Hof Amsterdam (OK), 10-12-2008, nr. 200.016.121/1 OK
ECLI:NL:GHAMS:2008:BH0645
- Instantie
Hof Amsterdam (OK)
- Datum
10-12-2008
- Magistraten
Mrs. Willems, Goes, Nieuwe Weme, Van Maanen, De Munnik RA
- Zaaknummer
200.016.121/1 OK
- LJN
BH0645
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHAMS:2008:BH0645, Uitspraak, Hof Amsterdam (OK), 10‑12‑2008
Uitspraak 10‑12‑2008
Mrs. Willems, Goes, Nieuwe Weme, Van Maanen, De Munnik RA
Partij(en)
BESCHIKKING van 10 december 2008 in de zaak met rekestnummer 200.016.121/1 OK van
1. DE PERSONEELSVERTEGENWOORDIGING VAN DE B.V. AMSTERDAMSCHE HUIZENHANDEL EN ADMINISTRATIEMAATSCHAPPIJ,
gevestigd te Amsterdam,
2. [verzoeker 2],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS,
advocaat: Mr. M. HOLTZER,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
B.V. AMSTERDAMSCHE HUIZENHANDEL EN ADMINISTRATIEMAATSCHAPPIJ,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat: MR. L.M. GRAAL,
en tegen
1. de stichting
SINT ANTONIUS STICHTING,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: MR. J. MOUTHAAN en MR. D.G. VELDHUIZEN,
en tegen
2. de stichting
CORNELIA ADRIANA STICHTING,
gevestigd te Huizen,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: MR. C.C. OBERMAN en MR. K.J. HILLEBRANDT,
en tegen
3. [belanghebbende 3],
wonende te [woonplaats],
4. [belanghebbende 4],
wonende te [woonplaats],
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: MR J.M. VAN SLOOTEN.
1. Het verloop van het geding
1.1
Verzoekers (hierna onderscheidenlijk de PVT en [verzoeker 2] te noemen) hebben bij op 17 oktober 2008 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht — zakelijk weergegeven — bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad,
- 1)
een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van B.V. Amsterdamsche Huizenhandel en Administratiemaatschappij (hierna AHAM te noemen);
- 2)
bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding
- a)
de algemene vergadering van aandeelhouders van AHAM te verbieden enig besluit te nemen met betrekking tot benoeming, schorsing of ontslag van bestuurders;
- b)
een commissaris bij AHAM te benoemen met als opdracht al het door deze commissaris noodzakelijk geachte te doen om het evenwicht tussen het bestuur en de aandeelhouders te herstellen, waarbij aan deze commissaris een doorslaggevende stem wordt toegekend in de algemene vergadering van aandeelhouders;
- c)
de voorzieningen te treffen die de ondernemingskamer geraden acht;
- 3)
AHAM te veroordelen in de kosten van het geding.
1.2
AHAM heeft bij op 24 oktober 2008 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties zich ter zake van het verzoek gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer.
1.3
Sint Antonius Stichting (hierna Sint Antonius te noemen) heeft bij op 24 oktober 2008 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht — zakelijk weergegeven — bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, verzoekers in hun verzoek niet ontvankelijk te verklaren, althans het verzoek af te wijzen, met veroordeling van de bestuurders van AHAM in de kosten van het geding.
1.4
Belanghebbenden onder 3. en 4. (hierna onderscheidenlijk [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] en tezamen het bestuur of de bestuurders te noemen) hebben bij op 27 oktober 2008 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties zich wat het verzoek van verzoekers betreft gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer en de Ondernemingskamer voorts verzocht — zakelijk weergegeven en naar de Ondernemingskamer begrijpt — bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad,
- 1)
bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding
- a)
een of meer commissaris(sen) bij AHAM te benoemen en deze commissaris(sen), in afwijking van de statuten, bij uitsluiting de bevoegdheid toe te kennen agenda's voor gewone en buitengewone algemene vergaderingen van aandeelhouders vast te stellen en voorts een doorslaggevende stem toe te kennen met betrekking tot aangelegenheden betreffende de strategie van AHAM en van aangelegenheden die het bestuur van AHAM en de aandeelhouders verdeeld houden, zulks ter eenzijdige beoordeling van deze commissaris(sen);
- b)
de algemene vergadering van aandeelhouders van AHAM waarin over het ontslag van de bestuurders wordt besloten op te schorten totdat de onderhavige procedure is geëindigd;
- 2)
AHAM te veroordelen in de kosten van het geding.
1.5
Cornelia Adriana Stichting (hierna Cornelia Adriana te noemen) heeft bij op 28 oktober 2008 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties zich gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer.
