stretchoefening waarbij hij aan de voorzijde van de danser zit, is niet door hem bedacht en uitgevoerd om een gelegenheid te creëren om seksuele handelingen te kunnen plegen, maar is in de beleving van verdachte een normale manier van stretchen. Ook is niet juist dat dansers seksuele handelingen hebben geduld, omdat zij dachten dat anders hun plek in een team op het spel kwam te staan. Verdachte had namelijk geen invloed op de selectie van de wedstrijd- en demoteams.
Verder heeft de raadsman betoogd dat geen sprake is van een werkwijze van verdachte, waarbij hij zijn positie heeft gebruikt om dansers tot seksuele handelingen te dwingen; bij gebreke van een dergelijke modus operandi dient elke zaak afzonderlijk te worden gezien, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een schakelbewijsconstructie.
De raadsman heeft vervolgens per feit gemotiveerd bepleit waarom de aangiften op het punt van de gestelde seksuele of ontuchtige handelingen onbetrouwbaar en derhalve niet bruikbaar voor het bewijs zijn en/of dat geen sprake is geweest van dwang van de zijde van verdachte.
Oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
De rechtbank past de in de bijlage bij dit vonnis opgenomen bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten. Deze bewijsmiddelen dienen als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.
Inleiding
Verdachte is de oprichter en (voormalig) eigenaar van de dansschool ‘ [geboortedatum] ’. Bij deze dansschool werd zowel recreatief als op hoog wedstrijdniveau gedanst. Diverse demo- en wedstrijdteams deden mee aan nationale en internationale wedstrijden. Verdachte heeft demo- en wedstrijdteams getraind en heeft met deze teams successen behaald.
In de loop van 2017 zijn er binnen de dansschool signalen geweest van (mogelijk) seksueel grensoverschrijdend gedrag van verdachte richting jonge vrouwen. Dit heeft geleid tot bijeenkomsten op 23 en 27 november 2017, waarbij een aantal incidenten is besproken, en waar de conclusie is getrokken dat inderdaad sprake is geweest van grensoverschrijdend gedrag, maar dat geen sprake was van opzet of specifieke seksuele intentie. Verdachte is er blijkens de notulen van deze bijeenkomsten op gewezen dat hij dient te streven naar een veilig sociaal milieu op de dansschool, en dat te allen tijde voorkomen dient te worden dat kinderen zich in vergelijkbare onveilige of ongemakkelijke situaties komen te bevinden. Hoewel er blijkens het dossier de nodige onrust was ontstaan op de dansschool, heeft dat op dat moment niet geleid tot aangiftes bij de politie.
Op enig moment daarna is opnieuw onrust ontstaan binnen de dansschool. Uit het dossier blijkt dat diverse aangeefsters op verschillende momenten, soms ruim voor de uiteindelijke aangiftes, hetzij met elkaar, hetzij met anderen binnen en buiten de dansschool gesproken hebben over hetgeen zij ervaren hadden. Dat heeft ertoe geleid dat er op 21 augustus 2020 een groeps-app is aangemaakt genaamd “ [naam groeps-app] ”. Aan deze groep zijn in de loop van de tijd en in overleg met elkaar deelnemers toegevoegd die hebben aangegeven een nare ervaring met verdachte te hebben gehad. In de groeps-app wordt onder meer onderling steun betuigd, er wordt gesproken over de wijze waarop aangifte kan worden gedaan en ook wordt er korte informatie over de stand van het onderzoek gegeven.
Op 25 augustus 2020 heeft [naam 1] , die via haar zoon [naam 2] betrokken is, de eerste melding bij de zedenpolitie gedaan over grensoverschrijdend gedrag door een dansleraar. [naam 2] is zelf ook docent bij de dansschool en kent een aantal van de (latere) aangeefsters persoonlijk. [naam 1] heeft bij haar melding aangegeven dat ze het komende weekeinde met een viertal jonge vrouwen in gesprek zou gaan over wat hen is overkomen. In dat bewuste weekend, op 29 augustus 2020, kwam bij de zedenpolitie nog een melding binnen, ditmaal van [naam 3] , de tante van (de latere) aangeefster [slachtoffer 1] . [naam 3] maakte melding van seksuele handelingen die zouden hebben plaatsgevonden tussen [slachtoffer 1] en verdachte. Naar aanleiding van deze melding heeft de politie nogmaals contact gezocht met mevrouw [naam 1] . Dezelfde dag nog hebben twee van de latere aangeefsters, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] , een informatief gesprek gevoerd met de zedenpolitie. Beiden hebben er vervolgens voor gekozen aangifte te doen tegen verdachte.
In de weken hierna heeft de politie informatieve gesprekken gevoerd met, en aangiftes opgenomen van, nog eens 11 jonge vrouwen, de hierbij nader te noemen aangeefsters [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 12] , [slachtoffer 9] en [slachtoffer 13] .
Bespreking van een aantal algemene verweren van de verdediging
Bewijsminimum
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat er voor meerdere tenlastegelegde feiten naast de verklaring van de aangeefster geen of onvoldoende ondersteunende andere bewijsmiddelen aanwezig zijn. Reeds om die reden dient, zo stelt de verdediging, voor die feiten vrijspraak te volgen.
De rechtbank overweegt dat op grond van het tweede lid van artikel 342 Sv het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling heeft betrekking op de tenlastelegging in haar geheel en niet op een onderdeel daarvan. Zij beoogt de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing te waarborgen, in die zin dat artikel 342 lid 2 Sv de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige naar voren gebrachte feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vereist een beoordeling van het concrete geval.1.
De rechtbank overweegt in algemene zin ten aanzien van het bewijs in de voorliggende zaken dat de aangiftes telkens worden ondersteund door een verklaring van verdachte die inhoudt dat hij met de betreffende aangeefster in één ruimte is geweest en dat hij de aangeefster ofwel heeft gesproken, ofwel heeft gestretcht, ofwel heeft gemasseerd. Over diverse bijkomende details die door de aangeefsters zijn benoemd, wordt eveneens door verdachte verklaard. Er is derhalve in alle zaken voldoende steunbewijs aanwezig. Aan beantwoording van de eveneens door de verdediging opgeworpen vraag of in de onderhavige zaak een bewijsconstructie aanvaardbaar zou zijn waarbij gebruik wordt gemaakt van zogenaamd schakelbewijs komt de rechtbank dus niet toe. Wel acht de rechtbank de opvallende overeenkomsten tussen de verschillende verklaringen (des te meer) reden om die verklaringen als betrouwbaar aan te merken, zoals hieronder nader wordt overwogen.
De betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefsters
De verdediging heeft voorts – kort samengevat – betoogd dat de rechtbank niet uit kan gaan van de verklaringen van aangeefsters, nu deze in de kern onbetrouwbaar zijn. Volgens verdachte gaat het deels om onware verklaringen, die voortvloeien uit een geruchtencircuit, verstoorde verhoudingen en jaloezie, en deels om (onschuldige) gebeurtenissen en handelingen die aangeefsters achteraf anders zijn gaan interpreteren toen ze er met elkaar over spraken. Dat laatste heeft er bovendien toe geleid dat verklaringen op elkaar zijn afgestemd, of de aangeefsters tenminste over en weer beïnvloed zijn. Er is daarbij een proces van groepsdruk ontstaan, waarbij verschillende aangeefsters overgehaald zijn om aangifte te gaan doen.
De rechtbank stelt voorop dat zij in het dossier geen aanwijzingen heeft gevonden die de stelling van verdachte kunnen onderbouwen dat (sommige) aangeefsters bewust onware verklaringen hebben afgelegd. Elk motief daarvoor ontbreekt. Integendeel, uit de inhoud van de berichten die zijn gedeeld in de eerdergenoemde groeps-app blijkt juist dat meerdere aangeefsters aarzelden over het doen van aangifte, omdat zij vreesden dat dit zou kunnen leiden tot het einde van de dansschool, tot een breuk met verdachte of tot problemen met hun ouders.
Wel staat vast dat aangeefsters in meer of mindere mate hun ervaringen met elkaar hebben gedeeld, voordat zij hun verhaal bij de politie hebben gedaan. Dat is bijvoorbeeld gebeurd op de hiervoor genoemde bijeenkomst van 29 augustus 2020. Tijdens deze bijeenkomst hebben [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 2] met elkaar gesproken en er zijn brieven van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 7] voorgelezen. Ook in de al eerder genoemde groeps-app is (zij het oppervlakkig en met telkens de kanttekening dat de politie heeft geadviseerd om niet te veel details te delen) met elkaar gesproken. Daarnaast hebben meerdere aangeefsters hun ervaringen met anderen binnen en buiten de dansschool besproken, soms al geruime tijd voor hun aangifte.
De rechtbank overweegt hieromtrent dat het enkele feit dat aangeefsters voorafgaand aan hun aangifte met elkaar of met anderen gesproken hebben over wat er zou zijn gebeurd, niet zonder meer meebrengt dat hun verklaringen daarmee te onbetrouwbaar zijn geworden om voor het bewijs te kunnen gebruiken. Om een dergelijke – verstrekkende – conclusie te kunnen trekken, zal, in ieder geval tot op zekere hoogte, aannemelijk moeten worden gemaakt dat sprake is geweest van dusdanige beïnvloeding dat niet meer goed vastgesteld kan worden wat een aangeefster nog uit eigen wetenschap verklaart en wat niet.
Naar het oordeel van de rechtbank is dat hier niet het geval. Daartoe is het volgende van belang.
Als het gaat om de groeps-app, waar verdachte nadrukkelijk zijn vraagtekens bij heeft gesteld, merkt de rechtbank op dat daarin niet of nauwelijks inhoudelijke ervaringen worden gedeeld, in ieder geval niet op detailniveau. Sterker nog, zoals al eerder opgemerkt drukken de beheerders en deelnemers van de app elkaar meermalen op het hart dat er niet inhoudelijk over de zaak moet worden gesproken, om te voorkomen dat het politieonderzoek daardoor wordt geschaad. Zij lijken zich dus aan die oproep te hebben gehouden.
Het is bovendien niet zo – en ook dat heeft de rechtbank al eerder opgemerkt – dat alle verklaringen zoals die nu zijn afgelegd, voor het eerst naar voren zijn gekomen op het moment dat aangeefsters van elkaar wisten dat er aangifte zou worden gedaan. Diverse aangeefsters hebben immers meteen of kort nadat hen iets was overkomen iemand daarover in vertrouwen genomen en hun verhaal gedaan. Daarbij gaat het in meerdere gevallen ook om personen buiten de huidige groep van aangeefsters. Zo heeft [slachtoffer 4] al ten tijde van de massages waarover zij later in haar aangifte spreekt aan zowel haar moeder als aan verdachte aangegeven dat ze die niet fijn vond. Haar moeder bevestigt ook dat [slachtoffer 4] door die massages in tranen was en dat er tussen [slachtoffer 4] en verdachte een aanvaring is geweest over de massages, waarvoor [slachtoffer 4] schriftelijk excuses moest maken. Enige tijd later heeft zij er ook met anderen over gesproken, namelijk in de periode van 2017 met [naam 4] , en in juni 2020 met [slachtoffer 12] , die op dat moment tevens haar eigen ervaringen heeft gedeeld. [slachtoffer 9] heeft haar verhaal reeds in 2017 richting enkele dansvriendinnen gedaan, zo blijkt uit een uitwerking van het spraakbericht dat zij in een groeps-app heeft geplaatst. [slachtoffer 10] heeft rond 2019 aan [naam 5] haar ervaringen met verdachte gemeld. Ook [slachtoffer 5] heeft met diverse personen gesproken, waaronder met [naam 5] en met [slachtoffer 6] . [naam 5] herinnert zich dat [slachtoffer 5] toen ook al melding maakte van een incident waarbij zij met haar gezicht te dicht bij het geslachtsdeel van verdachte had moeten zitten. Afzonderlijk van elkaar hebben [slachtoffer 5] en [slachtoffer 2] hun vriend [naam 2] ingelicht over wat er met hen zou zijn gebeurd. Hij heeft hen pas daarna met elkaar in contact gebracht. [slachtoffer 8] heeft direct na het voorval op 7 februari 2020 met haar ex-vriend [naam 6] gesproken. Ten slotte heeft [slachtoffer 1] haar verhaal eerst aan haar vriendin [naam 7] gedaan, voordat ze hierover met andere aangeefsters of haar tante sprak. Reeds hierom acht de rechtbank de verklaringen van alle aangeefsters betrouwbaar, geloofwaardig en bruikbaar voor het bewijs.
De betrouwbaarheid, geloofwaardigheid en bruikbaarheid van de verklaringen van aangeefsters wordt door een aantal omstandigheden nog verder verstrekt. In de eerste plaats staat vast dat verdachte al vaker grensoverschrijdend gedrag richting andere dansers in de dansschool heeft vertoond. Hij is daarop immers al in 2017 nadrukkelijk aangesproken. Ondanks het feit dat hij destijds nadrukkelijk is aangesproken op zijn gedrag jegens jonge vrouwen, heeft hij bekend dat er tussen hem en [slachtoffer 1] in 2020 vergaande seksuele handelingen hebben plaatsgevonden.
Daarnaast constateert de rechtbank dat er op essentiële punten sterke overeenkomsten bestaan tussen de verklaringen van aangeefsters als het gaat om de wijze waarop verdachte hen benaderde en de (seksuele) handelingen die hij bij hen verrichtte. Het betreft de volgende elementen:
- Dat verdachte aangaf dat het stretchen noodzakelijk was voor of zou helpen bij het beter kunnen dansen2.;
- De broek met de opening bij het kruis die verdachte tijdens het stretchen droeg en waar zijn penis doorheen kwam of doorheen werd gezien door aangeefster3.;
- De wijze van stretchen, waarbij de aangeefsters met het gezicht dichtbij het kruis van verdachte kwamen4.;
- De afleidingsoefeningen die tijdens het stretchen werden voorgesteld, te weten een oefening met de kaak open en tong uit de mond5.en een oefening met de duimen6.van verdachte;
- De manier waarop de penis tegen het gezicht van de aangeefsters kwam7.;
- Het tijdens het stretchen vragen om de penis vast te pakken of in de mond te doen of ‘het af te maken’8.;
- De positie waarin de massages werden verricht9.;
- De gestelde noodzaak van de massages, bijvoorbeeld voor het verhelpen van een probleem met de klieren of ter verhelping van rug- en schouderklachten10.;
- De plaats van de aanrakingen, te weten op/in of nabij de vagina11., aan de borsten12.en aan de billen13.;
- De opmerkingen die verdachte in zo’n situatie maakte met als strekking: “Ik doe iets voor jou, en jij doet iets voor mij”14..
Dat deze overeenkomsten het gevolg zouden zijn van wederzijdse beïnvloeding acht de rechtbank, zoals hierboven ook al aangegeven, niet aannemelijk geworden, in het bijzonder niet omdat sommige bepalende details ook al in een veel eerder stadium door de betreffende aangeefsters met derden zijn besproken. Deze overeenkomsten versterken dus juist de betrouwbaarheid van de aangiftes.
Stretchen
Eén van de kenmerkende overeenkomsten tussen een deel van de aangiftes is de manier waarop verdachte stretchoefeningen met hen uitvoerde. De verdediging heeft betoogd dat deze oefeningen gebruikelijk of in ieder geval effectief waren en dat verdachte daarbij geen seksuele bijbedoelingen had. De rechtbank deelt dat standpunt niet.
Door meerdere aangeefsters wordt beschreven dat verdachte een stretchoefening met hen deed om de split te leren, waarbij hij aan de voorzijde van de leerling zat. De leerling zat op dat moment op een matje op de grond met de benen wijd tegen een (bed)bankje en verdachte zat voor de leerling op het bankje tussen haar benen in, met zijn armen rond het bovenlichaam en trok de leerling naar voren waarbij hij de leerling in de split tilde. Hierbij hield verdachte zijn benen om de leerling geklemd. Op het moment dat de leerling met het bovenlichaam naar voren ging, kwam deze met het hoofd in de buurt van of tegen zijn kruis. Dat laatste werd door de betreffende aangeefsters als zeer ongemakkelijk ervaren en had als gevolg dat zij hun hoofd afwendden. Zij beschrijven dat verdachte dit vervolgens corrigeerde en tegen hen zei dat ze zich moesten ontspannen en hun hoofd daarbij recht moesten houden. Het stretchen was voor aangeefsters zeer pijnlijk en verdachte liet hen daarom afleidingsoefeningen doen. Een afleidingsoefening die door meerdere aangeefsters beschreven is en waarvan verdachte ook heeft erkend dat hij deze zijn leerlingen heeft laten uitvoeren is een oefening waarbij zij de kaak open moesten doen en hun tong buiten de mond van boven naar beneden en van links naar rechts moesten verplaatsen en waarbij zij tussendoor moesten in- en uitademen. Twee leerlingen hebben daarnaast over een afleidingsoefening verklaard die bestond uit het bijten en/of zuigen op de duim van verdachte. Meerdere aangeefsters verklaren verder over het feit dat zij tijdens de beschreven oefeningen geconfronteerd werden met de ontblote penis van verdachte, die voor hen zichtbaar was door een gat of opening in de broek die hij droeg. Deze broek wordt consequent beschreven als een wijde broek met één of meerdere gaten, al dan niet voorzien van openstaande knoopjes ter hoogte van het kruis van verdachte.
Door het stretchen op de hierboven beschreven manier uit te voeren heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank onmiskenbaar en bewust een seksuele lading gegeven aan een oefening die een dergelijke lading niet behoort te hebben. Daarmee is de wijze waarop verdachte deze oefening met de dansers uitvoerde aan te merken als strijdig met de sociaal-ethische norm en daarom ontuchtig van aard. Dit geldt vanzelfsprekend al helemaal indien de leerling hierbij geconfronteerd werd met de (ontblote) penis van verdachte en wanneer dit stretchen gepaard ging met seksueel getinte opmerkingen.
