Hof Amsterdam (OK), 05-08-2008, nr. 200.010.019/1 OK
ECLI:NL:GHAMS:2008:BH0012
- Instantie
Hof Amsterdam (OK)
- Datum
05-08-2008
- Magistraten
Mrs. Willems, Faber, Nieuwe Weme, Bunt, De Munnik RA
- Zaaknummer
200.010.019/1 OK
- LJN
BH0012
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHAMS:2008:BH0012, Uitspraak, Hof Amsterdam (OK), 05‑08‑2008
Uitspraak 05‑08‑2008
Mrs. Willems, Faber, Nieuwe Weme, Bunt, De Munnik RA
Partij(en)
DE ONDERNEMINGSRAAD VAN SIJTHOFF PLANETARIUM EN HAAGS RUIMTETHEATER B.V., gevestigd te 's‑Gravenhage, VERZOEKER, advocaat: MR. E. WALINGA, procureur: MR. T. STEFFENS,
tegen
SIJTHOFF PLANETARIUM EN HAAGS RUIMTETHEATER B.V., HANDELENDE ONDER DE NAAM OMNIVERSUM, gevestigd te 's‑Gravenhage, VERWEERSTER, advocaat: MR. F.H. TIETHOFF, procureur: MR. A. VAN HEES,
en tegen
1 .SIJTHOFF MULTIMEDIA HOLDING B.V., gevestigd te Wageningen,
2. BERBERIS BEHEER B.V., gevestigd te 's‑Gravenhage,
3. A.W. SIJTHOFF, wonende te Wageningen,
BELANGHEBBENDEN, advocaat: MR. I.R.M. GOEDINGS, procureur: MR. I.M.C.A. REINDERS FOLMER,
en tegen
4. R.R. LAMPE, wonende te 's‑Gravenhage, BELANGHEBBENDE, advocaat: MR. F.H. TIETHOFF, procureur: MR. A. VAN HEES.
1. Het verloop van het geding
1.1
Verzoeker (hierna de ondernemingsraad te noemen) heeft bij op 16 juli 2008 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht — zakelijk weergegeven en naar de Ondernemingskamer begrijpt — bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad,
- 1)
een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van verweerster (hierna Omniversum te noemen) vanaf januari 2007 zoals dat, middellijk of onmiddellijk, is gevoerd door A.W. Sijthoff (hierna Sijthoff te noemen);
- 2)
bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding
- a)
R.R. Lampe (hierna Lampe te noemen) te benoemen tot zelfstandig bevoegd bestuurder van Omniversum;
- b)
B.I. Reijnhoudt (hierna Reijnhoudt te noemen), thans gevolmachtigde en commercieel directeur van Omniversum, naast Lampe te benoemen tot zelfstandig bevoegd bestuurder van Omniversum;
- c)
Sijthoff Multimedia Holding B.V. (hierna SMH te noemen), Berberis Beheer B.V. (hierna Berberis Beheer te noemen) en Sijthoff te schorsen als bestuurders van Omniversum;
- d)
het stemrecht van SMH op de door haar gehouden aandelen in Omniversum te schorsen;
- e)
SMH, Berberis Beheer en Sijthoff ieder afzonderlijk te verbieden om, al of niet voorwaardelijk of middellijk, enige beleids-, bestuurs-, of beschikkingshandelingen te verrichten ten aanzien van Omniversum en van enig vermogensbestanddeel van Omniversum, daaronder begrepen het vervreemden en bezwaren van enig actief;
- 3)
Omniversum te veroordelen in de kosten van het geding.
1.2
Het verzoek is, voor zover het strekt tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen, behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 31 juli 2008, alwaar de advocaten de standpunten van de door hen respectievelijk vertegenwoordigde partijen — nader — hebben toegelicht, wat mr. Walinga en mr. Goedings betreft aan de hand van een aan de Ondernemingskamer overgelegde pleitnota en wat mr. Walinga en mr. Tiethoff betreft onder overlegging van — deels op voorhand aan de Ondernemingskamer en door mr. Tiethoff ook aan de wederpartijen gezonden en blijkens zijn verklaring ter terechtzitting niet alleen namens Lampe maar ook namens Omniversum ingediende — (nadere) producties. Mr. Walinga heeft bij die gelegenheid het verzoek voor zover het strekt tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen uitgebreid en wel aldus dat de ondernemingsraad de Ondernemingskamer ook verzoekt bij wijze van onmiddellijke voorziening en voor de duur van het geding
- f)
SMH te verbieden om de aandelen in Omniversum te vervreemden, te bezwaren of daarop anderszins al of niet voorwaardelijke rechten te verstrekken.
2. De vaststaande feiten
2.1
Omniversum exploiteert een — gelijknamig — filmtheater met een koepelvormig projectiescherm te 's‑Gravenhage. Bij haar zijn 40 medewerkers in dienst.
