NJ 1991, 533
Hof Amsterdam (Ondernemingskamer), 11-04-1991: Regev
Hof Amsterdam (Ondernemingskamer) 11-04-1991, ECLI:NL:GHAMS:1991:AC1969, m.nt. J.M.M. Maeijer (Regev)
- Instantie
Hof Amsterdam (Ondernemingskamer)
- Datum
11 april 1991
- Magistraten
Vermeulen, Ten Kley, Beukenhorst, Verburg, Bod
- Zaaknummer
[1991-04-11/AB_45660]
- Noot
J.M.M. Maeijer
- LJN
AC1969
- Roepnaam
Regev
- JCDI
JCDI:ADS141834:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:1991:AC1969, Uitspraak, Hof Amsterdam (Ondernemingskamer), 11‑04‑1991
- Wetingang
BW art. 2:158
Essentie
Bezwaar van ondernemingsraad tegen voorgenomen benoeming van commissaris van structuurvennootschap/ontvankelijkheid van (raad van) gemeente/aanvoeren van nieuwe gronden na verstrijken termijn voor bezwaar/verwachting van ongeschiktheid voorgedragen persoon.
Samenvatting
De voor raad van commissarissen, algemene vergadering van aandeelhouders en ondernemingsraad bestaande verplichting tot het aanwijzen van een vertegenwoordiger om een verzoekschrift of verweerschrift in te dienen, houdt kennelijk alleen verband met de omstandigheid dat deze geen (formele) procesbevoegdheid hebben. Wanneer een overheidsinstantie die bevoegdheid wel heeft behoeft zij geen vertegenwoordiger aan te wijzen.
In het algemeen kunnen na het verstrijken van de daarvoor gestelde termijn geen nieuwe bezwaren tegen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.