Het voelen van de penis tegen wang of achterzijde lichaam
Meerdere aangeefsters hebben verklaard dat zij de penis van verdachte tegen hun gezicht, bijvoorbeeld tegen de wang of kin, hebben gevoeld. Anderen hebben verklaard dat zij de penis van verdachte tegen de achterzijde van hun lichaam, of tussen hun benen hebben gevoeld.
De verdediging heeft betoogd dat in alle gevallen waarin de aangeefsters niet hebben verklaard dat zij de penis van verdachte hebben gezien maar alleen over een gevoel hebben gesproken, de rechtbank niet bewezen kan verklaren dat het daadwerkelijk om de penis van verdachte ging, nu zich ook wel andere lichaamsdelen laten denken die zij gevoeld kunnen hebben.
Naar het oordeel van de rechtbank is er onmiskenbaar een duidelijk waarneembaar anatomisch verschil tussen een (stijve) penis en andere lichaamsdelen, zoals bijvoorbeeld (zoals door de raadsman genoemd) een vinger. Bovendien hebben meerdere aangeefsters in dezelfde omstandigheden wel verklaard de penis van verdachte gezien te hebben. Het in de nabijheid van het gezicht of (onder)lichaam van aangeefster brengen van zijn penis past daarmee in een patroon van handelen.
Bespreking van de individuele feiten
Opmerking vooraf over dwingen door een feitelijkheid
Aan verdachte wordt in het merendeel van de hem tenlastegelegde feiten primair verweten dat hij de aangeefsters tot het verrichten of dulden van seksuele of ontuchtige handelingen heeft gedwongen in de zin van artikel 242 Sr, respectievelijk artikel 246 Sr.
Van dwang in de zin van het gebruik van geweld, of bedreiging daarmee, is in geen van de voorliggende zaken sprake geweest. Daarover bestaat geen discussie. Bij de beoordeling van de primair tenlastegelegde varianten ligt dan ook steeds de vraag voor of kan worden bewezen dat verdachte de aangeefsters door een feitelijkheid heeft gedwongen, met andere woorden, of verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer die handelingen tegen haar wil heeft verricht of geduld. De rechtbank zal daar per feit op in gaan in het hierna beschrevene, maar in algemene zin merkt zij reeds nu het volgende op.
Van belang is dat, om van dwang te kunnen spreken, de feitelijkheid van voldoende gewicht moet zijn geweest om te veroorzaken dat het slachtoffer de handelingen tegen haar wil heeft moeten ondergaan. In deze zaak komen telkens een aantal elementen terug, die, zeker in combinatie met elkaar, naar het oordeel van de rechtbank als van zodanig gewicht te kunnen worden aangemerkt. Dat is het geval bij:
- -
het brengen van een aangeefster in een pijnlijke positie waarin zij fysiek belemmerd werd om zich aan de situatie te onttrekken of anderszins zich niet of niet goed kon verweren;
- -
een aangeefster onverhoeds, in een situatie dat zij dat niet verwachtte en ook niet hoefde te verwachten, confronteren met een seksuele gedraging;
- -
het bewust gebruik maken van zijn overwicht ten opzichte van een aangeefster.
Met betrekking tot dat laatste merkt de rechtbank op dat er tussen verdachte en vrijwel alle aangeefsters sprake was van een (aanzienlijk) leeftijdsverschil. Nog meer van belang is dat verdachte een vooraanstaande positie bekleedde binnen de door hem opgerichte dansschool en er dus ook sprake was van een significant verschil in positie en status tussen hem de aangeefsters. De verdediging heeft betoogd dat verdachte geen formele machtspositie bekleedde en in de praktijk ook niet bijzonder veel invloed had op zaken als wie in welk team mocht dansen. Of dat wel of niet zo was kan echter in het midden blijven. Zoals bij de onderstaande individuele bespreking van de feiten zal blijken, wekte verdachte bij de aangeefsters in ieder geval consequent de indruk dat hij die macht wel degelijk had en was zijn rol en prestige binnen de dansschool ook zodanig groot dat aangeefsters geen reden hadden om anders te denken.
Feit 1
Verdachte wordt primair verweten dat hij aangeefster [slachtoffer 1] in of omstreeks de periode van 28 juli 2020 tot en met 27 augustus 2020 op diverse momenten heeft gedwongen tot handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam. [slachtoffer 1] was destijds 17 jaar.
[slachtoffer 1] heeft in haar aangifte, samengevat, het volgende verklaard.
Zij wilde graag in het demoteam komen. Verdachte bood haar op 28 juli 2020 aan om nog diezelfde avond laat met haar te gaan stretchen. Tijdens deze eerste keer stretchen werd zij in een split gebracht, waarbij zij met haar hoofd richting zijn kruis kwam. Verdachte droeg op dat moment een broek met daarin een gat ter hoogte van het kruis. Verdachte stelde tegen de pijn twee afleidingsoefeningen voor, namelijk een oefening met de tong uit de mond en een oefening waarbij zij naar verdachtes duim moest happen. Ook sprak verdachte steeds over het demoteam waar [slachtoffer 1] graag in wilde. [slachtoffer 1] voelde tijdens de afleidingsoefeningen zijn ontblote penis tegen haar wang en verdachte probeerde zijn penis in haar mond te doen. Verdachte vroeg haar of zij erin wilde bijten. Uiteindelijk deed ze dat, omdat ze bang was dat ze anders niet in het demoteam zou kunnen komen. Daarna vroeg verdachte of ze ‘het’ wilde afmaken. [slachtoffer 1] gaf toen aan dat ze dat niet wilde, waarna hij vroeg of ze dat echt heel erg zou vinden, waarop [slachtoffer 1] herhaalde dat dit zo was, waarna verdachte stopte.
De tweede keer dat [slachtoffer 1] met verdachte is gaan stretchen was een dag later, op 29 juli 2020. Ook toen werd de hiervoor beschreven duimhap-oefening weer gedaan. Ze zag dat verdachte zijn stijve penis uit zijn broek haalde. Ze gaf aan dat het stretchen veel pijn deed en dat ze wilde stoppen. Hierna is zij uit stretchhouding gehaald. Verdere handelingen hebben toen niet plaatsgevonden.
Op 15 augustus 2020 is [slachtoffer 1] opnieuw met verdachte gaan stretchen, waarbij zij tijdens de stretch weer de eerdergenoemde afleidingsoefeningen moest doen en moest doen wat hij van haar wilde, waarop ze “nee” zei. Verdachte vroeg vervolgens of ze het ook niet wilde doen als ze iets van hem zou krijgen. Op de vraag wat zij dan van hem zou moeten krijgen, vroeg hij wat zij dan zou willen en [slachtoffer 1] antwoordde hierop dat zij niets van hem hoefde. Hierna negeerde verdachte haar enige tijd en daarna bracht hij naar voren dat zij graag in het team wilde. Daarna zat zij in een vlinderstretch, waarbij verdachte zijn benen over haar heen had. Zij moest hem toen pijpen en omdat ze bang was deed ze dat. Hij hield haar hoofd vast. Vervolgens begon hij ook aan haar borsten te zitten. [slachtoffer 1] gaf aan dat ze het niet wilde en schudde ook met haar hoofd, maar verdachte negeerde dit en ging door totdat hij klaarkwam. Tijdens het stretchen vroeg hij haar haar shirt uit te doen.
De laatste keer dat [slachtoffer 1] met verdachte heeft gestretcht was op maandag 24 augustus 202015.. Ook die keer moest [slachtoffer 1] haar shirt uitdoen en werden opnieuw de afleidingsoefeningen gedaan met de duim en de kaak. Ze moest verdachte weer pijpen, waarop ze aangaf dat ze het niet wilde. Verdachte gaf aan dat het de vorige keer zo goed ging, waarop zij aangaf dat zij het de vorige keer ook niet wilde. Hij begon ook aan haar borsten te zitten. [slachtoffer 1] moest hem pijpen, maar het ging nu veel harder en ze moest kokhalzen. Verdachte deed zijn hand op haar hoofd en kwam weer klaar in haar mond.
Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting enigszins wisselend verklaard over de precieze gang van zaken, maar heeft wel erkend dat [slachtoffer 1] hem tweemaal heeft gepijpt. Het voorval dat hij hierbij heeft beschreven past bij de omschrijving die [slachtoffer 1] heeft gegeven van wat er op 15 augustus 2020 zou zijn voorgevallen. Verdachte heeft ontkend dat de seksuele handelingen tegen de wil van [slachtoffer 1] zouden hebben plaatsgevonden.
Hierboven heeft de rechtbank al in algemene zin overwogen waarom zij de aangiftes in beginsel geloofwaardig, betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs vindt. In het geval van [slachtoffer 1] wijst de rechtbank er nog op dat de data waarop [slachtoffer 1] met verdachte zou hebben gestretcht en waarop zij vervolgens met haar vriendin [naam 7] zou hebben afgesproken, overeenkomen met de data uit de app-gesprekken. De rechtbank neemt verder in aanmerking dat zij kort na de eerste twee keer stretchen haar vriendin en vervolgens vrij snel daarna de ouders van haar vriendin in vertrouwen heeft genomen. Bovendien wordt haar verklaring over wat er op 15 augustus 2020 zou zijn voorgevallen voor een groot deel ondersteund door de verklaring van verdachte.
De rechtbank heeft hierboven eveneens al overwogen dat er voor alle aangiftes voldoende steunbewijs is. De rechtbank zal er bij de beoordeling van het feit daarom van uitgaan dat de handelingen en omstandigheden waarover [slachtoffer 1] verklaart zo hebben plaatsgevonden.
Met het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het bewijs voor de primair tenlastegelegde verkrachting is geleverd, nu daaruit kan worden opgemaakt dat verdachte [slachtoffer 1] opzettelijk heeft gedwongen tot het tegen haar wil ondergaan van de betreffende handelingen. Dat [slachtoffer 1] de seksuele handelingen tegen haar wil heeft verricht of heeft moeten dulden staat vast, en ook dat zij dit op verschillende manieren heeft laten blijken aan verdachte, waardoor voor hem duidelijk moet zijn geweest dat zij de handelingen niet wilde.
Dat de handelingen toch hebben kunnen plaatsvinden is het gevolg geweest van het feit dat dat verdachte bij aangeefster bewust de indruk heeft gewekt dat hij invloed had op haar danscarrière en dat zij daarvoor een tegenprestatie moest leveren. Dit heeft hij bovendien gedaan terwijl zij zich in een feitelijk belemmerende situatie bevond, waarbij sprake was van een één-op-één situatie en waarbij zij zich in een stretch bevond, waaruit zij niet zonder het risico van fysiek letsel kon opstaan. Bij de laatste keer heeft hij haar mogelijkheden om zich te verzetten daarnaast nog extra belemmerd door zijn hand op haar hoofd te doen. Daarmee is sprake geweest van dwang.
De rechtbank acht de primair tenlastegelegde verkrachting, meermalen gepleegd, derhalve wettig en overtuigend bewezen.
Feit 2
Verdachte wordt primair verweten dat hij aangeefster [slachtoffer 2] in of omstreeks de periode van 1 november 2019 tot 1 maart 2020 op diverse momenten heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam. [slachtoffer 2] was in die periode 17 tot 18 jaar.
[slachtoffer 2] heeft, samengevat, het volgende verklaard.
Zij is op jonge leeftijd gaan dansen bij de dansschool. Zij danste niet alleen bij de dansschool van verdachte, maar was daar ook docent. Zij is met verdachte gaan stretchen, omdat zij leniger wilde worden. Zij wilde graag als professioneel danseres in Amerika gaan dansen en daarvoor zou dat volgens verdachte nodig zijn. Verdachte gaf wel aan dat als zij de oefeningen niet zou doen, ze haar doel niet zou bereiken. Het stretchen vond plaats vanaf de voorzijde en daarbij heeft zij zijn penis gezien. Na het stretchen werd [slachtoffer 2] door verdachte gemasseerd. Zij bevond zich dan op haar knieën voor een bank, waarbij haar bovenlichaam op de bank lag. Verdachte bevond zich tijdens het masseren achter haar. Hierbij heeft hij meermalen haar vagina aangeraakt en is hij met een vinger in haar vagina gegaan. Ook heeft hij tijdens deze massages haar borsten en billen aangeraakt en heeft hij zijn ontblote geslachtsdeel tegen haar billen en tussen haar benen gebracht. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte hiermee ook is doorgegaan, nadat zij had aangegeven dat zij het niet prettig vond.
Verdachte heeft erkend dat hij meerdere keren de bovenbenen en de klieren aan de zijkant van de borst van [slachtoffer 2] heeft gemasseerd. Hij heeft echter ontkend de hem verweten seksuele handelingen bij haar te hebben verricht.
De rechtbank verwijst naar hetgeen zij hierboven heeft overwogen met betrekking tot de betrouwbaarheid van de aangiftes in het algemeen. In het bijzonder noemt de rechtbank bij dit feit dat niet is gebleken dat [slachtoffer 2] haar verhaal heeft afgestemd op dat van één van de personen met wie zij op 29 augustus 2020 is samengekomen of wiens verhaal is voorgelezen, nu haar verhaal ook op diverse punten, in ieder geval qua reikwijdte van de handelingen tijdens de massages na afloop van de stretchsessies, van dat van de betreffende personen afwijkt. Verder neemt de rechtbank in aanmerking dat uit het dossier duidelijk blijkt dat bij [slachtoffer 2] sprake was van een tweestrijd om aangifte te doen, vanwege haar verhouding tot verdachte die zij al zo lang kende en die betrokken was bij alle stappen die zij in haar danscarrière had gezet. Ten slotte overweegt de rechtbank dat verdachte ook niet ontkent dat hij [slachtoffer 2] in de buurt van de door haar aangegeven plaatsen gemasseerd heeft en dat dat masseren een groot aantal keren heeft plaatsgevonden.
De rechtbank heeft hierboven al overwogen dat er voor alle aangiftes voldoende steunbewijs is. De rechtbank zal er bij de beoordeling van het feit daarom van uitgaan dat de handelingen en omstandigheden waarover [slachtoffer 2] verklaart zo hebben plaatsgevonden.
Ten aanzien van de vraag of bewezen kan worden dat verdachte [slachtoffer 2] door een of meer feitelijkheden heeft gedwongen tot de seksuele handelingen die mede hebben bestaan uit het binnendringen van het lichaam met zijn vinger(s), overweegt de rechtbank het volgende.
[slachtoffer 2] heeft ingestemd met het ondergaan van de massages omdat deze in het kader van haar lichamelijke gesteldheid na het stretchen werden aangeboden door verdachte, die in ieder geval de indruk wekte daar een serieuze, professionele bedoeling mee te hebben. Onder die omstandigheden hoefde zij er niet op bedacht te zijn dat verdachte de massage en de houding waarin zij was gebracht zou misbruiken om seksuele handelingen te kunnen verrichten. Daarmee was het voor haar redelijkerwijs niet mogelijk om zich tegen de geleidelijk opgebouwde, maar uiteindelijk onverhoedse gedragingen van verdachte – het brengen van zijn vinger in haar vagina en van zijn ontblote penis vanaf de achterzijde tussen haar benen – te verzetten. Daar komt bij dat [slachtoffer 2] door verdachte tijdens de massages in een dusdanige houding was geplaatst dat zij ook fysiek in enig mogelijk verzet belemmerd werd.
Verdachte heeft bij meerdere gelegenheden seksuele handelingen bij [slachtoffer 2] verricht. De vraag doet zich dan voor of, nu [slachtoffer 2] ook nadat zij door verdachte was misbruikt zich heeft laten masseren, bij die latere gelegenheden wel gezegd kan worden dat deze handelingen plaatsvonden onder dwang. Naar het oordeel van de rechtbank is dat wel het geval. Verdachte heeft haar bewust onder druk gezet om door te gaan met de oefeningen en de daarbij behorende massages door, met gebruikmaking van zijn positie als haar dansleraar en werkgever, in te spelen op haar wens om een professioneel danseres te worden, waarbij hij de indruk wekte dat hij daar invloed op kon uitoefenen. Overigens gold ook voor de latere gevallen dat [slachtoffer 2] door de houding die zij moest innemen fysiek belemmerd werd in mogelijk verzet. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte door bovenstaande feitelijkheden opzettelijk heeft veroorzaakt dat de aangeefster de handelingen tegen haar wil heeft geduld.
De rechtbank acht de primair tenlastegelegde verkrachting, meermalen gepleegd, aldus wettig en overtuigend bewezen.
Feiten 3 en 4
Ten aanzien van [slachtoffer 3] wordt verdachte onder 3 primair verweten dat hij haar meerdere keren heeft gepoogd te verkrachten, in of omstreeks de periode van 1 september 2019 tot en met 24 augustus 2020, door haar te vragen hem te pijpen. Onder 4 wordt hem verweten dat hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 24 augustus 2020 meermalen ontuchtige handelingen met haar heeft gepleegd, terwijl zij de leeftijd van 16 jaar nog niet had bereikt.
[slachtoffer 3] heeft, samengevat, het volgende verklaard.
Verdachte bood haar aan om met haar te gaan trainen. De eerste training vond plaats in september 2019. Hij vroeg haar toen naar haar ambities en gaf aan dat hij haar wilde begeleiden om haar doelen te bereiken. De doelen die zij daarbij noemde waren naar Amerika gaan en lesgeven. Verdachte gaf aan dat zij les zou mogen geven zodra ze 16 jaar was. Wel vond verdachte vond dat zij leniger moest zijn en stelde daarom voor om te gaan stretchen. Het stretchen vond plaats vanaf de voorzijde. Verdachte droeg dan een grijze broek, waarvan een aantal knoopjes bij het kruis openstond. Ter afleiding van de pijn van het stretchen vroeg verdachte bij de zesde of zevende keer of zij aan zijn geslachtsdeel wilde zitten. Dat wilde [slachtoffer 3] niet, waarna zij uit de stretchhouding gehaald werd. Na het een keer of drie of vier niet te hebben gevraagd, vroeg hij tijdens het stretchen opnieuw of zij aan zijn geslachtsdeel wilde zitten. Zij gaf wederom aan dat ze dat niet wilde doen, en vervolgens werd ze extra lang in de stretchpositie gehouden, waarbij ze ook harder dan gebruikelijk naar voren werd getrokken. Dit was erg pijnlijk en [slachtoffer 3] huilde vanwege die pijn. [slachtoffer 3] zag dat zijn geslachtdeel stijf werd en door de gaten in zijn broek kwam. Vervolgens vroeg verdachte haar, terwijl zij nog steeds met haar hoofd dichtbij zijn kruis in de splithouding zat, of zij hem wilde pijpen en hij wilde haar masseren. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat verdachte ook een keer tegen haar heeft gezegd dat zij minder buik- en rugspieroefeningen hoefde te doen als zij hem zou pijpen.