2.2
Alle aandelen in het kapitaal van Omniversum worden sinds 6 mei 1996 gehouden door SMH. Alle aandelen in het kapitaal van SMH worden — middellijk, door tussenkomst van Berberis Beheer — gehouden door Sijthoff. Naast Omniversum houdt SMH ook de aandelen in een tweetal gefailleerde vennootschappen waaronder de op 2 januari 2001 gefailleerde Waterstad Theater B.V. (hierna IMAX Rotterdam te noemen) die in Rotterdam het zogenaamde IMAX-filmtheater exploiteerde.
2.3
Op 1 mei 2000 — Omniversum verkeerde toen in een verlieslatende positie — is tussen Omniversum en SMH enerzijds en Lampe, althans diens persoonlijke houdstervennootschap L&A Lampe & Associates B.V. (hierna L&A te noemen), anderzijds een managementovereenkomst gesloten op grond waarvan Lampe althans L&A ten behoeve van Omniversum werkzaamheden als interim-manager zou verrichten. In bijlage I bij die overeenkomst is bepaald dat de uitvoering van het dagelijks beleid exclusief is voorbehouden aan Lampe en dat Lampe verantwoordelijk is voor een goed financieel beheer van alle activa en passiva. In bijlage II bij die overeenkomst is onder meer bepaald:
‘3. Opschorting Statutaire bevoegdheden
Aangezien de Statutaire Directie van Opdrachtgever gevoerd wordt door [SMH], verklaart SMH door ondertekening van deze Overeenkomst om gedurende de looptijd van deze Overeenkomst geen zelfstandig gebruik te maken van haar Statutaire bevoegdheden, dan na overleg met de Interim-Manager. Tevens verklaart SMH volledige en onbeperkte volmacht te verlenen aan L&A (…) om deze bevoegdheden exclusief in het kader van deze Overeenkomst bij procuratie namens SMH uit te voeren.’
Lampe is toen naast SMH tot bestuurder van Omniversum benoemd en als zodanig — overigens ten onrechte als enige bestuurder — ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Den Haag.
2.4
In de periode van mei 2000 tot en met medio 2007 is de onderneming van Omniversum onder leiding van Lampe winstgevend geworden, zijn haar schulden nagenoeg afgelost en is haar financiële positie genormaliseerd.
2.5
De waarde van het door Omniversum geëxploiteerde theatergebouw is ingevolge de Wet waardering onroerende zaken voor het tijdvak van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007 vastgesteld op € 1.800.000. Een supplement, gedateerd 27 januari 2006 en behorende bij een verzekeringstaxatierapport gedateerd 22 augustus 2005, houdt in dat de herbouwwaarde van het theatergebouw is getaxeerd op € 4.950.000.
2.6
Sijthoff heeft op enig moment het voornemen opgevat om binnen Omniversum een op duurzaam ondernemen gericht zogenaamd ‘BetterBeGreen-concept’ te implementeren waarbij voor Omniversum een rol zou zijn weggelegd bij de distributie van biologisch afbreekbare plastic zakken. De ondernemingsraad en Lampe hebben verschillende malen aan Sijthoff verzocht om een en ander nader toe te lichten, aan welk verzoek geen — uit stukken of anderszins inzichtelijk — gevolg is gegeven.
2.7
Op 25 januari 2007 is Sijthoff namens Omniversum, daarbij mede handelend namens Berberis Beheer, met WMZ Investment B.V. (hierna WMZ te noemen) een raamovereenkomst aangegaan. De raamovereenkomst voorziet onder meer in de verkoop vrij op naam door Omniversum aan WMZ van het door Omniversum geëxploiteerde theatergebouw voor een bedrag van € 1.100.000, welk theatergebouw, zo bepaalt de raamovereenkomst eveneens, Omniversum vervolgens van WMZ zal huren voor een huurprijs van € 172.500 per jaar. Een gedeelte van de koopsom zal, zo bepaalt artikel 4 van de raamovereenkomst, door WMZ bij wijze van voorschot aan Omniversum worden voldaan. Bij die overeenkomst heeft Omniversum zich verder als huurder verplicht binnen een termijn van twee jaar achterstallig onderhoud aan het theatergebouw te verrichten tot een bedrag van € 300.000 exclusief BTW. Voorts bepaalt de raamovereenkomst onder meer dat WMZ het recht heeft om, tegen betaling van een winstafhankelijk bedrag, 51% van de aandelen in Omniversum te verwerven.
