NJ 1996, 221
Groepsmaatschappij / geconsolideerde jaarrekening / intrekking aansprakelijkheid / verzet / ontvankelijkheid hoger beroep / tussenbeschikking / bevoegde rechter / verwijzing in rekestprocedure
Hof Amsterdam (Ondernemingskamer) 15-12-1994, ECLI:NL:GHAMS:1994:AD2264
- Instantie
Hof Amsterdam (Ondernemingskamer)
- Datum
15 december 1994
- Magistraten
Vermeulen, ten Kley, Beukenhorst, Wessel, Van der Toorn
- Zaaknummer
695/94OK
- LJN
AD2264
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Burgerlijk procesrecht (V)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:1994:AD2264, Uitspraak, Hof Amsterdam (Ondernemingskamer), 15‑12‑1994
- Wetingang
BW art. 2:404; Rv (oud) art. 157a; Rv (oud) art. 157b; Rv (oud) art. 429n; Rv (oud) art. 997
Essentie
Groepsmaatschappij; geconsolideerde jaarrekening; intrekking aansprakelijkheid; verzet; ontvankelijkheid hoger beroep; tussenbeschikking; bevoegde rechter; verwijzing in rekestprocedure.
Samenvatting
Het hoger beroep in zaken betreffende verzet tegen intrekking van aansprakelijkheid als bedoeld in art. 2:404 BW moet bij uitsluiting worden ingesteld bij de Ondernemingskamer van het Hof te Amsterdam, ook al zou het niet-ontvankelijk zijn.
Tegen een tussenbeslissing in de verzetprocedure is ingevolge art. 429n lid 3 Rv afzonderlijk hoger beroep niet toegelaten.
De beslissing dat, alvorens op het verzet wordt beslist, een termijn wordt gegund om ten behoeve van een schuldeiser een bankgarantie te stellen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.