Ten aanzien van de handelingen die tijdens het masseren zouden hebben plaatsgevonden, heeft [slachtoffer 3] verklaard dat deze handelingen begonnen nadat verdachte haar had gevraagd aan zijn geslachtsdeel te zitten en hem te pijpen; verdachte is haar vervolgens gaan masseren, waarbij seksuele handelingen plaatsvonden. Bij het masseren moest [slachtoffer 3] op haar knieën voor een bank zitten, waarbij ze met haar ellebogen op de bank steunde. Verdachte betastte hierbij na vijf of zes keer masseren haar billen en ging vanaf haar benen, via haar liezen, naar haar geslachtsdeel. Hierbij deed hij zijn hand in haar onderbroek en wreef over haar geslachtsdeel en maakte daar masserende bewegingen. Dit deed hij bij haar clitoris, richting het plasgaatje, tussen de schaamlippen. [slachtoffer 3] zei dat zij dat niet wilde, maar verdachte ging dan niettemin verder. Deze handelingen tijdens het masseren hebben ongeveer vijftien keer plaatsgevonden, aldus [slachtoffer 3] .
Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 3] een tijdje heeft getraind en dat hij ook met haar gestretcht heeft en haar gemasseerd heeft. Hij heeft ontkend de hem verweten gedragingen te hebben verricht.
De rechtbank verwijst naar hetgeen zij hierboven in zijn algemeenheid over de betrouwbaarheid van de aangiftes heeft overwogen. In het geval van [slachtoffer 3] voegt de rechtbank hier nog aan toe dat wat zij verklaart over de handelingen die zij heeft moeten ondergaan, overeenkomst met dat wat zij daarover aan haar moeder heeft verteld. Haar verklaring wordt verder deels ondersteund door de verklaring van verdachte dat hij met haar stretchte en haar masseerde.
De rechtbank heeft hierboven eveneens al overwogen dat er voor alle aangiftes voldoende steunbewijs is. De rechtbank zal er bij de beoordeling van het feit daarom van uitgaan dat de handelingen en omstandigheden waarover [slachtoffer 3] verklaart zo hebben plaatsgevonden.
Met betrekking tot de onder feit 3 tenlastegelegde handelingen en opmerkingen tijdens het stretchen, dient te worden beoordeeld of deze van zodanige aard zijn geweest dat zij kunnen worden aangemerkt als een poging tot verkrachting.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad16.volgt dat voor een strafbare poging vereist is dat er gedragingen zijn verricht die kunnen worden beschouwd als een begin van uitvoering van het voorgenomen misdrijf. Dat is het geval bij gedragingen die naar hun uiterlijke verschijningsvorm zijn gericht op voltooiing van het voorgenomen misdrijf. De vraag of sprake is van zulke gedragingen, laat zich niet in algemene zin beantwoorden. Het komt aan op een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval. Een belangrijke beoordelingsfactor daarbij is hoe dicht de vastgestelde gedragingen bij de
voltooiing van het voorgenomen misdrijf lagen, bijvoorbeeld in tijd en/of plaats, en hoe concreet deze daarop waren gericht. Verder kan het om een samenstel van gedragingen gaan.
De rechtbank overweegt dat voor een poging tot verkrachting niet alleen het voornemen tot seksueel binnendringen moet worden bewezen, maar dat daarnaast ook moet worden bewezen dat het voornemen bestond om het slachtoffer daartoe opzettelijk door gebruik van een dwangmiddel te dwingen. Hierbij is van belang dat het bestanddeel ‘dwingen’ het (voorwaardelijk) opzet op het handelen tegen de wil van het slachtoffer omvat.
In de onderhavige zaak heeft verdachte [slachtoffer 3] gevraagd hem te pijpen en hieruit kan derhalve het voornemen tot het seksueel binnendringen worden afgeleid. Naar het oordeel van de rechtbank dient de door verdachte aan [slachtoffer 3] gestelde vraag echter niet geïsoleerd te worden beschouwd, maar moet deze in de context van het geheel worden bezien. Aan deze door verdachte gestelde vraag gaan namelijk de nodige gedragingen en opmerkingen vooraf. Zo neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte voorafgaand aan het trainen met de ambitieuze [slachtoffer 3] heeft aangegeven dat hij haar wil begeleiden om haar doelen te bereiken; hij zei haar dat ze leniger moest worden en daarvoor moest zij stretchoefeningen doen. [slachtoffer 3] wilde graag lesgeven en verdachte zou haar daarmee kunnen helpen. Om die reden bleef ze met verdachte trainen. Verdachte heeft derhalve de afhankelijkheidsrelatie, die op grond van de verhouding tussen leerling en docent al bestond, vergroot. Vervolgens heeft verdachte [slachtoffer 3] in een houding laten stretchen, waarbij zij zich niet alleen met haar hoofd dichtbij zijn kruis bevond, maar waarbij zij ook het zicht had op zijn stijve geslachtsdeel dat door een gat in de broek die hij vaker tijdens het stretchen droeg naar buiten was gekomen. Dit stretchen vond bovendien plaats in een houding die pijnlijk was en waar [slachtoffer 3] enkel met hulp van verdachte uit kon komen. Aan de vraag om hem te pijpen, ging de vraag vooraf of zij aan zijn geslachtdeel wilde zitten. Toen [slachtoffer 3] dat niet wilde doen, liet hij haar extra lang in de stretchhouding zitten, onder omstandigheden die nog pijnlijker waren dan anders doordat hij haar verder naar zich toe trok, waarna hij haar weer vroeg of zij hem wilde pijpen.
De rechtbank is van oordeel dat dit samenstel van gedragingen een begin van uitvoering van verkrachting oplevert. Er is namelijk niet alleen sprake van een geuit voornemen, maar ook van het inzetten van diverse daartoe geëigende dwangmiddelen. Uit het voorgaande blijkt van een door verdachte bewust gecreëerde situatie, waarin er een aanmerkelijke kans bestond dat daardoor de weerstand van het slachtoffer gebroken zou kunnen worden en waarin zij zich gedwongen zou voelen om de seksuele handelingen te verrichten. Dat de weerstand in dit geval niet gebroken werd, is een van de wil van verdachte onafhankelijke omstandigheid.
De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte meermalen heeft gepoogd [slachtoffer 3] te verkrachten. Weliswaar heeft zij verklaard dat het ook is voorgekomen dat verdachte haar heeft gezegd dat zij minder buik- en rugspieroefeningen hoefde te doen als zij hem zou pijpen, maar uit de aangifte wordt niet duidelijk onder welke feitelijke omstandigheden verdachte deze uitlating zou hebben gedaan. In dat geval is daarom onvoldoende bewijsbaar dat sprake is geweest van een begin tot uitvoering van een door verdachte voorgenomen misdrijf.
De rechtbank acht het onder feit 3 primair tenlastegelegde, eenmaal gepleegd, dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Ten aanzien van de onder feit 4 tenlastegelegde ontuchtige handelingen tijdens het masseren overweegt de rechtbank het volgende.
Uit de verklaring van [slachtoffer 3] volgt dat verdachte meerdere keren tijdens het masseren haar vagina en billen heeft betast. Deze handelingen zijn tijdens een massage verricht waarvan verdachte had voorgehouden dat die bedoeld was voor haar lichamelijke gesteldheid. Het aanraken van vagina en billen heeft daar niets mee te maken en is dus onmiskenbaar als ontuchtig aan te merken. Gelet op de plaats waar verdachte haar heeft aangeraakt, en de hele context van het geval (waarbij de rechtbank hetgeen zij over feit 3 heeft overwogen mede betrekt), kan het ook niet anders zijn dan dat verdachte dit opzettelijk gedaan heeft.
De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte bij het masseren ook de borsten van [slachtoffer 3] heeft betast, nu zij hierover zelf niets in haar aangifte verklaart, en zal verdachte derhalve van dit onderdeel vrijspreken.
De rechtbank acht feit 4, meermalen gepleegd, wettig en overtuigend bewezen.
De verdediging heeft bepleit dat bij feit 3 en 4 sprake is van een voortgezette handeling. De rechtbank ziet dit anders, nu de handelingen tijdens het masseren vaker hebben plaatsgevonden. Van een situatie waarbij steeds sprake is van eenheid van tijd en plaats is dan ook geen sprake.
Feit 5
Onder dit feit wordt verdachte primair verweten dat hij [slachtoffer 4] in de periode van 1 januari 2015 tot 1 januari 2017 meermalen heeft aangerand door tijdens massages haar borsten en vagina aan te raken. [slachtoffer 4] was in die periode 15 tot 17 jaar oud.
[slachtoffer 4] heeft hierover, samengevat, het volgende verklaard.
Verdachte heeft haar tijdens massages voor een schouderblessure meermalen bij haar borsten en eenmaal bij haar vagina heeft aangeraakt. Verdachte was op dat moment de vriend van haar moeder, woonde bij hen in en probeerde een vaderrol te vervullen. [slachtoffer 4] danste daarnaast bij zijn dansschool. Verdachte gaf aan dat zij niet meer zou mogen dansen als zij zich niet voor haar blessure zou laten masseren. Tijden de massages bedekte [slachtoffer 4] haar borsten, maar verdachte ging vanaf haar schouders steeds lager, totdat ze zijn handen wegduwde. Dat herhaalde zich steeds. Verdachte gaf daarbij aan dat zij haar borsten los moest laten, wat ze niet deed. Hij raakte haar borsten boven haar tepels, aan de bovenkant en zijkant aan. Bij het masseren van de lies ging hij steeds hoger en raakte daarbij met zijn hand haar kruis aan, wat één keer is gebeurd. Ze heeft aangegeven dat ze de massages niet fijn vond en uiteindelijk zijn de massages gestopt.
Verdachte heeft bekend dat hij [slachtoffer 4] heeft gemasseerd vanwege een schouderblessure, maar heeft ontkend dat hij haar daarbij op een ontuchtige wijze heeft betast.
De rechtbank verwijst naar hetgeen hierboven in zijn algemeenheid over de betrouwbaarheid van de aangiftes is overwogen en acht ook de verklaring van [slachtoffer 4] betrouwbaar. De rechtbank noemt in het bijzonder nog dat haar verklaringen ten aanzien van de omstandigheden waaronder de massages hebben plaatsgevonden overeenkomen met de verklaring van verdachte zelf. Verder heeft zij destijds al bij haar moeder aangegeven dat zij de massages niet fijn vond en heeft zij er enige tijd later ook met anderen over gesproken, in de periode rond 2017 met [naam 4] en in juni 2020 met [slachtoffer 12] . Alle drie bevestigen dit. Op dat moment was er bovendien nog door geen enkele danser aangifte gedaan. Dit maakt dat het hoogst onaannemelijk is dat [slachtoffer 4] , zoals verdachte heeft beweerd, uit wrok of boosheid aangifte heeft gedaan en anderen hierin heeft meegetrokken.
De rechtbank heeft hierboven eveneens al overwogen dat er voor alle aangiftes voldoende steunbewijs is. De rechtbank zal er bij de beoordeling van het feit daarom van uitgaan dat de handelingen en omstandigheden waarover [slachtoffer 4] verklaart zo hebben plaatsgevonden.
Naar het oordeel van de rechtbank zijn de aanrakingen aan de borsten en de vagina van ontuchtige aard en uit de wijze waarop hij deze heeft uitgevoerd volgt ook dat verdachte deze handelingen opzettelijk heeft verricht. Voor de behandeling van een schouder- of een liesblessure is het immers niet nodig om de borst of de vagina aan te raken. [slachtoffer 4] heeft bovendien door tijdens massages met haar handen haar borsten te bedekken zelf nog eens duidelijk aangegeven dat zij niet wilde dat hij haar daar zou betasten.
De volgende vraag is of bewezen kan worden dat deze ontuchtige handelingen onder dwang zijn verricht. Daarbij is in de eerste plaats opnieuw van belang dat verdachte de massages presenteerde als bedoeld voor het verhelpen van haar schouderblessure. Zij hoefde er, zeker de eerste keer, daarom niet op bedacht te zijn dat hij haar borsten of vagina zou betasten en kon er dus redelijkerwijs ook geen weerstand tegen bieden toen dat onverhoeds toch gebeurde. Bovendien bevond zij zich door haar houding een situatie waarin dat fysiek ook lastig zou zijn geweest.
Ook bij dit feit speelt de vraag of bij de latere massages nog van dwang kan worden gesproken, nu [slachtoffer 4] zich, ondanks haar eerdere negatieve ervaringen, toch weer heeft laten masseren door verdachte. Naar het oordeel van de rechtbank is dat wel het geval. Verdachte heeft [slachtoffer 4] , met gebruikmaking van zowel zijn rol als “vader” in het gezin als van zijn rol als haar dansleraar, onder druk gezet om met de massages in te stemmen, in het bijzonder door die massages te koppelen aan het mogen blijven dansen. Daarmee heeft hij haar telkens weer in een positie gebracht waarin het misbruik kon plaatsvinden. Overigens geldt in al die gevallen dat de houding waarin [slachtoffer 4] zich bevond fysieke weerstand moeilijk maakte. Door deze (combinatie van) feitelijkheden heeft verdachte haar gedwongen om de betreffende handelingen tegen haar wil te ondergaan.
De rechtbank overweegt terzijde dat zij het in de tenlastelegging onder artikel 246 Sr opgenomen begrip ‘stiefdochter’ als een feitelijke omschrijving aanmerkt en bewezen acht. Gelet op het ontbreken van een echtelijke verbintenis tussen verdachte en de moeder van aangeefster kan in juridische zin niet gesproken worden van een stiefdochter. Naar het oordeel van de rechtbank kan echter naar normaal spraakgebruik wel van een stiefdochter gesproken worden. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat zij in die periode duurzaam in gezinsverband samenleefden, waarbij verdachte ten aanzien van [slachtoffer 4] een vaderrol op zich had genomen.
De rechtbank acht feit 5 primair, meermalen gepleegd, dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Feit 6
Verdachte wordt primair verweten dat hij [slachtoffer 5] in of omstreeks de periode van 1 juli 2020 tot en met 24 augustus 2020 meermalen heeft aangerand door tijdens het stretchen zijn penis tegen haar gezicht te houden. [slachtoffer 5] was toen 17 jaar oud.
[slachtoffer 5] heeft, samengevat, het volgende verklaard.
Samen met [slachtoffer 6] werd zij door verdachte opgeleid tot docent. Verdachte had tegen haar gezegd dat zij beter moest worden en dat zij daarom moest stretchen. Het stretchen gebeurde vanaf de voorzijde, waarbij zij met haar gezicht in zijn kruis kwam. Tijdens het stretchen droeg verdachte een broek met een gat erin. Zij bewoog dan haar hoofd, omdat het ongemakkelijk voelde om zo dicht bij het geslachtsdeel van verdachte te komen. Verdachte stelde voor dat zij ter afleiding van de pijn een kaakoefening moest doen, waarbij zij met haar tong uit haar mond bewegingen moest maken, terwijl zij met haar hoofd in zijn kruis lag. [slachtoffer 5] heeft hierover verklaard dat zij ook dit zeer ongemakkelijk vond. Het stretchen op deze manier is meermalen voorgekomen.
Op 9 juli 2020 merkte [slachtoffer 5] dat verdachte zijn geslachtsdeel door het gat in de broek naar buiten drukte, waarbij hij met zijn geslachtsdeel tegen haar linkerwang zat. Op dat moment zei verdachte opnieuw tegen haar dat ze de kaakoefening moest doen, waarbij zij haar tong moest uitsteken en moest bewegen. [slachtoffer 5] heeft dat geweigerd, werd overstuur en wilde uit de stretchpositie gehaald worden.
Verdachte heeft verklaard dat hij inderdaad met [slachtoffer 5] heeft gestretcht. Daarbij was zij op een bepaald moment overstuur en wilde zij uit de stretchpositie gehaald worden, waarna ze huilend is weggegaan. Daarbij hebben volgens verdachte echter geen ontuchtige handelingen plaatsgevonden.
De rechtbank verwijst naar hetgeen hierboven is overwogen over de betrouwbaarheid van de aangiftes in het algemeen en acht ook de verklaring van [slachtoffer 5] betrouwbaar. In haar geval merkt de rechtbank nog op dat haar verklaring over het incident op 9 juli 2020 in ieder geval voor een deel steun vindt in de verklaring van verdachte zelf. Zij heeft ook kort na dit incident, op 11 juli 2020, aan [naam 2] over haar ervaringen tijdens het trainen met verdachte verteld.
De rechtbank heeft hierboven eveneens al overwogen dat er voor alle aangiftes voldoende steunbewijs is. De rechtbank er bij de beoordeling van het feit daarom van uitgaan dat de handeling en omstandigheden waarover [slachtoffer 5] verklaart zo hebben plaatsgevonden.
Ten aanzien van de vraag of sprake is geweest van het dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen, overweegt de rechtbank het volgende.
Naar het oordeel van de rechtbank is het met de penis aanraken van iemands wang tijdens een stretchoefening onmiskenbaar in strijd met de sociaal-ethische norm en daarmee ontuchtig van aard. [slachtoffer 5] hoefde op geen enkele manier te verwachten dat dit zou gebeuren en kon daar dus vanwege het onverhoedse karakter, maar ook door de houding waarin zij door verdachte was gebracht – voorovergebogen in de richting van zijn kruis, in een oefening die zij niet zonder meer zelf kon beëindigen – redelijkerwijs geen weerstand tegen bieden. Daarmee heeft verdachte opzettelijk veroorzaakt dat de aangeefster de handeling tegen haar wil heeft moeten dulden.