2.8
Lampe is (eerst) op 29 april 2007 bekend geworden met de in 2.7 genoemde raamovereenkomst. Eveneens is hem vervolgens gebleken dat uit hoofde van die overeenkomst al een voorschotbetaling zou hebben plaatsgevonden zonder dat het daarmee gemoeide bedrag op een van de bij Omniversum bekende bankrekeningen van Omniversum was ontvangen. Nadat Lampe aan Sijthoff bij e-mail van 3 mei 2007 zijn misnoegen over de gang van zaken had kenbaar gemaakt, heeft hij bij aangetekende brief van 15 mei 2007 aan SMH onder meer het volgende bericht:
‘(…) Woensdag 9 mei jl. had ik (…) contact met een advocaat van een zekere Molenaar, de heer P.J. Groen. Deze bevestigde mij het feit van de verkoop en deelde mee dat de koper van het pand van Omniversum een voorschot van in totaal € 325.000,- via notaris D.J. Blok in Gouda had uitbetaald op een rekening, die ten name stond van Omniversum. Aangezien wij bij Omniversum geen enkele betaling van deze omvang hebben ontvangen, ga ik ervan uit, dat er nog een rekening moet zijn ten name van Omniversum, waarvan wij het bestaan niet kennen? Verder vertelde de heer De groen dat jij met de heer Molenaar een huur overeen bent gekomen van € 172.500,- per jaar.
(…)
Ik vind het dan ook uitermate onzorgvuldig en onbehoorlijk dat je het pand nu buiten mij en [Reijnhoudt] om toch verkocht hebt. Je weet dat Omniversum met de jou bekende wisselende en marginale winstcijfers, zo'n huur niet kan betalen en ik concludeer dat je met deze transactie de continuïteit van Omniversum op het spel hebt gezet.
(…)
Door deze te verrichten, pleeg je jegens Omniversum en mij wanprestatie. Bovendien handel je in strijd met de statuten (artikel 11, lid 1), waar is bepaald dat de Directie besluit met volstrekte meerderheid van stemmen. Ik constateer, dat ik als bestuurder niet in dit besluit ben gekend, laat staan, dat ik aan de totstandkoming daarvan heb meegewerkt, zodat dit besluit niet tot stand kan zijn gekomen en dus de vennootschap niet bindt, c.q. kan binden. Ik zal mij beraden over de gevolgen van deze wanprestatie.
Ik verzoek je dringend en sommeer je, voor zover rechtens vereist om zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval voor vrijdag 18 mei a.s.:
- 1.
het voorschot dat je hebt ontvangen over te maken op de betaalrekening van Omniversum bij ING Bank:
(…)
- 4.
mij kopieën te verstrekken van alle contracten en documenten die je namens Omniversum hebt getekend;
- 5.
[Reijnhoudt] en mij te informeren over de actuele stand van zaken.’
2.9
Toen een reactie van SMH en Sijthoff op bovenvermelde verzoeken uitbleef, heeft Lampe bij brief van 6 juni 2007 — waarin hij (nogmaals) bezwaar maakte tegen de verkoop van het theatergebouw en onder de aandacht bracht dat de continuïteit van Omniversum hierdoor ernstig in gevaar kon komen — aan SMH bericht dat hem, na kennisname van de dagafschriften van de klaarblijkelijk door Sijthoff nieuw geopende bankrekening van Omniversum, was gebleken dat vanaf die bankrekening ‘geen enkele betaling is gedaan voor verplichtingen die Omniversum ooit is aangegaan, of die stroken met de statutaire doelomschrijving van Omniversum. Deze betalingen zijn hetzij voor jou privé, hetzij voor [Berberis Beheer] of een andere (rechts)persoon gedaan’.
2.10
Lampe heeft SMH per 1 mei 2007 in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Den Haag doen uitschrijven als bestuurder van Omniversum.
2.11
Op 1 juni 2007 heeft SMH een aandeelhoudersbesluit genomen waarbij zij Lampe op staande voet heeft ontslagen als bestuurder van Omniversum, de ‘samenwerkingsovereenkomst’ met Lampe met onmiddellijke ingang heeft beëindigd en besloten heeft ‘tot wederinschrijving te komen van de statutair directeur de heer A. Sijthoff, tot wiens uitschrijving en ontslag geen rechtsgeldig aandeelhoudersbesluit is genomen’. Sijthoff en Berberis Beheer zijn hierop in het Handelregister als bestuurder van Omniversum ingeschreven en Lampe is als bestuurder uitgeschreven. Lampe heeft zich op het standpunt gesteld dat voormeld ontslagbesluit nietig is en daartoe een procedure in kort geding ten overstaan van de Voorzieningenrechter in de Rechtbank te 's‑Gravenhage en een bodemprocedure ten overstaan van de Rechtbank te 's‑Gravenhage geëntameerd. De Voorzieningenrechter heeft uitspraak gedaan bij het hierna in 2.16 deels weergegeven vonnis van 16 april 2008. De Rechtbank te 's‑Gravenhage heeft in de bodemprocedure nog geen uitspraak gedaan.
2.12
Op 25 juni 2007 is ten overstaan van mr. A.J. Nielsen, notaris te Groningen, een akte verleden tot vestiging ten gunste van R.J.L. Nieland Beheer B.V. van een (tweede) hypotheekrecht op het theatergebouw van Omniversum, een en ander tot zekerheid voor de betaling van een bedrag van € 1.950.000 alsmede voor al hetgeen R.J.L. Nieland Beheer B.V. van Omniversum te vorderen heeft of mocht krijgen. Blijkens de akte is Sijthoff opgetreden namens Omniversum. Zoals volgt uit het hierna in 2.15 te vermelden vonnis van 16 april 2008, heeft de Voorzieningenrechter in de Rechtbank te 's‑Gravenhage de doorhaling van de inschrijving van het hypotheekrecht gelast.
