NJ 2005, 47
De in art. 7:663 BW vervatte termijn van één jaar waarbinnen de werknemer een rechtsvordering kan instellen tegen de oude werkgever, betreft een ambtshalve toe te passen vervaltermijn die niet kan worden gestuit.
Hof Leeuwarden 11-08-2004, ECLI:NL:GHLEE:2004:AQ6656
- Instantie
Hof Leeuwarden
- Datum
11 augustus 2004
- Magistraten
Mrs. Mollema, Zuidema, Meijeringh
- Zaaknummer
0400059
- LJN
AQ6656
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Insolventierecht / Faillissement
Verbintenissenrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Bijzondere onderwerpen arbeidsrecht
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHLEE:2004:AQ6656, Uitspraak, Hof Leeuwarden, 11‑08‑2004
- Wetingang
BW art. 7:663
Essentie
De in art. 7:663 BW vervatte termijn van één jaar waarbinnen de werknemer een rechtsvordering kan instellen tegen de oude werkgever, betreft een ambtshalve toe te passen vervaltermijn die niet kan worden gestuit.
Samenvatting
Overgang van een onderneming; hoofdelijke aansprakelijkheid van de oude werkgever. De termijn van één jaar zoals vervat in de laatste zin van art. 7:663 BW betreft een vervaltermijn die van dwingend recht is en ambtshalve door de rechter moet worden toegepast. Behoudens wettelijke uitzonderingen, kunnen vervaltermijnen niet worden gestuit. Een ingebrekestelling en sommatie tot betaling, gedaan gedurende de termijn van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.