De rechtbank acht de primair tenlastegelegde aanranding, eenmaal gepleegd, te weten op 9 juli 2020, aldus wettig en overtuigend bewezen.
Feit 7
Verdachte wordt primair verweten dat hij [slachtoffer 6] in de periode van 1 juni 2020 tot en met 7 augustus 2020 meermalen heeft aangerand door tijdens het stretchen zijn penis tegen haar gezicht te houden. [slachtoffer 6] was in die periode 17 en 18 jaar.
[slachtoffer 6] heeft hierover, samengevat, het volgende verklaard.
Ze was gevraagd om dansles te geven en verdachte had haar gevraagd om met hem te gaan stretchen. Verdachte zei dat ze doordat ze stretchte steeds beter zou gaan worden. Ook is haar voorgehouden dat ze dan mogelijk in het grootste team kon komen dat voor een wedstrijd naar Amerika zou gaan. Het stretchen vond plaats vanaf de voorzijde en bij het voorover buigen zat zij met haar gezicht bijna in zijn kruis. Vanaf de derde of vierde keer stretchen gebeurden er dingen waarvan [slachtoffer 6] dacht “dit klopt niet helemaal”. Ze zag dat verdachte een broek met een gat droeg, waaruit zijn penis kwam. Een eerste keer voelde ze iets langs haar wang, terwijl zij de eerder omschreven ontspanningsoefening met haar kaak open en haar tong eruit moest doen. De laatste keren gaf verdachte haar een ontspanningsoefening, waarbij zij tijdens de stretchoefening op zijn duim moest zuigen of bijten. [slachtoffer 6] heeft verklaard dat zij zeker weet dat ze zijn penis recht in haar gezicht heeft gehad en tegen haar wang aan heeft gevoeld. Ze heeft daarbij beschreven dat ze zijn penis heeft gezien en dat ze iets hards en slijmerigs voelde. Omdat ze graag beter wilde worden en in het grootste team wilde komen, stopte ze niet direct met het trainen met verdachte.
Verdachte heeft verklaard dat hij met [slachtoffer 6] heeft gestretcht in het kader van haar opleiding tot dansdocent en dat hij haar tijdens het stretchen een ontspanningsoefening heeft gegeven, waarbij zij haar kaak open moest doen. Hij heeft ontkend met haar ontuchtige handelingen te hebben gepleegd.
De rechtbank verwijst naar hetgeen zij hierboven heeft overwogen over de betrouwbaarheid van de aangiftes in het algemeen. Ook de verklaring van [slachtoffer 6] acht de rechtbank betrouwbaar. Anders dan de raadsman heeft bepleit, ziet de rechtbank in haar verklaringen geen tekenen van verwardheid, maar passen de door haar gemaakte voorbehouden meer bij een zorgvuldig afgelegde verklaring, waarbij zij niet meer wil verklaren dan dat zij echt weet dat er is voorgevallen.
De rechtbank heeft hierboven eveneens al overwogen dat er voor alle aangiftes voldoende steunbewijs is. De rechtbank zal er bij de beoordeling van het feit daarom van uitgaan dat de handeling en omstandigheden waarover [slachtoffer 6] verklaart zo hebben plaatsgevonden.
Ten aanzien van de vraag of sprake is geweest van het dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen, overweegt de rechtbank het volgende.
De rechtbank herhaalt dat het naar haar oordeel onmiskenbaar in strijd is met de sociaal-ethische norm en daarmee ontuchtig om tijdens een stretchoefening iemands wang met de penis aan te raken. Ook in dit geval geldt dat [slachtoffer 6] op geen enkele manier hoefde te verwachten dat dit zou gebeuren. Zij kon dus vanwege het onverhoedse karakter, maar ook door de houding waarin zij door verdachte was gebracht – voorovergebogen in de richting van zijn kruis, in een oefening die zij niet zonder meer zelf kon beëindigen – redelijkerwijs geen weerstand tegen deze handeling bieden. Daarmee heeft verdachte opzettelijk veroorzaakt dat de aangeefster de handeling tegen haar wil heeft moeten dulden.
De rechtbank acht de primair tenlastegelegde aanranding, meermalen gepleegd, dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Feit 8
Onder dit feit wordt verdachte primair verweten dat hij [slachtoffer 7] in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 7 juli 2020 meermalen heeft aangerand door tijdens het stretchen zijn penis tegen haar gezicht te houden. [slachtoffer 7] had op dat moment de leeftijd van 17 jaar.
[slachtoffer 7] heeft, samengevat, in haar aangifte het volgende verklaard.
Zij wilde graag beter worden en heeft daarom aan verdachte heeft gevraagd om met haar te gaan stretchen. Het stretchen vond bij [slachtoffer 7] ook plaats vanaf de voorzijde en na een tijdje ging verdachte steeds meer aan haar zitten. Hij stelde ook aan haar de kaakoefening met de tong voor. Haar hoofd kwam dan tegen zijn buik aan. Als zij haar hoofd wegdraaide naar de zijkant, pakte hij haar hoofd vast en draaide deze weer terug naar het midden. Op een gegeven moment voelde ze iets tegen haar wang. Hij zei tegen haar: “Ik doe iets voor jou, en jij doet iets voor mij.” Omdat ze zich niet prettig voelde bij het op deze wijze met verdachte stretchen heeft [slachtoffer 7] een aantal keren het stretchen overgeslagen. Verdachte gaf vervolgens op 7 juli 2020 na een les aan dat ze achteruitgegaan was en vroeg haar of ze weer wilde stretchen. Dat deed [slachtoffer 7] en ze en werd in de stretchpositie gezet en moest weer tongoefeningen doen. Verdachte zat aan haar gezicht te voelen en daarna voelde ze dat hij iets met zijn hand bij zijn broek deed en vervolgens voelde ze zijn geslachtsdeel tegen haar wang. Hij zei: “ Doe hem er maar in.” Toen zij aangaf dat ze daarvoor niet kwam stretchen en dat ze uit de stretchpositie gehaald wilde worden, deed verdachte dat niet onmiddellijk, maar liet hij haar nog even zitten. Op een moment dat ze haar ogen kort open had, zag ze zijn stijve penis. [slachtoffer 7] heeft ook verklaard dat verdachte tijdens het stretchen een grijze broek droeg en dat ze deze in de doucheruimte heeft zien liggen. Ze zag toen een gat in die broek zitten.
Verdachte heeft verklaard dat hij met [slachtoffer 7] gestretcht heeft, omdat zij had aangegeven dat ze in het selectieteam wilde. Het kan kloppen dat hij haar heeft gezegd dat zij haar lichaam recht moest houden tijdens het stretchen. Hij heeft ontkend dat hij met haar ontuchtige handelingen heeft gepleegd.
De rechtbank verwijst naar hetgeen hierboven is overwogen over de betrouwbaarheid van de aangiftes in het algemeen en acht ook de verklaring van [slachtoffer 7] betrouwbaar. De rechtbank heeft hierboven eveneens al overwogen dat er voor alle aangiftes voldoende steunbewijs is. De rechtbank zal er bij de beoordeling van het feit daarom van uitgaan dat de handeling en omstandigheden waarover [slachtoffer 7] verklaart zo hebben plaatsgevonden.
Ten aanzien van de vraag of er sprake is geweest van het dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen, overweegt de rechtbank opnieuw dat het naar haar oordeel onmiskenbaar in strijd is met de sociaal-ethische norm en daarmee ontuchtig om tijdens een stretchoefening iemands wang of elders in het gezicht met de penis aan te raken. Ook in dit geval geldt dat [slachtoffer 7] op geen enkele manier hoefde te verwachten dat dit zou gebeuren. Zij kon dus vanwege het onverhoedse karakter, maar ook door de houding waarin zij door verdachte was gebracht – voorovergebogen in de richting van zijn kruis, in een oefening die zij niet zonder meer zelf kon beëindigen – redelijkerwijs geen weerstand tegen deze handeling bieden. Daarmee heeft verdachte opzettelijk veroorzaakt dat de aangeefster de handeling tegen haar wil heeft moeten dulden.
Ook hier kan de vraag rijzen of het feit dat [slachtoffer 7] vervolgens toch vaker is gaan stretchen met verdachte betekent dat er de daaropvolgende keer geen sprake meer is geweest van dwang. Naar het oordeel van de rechtbank is die dwang er wel geweest. Verdachte heeft gebruik gemaakt van zijn positie als dansleraar en eigenaar van de dansschool om haar de indruk te geven dat doorgaan met stretchen nodig was om haar een betere danseres te maken. Daarin past ook zijn opmerking dat zij, nadat zij een aantal keren had overgeslagen, merkbaar achteruit was gegaan. Onder deze druk heeft verdachte ervoor gezorgd dat er toch weer een situatie kon ontstaan waarin misbruik mogelijk was.
De rechtbank acht de primair tenlastegelegde aanranding, meermalen gepleegd, dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Feit 9
Aan verdachte is primair aanranding van [slachtoffer 8] tenlastegelegd, gepleegd in of omstreeks de periode van 1 februari 2020 tot 1 april 2020. [slachtoffer 8] was toen 17 jaar oud.
[slachtoffer 8] heeft verklaard over een voorval dat zou hebben plaatsgevonden op 7 februari 2020. Bij het passen van een kledingstuk heeft verdachte haar borsten aangeraakt. Verdachte gaf aan dat het “inwendig niet best was” met haar borsten. Ook legde hij een verband tussen haar borsten en haar nek- en rugklachten en zei hij dat het haar dansen zou beïnvloeden; als [slachtoffer 8] hieraan niets zou laten doen en slecht zou blijven, zou ze uit het team gezet worden. Toen [slachtoffer 8] zich vervolgens door verdachte liet masseren, vroeg hij haar of zij ondertussen iets voor hem wilde doen, nu hij iets voor haar deed. Dit betrof het masseren van zijn lies. Daarbij kwam haar hoofd dichtbij zijn kruis. [slachtoffer 8] zag dat hij gaten in zijn broek had en zag zijn stijve geslachtsdeel. Verdachte drukte daarbij zijn geslachtsdeel hard tegen haar wang aan en ze hoorde hem hijgen en kreunen en hij drukte haar hoofd ook naar beneden. [slachtoffer 8] wist zich los te maken en verdachte raakte geïrriteerd. [slachtoffer 8] mocht er niet met anderen over praten, anders zou dat gevolgen voor haar hebben. Ze heeft het direct na het verlaten van de dansschool aan haar ex-vriend [naam 6] verteld.
Verdachte heeft ontkend dat hij [slachtoffer 8] ontuchtig heeft aangeraakt. Bij het passen van de danskleding heeft hij met zijn hand wel de onderkant van haar body aangeraakt. Ook heeft hij verklaard dat hij met haar over haar rugklachten vanwege haar borsten heeft gesproken en vervolgens haar nek heeft gemasseerd.
De rechtbank verwijst naar hetgeen zij hierboven in zijn algemeenheid heeft overwogen over de betrouwbaarheid van de aangiftes. Zij acht ook de verklaring van [slachtoffer 8] betrouwbaar. In het bijzonder overweegt de rechtbank hierbij dat de context waarbinnen de aanrakingen zouden hebben plaatsgevonden in de verklaring van verdachte niet wordt betwist. Verder neemt de rechtbank in aanmerking dat [slachtoffer 8] heel kort na het incident meteen haar verhaal heeft gedaan tegenover haar ex-vriend [naam 6] , die dat bevestigd heeft.
De rechtbank heeft hierboven eveneens al overwogen dat er voor alle aangiftes voldoende steunbewijs is. De rechtbank zal er bij de beoordeling van het feit daarom van uitgaan dat de handelingen en omstandigheden waarover [slachtoffer 8] verklaart zo hebben plaatsgevonden.
Het betasten van de borsten van aangeefster en het drukken van zijn penis tegen haar wang, zijn naar het oordeel van de rechtbank onmiskenbaar aan te merken als handelingen van ontuchtige aard. De volgende vraag is of ook bij [slachtoffer 8] kan worden bewezen dat verdachte haar tot het dulden van deze handelingen heeft gedwongen. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe dat verdachte [slachtoffer 8] met een smoes over de staat van haar borsten, en de invloed die dat zou hebben op haar kwaliteit van dansen, tot het ondergaan van een massage heeft bewogen. Daarmee heeft hij haar in een situatie gebracht waarin zij onverwachts werd geconfronteerd met betastingen aan haar borsten. Hierna werd ze bij het masseren van zijn liezen even onverhoeds met zijn geslachtsdeel geconfronteerd, waarbij hij haar hoofd naar beneden en tegen zijn geslachtsdeel duwde. Door zijn manier van handelen heeft hij voorkomen dat [slachtoffer 8] weerstand kon bieden tegen zijn handelingen en heeft hij haar door deze feitelijkheden gedwongen om de handelingen tegen haar wil te ondergaan.
De rechtbank acht feit 9 primair wettig en overtuigend bewezen.
Feit 10
Aan verdachte is primair aanranding van [slachtoffer 9] tenlastegelegd, gepleegd in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot 12 april 2017. [slachtoffer 9] was destijds 16 jaar.
In haar aangifte heeft [slachtoffer 9] verklaard over een voorval tijdens haar stage in de dansschool. Verdachte gaf toen aan dat zij een knoopje van haar shirt moest dichtdoen, omdat hij anders afgeleid was en in de verleiding kon komen. Hij heeft haar toen in een afgesloten ruimte tijdens het dichtdoen van dat knoopje aan haar borst betast door met zijn volle hand haar borst beet te pakken en maakte hierbij seksueel getinte opmerkingen. Na het voorval heeft zij een spraakmemo in een groeps-app geplaatst, waarin zij over dit incident spreekt. [slachtoffer 9] heeft ook verklaard over een eerder voorval, waarbij verdachte tijdens een massage die in het bijzijn van een vriendin zou hebben plaatsgevonden haar borsten eveneens zou hebben betast.
Verdachte heeft verklaard dat hij zich herinnert dat hij tegen [slachtoffer 9] heeft gezegd dat zij de knoopjes van haar shirt moest dichtdoen, dat hij daarbij heeft gezegd dat “ze (haar borsten) er zo uitvallen” en dat ze de dag erna een dikke trui droeg, boos was en hem vermeed. Verdachte heeft echter ontkend haar ontuchtig te hebben aangeraakt. Ook heeft hij ontkend haar tijdens een massage ontuchtig te hebben aangeraakt.
Voor wat betreft het incident met de knoopjes, verwijst de rechtbank in de eerste plaats naar hetgeen zij hierboven in zijn algemeenheid over de betrouwbaarheid van de aangiftes heeft overwogen. Ook de verklaring van [slachtoffer 9] acht de rechtbank betrouwbaar. Daarbij neemt zij in het bijzonder in aanmerking dat [slachtoffer 9] kort na het voorval een spraakbericht heeft ingesproken, waarin zij wat er gebeurd is op dezelfde manier beschrijft als in haar latere aangifte en waaruit een oprechte verontwaardiging en verbazing over het voorval naar voren komt.
De rechtbank heeft hierboven eveneens al overwogen dat er voor alle aangiftes voldoende steunbewijs is. De rechtbank zal er bij de beoordeling van het feit daarom van uitgaan dat het incident met de knoopjes waarover [slachtoffer 9] verklaart zo heeft plaatsgevonden.
De handelingen van verdachte, bestaande uit het betasten van de borst van aangeefster in combinatie met de door hem gemaakte seksueel getinte opmerkingen zijn naar het oordeel van de rechtbank aan te merken als handelingen van ontuchtige aard. Voor het, overigens ongevraagd, dichtdoen van een knoopje van een shirt van een ander is het geheel onnodig om de borst aan te raken en verdachte heeft ook hiermee de sociaal-ethische norm overschreden.
De rechtbank acht verder bewezen dat verdachte haar tot het dulden van deze ontuchtige handeling heeft gedwongen. Verdachte heeft onverwachts haar borst aangeraakt. Hierdoor heeft hij voorkomen dat [slachtoffer 9] weerstand kon bieden tegen de door hem verrichte handelingen en heeft hij haar door deze feitelijkheid gedwongen om de handeling tegen haar wil te ondergaan.
Ten aanzien van de betasting die tijdens het masseren en in het bijzijn van een vriendin zou hebben plaatsgevonden, overweegt de rechtbank het volgende. De vriendin die bij de massage aanwezig was, kan zich een dergelijke situatie niet kan herinneren, terwijl [slachtoffer 9] in haar verklaring bij de rechter-commissaris minder stellig is geweest over de vraag of die vriendin de betasting had kunnen zien. Dat maakt dat de rechtbank bij dit incident met onvoldoende zekerheid kan vaststellen wat er precies gebeurd is. Van dit onderdeel zal de rechtbank verdachte dus vrijspreken.
De rechtbank acht aldus het primair tenlastegelegde, eenmaal gepleegd, wettig en overtuigend bewezen.
Feit 11
Verdachte wordt in dit verzamelfeit verweten dat hij [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] in de periode van 1 januari 2019 tot 1 augustus 2020 (meermalen) heeft aangerand door tijdens het stretchen zijn penis tegen of bij hun gezicht te houden en hen te betasten. Zij waren in die periode alle drie meerderjarig.
[slachtoffer 10] heeft verklaard dat zij op haar eerdere dansniveau wilde komen en dat zij daarom had gevraagd of verdachte haar daarbij wilde begeleiden. Zij heeft in het kader daarvan één keer met verdachte gestretcht. Verdachte deed een broek aan waarin een gat zat. Ze moest vanaf de voorzijde stretchen, hetgeen zij vanuit de turnwereld niet gewend was. [slachtoffer 10] kwam bij het naar voren buigen met haar hoofd richting het kruis van verdachte en voelde met haar kin en haar wang zijn harde geslachtsdeel. Daarna heeft verdachte haar gemasseerd en gaf hij aan dat haar klieren van haar borst vastzaten en dat ze die zou moeten masseren. Daarbij raakte verdachte haar borsten aan. Dit heeft hij nogmaals gedaan, maar toen in een setting waarbij ze zich in opdracht van verdachte enkel gekleed in een string met verdachte in de danszaal bevond om zelfverzekerder te worden. Verdachte heeft die keer nogmaals haar borsten aangeraakt. Ze heeft hierover waarschijnlijk ergens in maart 2020 met [naam 8] gesproken.