2.13
Nadat de Rechtbank te Arnhem bij vonnis van 29 december 2004 had vastgesteld dat SMH zich schuldig had gemaakt aan kennelijk onbehoorlijk bestuur en SMH had veroordeeld tot betaling van het faillissementstekort aan de curator van IMAX Rotterdam, mr. J.G. Princen, is de curator — die tot zekerheid van de betaling van een vordering op SMH eerder al conservatoir beslag had laten leggen op de aandelen in Omniversum — overgegaan tot executoriale verkoop van de aandelen in het kapitaal van Omniversum. Mr. Princen heeft begin 2008 een procedure ten overstaan van de Voorzieningenrechter in de Rechtbank te 's‑Gravenhage geëntameerd waarin hij heeft gevorderd dat verschillende voorzieningen worden getroffen welke ertoe strekken te waarborgen dat de waarde van de aandelen Omniversum niet zou verminderen.
2.14
Het Gerechtshof te Arnhem heeft bij arrest van 20 november 2006 het hiervoor vermelde vonnis van de Rechtbank te Arnhem van 29 december 2004 bekrachtigd, daartoe onder meer overwegende — kort samengevat — dat SMH haar taak als bestuurder van IMAX Rotterdam onbehoorlijk heeft vervuld door zonder geldige titel gelden aan IMAX Rotterdam te hebben onttrokken, hetgeen een belangrijke oorzaak van het faillissement van IMAX Rotterdam is geweest.
2.15
De Voorzieningenrechter in de Rechtbank te 's‑Gravenhage heeft op 16 april 2008 in het vonnis in de door mr. Princen geëntameerde procedure — onder meer — beslist:
‘beveelt SMH om binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis het besluit te nemen om mr. Lampe als enig bestuurder van Omniversum te benoemen;
schorst het besluit van SMH, als enig aandeelhouder van Omniversum, tot ontslag van mr. R.R. Lampe als statutair bestuurder van Omniversum tot aan de executoriale verkoop en levering van de aandelen;
schorst het stemrecht van SMH op de aandelen in Omniversum tot en met de dag waarop de aandelen in Omniversum door middel van de executoriale verkoop door de curator zijn verkocht en geleverd;
schorst Sijthoff en [Berberis Beheer] als statutair bestuurders van Omniversum;
beveelt Omniversum mee te werken aan iedere veroordeling van SMH en/of Sijthoff en/of [Berberis Beheer], voor zover haar medewerking is vereist, zulks op straffe van een boete van € 10.000,- per dag of gedeelte daarvan met een maximum van € 500.000,-- dat Omniversum hiermee in gebreke blijft;
veroordeelt [R.J.L. Nieland Beheer B.V.] om binnen [24] uur na betekening van dit vonnis het door Omniversum aan haar verstrekte hypotheekrecht voor haar rekening door te halen in het kadaster, zulks op straffe van een boete van € 10.000,- per dag of een gedeelte daarvan met een maximum van € 500.000,--;
(…).’
2.16
In het vonnis van eveneens 16 april 2008 in de door de door Lampe geëntameerde procedure heeft de Voorzieningenrechter in de Rechtbank te 's‑Gravenhage — onder meer — beslist:
‘veroordeelt SMH, [Berberis Beheer] en Sijthoff om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis aan eisers ter inzage te verstrekken, alle originele bescheiden die zijn opgemaakt of die betrekking hebben op alle door (een of meer van) hen verrichte feitelijke en of rechtshandelingen, waarbij Omniversum partij is, is geworden of is geweest, zulks op straffe van een dwangsom van € 10.000,- voor elke dag dat nagelaten wordt aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 500.000,-;
veroordeelt SMH, [Berberis Beheer] en Sijthoff om zich te onthouden van elke rechts- en/of bestuurshandeling met betrekking tot Omniversum, op straffe van een dwangsom van € 10.000,- voor elke overtreding van deze veroordeling, met een maximum van € 500.000,-;
schorst SMH, [Berberis Beheer] en Sijthoff als statutair bestuurders van Omniversum;
veroordeelt gedaagden tot medewerking aan de inschrijving van Lampe als enig statutair bestuurder van Omniversum in het handelsregister van de KvK en de uitschrijving daaruit van [SMH, Berberis Beheer en Sijthoff] als bestuurders van Omniversum, zulks met het recht dit bij de KvK in te schrijven, met bepaling dat deze uitspraak in de plaats treedt van deze medewerking;
bepaalt dat deze voorzieningen van kracht zullen zijn tot aan het moment dat in de op 11 juli 2007 aangevangen bodemprocedure (rolnummer: 2007/2145) zal zijn beslist;
(…).’