1.6
Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 30 oktober 2008, alwaar de advocaten de standpunten van partijen nader hebben toegelicht, wat mr. Holtzer, mr. Graal, mr. Mouthaan, mr. Veldhuizen en mr. Van Slooten betreft aan de hand van aan de Ondernemingskamer overgelegde pleitaantekeningen en wat mr. Holtzer, mr. Graal, mr. Mouthaan en mr. Veldhuizen betreft onder overlegging van (een) — (deels) op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen gezonden — productie(s).
2. De vaststaande feiten
2.1
AHAM is voortgekomen uit de op 31 mei 1906 door [naam 1] opgerichte naamloze vennootschap Triade (Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende Goederen) (hierna Triade te noemen). Op 14 maart 1932 is de naam Triade veranderd in AHAM. Op 22 december 1972 is AHAM omgezet in een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Haar statuten zijn laatstelijk gewijzigd op 19 december 1999.
2.2
AHAM houdt een onderneming in stand die zich richt op het beleggen in onroerende zaken die zij verhuurt, alsmede op het aannemen en uitvoeren van bouwwerken. AHAM voert voorts de directie over een zeventiental andere vennootschappen — waarvan het merendeel wordt beheerst door Sint Antonius, Cornelia Adriana en [naam 2] (hierna [naam 2] te noemen) — met een soortgelijk doel.
2.3
AHAM beheert met inbegrip van haar eigen onroerende zaken een vastgoedportefeuille van ongeveer 220 bouwblokken, ofwel 880 panden dan wel 2000 verhuurbare eenheden met een gezamenlijke bedrijfswaarde van € 295.000.000. Het geschatte eigen vermogen van de AHAM Groep (dat wil zeggen AHAM tezamen met de door Sint Antonius en Cornelia Adriane beheerste portefeuille) bedraagt per 1 januari 2008 ongeveer € 230.000.000, na aftrek van belastinglatentie.
2.4
[naam 1] heeft in 1933 een deel van zijn vermogen afgescheiden en ingebracht in drie opgerichte stichtingen, Sint Antonius, Cornelia Adriana en [naam 3]-Stichting. De stichtingen (wier bestuurders regenten worden genoemd) hebben tot doel het verlenen van hulp en liefdadigheid aan instellingen met een charitatief doel, waaronder kerken.
2.5
Het bestuur van Sint Antonius wordt gevormd door [naam 4], [naam 5] en [naam 6], het bestuur van Cornelia Adriana wordt gevormd door [naam 7] (hierna [naam 7] te noemen), [naam 8] en [belanghebbende 3].
2.6
Op 3 november 1986 is tussen AHAM en de stichtingen een zogenaamde concernovereenkomst gesloten, die onder meer inhoudt:
‘Artikel 1.
[AHAM] verbindt zicht tegenover de stichtingen, het concern zodanig te zullen besturen, dat er jaarlijks een redelijk bedrag aan dividend ter beschikking van de aandeelhouders kan worden gesteld.
Artikel 2.
De stichtingen verbinden zich over en weer en tegenover [AHAM]
- a.
om voor de benoeming van een nieuwe regent, in één der stichtingsbesturen overleg te plegen met elkander en met [AHAM];
- b.
om voor de benoeming van een nieuwe directeur [van AHAM] overleg te plegen met elkander en met de in functie zijnde directeur(en) [van AHAM];
(…)’
2.7
De aandelen in het geplaatste kapitaal van AHAM worden — al of niet rechtstreeks — gehouden door Sint Antonius voor 87,79%, Cornelia Adriana voor 12,2% en [naam 2] voor 0,01%.
2.8
Vanaf de oprichting tot aan zijn overlijden op 20 oktober 1969 is [naam 1] bestuurder geweest van (aanvankelijk Triade en thans) AHAM. Vanaf 1950 was voorts zijn zoon [naam 9] bestuurder van AHAM. Na het overlijden van [naam 1] is zijn andere zoon, [naam 10], benoemd tot bestuurder van AHAM. Zowel [naam 9] als [naam 10] zijn als zodanig in 1984 teruggetreden.
2.9
Op 20 augustus 1975 zijn [naam 7] en [naam 2] tot bestuurder van AHAM benoemd. [naam 2] is als zodanig teruggetreden op 1 augustus 2002. [naam 7] is per 1 januari 2008 als zodanig teruggetreden. In zijn brief van 20 december 2006 (de Ondernemingskamer neemt aan dat bedoeld is 2007) staat ter motivering van zijn daartoe strekkende besluit onder meer te lezen:
‘De(…) wijze van omgaan met een directeur, die al sedert maart 1972 bij [AHAM] werkzaam is, heeft mij zeer onaangenaam getroffen.
