NJ 1981, 258
Hof Amsterdam (Ondernemingskamer), 13-11-1980, nr. 327/80OK
Hof Amsterdam (Ondernemingskamer) 13-11-1980, ECLI:NL:GHAMS:1980:AC3264, m.nt. J.M.M. Maeijer
- Instantie
Hof Amsterdam (Ondernemingskamer)
- Datum
13 november 1980
- Magistraten
Van Slooten, Joosten, Wiegel, Kleerekoper, Wertheimer
- Zaaknummer
327/80OK
- Noot
J.M.M. Maeijer
- LJN
AC3264
- JCDI
JCDI:ADS146751:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Burgerlijk procesrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:1980:AC3264, Uitspraak, Hof Amsterdam (Ondernemingskamer), 13‑11‑1980
- Wetingang
BW art. 2:337; BW art. 2:339; Rv (oud) art. 5
Essentie
De vorderingen zijn tijdig ingesteld. Eisers (de ondernemingsraad en een werknemer) zijn belanghebbende. In een jaarrekeningprocedure kan de ondernemingsraad in de proceskosten worden veroordeeld. Over de vraag of eisers belanghebbenden zijn kan worden beslist voordat de (register-)accountant is gehoord.
Samenvatting
1. Zowel naar zijn bewoordingen als strekking houdt het voorschrift van art. 339 lid 1 Boek 2 BW in dat, indien voor een jaarrekening een gehele of gedeeltelijke publikatieplicht — nederlegging ten kantore van het handelsregister — geldt, de termijn waarbinnen de rechtsvordering moet worden ingesteld eerst eindigt nadat twee maanden sedert de nederlegging zijn verstreken. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.