2.17
Op 2 juli 2008 heeft mr. Princen aan mr. Walinga bericht het gelegde beslag op de aandelen in Omniversum niet verder te zullen vervolgen nu Sijthoff zijn verplichtingen jegens de boedel uit hoofde van aansprakelijkstelling was nagekomen.
2.18
Op 15 juli 2008 heeft SMH aan Lampe (in diens hoedanigheid van bestuurder) een uitnodiging voor een op 30 juli 2008 te houden bijzondere algemene vergadering van aandeelhouders van Omniversum doen toekomen. Als agendapunten voor die vergadering zijn vermeld:
- ‘1.
(her)Bevestiging en (her)bestendiging voorzover noodzakelijk van het op 1 juni 2007 genomen besluit tot ontslag van [Lampe/L&A] als bestuurder
- 2.
de inschrijving van [Berberis Beheer] als statutair bestuurder van [Omniversum] ter vervanging van de in mei 2007 uitgeschreven bestuurder [SMH]
- 3.
de inschrijving van [Sijthoff] als statutair bestuurder van [Omniversum].’
De ondernemingsraad heeft SMH — onder verwijzing naar het hiervoor in 2.16 genoemde vonnis van de Voorzieningenrechter in de Rechtbank te 's‑Gravenhage van 16 april 2008 — gesommeerd de vergadering niet te doen plaatsvinden. De aandeelhoudersvergadering heeft geen doorgang gevonden.
2.19
WMZ heeft Omniversum in rechte aangesproken tot levering van het theatergebouw.
2.20
Op 8 juni 2008 is tussen Omniversum, daarbij vertegenwoordigd door Lampe, en de ondernemingsraad, daarbij vertegenwoordigd door zijn voorzitter A.M. van der Zee, een overeenkomst aangegaan op grond waarvan Omniversum aan de ondernemingsraad op de voet van artikel 2:346 aanhef en onder BW de bevoegdheid is toegekend een enquêteverzoek in te dienen.
3. De gronden van de beslissing
3.1
Voorafgaand aan de beoordeling van het verzoek stelt de Ondernemingskamer wat de processuele gang van zaken in deze zaak betreft het volgende voorop. Bij op 23 juli 2008 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen brieven van 22 juli 2008 met een aantal bijlagen heeft mr. Tiethoff, advocaat te 's‑Gravenhage, de Ondernemingkamer doen weten dat Lampe de juistheid van het verzoekschrift en de producties bevestigt, het verzoek van de ondernemingsraad steunt en zich refereert aan het oordeel van de Ondernemingskamer. Bij op 24 juli 2008 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen brief van diezelfde datum van mr. Van Hees, aan welke brief de genoemde brieven van mr. Tiethoff met bijlagen waren gehecht, heeft mr. Van Hees de Ondernemingskamer doen weten als procureur op te treden en de Ondernemingskamer verzocht de brieven van zijn ‘correspondent, Mr F.H. Tietthoff uit 's‑Gravenhage’ als verweerschrift te beschouwen. De Ondernemingskamer zal aan dat verzoek niet voldoen nu aan de genoemde stukken bezwaarlijk het predicaat verweerschrift in de zin van de te dezen relevante procesrechtelijke wettelijke bepalingen kan worden toegekend. Zoals uit de weergave van het procesverloop in onderdeel 1 van deze beschikking blijkt, beschouwt de Ondernemingskamer de bij de genoemde brieven van mr. Tiethoff gevoegde bijlagen, evenals de bijlagen bij diens brief aan de Ondernemingskamer van 24 juli 2008, als op voorhand gezonden en ter terechtzitting overgelegde en aldus in het geding gebrachte producties.
3.2
De Ondernemingskamer stelt verder voorop, zoals hiervoor reeds is vermeld, dat slechts het verzoek van de ondernemingsraad voor zover dat strekt tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen aan de orde is. Zij overweegt dienaangaande als volgt.
3.3
De ondernemingsraad heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat SMH, Berberis Beheer en Sijthoff (hierna tezamen Sijthoff c.s. te noemen), buiten de bestuurder en andere bij de onderneming betrokkenen om, Omniverum bij transacties hebben betrokken die niet in het belang zijn van Omniversum, maar de belangen van Sijthoff c.s. dienden. Hierdoor is de continuïteit van Omniversum in gevaar gekomen, aldus de ondernemingsraad.