Verdachte heeft ten aanzien van [slachtoffer 10] verklaard dat hij haar persoonlijk heeft begeleid, omdat zij vooruitgang wilde boeken. Hij heeft één keer met haar afgesproken om met haar te gaan stretchen, maar dat is niet doorgegaan omdat zij zich niet prettig voelde bij de door hem voorgestelde houding. Ook heeft hij erkend dat hij haar heeft gemasseerd en dat hij vond dat zij zich niet voor haar naaktheid hoefde te schamen. Verdachte heeft ontkend in deze situaties ontuchtige aanrakingen te hebben verricht.
[slachtoffer 11] heeft in haar aangifte verklaard dat ze in het demoteam zat en dat ze daarom extra trainingen van verdachte kreeg. Ze is drie keer met hem wezen stretchen en daarbij stretchte ook [slachtoffer 11] met verdachte vanaf de voorzijde en moest zij tongoefeningen doen ter afleiding van de pijn. Verdachte ging met zijn vinger langs haar mond om haar af te leiden., Tijdens de laatste keer stretchen in juli 2020 kwam ze bij haar kin in aanraking met zijn harde geslachtsdeel. Verdachte droeg altijd een grijze broek met een gat erin ter hoogte van zijn geslachtsdeel. Deze droeg hij alleen tijdens het stretchen. Na het stretchen ging hij haar masseren, waarbij ze zich met haar buik op de bank bevond. Bij het masseren van haar billen, heeft verdachte haar geslachtsdeel aangeraakt. Hij heeft dat één keer aangeraakt met zijn hand. [slachtoffer 11] heeft verklaard dat ze niet het gevoel had dat ze hem kon weigeren.
Verdachte heeft met betrekking tot [slachtoffer 11] verklaard dat hij met haar gestretcht heeft en haar heeft gemasseerd. Zij zat in een team waarover verdachte zeggenschap had. Tijdens het stretchen en masseren hebben volgens verdachte geen ontuchtige handelingen plaatsgevonden.
[slachtoffer 12] heeft verklaard dat zij bij de dansschool danste en daar ook docent was. Verdachte stelde voor om met hem te gaan stretchen, zodat ze nog een betere professionele danseres zou worden. Ook zij heeft verklaard dat verdachte een andere broek aan deed voor het stretchen. Het stretchen vond vanaf de voorzijde plaats en [slachtoffer 12] kwam daarbij op een gegeven moment met haar gezicht bij zijn geslachtsdeel. Door een opening in zijn broek, zag ze zijn geslachtsdeel ook. Ze heeft aangegeven dat het er warm en benauwd was en ze draaide haar hoofd dan naar de zijkant; verdachte gaf dan aan dat ze recht vooruit moest blijven kijken. Ook heeft verdachte haar gemasseerd aan haar bilspier. Hierbij zat hij op zijn knieën achter haar. Hij ging hij met zijn hand in haar broek richting haar vagina. Tijdens de bilmassage voelde ze ook zijn geslachtsdeel. Hij had haar vast met zijn handen en drukte zijn bekken tegen haar kont.
Over [slachtoffer 12] heeft verdachte verklaard dat hij regelmatig met haar getraind heeft en dat hij ook met haar gestretcht heeft. Hij heeft ontkend hierbij ontuchtige aanrakingen te hebben verricht.
De rechtbank verwijst naar hetgeen zij hierboven heeft overwogen en acht de verklaringen van [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] betrouwbaar. In het bijzonder neemt de rechtbank in aanmerking dat zowel [slachtoffer 10] als [slachtoffer 12] reeds in een eerder stadium iemand in vertrouwen hebben genomen over wat er zou zijn gebeurd; in het geval van [slachtoffer 10] ging het om [naam 5] en in het geval van [slachtoffer 12] om [slachtoffer 4] . Naar het oordeel van de rechtbank worden hun verklaringen voorts deels ondersteund door de verklaring van verdachte die heeft erkend dat hij met hen in de door hen omschreven één-op-één situaties heeft bevonden.
De rechtbank heeft hierboven eveneens al overwogen dat er voor alle aangiftes voldoende steunbewijs is. De rechtbank zal er bij de beoordeling van het feit daarom van uitgaan dat de handelingen en omstandigheden waarover de drie aangeefsters hebben verklaard zo hebben plaatsgevonden.
Met betrekking tot de handelingen die verdachte heeft verricht tijdens het stretchen overweegt de rechtbank het volgende.
Tijdens het stretchen heeft verdachte zijn penis eenmaal tegen het gezicht van [slachtoffer 10] respectievelijk [slachtoffer 11] gehouden. De rechtbank heeft al meermalen overwogen dat zulk handelen duidelijk in strijd is met de sociaal-ethische norm en daarmee ontuchtig van aard.
Ten aanzien van de handeling begaan met betrekking tot [slachtoffer 12] overweegt de rechtbank dat uit haar verklaring niet volgt dat zij de penis van verdachte tegen haar gezicht heeft gekregen; wel heeft zij verklaard dat zij tijdens het stretchen met haar hoofd bij zijn geslachtsdeel kwam en daarbij door een gat in zijn broek ook zijn geslachtsdeel zag. Op het moment dat zij haar gezicht afwendde, gaf verdachte aan dat zij haar gezicht recht moest houden. Onder omstandigheden kan ook van ontucht worden gesproken zonder lijfelijke aanraking (die er hier overigens in die zin wel was dat verdachte [slachtoffer 12] vasthield in het kader van de stretchoefening). Daarvoor is dan wel nodig dat er sprake was van enige interactie tussen de dader en het slachtoffer, die in verband stond met de seksuele handeling. Dat laatste is hier het geval, nu, zoals uit al het voorgaande blijkt, het uitvoeren van de stretchoefening door verdachte (mede) tot doel had om seksuele handelingen te kunnen plegen.
Daarnaast wordt verdachte verweten dat hij de aangeefsters al dan niet tijdens massages aan de borsten, vagina en/of billen heeft aangeraakt. Deze handelingen zijn tijdens een trainingssessie of massage verricht, terwijl zij daartoe geen enkel doel dienden. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze handelingen, zoals al eerder overwogen, mede gelet op de setting waarin deze aanrakingen werden verricht, onmiskenbaar als ontuchtig aan te merken.
De rechtbank acht verder bewezen dat verdachte alle drie de aangeefsters tot het dulden van deze handelingen heeft gedwongen, nu geen van drieën er op bedacht hoefde te zijn dat zij tijdens het uitvoeren van stretchoefeningen of het ondergaan van een massage geconfronteerd zouden worden met een seksuele handeling van verdachte. Zij konden door het onverhoedse karakter van de handelingen daar redelijkerwijs geen weerstand aan bieden. Bovendien bevonden zij zich iedere keer in een zodanige houding, hetzij tijdens het stretchen, hetzij tijdens de massage, dat het ook fysiek moeilijk zou zijn geweest om die weerstand te bieden.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte door bovenstaande feitelijkheden opzettelijk heeft veroorzaakt dat de aangeefsters de handelingen tegen hun wil hebben geduld.
De rechtbank acht de primair tenlastegelegde aanranding, meermalen gepleegd, dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Feit 12
Verdachte wordt verweten dat hij [slachtoffer 13] in de periode van 8 april 2015 tot 8 april 2018 op diverse data ontuchtig heeft aangeraakt, terwijl zij toen nog geen 16 jaar oud was.
[slachtoffer 13] heeft in haar aangifte verklaard dat verdachte tijdens feestjes van de dansschool vaak aan haar kont zat en dat hij daarin ook heeft geknepen. Zij was toen 14 jaar oud. Verder heeft ze verklaard dat hij haar op de mond zoende en dat hij haar borst tijdens het gebruiken van lachgas heeft aangeraakt.
Verdachte heeft verklaard dat hij wel op feestjes van de dansschool is geweest, waar zij ook aanwezig was. Hij ontkent haar echter op enige wijze ontuchtig te hebben aangeraakt.
De rechtbank verwijst naar hetgeen zij hierboven heeft overwogen over de betrouwbaarheid van de aangiftes in het algemeen en acht ook de verklaring van [slachtoffer 13] betrouwbaar. In het bijzonder overweegt de rechtbank dat de verklaring van [slachtoffer 13] voor zover die gaat over het aanraken van haar billen wordt ondersteund door de verklaring van [naam 2] . Ook hij heeft verklaard te hebben gezien dat verdachte [slachtoffer 13] op een feestje van de dansschool over haar kont aanraakte. Dergelijk handelen door een docent bij een meisje van 14 jaar is in strijd met de sociaal-ethische norm en derhalve ontuchtig van aard.
Ten aanzien van de overige in de tenlastelegging opgenomen handelingen, overweegt de rechtbank dat deze onvoldoende ondersteuning vinden in andere bewijsmiddelen. De rechtbank acht voor dit onderdeel dan ook onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden.
Naar het oordeel van de rechtbank kan derhalve wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte het hem onder 12 tenlastegelegde heeft begaan, (enkel) voor zover dat ziet op het aanraken van de billen van [slachtoffer 13] .
Bewezenverklaring
De rechtbank acht feiten 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4, 5 primair, 6 primair, 7 primair, 8 primair, 9 primair, 10 primair, 11 en 12 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1.
hij in de periode van 28 juli 2020 tot en met 27 augustus 2020 op diverse data te Groningen meermalen door een feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten het brengen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer 1] en het betasten/aanraken van de borsten van die [slachtoffer 1] , en bestaande die feitelijkheden hierin dat hij, verdachte:
- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij meer moest gaan stretchen, zodat zij beter zou gaan dansen en bij het demoteam kon komen en vervolgens heeft aangeboden om die [slachtoffer 1] te helpen bij het stretchen en
- die [slachtoffer 1] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 1] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en daarbij voor die [slachtoffer 1] is gaan zitten, waarbij zijn kruis zich ter hoogte van het hoofd van die [slachtoffer 1] bevond en
- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij in zijn, verdachtes, penis moest bijten en hem moest pijpen en
- die [slachtoffer 1] in een zogeheten vlinderstretch (kleermakerszit) heeft gebracht en daarbij zijn benen over de benen van die [slachtoffer 1] heeft gebracht en daarbij het hoofd van die [slachtoffer 1] richting zijn, verdachtes, kruis heeft gebracht en
- de borsten van die [slachtoffer 1] onverhoeds heeft betast/aangeraakt terwijl zij aangaf dat niet te willen/met haar hoofd schudde, en
- zijn penis in de mond van die [slachtoffer 1] heeft gebracht en daarbij zijn hand op het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft gehouden, terwijl die [slachtoffer 1] in een stretchpositie zat en is doorgegaan met het plegen van voornoemde handeling, terwijl die [slachtoffer 1] had aangegeven dat ze niet wilde en terwijl die [slachtoffer 1] aan het kokhalzen was,
en terwijl hij, verdachte, de dansdocent en de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 1] was, waardoor die [slachtoffer 1] afhankelijk van hem, verdachte, was om bij het demoteam van de dansschool te komen en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 1] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;
2.
hij in de periode van 1 november 2019 tot 1 maart 2020, op diverse data, te
Groningen, meermalen door een feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die mede bestonden uit het seksueel
binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten:
- het brengen van zijn, verdachtes, vinger in de vagina van die [slachtoffer 2] en/of
- het betasten van de borsten en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer 2] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, ontblote penis tussen de benen van die [slachtoffer 2]
en bestaande die feitelijkheid(en
hierin dat verdachte:
- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij haar doel om als professioneel danseres in
Amerika te werken, niet zonder zijn hulp zou bereiken en
- heeft aangeboden om die [slachtoffer 2] te helpen bij het stretchen, zodat zij een betere
danseres zou worden en
- na het stretchen de (pijnlijke) liezen van die [slachtoffer 2] heeft gemasseerd, waarbij hij,
verdachte, onverhoeds zijn vinger in de vagina van die [slachtoffer 2] heeft gebracht en/of is doorgegaan met het plegen van voornoemde handeling, terwijl die [slachtoffer 2] had aangegeven dat ze niet wilde en
- de borsten van die [slachtoffer 2] heeft gemasseerd en/of (daarbij) heeft gezegd dat hij
de klieren van die [slachtoffer 2] aan het masseren was, zodat zij minder vaak verkouden
zou zijn
en terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer van die [slachtoffer 2] was en de eigenaar
van de dansschool was waar die [slachtoffer 2] werkzaam was en aldus misbruik heeft
gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 2] zich ten
opzichte van hem, verdachte, bevond;
3.
hij in de periode van 1 september 2019 tot en met 24 augustus 2020 te Groningen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door een feitelijkheid, [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] 2005) te dwingen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] :
- tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd dat zij meer moest gaan stretchen, zodat zij leniger zou worden en beter zou gaan dansen om haar doel om als professioneel danseres in Amerika te werken en les te geven op een dansschool te bereiken en vervolgens heeft aangeboden om die [slachtoffer 3] te helpen bij het stretchen en
- tegen [slachtoffer 3] heeft gezegd dat zij op haar 16e les mocht geven op zijn, verdachtes, dansschool en
- die [slachtoffer 3] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 3] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en
- die [slachtoffer 3] bij de rug heeft vastgehouden en tegen de bank heeft aangetrokken, terwijl die [slachtoffer 3] in die pijnlijke stretchpositie zat, met haar hoofd tegen zijn, verdachtes, buik en waarbij hij, verdachte, een broek droeg waarvan de knopen open waren en zijn penis door deze opening heen kwam en
- aan die [slachtoffer 3] heeft gevraagd of zij hem, verdachte, wilde pijpen en
terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 3] was en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 3] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.
hij in de periode van 1 januari 2020 tot en met 24 augustus 2020, op diverse data te Groningen, meermalen met [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] 2005, die toen de
leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige
handelingen heeft gepleegd, te weten het tijdens het masseren betasten van de vagina
en de billen van die [slachtoffer 3] ;
5.
hij in de periode van 1 januari 2015 tot 1 januari 2017, op diverse data, te Groningen, meermalen door een feitelijkheid [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het betasten van de borsten en/of de vagina van die [slachtoffer 4] en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:
- tegen [slachtoffer 4] heeft gezegd dat zij door hem, verdachte, zich moest laten masseren, omdat zij anders geen danslessen meer mocht volgen in zijn dansschool en
- tijdens voornoemde massages onverhoeds de borsten en/of de vagina van die [slachtoffer 4] heeft betast en
- is doorgegaan met het betasten van de borsten van die [slachtoffer 4] , nadat zij verdachtes handen had weggedrukt en
terwijl die [slachtoffer 4] de stiefdochter van hem, verdachte was en terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 4] was, waardoor die [slachtoffer 4] afhankelijk van hem, verdachte, was om (beter) te kunnen dansen en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 4] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;
6.
hij op 9 juli 2020 te Groningen, door een feitelijkheid [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot het
dulden van een ontuchtige handeling, te weten het houden van zijn, verdachtes, penis tegen de wang van die [slachtoffer 5] en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:
- tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat zij meer moest gaan stretchen, zodat zij leniger zou worden en beter zou gaan dansen en dansdocent kon worden in zijn, verdachtes, dansschool en vervolgens heeft aangeboden om die [slachtoffer 5] te helpen bij het stretchen en
- die [slachtoffer 5] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 5] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en vervolgens
- onverhoeds zijn, verdachtes, penis tegen de wang van die [slachtoffer 5] heeft gedrukt en
terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 5] was, waardoor die [slachtoffer 5] afhankelijk van hem, verdachte, was om bij die dansschool als docent te kunnen werken en om beter te kunnen dansen en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 5] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;
7.
hij in de periode van 1 juni 2020 tot en met 7 augustus 2020 op diverse data te Groningen meermalen door een feitelijkheid [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, te weten het houden van zijn, verdachtes, penis tegen de wang en tegen het gezicht, van die [slachtoffer 6] en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:
- tegen die [slachtoffer 6] heeft gezegd dat zij meer moest gaan stretchen, zodat zij beter zou gaan dansen en dansdocent kon worden in zijn, verdachtes, dansschool en in het grootste dansteam kon dansen en vervolgens heeft aangeboden om die [slachtoffer 6] te helpen bij het stretchen en
- die [slachtoffer 6] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 6] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en vervolgens
- onverhoeds zijn, verdachtes, penis tegen de wang en het gezicht van die [slachtoffer 6] heeft gedrukt en
terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 6] was, waardoor [slachtoffer 6] afhankelijk van hem, verdachte, was om bij die dansschool als docent te kunnen werken en/of om beter te kunnen dansen en in een dansteam te kunnen dansen en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 6] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;
8.
hij in de periode van 1 april 2020 tot en met 7 juli 2020 op diverse data te Groningen, meermalen door een feitelijkheid [slachtoffer 7] heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, te weten het houden van zijn, verdachtes, penis tegen de wang van die [slachtoffer 7] en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:
- tegen die [slachtoffer 7] heeft gezegd dat zij moest gaan stretchen, zodat zij leniger zou worden en beter zou gaan dansen en heeft aangeboden om die [slachtoffer 7] te helpen bij het stretchen en
- die [slachtoffer 7] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 7] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit kon komen en vervolgens
- onverhoeds zijn, verdachtes, penis tegen de wang van die [slachtoffer 7] heeft gedrukt en daarbij tegen die [slachtoffer 7] heeft gezegd: “doe hem er maar in”
en terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 7] was, waardoor die [slachtoffer 7] afhankelijk van hem, verdachte, was om beter te kunnen dansen en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 7] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevond;
9.
