NJ 2025/154
Procesrecht. Proceskostenveroordeling in incidenteel hoger beroep; verbod reformatio in peius.
HR 23-05-2025, ECLI:NL:HR:2025:801
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 mei 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, K. Teuben
- Zaaknummer
24/01187
- Conclusie
A-G mr. T. Hartlief
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD15550:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:801, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1346, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑08‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑03‑2024
- Wetingang
Art. 339 lid 3 Rv
Essentie
Procesrecht. Proceskostenveroordeling in incidenteel hoger beroep; verbod reformatio in peius.
Samenvatting
De omstandigheid dat verweerster, die door de rechtbank in het gelijk was gesteld, in de vorm van een (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep verweer heeft gevoerd, mag niet ertoe leiden dat verwerping van haar verweren — en dientengevolge de verwerping van het incidentele hoger beroep — haar op een kostenveroordeling komt te staan (HR 14 december 2018, RvdW 2019/47).
Partij(en)
EMS Ambulance B.V., te Amsterdam, eiseres tot cassatie, verweerster in het (deels voorwaardelijke) incidentele cassatieberoep, hierna: EMS, adv.: mr. K. Aantjes,
tegen
[verweerster], te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.