3.4
Ter toelichting heeft de ondernemingsraad erop gewezen dat de in 2.7 vermelde raamovereenkomst met WMZ de verkoop inhoudt van het belangrijkste vaste activum op de balans, tevens het belangrijkste bedrijfsmiddel van Omniversum. Niet alleen geschiedde die verkoop geheel buiten medeweten van Lampe, maar, gelet op de hiervoor in 2.5 vermelde taxaties, voor een substantieel te lage prijs. Ook aan de afspraken met betrekking tot de huur en verhuur van het theatergebouw ontbreekt een zakelijke ratio, aldus de ondernemingsraad, aangezien de overeengekomen huurprijs een bedrag van bijna tweemaal de jaarwinst beloopt, zodat deze afspraken tot een verlieslatende exploitatie leiden. Daar komt nog bij dat het voorschot op de koopprijs, groot € 315.000, buiten Lampe om door Sijthoff is ontvangen en niet ten goede van Omniversum is gekomen, maar is aangewend om crediteuren van Sijthoff en van aan hem gerelateerde vennootschappen te voldoen. Verder heeft de ondernemingsraad er op gewezen dat Omniversum geen zakelijke relatie had of heeft met en geen geld verschuldigd was aan R.J.L Nieland Beheer B.V. De ondernemingsraad heeft voorts ter zake van de in 2.7 bedoelde optie op 51% van de aandelen in Omniversum opgemerkt dat SMH, de enige aandeelhouder van Omniversum, geen partij is bij de raamovereenkomst. Volgens de ondernemingsraad heeft WMZ te kennen gegeven de optie te willen uitoefenen en is het nog maar de vraag of WMZ geïnteresseerd is in de exploitatie van het theater. De ondernemingsraad heeft verder aangevoerd dat SMH heeft nagelaten ter zake van de optieverlening aan de ondernemingsraad advies te vragen, hetgeen zij ingevolge het bepaalde in artikel 25 lid 1 aanhef en onder a Wet op de ondernemingsraden wel had behoren te doen.
3.5
Omniversum en Lampe hebben zich achter de ondernemingsraad geschaard en de standpunten van de ondernemingsraad van hun kant ter terechtzitting van een nadere toelichting voorzien.
3.6
Sijthoff c.s. hebben aangevoerd dat Sijthoff geen steun vond bij Lampe voor de plannen met betrekking tot het ‘BetterBeGreen-concept’ en de beoogde rol van Omniversum daarin. Zij hebben toen zelf de door hen voorgestelde koers ingezet en zij hebben het noodzakelijk geacht daartoe de door de ondernemingsraad aan hen verweten handelingen buiten Lampe om te verrichten. De opbrengst van de verkoop van het theaterpand beschouwen zij als een investering in Omniversum. Het ontvangen voorschot op de koopsom hebben zij inderdaad aan zichzelf laten voldoen, aldus Sijthoff c.s.
3.7
De Ondernemingskamer stelt vast dat Lampe — nog steeds — als bestuurder van Omniversum moet worden aangemerkt. Er is immers, afgezien van het in 2.11 bedoelde aandeelhoudersbesluit van 1 juni 2007 dat onderwerp is van een bodemprocedure ten overstaan van de Rechtbank te 's‑Gravenhage en omtrent welk besluit de Voorzieningrechter in die Rechtbank in het hiervoor in 2.16 genoemde vonnis heeft geoordeeld dat het met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in die bodemprocedure zal worden vernietigd, geen besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders waaruit iets anders voortvloeit. Daar voegt de Ondernemingskamer nog aan toe dat voor zover zij in het kader van dit geding in verband met de door haar te nemen beslissing de vraag onder ogen heeft te zien of het ontslagbesluit al of niet geldig is genomen, zij geen enkele aanleiding ziet daaromtrent anders te oordelen dan de Voorzieningenrechter in de Rechtbank te 's‑Gravenhage heeft gedaan.
3.8
De Ondernemingskamer overweegt voorts het volgende. De handelingen van Sijthoff zijn in de eerste plaats in strijd met de in 2.3 weergegeven, met het oog op de belangen van Omniversum gemaakte afspraken dat SMH op afstand van de bedrijfsvoering zou blijven en zich met het bestuur van Omniversum niet zou inlaten teneinde Lampe als enig feitelijk bestuurder de gelegenheid te geven orde op zaken te stellen en Omniversum financieel gezond te maken, waarin deze is geslaagd. De handelingen gemoeid met het aangaan van de raamovereenkomst, het ontvangen van het voorschot, het vestigen van het tweede hypotheekrecht op het theatergebouw en het ontslaan van Lampe als bestuurder van Omniversum heeft Sijthoff, zo hebben Sijthoff c.s. volmondig erkend, uitgevoerd met het oogmerk in te grijpen in (het beleid van) Omniversum en Lampe buitenspel te zetten. Dit alles, en de in 2.8 en 2.9 weergegeven correspondentie, de in 2.15 en 2.16 aangehaalde vonnissen van de Voorzieningenrechter in de Rechtbank te 's‑Gravenhage en de in 2.18 vermelde uitnodiging verwerkte agendapunten, zijn notoir in strijd met de gemaakte afspraken.