hij op 7 februari 2020 te Groningen, door een feitelijkheid [slachtoffer 8] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, te weten:
- het betasten van de borsten van die [slachtoffer 8] en
- het drukken van zijn penis tegen het gezicht van die [slachtoffer 8] ,
en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:
- tegen die [slachtoffer 8] heeft gezegd dat hij haar borsten moest masseren, omdat er inwendig iets niet goed was en
- tegen die [slachtoffer 8] heeft gezegd dat hij haar nek en schouderklachten kon verhelpen door middel van massage, zodat zij beter kon dansen en als zij niet beter ging dansen dat hij, verdachte, die [slachtoffer 8] dan uit het team moest zetten en
- tijdens voornoemde massage onverhoeds de borsten van die [slachtoffer 8] heeft betast en zijn penis tegen het gezicht van die [slachtoffer 8] heeft gedrukt,
en terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool van die [slachtoffer 8] was, waardoor die [slachtoffer 8] afhankelijk van hem, verdachte, was om beter te kunnen dansen en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en ondergeschikte positie waarin [slachtoffer 8] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevonden;
10.
hij in de periode van 1 januari 2017 tot 12 april 2017 te Groningen door een feitelijkheid [slachtoffer 9] heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, te weten het betasten van de borst van die [slachtoffer 9] en bestaande die feitelijkheid hierin dat verdachte:
- tegen die [slachtoffer 9] heeft gezegd dat zij het knoopje van haar
shirt dicht moest doen en daarbij onverhoeds de borst van die [slachtoffer 9] heeft betast;
11.
hij in de periode van 1 januari 2019 tot 1 augustus 2020 op diverse data te Groningen door een feitelijkheid [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten:
- het houden van zijn, verdachtes, penis tegen het gezicht van die [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en bij het gezicht van die [slachtoffer 12] en
- het betasten van de borsten van die [slachtoffer 10] en
- het betasten van de vagina en de billen van die [slachtoffer 11] en
- het betasten van de billen nabij de vagina van die [slachtoffer 12]
en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte:
- tegen die [slachtoffer 10] heeft gezegd dat de klieren in haar borsten vastzaten en dat hij,
verdachte, die moest masseren en
- tegen die [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] heeft gezegd dat zij moesten gaan stretchen, zodat zij beter zouden gaan dansen en vervolgens heeft aangeboden om die [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] te helpen bij het stretchen en
- die [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] in een stretchpositie (te weten een splithouding) heeft gebracht, waar die [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] niet zonder hulp van hem, verdachte, uit konden komen en vervolgens
- onverhoeds zijn, verdachtes, penis tegen het gezicht van die [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en bij het gezicht van [slachtoffer 12] heeft gehouden en
- na het stretchen de (pijnlijke) spieren van die [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] heeft gemasseerd, waarbij hij, verdachte, onverhoeds de billen en de vagina van die [slachtoffer 11] en de billen nabij de vagina van die [slachtoffer 12] heeft betast en
terwijl hij, verdachte, de dansdocent/trainer en/of de eigenaar van de dansschool
van die [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] was, waardoor die [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] afhankelijk van hem, verdachte, waren om beter te kunnen dansen en aldus misbruik heeft gemaakt van de afhankelijke en/of ondergeschikte positie waarin die [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] zich ten opzichte van hem, verdachte, bevonden;
12.
hij in of omstreeks de periode van 8 april 2015 tot 8 april 2018, op diverse data, te
Groningen, meermalen met [slachtoffer 13] , geboren op [geboortedatum] 2002, die toen de leeftijd
van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het betasten van de billen van die [slachtoffer 13] .
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
Primair: verkrachting, meermalen gepleegd;
Primair: verkrachting, meermalen gepleegd;
Poging tot verkrachting;
Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;
Primair: feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd;
Primair: feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
Primair: feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd;
Primair: feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd;
Primair: feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
Primair: feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd;
Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de feiten 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4, 5 primair, 6 primair, 7 primair, 8 primair, 9 primair, 10 primair, 11 en 12 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 jaren met aftrek van voorarrest, een beroepsverbod voor de duur van 5 jaren na afloop van de gevangenisstraf en een contactverbod als bedoeld in artikel 38 v Sr met de aangeefsters, waarbij een hechtenis van 2 weken voor elke overtreding wordt bepaald, met een maximum van 6 maanden.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat bij de straftoemeting rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat in het uitvoerige persoonlijkheidsonderzoek de recidivekans als laag wordt ingeschat. Verder moet rekening worden gehouden met de omstandigheid dat verdachte een first offender is en dat deze zaak veel media-aandacht heeft gehad, die al tijdens zijn detentie de nodige gevolgen voor verdachte heeft gehad. Ook na zijn detentie zal de media-aandacht impact blijven hebben. Ook heeft de raadsman gewezen op de onbillijke gevolgen die de Wet Straffen en Beschermen heeft bij oplegging van een gevangenisstraf van meer dan 6 jaar; daarbij dient rekening te worden gehouden met de omstandigheid dat de zaak zonder het horen van getuigen voor inwerkingtreding van die wet zou zijn afgedaan.
Oordeel van de rechtbank
Motivering van de op te leggen straf
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich als eigenaar van een dansschool jarenlang schuldig gemaakt aan een groot aantal zedendelicten ten aanzien van zowel minderjarige als meerderjarige vrouwelijke dansers die bij de dansschool dansten, stage liepen of werkzaam waren. In totaal zijn er dertien slachtoffers die aangifte hebben gedaan. Bij twee van deze slachtoffers heeft hij zich meermalen schuldig gemaakt aan het binnendringen van het lichaam. Eén van hen heeft hij gedwongen om hem te pijpen, een ander moest dulden dat hij met zijn vinger in haar vagina binnendrong. Ook bij andere slachtoffers ging het veelal om vergaande ontuchtige handelingen. Zo heeft hij meerdere slachtoffers tijdens één-op-één stretchmomenten en tijdens massages in een positie gebracht, waarbij zij geconfronteerd werden met zijn geslachtsdeel tegen of dichtbij hun gezicht en waarbij zij onverhoeds op intieme plaatsen werden aangeraakt. Daarbij heeft hij meerdere aangeefsters verdergaande seksuele verzoeken gedaan en werd in één geval het niet meewerken gevolgd door een pijnlijke langer durende stretchoefening.
De strafbare feiten vonden vrijwel allemaal plaats binnen de muren van de dansschool, waar verdachte een centrale rol bekleedde. Niet alleen was hij de eigenaar van de dansschool, maar hij hield zich ook bezig met het trainen van de hogere dansteams en het scouten van danstalent dat hij eventueel ook zou kunnen opleiden tot dansdocent. De slachtoffers keken sterk tegen verdachte op vanwege zijn staat van dienst en behaalde prestaties en zij hadden het gevoel dat zij van hem afhankelijk waren als het ging om hun verdere danscarrière. In zijn contacten met de slachtoffers wekte of versterkte verdachte die indruk ook graag. Voor veel van de slachtoffers vormde de dansschool een centraal en essentieel onderdeel van hun leven en hun toekomst. Verdachte heeft misbruik gemaakt van zijn machtspositie, zijn status in de ogen van de slachtoffers en het gevoel van afhankelijkheid dat hij hen had gegeven.
Door het plegen van de feiten heeft verdachte het door slachtoffers, en in meerdere gevallen ook hun ouder(s) of verzorger(s), gestelde vertrouwen op grove wijze beschaamd en daarnaast een onaanvaardbare inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn slachtoffers. Verdachte heeft kennelijk enkel oog gehad voor de bevrediging van zijn eigen behoeftes, zonder zich te bekommeren over de schadelijke gevolgen van zijn gedrag voor de slachtoffers. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke delicten de nadelige psychische gevolgen daarvan nog lange tijd kunnen ondervinden. Uit de aangiftes en overige verklaringen van de slachtoffers, waaronder de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaringen, volgt dat hiervan ook in dit geval sprake is. Verdachte, die grotendeels heeft ontkend de feiten te hebben gepleegd, heeft geen enkel inzicht getoond in het verwerpelijke van zijn handelen.
Gelet op de ernst, aard, duur en omvang van de feiten kan naar het oordeel van de rechtbank met geen andere straf worden volstaan dan een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het oriëntatiepunt voor een eenmalige verkrachting al een gevangenisstraf van twee jaren is. In het onderhavige geval zijn de slachtoffers weliswaar niet met fysiek geweld tot de handelingen gedwongen, maar is wel sprake van meermalen binnendringen binnen een afhankelijkheidsverhouding. Daar komt dan nog de veroordeling voor een groot aantal andere ernstige zedenfeiten bij, en is strafverzwarend sprake van een langdurig patroon van misbruik en van jonge slachtoffers, de jongste nog maar veertien.
In de persoon van verdachte ziet de rechtbank geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Uit de rapportages die over hem zijn opgemaakt door een psycholoog en psychiater volgt dat er geen aanwijzingen gevonden zijn voor de aanwezigheid van psychiatrische problematiek of een persoonlijkheidsstoornis. Dat maakt dat verdachte, zoals ook is geadviseerd, geheel toerekeningsvatbaar kan worden geacht. De rechtbank merkt in dit verband overigens op dat zij tot een andere inschatting komt van het herhalingsgevaar dan in deze rapportages. Met de huidige veroordeling staat immers vast dat verdachte zich jarenlang schuldig heeft gemaakt aan het plegen van zedenmisdrijven tegen een groot aantal verschillende slachtoffers, een reeks van strafbare feiten die uiteindelijk alleen gestopt is door de aangiftes, niet uit verdachte zelf. Dat maakt dat de rechtbank van oordeel is dat de kans op herhaling groot is. De rechtbank zal daar hieronder nog op terugkomen als het gaat om de door de officier van justitie gevorderde beroeps- en contactverboden.
De omstandigheid dat de zaak veel media-aandacht heeft gekregen, wat de nodige impact op verdachte heeft en zal hebben, werkt evenmin strafverminderend. Voor een zaak als deze is er altijd media-aandacht en deze is in het onderhavige geval niet zodanig extreem geweest dat het zou moeten doorwerken in de strafmaat. Daarbij neemt zij in aanmerking dat de aandacht een voorzienbaar gevolg is van de door hem gemaakte keuze om in zijn positie als eigenaar van een dansschool op grote schaal met onder meer minderjarige slachtoffers zedenfeiten te plegen.
Ten slotte ziet de rechtbank ook geen aanleiding om de inwerkingtreding van de Wet Straffen en Beschermen per 1 juli 2021 mee te wegen in de hoogte van de strafmaat. De rechtbank is zich ervan bewust dat de wettelijke regelingen met betrekking tot de voorwaardelijke invrijheidsstelling als gevolg van deze nieuwe wetgeving minder ruimhartig zijn geworden. De wetgever heeft er echter voor gekozen niet te voorzien in een regeling van overgangsrecht. De enkele omstandigheid dat deze zaak bij een andere planning wellicht voor de inwerkingtreding van deze wet had kunnen zijn afgedaan, is voor de rechtbank dan ook onvoldoende reden om van de voorgenomen strafoplegging af te wijken.
Alles overwegend is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van 7 jaren passend en geboden is. De rechtbank zal deze straf dan ook opleggen.
Beroepsverbod
Verdachte heeft door zijn bewezenverklaarde handelen het in hem als dansleraar gestelde vertrouwen op ernstige wijze geschonden, waarbij hij gebruik heeft gemaakt van de macht en gelegenheid die hem als dansleraar waren geschonken. Zoals al eerder aangegeven acht de rechtbank de kans op herhaling hoog, zeker als verdachte in een vergelijkbare positie of rol komt te verkeren. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat verdachte als bijkomende straf gedurende een langere periode een beroepsverbod moet krijgen om in deze, of een soortgelijke functie, met vrouwelijke pupillen werkzaam te zijn. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verdachte ontzetten uit zijn recht tot het uitoefenen van zijn beroep als dans- of sportleraar, -instructeur of begeleider waarbij verdachte met vrouwelijke pupillen werkt. Voor de duur van deze ontzetting, zal de rechtbank aansluiten bij de in artikel 31 Sr bepaalde maximumduur. Dit betekent dat de rechtbank de duur van de ontzetting zal bepalen op 12 jaren, zijnde een duur die de hoofstraf 5 jaren te boven gaat.
Contactverbod
Het door de officier gevorderde contactverbod met aangeefsters zoals bedoeld in artikel 38v Sr zal de rechtbank toewijzen. Uit het dossier is gebleken dat verdachte, toen de eerste aangiftes bij de politie werden gedaan, veel moeite deed om in contact te komen met verschillende aangeefsters, ondanks dat de politie hem uitdrukkelijk had verzocht om dat niet te doen. Hierdoor is de vrees van de aangeefsters in de ogen van de rechtbank terecht dat verdachte op enig moment wederom zal proberen om met hen in contact te komen en zich op die manier belastend jegens aangeefsters zal gedragen. Daarmee is een contactverbod uit oogpunt van beveiliging van de maatschappij aangewezen.
De rechtbank zal het contactverbod ten aanzien van de 13 aangeefsters aan verdachte opleggen voor de duur van 5 jaar en daarbij bepalen dat indien dit contactverbod wordt overtreden, per overtreding twee weken vervangende hechtenis zal worden toegepast met een maximum van 6 maanden.
Benadeelde partijen
Benadeelde partij [slachtoffer 1]
(feit 1), bijgestaan door advocaat mr. W. ten Have, heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van
€ 75,00 ter vergoeding van materiële schade en € 12.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Daarnaast is een bedrag van € 569,25 aan proceskosten gevorderd.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voldoende is onderbouwd en voor toewijzing in aanmerking komt.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de materiële schadevergoeding, bestaande uit reiskosten, en de proceskosten, bestaande uit advocaatkosten, kan worden toegewezen.
Ten aanzien van de immateriële schadevergoeding heeft de raadsman bepleit dat deze dient te worden gematigd. Daartoe is aangevoerd dat de namens de benadeelde partijen overgelegde vergelijkbare zaken op diverse belangrijke punten verschillen van de onderhavige zaak, zodat hier geen aansluiting bij kan worden gezocht. Hij heeft daarnaast gewezen op uitspaken waarin een lager bedrag is toegekend.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde materiële schade van € 75,00 heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 1 primair bewezen verklaarde. Dit gedeelte van de vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De rechtbank zal de ingangsdatum voor de wettelijke rente bepalen op 27 februari 2021, zijnde een datum (ongeveer) gelegen in het midden van het moment waarop de materiële schadeposten zijn ontstaan.
Met betrekking tot de gevorderde immateriële schadevergoeding, overweegt de rechtbank het volgende. De benadeelde partij vordert deze schadevergoeding vanwege geestelijk letsel als gevolg van een verkrachting, meermalen gepleegd, waarbij sprake was van een afhankelijkheidsrelatie en een groot leeftijdsverschil tussen verdachte en de benadeelde partij. Uit de onderbouwing van de vordering volgt dat de benadeelde partij PTSS-achtige klachten heeft overgehouden aan het misbruik en dat zij hiervoor traumabehandelingen volgt. Daarmee is sprake van een concrete onderbouwing van het geestelijk letsel als gevolg van het gepleegde strafbare feit.
Op grond van de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, waarvan onder meer blijkt uit de onderbouwing van de vordering, leidt de rechtbank af dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, in de vorm van geestelijk letsel. Gelet hierop en op de bedragen die rechters in vergelijkbare zaken aan immateriële schadevergoeding plegen toe te kennen acht de rechtbank het gevorderde bedrag van
€ 12.000,00 aan immateriële schadevergoeding billijk en toewijsbaar.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 27 augustus 2020.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte ook veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op € 569,25, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Benadeelde partij [slachtoffer 2]
(feit 2), bijgestaan door advocaat mr. M.R.M. Schaap, heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van
€ 102,66 ter vergoeding van materiële schade en € 8.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor toewijzing in aanmerking komt.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de materiële schadevergoeding, bestaande uit reiskosten, kan worden toegewezen.
Ten aanzien van de immateriële schadevergoeding heeft de raadsman bepleit dat deze onvoldoende onderbouwd is om de gevorderde schade te dragen. De benadeelde partij nu nog om een nadere onderbouwing verzoeken vormt een onevenredige belasting van het strafproces. Dit maakt dat de hoogte van de schadevergoeding dient te worden gematigd. De raadsman heeft hierbij gewezen op uitspaken waarin een lager bedrag wordt toegekend.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde materiële schade van € 102,66 heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 2 primair bewezen verklaarde. Dit gedeelte van de vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De rechtbank zal de ingangsdatum voor de wettelijke rente bepalen op 27 februari 2021, zijnde een datum (ongeveer) gelegen in het midden van het moment waarop de materiële schadeposten zijn ontstaan.
Met betrekking tot de gevorderde immateriële schadevergoeding, overweegt de rechtbank het volgende. De benadeelde partij vordert deze schadevergoeding vanwege geestelijk letsel als gevolg van een verkrachting, meermalen gepleegd, waarbij sprake was van een afhankelijkheidsrelatie en een groot leeftijdsverschil tussen verdachte en de benadeelde partij. Uit de onderbouwing van de vordering volgt dat de benadeelde partij klachten heeft overgehouden aan het misbruik en dat zij hiervoor na enige behandelingen bij de huisarts te hebben gevolgd voor nadere behandeling naar een psycholoog is doorverwezen. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een concrete onderbouwing van het geestelijk letsel als gevolg van het gepleegde strafbare feit.
Op grond van de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, waarvan onder meer blijkt uit de onderbouwing van de vordering, leidt de rechtbank af dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, in de vorm van geestelijk letsel. Gelet hierop en op de bedragen die rechters in vergelijkbare zaken aan immateriële schadevergoeding plegen toe te kennen acht de rechtbank het gevorderde bedrag van
€ 8.500,00 aan immateriële schadevergoeding billijk en toewijsbaar.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 1 maart 2020.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte ook veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Benadeelde partij [slachtoffer 3]
(feiten 3 en 4) bijgestaan door advocaat mr. M.R.M. Schaap, heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van € 30,36 ter vergoeding van materiële schade en € 8.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor toewijzing in aanmerking komt.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de materiële schadevergoeding, bestaande uit reiskosten, niet betwist.
