[naam] is in cassatie geen medebetrokkene.
HR, 27-01-2026, nr. 23/04655
ECLI:NL:HR:2026:118
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27-01-2026
- Zaaknummer
23/04655
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2026:118, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑01‑2026; (Artikel 81 RO-zaken, Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1316
In cassatie op: ECLI:NL:GHSHE:2023:3976
ECLI:NL:PHR:2025:1316, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑12‑2025
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2026:118
- Vindplaatsen
Uitspraak 27‑01‑2026
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen bewerken en verwerken van cocaïne. In eerste aanleg is ontnemingsvordering afgewezen. Toerekening w.v.v. in geval van meerdere daders. Verweer dat het toerekenen van voordeel o.b.v. percentages slechts “gokwerk” betreft. Kon hof oordelen dat 30% van totaal voordeel wordt toegerekend aan betrokkene en zijn medebetrokkenen en vervolgens 2/9 deel daarvan aan betrokkene toerekenen? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/04656 P, 23/04662 P en 23/04788 P.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04655 P
Datum 27 januari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 november 2023, nummer 20-001928-21, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de betrokkene.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat K.R. Verkaart bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover het betreft de hoogte van het ontnemingsbedrag, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde betalingsverplichting van € 245.844.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
- vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 240.844 bedraagt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 januari 2026.
Conclusie 02‑12‑2025
Inhoudsindicatie
Conclusie A-G. Profijtontneming. Medeplegen cocaïneversnijdingslaboratorium. Falende klachten over speculatieve gehalte van de gegevens waarmee het voordeel is berekend en over de toerekening aan de betrokkene ("gokwerk"). De conclusie strekt tot vermindering van het ontnemingsbedrag (vanwege overschrijding r.t.) en tot verwerping voor het overige. Samenhang met 23/04662, 23/04656 en 23/04788.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/04655 P
Zitting 2 december 2025
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de betrokkene.
Inleiding
1. Aan de betrokkene is bij arrest van 23 november 2023 (parketnummer 20-001928-21 OWV) door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch de verplichting opgelegd tot betaling aan de staat van een bedrag van € 245.844,00 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
2. Er bestaat samenhang met de zaken 23/04662 ( [medebetrokkene 1] ), 23/04656 ( [medebetrokkene 2] ) en 23/04788 ( [medebetrokkene 3] ). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. K.R. Verkaart, advocaat in Breda , heeft één middel van cassatie voorgesteld.
De zaak kort geschetst
4. Zoals opgemerkt zijn er in cassatie vier samenhangende zaken aanhangig, te weten tegen de betrokkene, [medebetrokkene 1] , [medebetrokkene 2] en [medebetrokkene 3] . Zij zijn strafrechtelijk veroordeeld voor hun aandeel in een cocaïneversnijdingslaboratorium dat in februari 2020 werd aangetroffen in een woning te [geboorteplaats] . Bij vonnissen van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 22 juli 2021 zijn de betrokkene, [medebetrokkene 1] en [medebetrokkene 3] veroordeeld wegens – kort gezegd – medeplegen van het bewerken en verwerken van cocaïne in de periode van 18 november 2019 tot en met 8 februari 2020, en is [medebetrokkene 2] veroordeeld voor de medeplichtigheid daaraan.
5. De rechtbank heeft vastgesteld dat het laboratorium was ingericht in de woning van [medebetrokkene 1] en zijn partner [medebetrokkene 2] , waarin ook hun zoon, de betrokkene, een rol vervulde. Uit camerabeelden en ander bewijsmateriaal is gebleken dat [medebetrokkene 1] en de betrokkene meermalen cocaïne de woning in en uit hebben gebracht, werkers hebben opgehaald en weggebracht, en aanwezig waren tijdens overdrachten. Daarnaast heeft de betrokkene zich beziggehouden met de verpakking van cocaïne. Betrokkene bezocht de woning vrijwel dagelijks om cocaïne te brengen of op te halen, terwijl [naam]1.bijdroeg aan de verwerking, onder meer door het maken van blokken cocaïne. [medebetrokkene 2] woonde samen met [medebetrokkene 1] in de woning en was daar gedurende de onderzoeksperiode veelvuldig aanwezig, ook op momenten dat overdrachten plaatsvonden of werkzaamheden in de versnijdingsruimte werden verricht.
Het middel
6. Het middel bevat een klacht over de toerekening aan de betrokkene van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van € 245.844. Het middel richt zich in de kern tegen de door het hof gehanteerde verdeelsleutel en tegen de verwerping van een daarover ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, te weten dat het toerekenen van voordeel op basis van percentages slechts “gokwerk” betreft.
7. In de zaak van de [medebetrokkene 1] (23/04662) is eenzelfde middel met bijbehorende toelichting voorgesteld. Om die redenen volsta ik hier met een verwijzing naar mijn conclusie in die zaak, waarin ik reeds heb uiteengezet waarom het middel niet tot cassatie kan leiden.
Ambtshalve opmerking over de redelijke termijn in cassatie
8. Namens de betrokkene is op 30 november 2023 beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 7 maart 2025 bij de Hoge Raad binnengekomen. Daarmee is de inzendtermijn van acht maanden met ruim zeven maanden overschreden. Dit dient te leiden tot vermindering van de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting van € 245.844,00.
9. Daarnaast merk ik op dat de Hoge Raad uitspraak doet nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep op 30 november 2023, als gevolg waarvan de redelijke termijn in cassatie ook is overschreden.
Slotsom
10. Het middel faalt en kan met de aan artikel 81 lid 1 RO ontleende motivering worden afgedaan.
11. Anders dan hetgeen ik onder 8 en 9 heb opgemerkt, heb ik ambtshalve geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover het betreft de hoogte van het ontnemingsbedrag, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 02‑12‑2025