3.9
Bovendien zijn zij (potentieel) onmiskenbaar een aantasting van de continuïteit van (de onderneming van) Omniversum en kunnen zij verder niet anders worden gekwalificeerd dan als blijken van belangenvermenging. Immers, als door Sijthoff c.s. niet weersproken staat vast, dat het ter zake van de verkoop van het theatergebouw — welke verkoop, anders dan Sijthoff c.s. menen, geenszins als investering in Omniversum kan worden aangemerkt — betaalde voorschot is aangewend voor privébelangen van Sijthoff, onder meer doordat het is gebruikt voor betaling van schulden van Sijthoff aan een creditcardmaatschappij en aan zijn voormalige advocaat en overigens ten goede is gekomen aan aan Sijthoff gerelateerde vennootschappen. Dat ook maar enig gedeelte van het voorschot ten gunste van Omniversum is gekomen of dat investeringen ten faveure van Omniversum ermee zijn gefinancierd, zoals Sijthoff c.s. zonder enige toelichting hebben gesteld, is in geen enkel opzicht aannemelijk geworden, laat staan vast komen staan. Verder is niet voor redelijke twijfel vatbaar dat de voor het theatergebouw bedongen koopprijs niet als marktconform kan gelden, hetgeen reeds op zichzelf aanleiding is voor de veronderstelling dat sprake is van een oneigenlijke transactie. Ook valt niet in te zien welk belang van Omniversum gediend is bij de in het kader van de raamovereenkomst afgesproken huur van het theatergebouw. Integendeel, gelet op de overeengekomen huurprijs en de jaarwinst van Omniversum is deze overeenkomst in potentie bedreigend voor de continuïteit van de onderneming. Sijthoff c.s. hebben voorts geen enkele verklaring gegeven voor de in 2.12 bedoelde, voor Omniversum zeer belastende, gang van zaken met betrekking tot het vestigen van een tweede hypotheekrecht. De Ondernemingskamer laat dan nog in het midden dat, zoals ook tot uitdrukking komt in de verschillende hiervoor vermelde vonnissen van de Voorzieningenrechter in de Rechtbank te 's‑Gravenhage, ernstig moet worden betwijfeld of de door Sijthoff verrichte (rechts)handelingen als rechtsgeldig kunnen worden aangemerkt, met alle mogelijke nadelige consequenties voor Omniversum van dien.
3.10
Uit een en ander volgt dat Sijthoff er blijkbaar voor heeft gekozen om op eigen houtje, buiten het zicht van de andere stakeholders van Omniversum en met miskenning van hun belangen en van de belangen van Omniversum, maar wel binnen het kader van Omniversum, zijn, overigens weinig concrete plannen — door hem aangeduid als het ‘BetterBeGreen-concept’ — na te jagen, in plaats van zijn visie op het beleid van Omniversum naar behoren te bespreken met Lampe die in de eerste plaats en ingevolge de meergenoemde onderlinge afspraak zelfs bij uitsluiting verantwoordelijk is voor het besturen van Omniversum. De geheel ongesubstantieerd gelaten en door Omniversum tegengesproken stelling dat hij dat een en ander met Lampe zou hebben besproken, is geenszins aannemelijk geworden. Er moet in tegendeel van worden uitgegaan dat Sijthoff weigerachtig is (geweest) inzicht te geven in (de zakelijke grondslagen van) zijn handelingen en in de door hem verrichte rechtshandelingen die (mogelijk) verplichtingen voor Omniversum in het leven roepen en in het door SMH achter de rug van Lampe om uitschrijven van Lampe als bestuurder uit het Handelsregister, waaruit diverse gerechtelijke procedures zijn voortgevloeid.
3.11
Voorshands kan dan ook niet tot een ander oordeel worden gekomen dan dat alle genoemde handelingen blijk geven van gegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid van Omniversum, waardoor de belangen van Omniversum ernstig (kunnen) worden geschaad. Het treffen van onmiddellijke voorzieningen op de wijze zoals hierna aan de orde komt is in verband daarmee dan ook noodzakelijk.
3.12
De Ondernemingskamer acht het in de eerste plaats geboden dat het bestuur van Omniversum in handen blijft van Lampe, en wel met uitsluiting van SMH. Zij zal dan ook SMH als bestuurder schorsen. Voor die schorsing bestaat te meer aanleiding gezien het hiervoor in 2.14 vermelde oordeel van het Gerechtshof te Arnhem dat SMH haar taak als bestuurder van IMAX Rotterdam onbehoorlijk heeft vervuld door zonder geldige titel gelden aan IMAX Rotterdam te hebben onttrokken, hetgeen een belangrijke oorzaak van het faillissement van IMAX Rotterdam is geweest. Daar komt nog bij dat, zoals de ondernemingsraad onweersproken naar voren heeft gebracht, SMH en Sijthoff betrokken zijn geweest bij andere (pogingen tot) het opzetten van duurzame ondernemingen die zijn geëindigd in de faillissementen van Culotte Bioproducts B.V., Asklepion Exploitatiemaatschappij B.V., Easyfood Products B.V., Aglink Business Constructors B.V. en Proterra International Centre for Agro-Based B.V. Dit alles geeft goede grond aan de vrees van de ondernemingsraad dat Sijthoff, in zijn drang om een platform voor duurzaamheid te scheppen, Omniversum, al of niet door tussenkomst van SMH onderscheidenlijk Berberis Beheer, naar de afgrond zal leiden. Voor de schorsing van SMH als bestuurder van Omniversum bestaat voorts te meer aanleiding nu SMH door haar besluiten of voornemens inzake het bestuur van Omniversum — zoals onder meer blijkt uit het convoceren van een algemene vergadering van aandeelhouders tegen 30 juli 2008 en het opvoeren daarvoor van de in 2.18 genoemde agendapunten — er blijk van heeft gegeven zich weinig gelegen te laten liggen aan de meergenoemde vonnissen van de Voorzieningenrechter in de Rechtbank te 's‑Gravenhage van 16 april 2008.