Ten aanzien van de immateriële schadevergoeding heeft de raadsman bepleit dat deze onvoldoende onderbouwd is om de gevorderde schade te dragen, zodat deze dient te worden gematigd. Hij heeft hierbij gewezen op uitspaken waarin een lager bedrag wordt toegekend. Daarnaast heeft de raadsman ter discussie gesteld of er voldoende rechtstreeks verband is tussen de psychische klachten van de benadeelde partij en het seksueel misbruik, nu de psycholoog ook een aantal andere factoren heeft genoemd die bij haar een rol spelen.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde materiële (verplaatste) schade van € 30,36 heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 3 primair en 4 bewezen verklaarde. Dit gedeelte van de vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De rechtbank zal de ingangsdatum voor de wettelijke rente bepalen op 27 februari 2021, zijnde een datum gelegen (ongeveer) in het midden van het moment waarop de materiële schadeposten zijn ontstaan.
Met betrekking tot de gevorderde immateriële schadevergoeding, overweegt de rechtbank het volgende. De benadeelde partij vordert deze schadevergoeding vanwege geestelijk letsel als gevolg van een poging tot verkrachting en meermalen gepleegde ontuchtige handelingen met iemand beneden de leeftijd van 16 jaar. Daarbij was sprake was van een afhankelijkheidsrelatie en een groot leeftijdsverschil tussen verdachte en de benadeelde partij. Uit de onderbouwing van de vordering volgt dat de benadeelde partij klachten heeft overgehouden aan het misbruik en dat zij hiervoor behandelingen bij een psycholoog ondergaat. De psycholoog heeft geconstateerd dat de benadeelde partij met haar klachten gedeeltelijk aan de diagnose PTSS voldoet. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een concrete onderbouwing van het geestelijk letsel als gevolg van het gepleegde strafbare feit. Dat wellicht ook andere factoren een invloed hebben op de geestelijke toestand van de benadeelde partij, doet hieraan niet af.
Op grond van de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, waarvan onder meer blijkt uit de onderbouwing van de vordering, leidt de rechtbank af dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, in de vorm van geestelijk letsel. Gelet hierop en op de bedragen die rechters in vergelijkbare zaken aan immateriële schadevergoeding plegen toe te kennen acht de rechtbank het gevorderde bedrag van
€ 8.500,00 aan immateriële schadevergoeding billijk en toewijsbaar.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 24 augustus 2020.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte ook veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Benadeelde partij [slachtoffer 4]
(feit 5) bijgestaan door advocaat mr. M.R.M. Schaap, heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van
€ 11,13 ter vergoeding van materiële schade en € 7.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor toewijzing in aanmerking komt.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de materiële schadevergoeding, bestaande uit reiskosten, niet betwist.
Ten aanzien van de immateriële schadevergoeding heeft de raadsman bepleit dat deze onvoldoende onderbouwd is om de gevorderde schade te dragen, zodat deze dient te worden gematigd. Hij heeft hierbij gewezen op uitspaken waarin een lager bedrag wordt toegekend.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde materiële schade van € 11,13 heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 5 primair bewezen verklaarde. Dit gedeelte van de vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De rechtbank zal de ingangsdatum voor de wettelijke rente bepalen op 17 september 2020, zijnde een datum (ongeveer) gelegen in het midden van het moment waarop de materiële schadeposten zijn ontstaan.
Met betrekking tot de gevorderde immateriële schadevergoeding, overweegt de rechtbank het volgende. De benadeelde partij vordert deze schadevergoeding vanwege geestelijk letsel als gevolg van meermalen onder dwang gepleegde ontuchtige handelingen, gepleegd door de toenmalige vriend van haar moeder. Daarbij was sprake was van een afhankelijkheidsrelatie en een groot leeftijdsverschil tussen verdachte en de benadeelde partij. Uit de (aanvullende) onderbouwing van de vordering volgt dat de benadeelde partij klachten heeft overgehouden aan het misbruik en dat zij hiervoor behandelingen bij een psycholoog ondergaat vanwege een posttraumatische stressstoornis. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een concrete onderbouwing van het geestelijk letsel als gevolg van het gepleegde strafbare feit.
Op grond van de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, waarvan onder meer blijkt uit de onderbouwing van de vordering, leidt de rechtbank af dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, in de vorm van geestelijk letsel. Gelet hierop en op de bedragen die rechters in vergelijkbare zaken aan immateriële schadevergoeding plegen toe te kennen acht de rechtbank het gevorderde bedrag van
€ 7.000,00 aan immateriële schadevergoeding billijk en toewijsbaar.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 1 januari 2017.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte ook veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Benadeelde partij [slachtoffer 5]
(feit 6) bijgestaan door advocaat mr. C.E. Jeekel, heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van
€ 7.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor toewijzing in aanmerking komt.
Standpunt van de verdediging
Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding heeft de raadsman bepleit dat deze onvoldoende onderbouwd is om de gevorderde schade te dragen, zodat deze dient te worden gematigd. Hij heeft hierbij gewezen op uitspaken waarin een lager bedrag wordt toegekend. Daarnaast heeft de raadsman ter discussie gesteld of er voldoende rechtstreeks verband is tussen de psychische klachten van de benadeelde partij en het seksueel misbruik, nu er ook een andere gebeurtenis is die mogelijk invloed heeft gehad op haar traumaklachten.
Oordeel van de rechtbank
Met betrekking tot de gevorderde immateriële schadevergoeding, overweegt de rechtbank het volgende. De benadeelde partij vordert deze schadevergoeding vanwege geestelijk letsel als gevolg van onder dwang gepleegde ontuchtige handelingen (feit 6 primair). Daarbij was sprake was van een afhankelijkheidsrelatie en een groot leeftijdsverschil tussen verdachte en de benadeelde partij. Uit de onderbouwing van de vordering volgt dat de benadeelde partij klachten heeft overgehouden aan het misbruik en dat zij hiervoor behandelingen bij een psycholoog ondergaat. De psycholoog heeft geconstateerd dat de benadeelde partij met haar klachten aan de diagnose PTSS voldoet. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een concrete onderbouwing van het geestelijk letsel als gevolg van het gepleegde strafbare feit. Dat wellicht ook andere factoren een invloed hebben op de geestelijke toestand van de benadeelde partij, doet hieraan niet af.
Op grond van de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, waarvan onder meer blijkt uit de onderbouwing van de vordering, leidt de rechtbank af dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, in de vorm van geestelijk letsel. Gelet hierop en op de bedragen die rechters in vergelijkbare zaken aan immateriële schadevergoeding plegen toe te kennen acht de rechtbank het gevorderde bedrag van
€ 7.500,00 aan immateriële schadevergoeding billijk en toewijsbaar.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 9 juli 2020.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte ook veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Benadeelde partij [slachtoffer 6]
(feit 7) bijgestaan door advocaat mr. M.R.M. Schaap, heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van
€ 5.609,56 ter vergoeding van materiële schade en € 5.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Daarnaast is een bedrag van € 250,00 aan proceskosten gevorderd.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor toewijzing in aanmerking komt.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de materiële schadevergoeding bestaande uit reiskosten, niet betwist. Wel heeft de raadsman zich verzet tegen toewijzing van deze vordering, voor zover deze ziet op de gevorderde kosten vanwege studievertraging. Uitgangspunt van de Hoge Raad is vergoeding van de concreet geleden schade, terwijl door de benadeelde partij wordt aangesloten bij de richtlijnen van de Letselschade Raad. Bovendien is de vraag opgeworpen in hoeverre de studievertraging in rechtsreeks verband staat tot de feiten, nu mogelijk ook andere factoren daarbij een rol hebben gespeeld, terwijl het inzicht daarin ontbreekt. De raadsman heeft daarom bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in dit gedeelte van de vordering.
De gevorderde proceskosten komen voorts niet voor vergoeding in aanmerking, nu deze kosten te wijten zijn aan de eigen schuld dat de benadeelde partij haar schade niet heeft beperkt. De benadeelde partij had direct een aanvraag voor gefinancierde rechtsbijstand kunnen doen. Het is daarom volgens de raadsman niet billijk de kosten bij verdachte te leggen.
Ten aanzien van de immateriële schadevergoeding heeft de raadsman bepleit dat deze onvoldoende onderbouwd is om de gevorderde schade te dragen, zodat deze dient te worden gematigd. Hij heeft hierbij gewezen op uitspaken waarin een lager bedrag wordt toegekend.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde materiële schade van € 103,30, bestaande uit reiskosten, heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 7 primair bewezen verklaarde. Dit gedeelte van de vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De rechtbank zal de ingangsdatum voor de wettelijke rente bepalen op 27 februari 2021, zijnde een datum gelegen (ongeveer) in het midden van het moment waarop de materiële schadeposten zijn ontstaan.
Ten aanzien van de gevorderde kosten vanwege studievertraging overweegt de rechtbank het volgende. De raadsman heeft gemotiveerd betwist dat de benadeelde partij deze schade heeft geleden. Hoewel aannemelijk is dat de benadeelde partij dergelijke schade heeft geleden, beschikt de rechtbank over onvoldoende informatie om de hoogte daarvan te kunnen beoordelen. Schorsing van het onderzoek om de benadeelde partij de hoogte van de schade alsnog te laten aantonen, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De rechtbank zal de vordering in zoverre daarom niet-ontvankelijk verklaren. Dit gedeelte van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Met betrekking tot de gevorderde immateriële schadevergoeding, overweegt de rechtbank het volgende. De benadeelde partij vordert deze schadevergoeding vanwege geestelijk letsel als gevolg van onder dwang gepleegde ontuchtige handelingen. Daarbij was sprake was van een afhankelijkheidsrelatie en een groot leeftijdsverschil tussen verdachte en de benadeelde partij. Uit de onderbouwing van de vordering volgt dat de benadeelde partij klachten heeft overgehouden aan het misbruik en dat zij hiervoor behandelingen bij een psycholoog ondergaat. De psycholoog heeft geconstateerd dat de benadeelde partij met haar klachten aan de diagnose PTSS voldoet. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een concrete onderbouwing van het geestelijk letsel als gevolg van het gepleegde strafbare feit.
Op grond van de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, waarvan onder meer blijkt uit de onderbouwing van de vordering, leidt de rechtbank af dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, in de vorm van geestelijk letsel. Gelet hierop en op de bedragen die rechters in vergelijkbare zaken aan immateriële schadevergoeding plegen toe te kennen acht de rechtbank het gevorderde bedrag van
€ 5.000,00 aan immateriële schadevergoeding billijk en toewijsbaar.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 7 augustus 2020.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De gevorderde proceskosten, bestaande uit een eigen risico van de rechtsbijstandsverzekering, komen de rechtbank geenszins buitensporig of onredelijk voor. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een situatie waarin de benadeelde partij onnodige kosten heeft gemaakt en deze proceskosten komen dan ook eveneens voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank zal verdachte dan ook veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op € 250,00, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Benadeelde partij [slachtoffer 7]
(feit 8) bijgestaan door advocaat mr. M.R.M. Schaap, heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van
€ 129,44 ter vergoeding van materiële schade en € 5.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Daarnaast is een bedrag van € 152,00 aan proceskosten gevorderd.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor toewijzing in aanmerking komt.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de materiële schadevergoeding, bestaande uit reiskosten, en de proceskosten niet betwist.
Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding heeft de raadsman bepleit dat deze onvoldoende met concrete gegevens is onderbouwd is om de gevorderde schade te dragen, zodat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van immateriële schade. Indien de rechtbank oordeelt dat hiervan wel sprake is, dient deze te worden gematigd.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde materiële schade van € 129,44 heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 8 primair bewezen verklaarde. Dit gedeelte van de vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De rechtbank zal de ingangsdatum voor de wettelijke rente bepalen op 1 februari 2021, zijnde een datum (ongeveer) gelegen in het midden van het moment waarop de materiële schadeposten zijn ontstaan.
Met betrekking tot de gevorderde immateriële schadevergoeding, overweegt de rechtbank het volgende. De benadeelde partij vordert deze schadevergoeding vanwege geestelijk letsel als gevolg van onder dwang gepleegde ontuchtige handelingen. Daarbij was sprake was van een afhankelijkheidsrelatie en een groot leeftijdsverschil tussen verdachte en de benadeelde partij. Uit de onderbouwing van de vordering volgt dat de benadeelde partij klachten heeft overgehouden aan het misbruik; ze is er op dit moment echter nog niet aan toe om gebruik te maken van hulpverlening.
Op grond van de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, waarvan onder meer blijkt uit de onderbouwing van de vordering, leidt de rechtbank af dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, in de vorm van geestelijk letsel. Daaraan doet niet af dat de benadeelde (nog) geen psychische hulp heeft ingeschakeld. Dat een feit als het onderhavige een aantasting in de persoon oplevert, ligt gelet op de aard en ernst van de normschending voor de hand en blijkt ook uit het geestelijk letsel dat de andere benadeelde partijen door een vergelijkbaar strafbaar feit hebben opgelopen. Dit maakt dat zonder verdere nadere onderbouwing een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Gelet hierop en op de bedragen die rechters in vergelijkbare zaken aan immateriële schadevergoeding plegen toe te kennen acht de rechtbank het gevorderde bedrag van € 5.000,00 aan immateriële schadevergoeding billijk en toewijsbaar.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 7 juli 2020.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte ook veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op € 250,00, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Benadeelde partij [slachtoffer 8]
(feit 9) bijgestaan door advocaat mr. W. ten Have, heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van
€ 60,00 ter vergoeding van materiële schade en € 7.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Daarnaast is een bedrag van € 569,25 aan proceskosten gevorderd.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor toewijzing in aanmerking komt.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de materiële schadevergoeding, bestaande uit reiskosten, niet betwist.
Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding heeft de raadsman bepleit dat deze onvoldoende is onderbouwd is om de gevorderde schade te dragen, zodat deze dient te worden gematigd.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde materiële schade van € 60,00 heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 9 primair bewezen verklaarde. Dit gedeelte van de vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De rechtbank zal de ingangsdatum voor de wettelijke rente bepalen op 27 februari 2021, zijnde een datum (ongeveer) gelegen in het midden van het moment waarop de materiële schadeposten zijn ontstaan.
Met betrekking tot de gevorderde immateriële schadevergoeding, overweegt de rechtbank het volgende. De benadeelde partij vordert deze schadevergoeding vanwege geestelijk letsel als gevolg van onder dwang gepleegde ontuchtige handelingen (feit 9 primair). Daarbij was sprake was van een afhankelijkheidsrelatie en een groot leeftijdsverschil tussen verdachte en de benadeelde partij. Uit de onderbouwing van de vordering volgt dat de benadeelde partij klachten heeft overgehouden aan het misbruik en dat zij hiervoor behandelingen bij een psycholoog ondergaat. De psycholoog heeft geconstateerd dat de benadeelde partij met haar klachten aan de diagnose PTSS voldoet. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een concrete onderbouwing van het geestelijk letsel als gevolg van het gepleegde strafbare feit.
Op grond van de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, waarvan onder meer blijkt uit de onderbouwing van de vordering, leidt de rechtbank af dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, in de vorm van geestelijk letsel. Gelet hierop en op de bedragen die rechters in vergelijkbare zaken aan immateriële schadevergoeding plegen toe te kennen acht de rechtbank het gevorderde bedrag van
€ 7.500,00 aan immateriële schadevergoeding billijk en toewijsbaar.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 7 februari 2020.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte ook veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op € 569,25, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Benadeelde partij [slachtoffer 9]
(feit 10) bijgestaan door advocaat mr. M.R.M. Schaap, heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van € 5.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor toewijzing in aanmerking komt.
Standpunt van de verdediging
Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding heeft de raadsman bepleit dat deze op geen enkele manier is onderbouwd, zodat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De aard en ernst van de normschending, te weten ontucht bestaande uit het betasten van de borsten, zijn niet zodanig dat de nadelige gevolgen hiervan zo evident zijn dat geestelijk letsel kan worden aangenomen zonder enige onderbouwing.
Oordeel van de rechtbank
Met betrekking tot de gevorderde immateriële schadevergoeding, overweegt de rechtbank het volgende. De benadeelde partij vordert deze schadevergoeding vanwege geestelijk letsel als gevolg van onder dwang gepleegde ontuchtige handelingen (feit 10 primair). Daarbij was sprake was van een afhankelijkheidsrelatie en een groot leeftijdsverschil tussen verdachte en de benadeelde partij. Uit de onderbouwing van de vordering volgt dat de benadeelde partij klachten heeft overgehouden aan het misbruik, namelijk psychische klachten over haar borsten als gevolg van de handelingen en opmerkingen van verdachte. De impact van de handelingen van verdachte volgt ook reeds uit de inhoud van het spraakbericht dat zich in het dossier bevindt. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een concrete onderbouwing van het geestelijk letsel als gevolg van het gepleegde strafbare feit.
Op grond van de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, waarvan onder meer blijkt uit de onderbouwing van de vordering, leidt de rechtbank af dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, in de vorm van geestelijk letsel. Dat een feit als het onderhavige een aantasting in de persoon oplevert, ligt gelet op de aard en ernst van de normschending voor de hand en blijkt ook uit het geestelijk letsel dat de andere benadeelde partijen door een vergelijkbaar strafbaar feit hebben opgelopen. Dit maakt dat ook zonder verdere nadere onderbouwing een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Gelet hierop en op de bedragen die rechters in vergelijkbare zaken aan immateriële schadevergoeding plegen toe te kennen en in aanmerking genomen dat de rechtbank een onderdeel van het tenlastegelegde feit niet bewezen acht, is naar het oordeel van de rechtbank toekenning van een bedrag van € 2.500,00 immateriële schadevergoeding billijk en toewijsbaar. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in het overige deel van de vordering.
Dit toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 12 april 2017.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte ook veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Benadeelde partij [slachtoffer 10]
(feit 11) bijgestaan door advocaat mr. M.R.M. Schaap, heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van
€ 829,72 ter vergoeding van materiële schade en € 5.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor toewijzing in aanmerking komt.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de materiële schadevergoeding, bestaande uit reiskosten, niet betwist.
Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding heeft de raadsman bepleit dat deze onvoldoende met concrete gegevens is onderbouwd is om de gevorderde schade te dragen, zodat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van immateriële schade. Indien de rechtbank oordeelt dat hiervan wel sprake is, dient deze te worden gematigd.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde materiële schade van € 829,72 heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 11 bewezen verklaarde. Dit gedeelte van de vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De rechtbank zal de ingangsdatum voor de wettelijke rente bepalen op 27 februari 2021, zijnde een datum (ongeveer) gelegen in het midden van het moment waarop de materiële schadeposten zijn ontstaan.
Met betrekking tot de gevorderde immateriële schadevergoeding, overweegt de rechtbank het volgende. De benadeelde partij vordert deze schadevergoeding vanwege geestelijk letsel als gevolg van meermalen onder dwang gepleegde ontuchtige handelingen. Daarbij was sprake was van een afhankelijkheidsrelatie tussen verdachte en de benadeelde partij. Uit de onderbouwing van de vordering volgt dat de benadeelde partij klachten heeft overgehouden aan het misbruik; vanwege een zwangerschap was ze er nog niet aan toe om zich hiervoor onder behandeling te stellen, maar inmiddels heeft zij een verwijzing gevraagd voor trauma-therapie.
Op grond van de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, waarvan onder meer blijkt uit de onderbouwing van de vordering, leidt de rechtbank af dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, in de vorm van geestelijk letsel. Daaraan doet niet af dat de benadeelde (nog) geen psychische hulp heeft ingeschakeld. Dat een feit als het onderhavige een aantasting in de persoon oplevert, ligt gelet op de aard en ernst van de normschending voor de hand en blijkt ook uit het geestelijk letsel dat de andere benadeelde partijen door een vergelijkbaar strafbaar feit hebben opgelopen. Dit maakt dat ook zonder verdere nadere onderbouwing een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Gelet hierop en op de bedragen die rechters in vergelijkbare zaken aan immateriële schadevergoeding plegen toe te kennen acht de rechtbank het gevorderde bedrag van € 5.000,00 aan immateriële schadevergoeding billijk en toewijsbaar.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 1 augustus 2020.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte ook veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Benadeelde partij [slachtoffer 11]
(feit 11) bijgestaan door advocaat mr. M.R.M. Schaap, heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van € 464,46 ter vergoeding van materiële schade en € 5.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor toewijzing in aanmerking komt.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de materiële schadevergoeding, bestaande uit reiskosten en zorgkosten, niet betwist.
Ten aanzien van de immateriële schadevergoeding heeft de raadsman bepleit dat deze onvoldoende onderbouwd is om de gevorderde schade te dragen, zodat deze dient te worden gematigd. Hij heeft hierbij gewezen op uitspaken waarin een lager bedrag wordt toegekend.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde materiële schade van € 464,46 heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 11 bewezen verklaarde. Dit gedeelte van de vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De rechtbank zal de ingangsdatum voor de wettelijke rente bepalen op 27 februari 2021, zijnde een datum (ongeveer) gelegen in het midden van het moment waarop de materiële schadeposten zijn ontstaan.
Met betrekking tot de gevorderde immateriële schadevergoeding, overweegt de rechtbank het volgende. De benadeelde partij vordert deze schadevergoeding vanwege geestelijk letsel als gevolg van meermalen onder dwang gepleegde ontuchtige handelingen. Daarbij was sprake was van een afhankelijkheidsrelatie tussen verdachte en de benadeelde partij. Uit de onderbouwing van de vordering volgt dat de benadeelde partij trauma-gerelateerde klachten heeft overgehouden aan het misbruik en dat zij hiervoor behandelingen bij een psycholoog ondergaat. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een concrete onderbouwing van het geestelijk letsel als gevolg van het gepleegde strafbare feit.
Op grond van de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, waarvan onder meer blijkt uit de onderbouwing van de vordering, leidt de rechtbank af dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, in de vorm van geestelijk letsel. Gelet hierop en op de bedragen die rechters in vergelijkbare zaken aan immateriële schadevergoeding plegen toe te kennen acht de rechtbank het gevorderde bedrag van
€ 5.000,00 aan immateriële schadevergoeding billijk en toewijsbaar.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 1 augustus 2020.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte ook veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Benadeelde partij [slachtoffer 12]
(feit 11) bijgestaan door advocaat mr. M.R.M. Schaap, heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van € 269,87 ter vergoeding van materiële schade en € 5.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor toewijzing in aanmerking komt.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de materiële schadevergoeding, bestaande uit reiskosten, niet betwist.
Ten aanzien van de immateriële schadevergoeding heeft de raadsman bepleit dat deze onvoldoende onderbouwd is om de gevorderde schade te dragen, zodat deze dient te worden gematigd. Hij heeft hierbij gewezen op uitspaken waarin een lager bedrag wordt toegekend.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde materiële schade van € 269,87 heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 11 bewezen verklaarde. Dit gedeelte van de vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De rechtbank zal de ingangsdatum voor de wettelijke rente bepalen op 27 februari 2021, zijnde een datum (ongeveer) gelegen in het midden van het moment waarop de materiële schadeposten zijn ontstaan.
Met betrekking tot de gevorderde immateriële schadevergoeding, overweegt de rechtbank het volgende. De benadeelde partij vordert deze schadevergoeding vanwege geestelijk letsel als gevolg van meermalen onder dwang gepleegde ontuchtige handelingen. Daarbij was sprake was van een afhankelijkheidsrelatie tussen verdachte en de benadeelde partij. Uit de onderbouwing van de vordering volgt dat de benadeelde partij trauma-gerelateerde klachten heeft overgehouden aan het misbruik en dat zij hiervoor behandelingen bij een ‘positive mental coach’ volgt. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een concrete onderbouwing van het geestelijk letsel als gevolg van het gepleegde strafbare feit.
Op grond van de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, waarvan onder meer blijkt uit de onderbouwing van de vordering, leidt de rechtbank af dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, in de vorm van geestelijk letsel. Gelet hierop en op de bedragen die rechters in vergelijkbare zaken aan immateriële schadevergoeding plegen toe te kennen acht de rechtbank het gevorderde bedrag van
€ 5.000,00 aan immateriële schadevergoeding billijk en toewijsbaar.
Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 1 augustus 2020.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte ook veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Benadeelde partij [slachtoffer 13]
(feit 12) bijgestaan door advocaat mr. M.R.M. Schaap, heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van € 258,85 ter vergoeding van materiële schade en € 5.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van een aantal tenlastegelegde handelingen. Om die reden heeft zij zich op het standpunt gesteld dat de immateriële schadevergoeding kan worden toegewezen tot een bedrag van € 2.500,00.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de materiële schadevergoeding, bestaande uit reiskosten, niet betwist.
Ten aanzien van de immateriële schadevergoeding heeft de raadsman bepleit dat er onvoldoende rechtstreeks verband is aangetoond tussen het gestelde geestelijk letsel en de gedragingen van verdachte. Niet is gebleken dat de stoornis van de benadeelde partij, waarvoor zij behandeld wordt, een gevolg is van het handelen van verdachte. De verdediging heeft daarom bepleit dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Subsidiair is betoogd dat de hoogte niet billijk is te noemen, gelet op de omstandigheid dat geen sprake is van vergaand misbruik; deze dient daarom te worden gematigd.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde materiële schade van € 258,85 heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 12 bewezen verklaarde. Dit gedeelte van de vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De rechtbank zal de ingangsdatum voor de wettelijke rente bepalen op 28 maart 2021, zijnde een datum (ongeveer) gelegen in het midden van het moment waarop de materiële schadeposten zijn ontstaan.
Met betrekking tot de gevorderde immateriële schadevergoeding, overweegt de rechtbank het volgende. De benadeelde partij vordert deze schadevergoeding vanwege geestelijk letsel als gevolg van gepleegde ontuchtige handelingen bestaande uit het betasten van de billen van de benadeelde partij. Daarbij was sprake was van een afhankelijkheidsrelatie en een groot leeftijdsverschil tussen verdachte en de benadeelde partij. Uit de onderbouwing van de vordering volgt dat de benadeelde partij hieraan klachten heeft overgehouden en dat zij ook behandelingen volgt. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een concrete onderbouwing van het geestelijk letsel als gevolg van gepleegde strafbare feit.
Op grond van de aard en de ernst van de normschending en de aard en de ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, waarvan onder meer blijkt uit de onderbouwing van de vordering, leidt de rechtbank af dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, in de vorm van geestelijk letsel. Gelet hierop en op de bedragen die rechters in vergelijkbare zaken aan immateriële schadevergoeding plegen toe te kennen en in aanmerking genomen dat de rechtbank een onderdeel van het tenlastegelegde feit niet bewezen acht, acht de rechtbank een lager bedrag dan gevorderd aan immateriële schadevergoeding billijk en toewijsbaar, namelijk een bedrag va € 500,00. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in het overige deel van de vordering.
Dit toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 8 april 2018.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte ook veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Gijzeling
Ingevolge artikel 36f, vijfde lid, Sr, in samenhang met artikel 6:4:20 Sv, dient de rechter bij het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel te bepalen voor welke duur gijzeling kan worden toegepast. De maximale duur van de gijzeling beloopt ten hoogste één jaar en voor elke volle € 25,- kan niet meer dan één dag gijzeling worden toegepast.
Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank er voor gekozen om de duur van de gijzeling per benadeelde op 28 dagen te stellen.
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4, 5 primair, 6 primair, 7 primair, 8 primair, 9 primair, 10 primair, 11 en 12 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Bijkomende straf (ten aanzien van alle bewezenverklaarde feiten):
Ontzet verdachte van het recht tot uitoefening van een beroep als dans- of sportleraar, -instructeur of begeleider waarbij verdachte met vrouwelijke pupillen werkt voor de duur van 12 jaren.
De maatregel dat de veroordeelde voor de duur van 5 jaren op geen enkele wijze -direct of indirect- contact zal opnemen, zoeken of hebben met:
- -
[slachtoffer 1] ( [geboortedatum] 2003);
- -
[slachtoffer 2] ( [geboortedatum] 2001);
- -
[slachtoffer 3] ( [geboortedatum] 2005);
- -
[slachtoffer 4] ( [geboortedatum] 1999);
- -
[slachtoffer 5] ( [geboortedatum] 2003);
- -
[slachtoffer 6] ( [geboortedatum] 2002);
- -
[slachtoffer 7] ( [geboortedatum] 2002);
- -
[slachtoffer 8] ( [geboortedatum] 2002);
- -
[slachtoffer 9] ( [geboortedatum] 2000);
- -
[slachtoffer 10] ( [geboortedatum] 1990);
- -
[slachtoffer 11] ( [geboortedatum] 1996);
- -
[slachtoffer 12] ( [geboortedatum] 1999);
- -
[slachtoffer 13] ( [geboortedatum] 2002).
Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van de vervangende hechtenis bedraagt 2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximumduur van 6 maanden.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.
Ten aanzien van 18/226993-20, feit 1 primair:
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 12.075,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. De ingangsdatum hiervan is voor de materiele schade van € 75,00 bepaald op 27 februari 2021 en voor de immateriële schade een bedrag van € 12.000,00 op 27 augustus 2020.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op € 569,25.
Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer, te betalen een bedrag van € 12.075,00. Dit bedrag bestaat, zoals hierboven bestaat opgenomen, deels uit materiële en deels uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, zoals hierboven ten aanzien van de vordering is bepaald.
Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 28 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
Ten aanzien van 18/226993-20, feit 2 primair:
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 8.602,66, te vermeerderen met de wettelijke rente. De ingangsdatum hiervan is voor de materiële schade van € 102,66 bepaald op 27 februari 2021 en voor de immateriële schade van € 8.500,00 op 1 maart 2020.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer, te betalen een bedrag van € 8.602,66. Dit bedrag bestaat, zoals hierboven bestaat opgenomen, deels uit materiële en deels uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, zoals hierboven ten aanzien van de vordering is bepaald.
Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 28 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
Ten aanzien van 18/226993-20, feit 3 primair en feit 4:
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 8.530,36, te vermeerderen met de wettelijke rente. De ingangsdatum hiervan is voor de materiële schade van € 30,36 bepaald op 27 februari 2021 en voor de immateriële schade van € 8.500,00 op 24 augustus 2020.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer, te betalen een bedrag van € 8.530,36. Dit bedrag bestaat, zoals hierboven bestaat opgenomen, deels uit materiële en deels uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, zoals hierboven ten aanzien van de vordering is bepaald.
Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 28 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
Ten aanzien van 18/226993-20, feit 5 primair:
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 7.011,13, te vermeerderen met de wettelijke rente. De ingangsdatum hiervan is voor de materiële schade van € 11,13 bepaald op 17 september 2020 en voor de immateriële schade van € 7.000,00 op 1 januari 2017.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer, te betalen een bedrag van € 7.011,13. Dit bedrag bestaat, zoals hierboven bestaat opgenomen, deels uit materiële en deels uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, zoals hierboven ten aanzien van de vordering is bepaald.
Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 28 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
Ten aanzien van 18/226993-20, feit 6 primair:
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 7.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. De ingangsdatum hiervan is bepaald op 9 juli 2020.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer, te betalen een bedrag van € 7.500,00. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, zoals hierboven ten aanzien van de vordering is bepaald.
Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 28 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
Ten aanzien van 18/226993-20, feit 7 primair:
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 5.103,30, te vermeerderen met de wettelijke rente. De ingangsdatum hiervan is voor de materiële schade van €103,30 bepaald op 27 februari 2021 en voor de immateriële schade van € 5.000,00 op 7 augustus 2020.
Verklaart de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op € 250,00.
Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer, te betalen een bedrag van € 5.103,30. Dit bedrag bestaat, zoals hierboven bestaat opgenomen, deels uit materiële en deels uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, zoals hierboven ten aanzien van de vordering is bepaald.
Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 28 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
Ten aanzien van 18/226993-20, feit 8 primair:
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 5.129,44, te vermeerderen met de wettelijke rente. De ingangsdatum hiervan is voor de materiële schade van € 129,44 bepaald op 1 februari 2021 en voor de immateriële schade van € 5.000,00 op 7 juli 2020.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer, te betalen een bedrag van € 5.129,44. Dit bedrag bestaat, zoals hierboven bestaat opgenomen, deels uit materiële en deels uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, zoals hierboven ten aanzien van de vordering is bepaald.
Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 28 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
Ten aanzien van 18/226993-20, feit 9 primair:
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 7.560,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. De ingangsdatum hiervan is voor de materiële schade van € 60,00 bepaald op 27 februari 2021 en voor de immateriële schade van € 7.500,00 op 7 februari 2020.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op € 569,25.
Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer, te betalen een bedrag van € 7.560,00. Dit bedrag bestaat, zoals hierboven bestaat opgenomen, deels uit materiële en deels uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, zoals hierboven ten aanzien van de vordering is bepaald.
Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 28 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
Ten aanzien van 18/226993-20, feit 10 primair:
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 2.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. De ingangsdatum hiervan is bepaald op 12 april 2017.
Verklaart de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer, te betalen een bedrag van € 2.500,00. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, zoals hierboven ten aanzien van de vordering is bepaald.
Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 28 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
Ten aanzien van 18/226993-20, feit 11:
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 5.829,72, te vermeerderen met de wettelijke rente. De ingangsdatum hiervan is voor de materiële schade van € 829,72 bepaald op 27 februari 2021 en voor de immateriële schade van € 5.000,00 op 1 augustus 2020.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer, te betalen een bedrag van € 5.829,72. Dit bedrag bestaat, zoals hierboven bestaat opgenomen, deels uit materiële en deels uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, zoals hierboven ten aanzien van de vordering is bepaald.
Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 28 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
Ten aanzien van 18/226993-20, feit 11:
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 11] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 5.464,46, te vermeerderen met de wettelijke rente. De ingangsdatum hiervan is voor de materiële schade van € 464,46 bepaald op 27 februari 2021 en voor de immateriële schade van € 5.000,00 op 1 augustus 2020.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer, te betalen een bedrag van € 5.464,46. Dit bedrag bestaat, zoals hierboven bestaat opgenomen, deels uit materiële en deels uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, zoals hierboven ten aanzien van de vordering is bepaald.
Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 28 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
Ten aanzien van 18/226993-20, feit 11:
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 12] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 5.269,87, te vermeerderen met de wettelijke rente. De ingangsdatum hiervan is voor de materiële schade van € 269,87 bepaald op 27 februari 2021 en voor de immateriële schade van € 5.000,00 op 1 augustus 2020.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer, te betalen een bedrag van € 5.269,87. Dit bedrag bestaat, zoals hierboven bestaat opgenomen, deels uit materiële en deels uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, zoals hierboven ten aanzien van de vordering is bepaald.
Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 28 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
Ten aanzien van 18/226993-20, feit 12:
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 13] gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 758,85, te vermeerderen met de wettelijke rente. De ingangsdatum hiervan is voor de materiële schade van € 258,85 bepaald op 28 maart 2021 en voor de immateriële schade van € 500,00 op 8 april 2018.
Verklaart de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer, te betalen een bedrag van € 758,85. Dit bedrag bestaat, zoals hierboven bestaat opgenomen, deels uit materiële en deels uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, zoals hierboven ten aanzien van de vordering is bepaald.
Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 28 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. T.M.L. Veen en
mr. S. Timmermans, rechters, bijgestaan door mr. A. Dijkstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 september 2021.
Mr. Veen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 23‑09‑2021
Vgl. HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2452
[slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 12] .
[slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 12] , [slachtoffer 8] (niet tijdens stretchen).
[slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 12] [slachtoffer 8] (tijdens masseren van en door verdachte).
[slachtoffer 1] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 11] .
[slachtoffer 1] , [slachtoffer 6] .
[slachtoffer 1] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] .
[slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 7] .
[slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 12] .
[slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 10] .
[slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 12] .
[slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 10] .
[slachtoffer 11] , [slachtoffer 12] .
[slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] .
Aangeefster heeft eerst verklaard over 27 augustus 2020, maar heeft dat later gecorrigeerd. 24 augustus 2020 viel op een maandag.
Vgl. HR 24 oktober 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC6373 en HR 30 maart 2020:ECLI:HR:2021:388