Kroon, 05-09-2005, nr. 05.003162
ECLI:NL:XX:2005:AU5586
- Instantie
Kroon
- Datum
05-09-2005
- Zaaknummer
05.003162
- LJN
AU5586
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen (V)
Personen- en familierecht (V)
Sociale zekerheid algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:XX:2005:AU5586, Uitspraak, Kroon, 05‑09‑2005
Uitspraak 05‑09‑2005
WIJ BEATRIX, BIJ DE GRATIE GODS, KONINGIN DER NEDERLANDEN, PRINSES VAN ORANJE-NASSAU, ENZ. ENZ ENZ
Geschil tussen gemeentebesturen omtrent de vraag welk college is gehouden te beslissen omtrent de verlening van bijstand
Domiciliegeschil, woonplaat, woonstede, werkelijk verblijf, camping, centrumgemeente, dak- en thuislozen
Betrokkenen hebben, gelet op artikel 11, lid 1, Boek 1 BW, hun aanvankelijke woonstede in de gemeente Beuningen verloren (ontruiming woning wegens huurachterstand).. Niet kan worden gesteld dat betrokkenen hun woonstede verplaatst hebben naar het adres in Beuningen waarop zij thans zijn ingeschreven, aangezien betrokkenen niet op dit adres verblijven en dit adres blijkens de stukken slechts fungeert als briefadres. Evenmin kan worden gesteld dat betrokkenen hun woonstede hebben verplaatst naar de gemeente Druten, nu het verblijf op de camping in die gemeente een noodoplossing en kennelijk van tijdelijke aard is. Nu betrokkenen geen nieuwe woonstede hebben, dient de plaats van werkelijk verblijf, zijnde de gemeente Druten, als woonplaats te worden aangemerkt.
Grondwet
artikel 136
Wet op de Raad van State
artikel 15c
Burgerlijk Wetboek (BW)
art. 10, lid 1, van Boek 1
art. 11 van Boek 1
Wet werk en bijstand (WWB)
art. 40, lid 1
art. 42, lid 1
Besluit specifieke uitkeringen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid
Bijlage A
Koninklijk besluit ten aanzien van het geschil tussen de gemeentebesturen van Nijmegen en Druten omtrent de vraag welk college van burgemeester en wethouders is gehouden te beslissen omtrent de verlening van bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand aan de heer S. en mevrouw B.
De Raad van State gehoord, advies van 28 juli 2005, no.W12.05.0232/IV.
Op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 augustus 2005, Directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden, Nr. WBJA/BOBB/05/63552;
Overzicht van het geschil
De heer S, geboren op 24 december 1966, en mevrouw B, geboren op 4 mei 1972, (hierna te noemen: betrokkenen) hebben op 22 april 2005 bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten een aanvraag ingediend om bijstandverlening ingevolge de Wet werk en bijstand (hierna: Wwb).
Over de vraag welk college van burgemeester en wethouders op deze aanvraag een beslissing dient te nemen, is een geschil ontstaan tussen de colleges van burgemeester en wethouders van Druten en Nijmegen.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen heeft het geschil ingevolge artikel 42, eerste lid, Wwb aanhangig gemaakt.
De door voornoemde colleges met betrekking tot het geschil overgelegde stukken zijn aan dit besluit gehecht.
Overwegingen ten aanzien van het geschil
Ingevolge artikel 40, eerste lid, Wwb bestaat het recht op bijstand jegens het college van de gemeente waar de belanghebbende woonplaats heeft als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ingevolge artikel 10 van Boek 1 BW bevindt de woonplaats van een natuurlijk persoon zich te zijner woonstede, en bij gebreke van woonstede ter plaatse van zijn werkelijk verblijf. Een natuurlijk persoon verliest op grond van artikel 11, eerste lid, van Boek 1 BW zijn woonstede door daden, waaruit zijn wil blijkt om haar prijs te geven.
Uit de stukken blijkt dat betrokkenen tot 6 april 2005 een bijstandsuitkering werd verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beuningen op het adres Schoolstraat 19. Op die dag is deze woning vanwege een huurachterstand ontruimd en is de bijstandsuitkering beëindigd. Betrokkenen zijn als noodoplossing naar een camping in Afferden, gemeente Druten, gegaan en hebben zich op een ander adres laten inschrijven in de Gemeentelijke Basisadministratie van de gemeente Beuningen zonder dat zij daar gingen verblijven.
Op grond hiervan stellen Wij vast dat betrokkenen, gelet op artikel 11, eerste lid, van Boek 1 BW, hun aanvankelijke woonstede in de gemeente Beuningen verloren hebben. Niet kan worden gesteld dat betrokkenen hun woonstede verplaatst hebben naar het adres in Beuningen waarop zij thans zijn ingeschreven, aangezien betrokkenen niet op dit adres verblijven en dit adres blijkens de stukken slechts fungeert als briefadres. Evenmin kan worden gesteld dat betrokkenen hun woonstede hebben verplaatst naar de gemeente Druten, nu het verblijf op de camping in die gemeente een noodoplossing en kennelijk van tijdelijke aard is.
Nu betrokkenen geen nieuwe woonstede hebben, dient de plaats van werkelijk verblijf, zijnde de gemeente Druten, als woonplaats te worden aangemerkt.
Mitsdien dient de gemeente Druten te worden aangewezen als de gemeente waar betrokkenen tijdens de indiening van de aanvraag om bijstandverlening woonplaats hadden.
Burgemeester en wethouders van de gemeente Druten hebben aangevoerd dat betrokkenen geen adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegeven (Wet GBA) in de gemeente Druten hebben en hebben de bijstandsaanvraag doorgezonden naar burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen als centrumgemeente voor bijstandsverlening aan dak- en thuislozen.
Wij overwegen hieromtrent dat voor de verlening van bijstand aan dak- en thuislozen in artikel 11 van het Besluit WWB, dat gebaseerd is op artikel 40, eerste lid, Wwb, zijn aangewezen de gemeenten, opgenomen in bijlage A van het Besluit specifieke uitkeringen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingsbeleid. Genoemd artikel is evenwel niet van toepassing op betrokkenen, aangezien het artikel slechts bijstandsverlening betreft aan belanghebbenden zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet GBA. Onder adres wordt in artikel 1 van de Wet GBA verstaan het woonadres (dan wel bij het ontbreken hiervan het briefadres). Onder woonadres wordt verstaan het adres waar betrokkene woont. Betrokkenen hebben een woonadres op de camping in Afferden, gemeente Druten. Het feit dat het verblijf op de camping van tijdelijke aard is en het feit dat betrokkenen niet staan ingeschreven in de gemeente Druten, doen hieraan niet af.
Beslissing
Gezien de Wet werk en bijstand hebben Wij goedgevonden en verstaan:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten aan te wijzen als het college dat op de door de heer S en mevrouw B op 22 april 2005 ingediende bijstandsaanvraag dient te beslissen.
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.