3.13
Op mutatis mutandis de gronden vermeld in 3.12 zal de Ondernemingskamer eveneens Berberis Beheer en Sijthoff schorsen als bestuurder indien en voor zover zou moeten worden aangenomen dat zij — rechtsgeldig — bestuurder van Omniversum zijn (geworden).
3.14
Zoals hiervoor is overwogen moet worden aangenomen dat niet sprake is van een rechtsgeldig genomen besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van Omniversum tot ontslag van Lampe als bestuurder. Ter voorkoming van onzekerheid dienaangaande — en derhalve mogelijkerwijze ten overvloede — zal de Ondernemingskamer Lampe tot bestuurder van Omniversum benoemen voor het geval dat hij rechtgeldig als zodanig is geschorst.
3.15
In het licht van hetgeen hiervoor is overwogen is er — thans — onvoldoende aanleiding bij wijze van onmiddellijke voorziening Reijnhoudt tot bestuurder van Omniversum te benoemen.
3.16
Vastgesteld moet worden dat ook het handelen van SMH als aandeelhouder door toedoen Sijthoff de belangen van Omniversum zodanig schaadt dat het treffen van onmiddellijke voorzieningen jegens haar in die hoedanigheid noodzakelijk is. Daartoe is te meer aanleiding gezien het negeren door SMH van het adviesrecht van de ondernemingsraad ter zake van de in 2.7 gememoreerde optieverlening. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer gaat echter het verzoek van de ondernemingsraad SMH te verbieden om de aandelen in Omniversum te vervreemden, te bezwaren of daarop anderszins al of niet voorwaardelijke rechten te verstrekken de spankracht van artikel 2:359a lid 2 BW te buiten. De Ondernemingkamer zal daarom volstaan met de — minder verstrekkende — voorziening dat de door SMH gehouden aandelen in Omniversum zullen worden overgedragen aan een onafhankelijke derde ten titel van beheer, waardoor slechts die derde en niet (ook) Sijthoff of een ander op die aandelen in de aandeelhoudersvergadering van Onmiversum het stemrecht kan uitoefenen. In het licht daarvan is evenmin het treffen van de overige door de ondernemingsraad verzochte voorzieningen noodzakelijk.
3.17
De behandeling van het verzoek voor zover het strekt tot het bevelen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Omniversum zal plaatsvinden ter een nader te bepalen terechtzitting. Iedere verdere beslissing, waaronder die met betrekking tot de kosten van deze procedure, zal worden aangehouden.
4. De beslissing
De Ondernemingskamer:
benoemt, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, voor het geval dat hij rechtgeldig als zodanig is geschorst R.R. Lampe tot bestuurder van Sijthoff Planetarium en Haags Ruimtetheater B.V. handelende onder de naam Omniversum, gevestigd te 's‑Gravenhage;
schorst, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, Sijthoff Multimedia Holding B.V. als bestuurder van Sijthoff Planetarium en Haags Ruimtetheater B.V. handelende onder de naam Omniversum;
schorst, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, indien en voor zover moet worden aangenomen dat zij — rechtsgeldig — bestuurder zijn geworden, Berberis Beheer B.V. en A.W. Sijthoff als bestuurders van Sijthoff Planetarium en Haags Ruimtetheater B.V. handelende onder de naam Omniversum;
beveelt, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, de overdracht ten titel van beheer van de aandelen die Sijthoff Multimedia Holding B.V. houdt in het geplaatste kapitaal van Sijthoff Planetarium en Haags Ruimtetheater B.V. handelende onder de naam Omniversum aan mr. E.D. Wiersma te 's‑Gravenhage;
bepaalt dat het met het beheer van die aandelen gemoeide salaris en de kosten van mr. E.D. Wiersma ten laste komen van Sijthoff Planetarium en Haags Ruimtetheater B.V. handelende onder de naam Omniversum en dat zij ten genoege van mr. E.D. Wiersma voor de betaling daarvan zekerheid dient te stellen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat het verzoek voor zover het strekt tot het bevelen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Sijthoff Planetarium en Haags Ruimtetheater B.V. handelende onder de naam Omniversum zal worden behandeld op een op eerste verzoek van (een van) partij(en) nader te bepalen openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer;
houdt iedere verdere beslissing aan.