Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/73.1.1
73.1.1 Achtergrond
prof. dr. A.R. Neerhof, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. dr. A.R. Neerhof
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie M.W. Scheltema, ‘De invloed van bestuursrechtelijke normen op het privaatrecht’, MvV 2013/7- 8,p. 188-189.
Zie over maatschappelijke belangen en publieke belangen: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Het borgen van publiek belang, Den Haag: Sdu Uitgevers 2000, p. 20-21.
Vgl. Scheltema 2013, p. 191.
Vgl. Lucas van den Berge, ‘Gouvernementaliteit en rechtsbescherming’, NJB 2018/17, p. 1186-1188, 1190; Scheltema 2013, p. 186, 189; M. Scheltema & M.W. Scheltema, ‘Wat kan het privaatrecht leren van het bestuursrecht? Vervagende grenzen tussen bestuurs- en privaatrecht’, JBplus 2012/6, p. 143-148; M.W. Scheltema & M. Scheltema, Gemeenschappelijk recht. Wisselwerking tussen publiek- en privaatrecht, Deventer: Kluwer 2013, p. 8-13, 36-38, 78-84.
Niet alleen overheden, ook private organisaties, waaronder certificerings- en normalisatie-instellingen, behartigen van oudsher maatschappelijke en publieke belangen. Regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden worden niet alleen door overheidsregulering bepaald, maar ook door private regulering. Private regulering kent vele verschijningsvormen, maar een kenmerk ervan is dat de regels geen basis hebben in een publiekrechtelijke bevoegdheid. Zij worden vaak opgesteld door degenen die erdoor worden gebonden of door een vertegenwoordiging daarvan. Er is dan sprake van een vorm van zelfbinding. In veel gevallen ondervinden ook derden er consequenties van.1 Normalisatie is een belangrijke vorm van dergelijke regulering. Normalisatie is een proces dat leidt tot afspraken over de vaststelling van kenmerken van producten, personen, productie- en managementprocessen. Internationale, Europese en Nederlandse normalisatie-instellingen maken geen deel uit van een overheid. Normalisatie dient niet zelden maatschappelijke of publieke belangen, zoals veiligheid, gezondheid of duurzaamheid van producten.2
Naar normen die door normalisatie-instellingen worden vastgesteld, wordt regelmatig in wetgeving verwezen. Ook gebruiken bestuursorganen normen als hulpmiddel bij wetsuitleg. Het recht wordt in een rechtsstaat dan voor uitdagingen gesteld.
Normalisatie is iets anders dan overheidsregelgeving. De normen zijn niet afkomstig van de overheid en toepassing is vaak vrijwillig. Normalisatie vertoont wel verwantschap met overheidsregelgeving. Normen dienen vaak maatschappelijke of publieke belangen, kunnen het handelen van burgers en bedrijven in het maatschappelijk en handelsverkeer in sterke mate bepalen en zijn herhaaldelijk toepasselijk. Als overheidsorganen in wetgeving naar normen verwijzen of deze toepassen in hun besluitvorming is er weinig verschil tussen normalisatie en handelen van overheidsorganen. Zeker dan dienen zich vergelijkbare vragen aan als die welke bij overheidshandelen zelf steeds aan de orde zijn. Wie mag beslissen over de inhoud van de norm? Hoe behoren de normen tot stand te stand komen? Welke eisen worden aan de inhoud van de normen gesteld? Door wie en op welke manier moet de naleving ervan worden gewaarborgd?3
Normalisatie is een activiteit waarop in beginsel het privaatrecht van toepassing is. Als een overheidsorgaan gebruik maakt van normen door verwijzing in wetgeving of door toepassing bij uitvoering of handhaving van wettelijke regels, is er een directe relatie met overheidshandelen. Dat roept ten eerste de vraag op of en zo ja onder welke voorwaarden gebondenheid van burgers aan normen die niet door de overheid zelf zijn gesteld in overeenstemming is met het wetmatigheidsbeginsel. Het roept ten tweede de vraag op of en in hoeverre dan in de regels die op het proces van totstandkoming van normen van toepassing zijn al expliciet aansluiting zou moeten worden gezocht bij beginselen van bestuursrecht.4 In hoeverre werpen algemene beginselen van behoorlijk