(…)
De directie heeft zich de laatste jaren intensief ingezet met o.a. het ontwikkelen van beleid en moderniseren van het concern.
(…)
Al deze zaken zijn voortvarend aangepakt, maar van de meesten van u kwam geen of alleen negatief commentaar. Ik ben geraakt door de onprofessionele wijze waarop u recent het onderwerp ‘arbeidsvoorwaarden’ van de nieuwe directie (…), hebt behandeld, al was het alleen maar vanwege de continuïteit van het concern.’
2.10
[belanghebbende 3], dochter van [naam 2], is op 1 augustus 2002 benoemd tot bestuurder van AHAM. [belanghebbende 4] is op 1 juli 2005 als zodanig benoemd. Het huidige bestuur van AHAM bestaat — derhalve — uit [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4].
2.11
Behalve haar twee bestuurders zijn bij AHAM achttien werknemers in dienst.
2.12
Het financiële resultaat van de AHAM-Groep heeft de afgelopen jaren een stijgende lijn laten zien. Het geconsolideerde netto bedrijfsresultaat over 2007 bedroeg € 1.874.561.
2.13
Onder leiding van het huidige bestuur is de organisatie van AHAM veranderd, zulks op basis van het, met medewerking van de werknemers tot stand gekomen Beleidsplan 2003 – 2007. Kort samengevat houdt die verandering in dat de samenwerking in de breedte van de totale organisatie is toegenomen.
2.14
Sint Antonius heeft op 9 maart 2007 een stuk opgesteld, getiteld ‘Strategische Visie en Plan van Aanpak’, waarin zij haar visie over de toekomstige richting van AHAM en van de AHAM-Groep heeft ontvouwd. In dat stuk staat onder meer te lezen:
‘Het bovenstaande betekent dat in ieder geval de volgende zaken nader tussen partijen moeten worden vastgelegd:
- 1.
Het stramien voor het jaarlijks door [AHAM] te vervaardigen en door de aandeelhoudsters goed te keuren (meerjaren)vastgoedbeleidsplan (inclusief financiële doelstellingen);
- 2.
Het stramien voor het jaarlijks door [AHAM] op te stellen en door de aandeelhoudsters goed te keuren strategisch en operationeel (meerjaren)bedrijfsplan (inclusief financiële doelstellingen);
- 3.
Vernieuwde regeling voor aanstelling, ontslag, functieomschrijving (taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden, beloning en evaluatie van de statutaire directie van [AHAM];
- 4.
Afspraken over de wijze waarop dispositie en acquisitie van vastgoed plaatsvindt;
- 5.
Toetsing van de marktconformiteit van het directe en indirecte rendement van de vastgoedportefeuille op basis van de ROZ/IPD index eventueel met een bonus malus regeling;
- 6.
Wijze en frequentie van rapportages en managementinformatie aandeelhoudsters.
- 7.
De wijze waarop en de frequentie waarmee door externe adviseurs onafhankelijke controles plaatsvinden van de financiële administratie en verslaglegging.
(…)
Hiermee (…) wordt voor [Sint Antonius] en de overige aandeelhouders de mogelijkheid gecreëerd om zoveel mogelijk op afstand te kunnen besturen.’
2.15
Het bestuur van AHAM heeft bij brief van 16 maart 2007 aan Sint Antonius op het hiervoor genoemde stuk gereageerd. In die brief staat onder meer te lezen:
‘[Sint Antonius] stelt voor dat [Cornelia Adriana] en [Sint Antonius] gaan optreden als ‘werkgeefsters’ van de statutaire directie van [AHAM]. (…)
Indien daarmee bedoeld wordt dat de meerderheidsaandeelhouder, nog meer dan nu reeds het geval is, voornemens is zich met de dagelijkse gang van zaken bezig te gaan houden, heeft de directie AHAM daar haar bedenkingen bij. De directie AHAM is verantwoordelijk voor het beleid en de dagelijkse gang van zaken bij [AHAM]. Deze verantwoordelijkheid impliceert reeds dat de directie AHAM daarbij een aanzienlijke mate van vrijheid heeft, slechts ingeperkt door Wet en statuten.’
2.16
Op 3 september 2007 is in overleg tussen het bestuur van AHAM en Sint Antonius besloten een quick scan te laten uitvoeren inzake de onderwerpen vereenvoudiging van de AHAM-Groep, de corporate governance, de transparantie, de communicatie en de fiscale optimalisatie. De daartoe aangetrokken adviseurs hebben ultimo 2007 een plan van aanpak gepresenteerd en enige knelpunten binnen de onderneming van AHAM gesignaleerd. Daaropvolgend heeft op 6 december 2007 een bespreking plaatsgevonden waarin onder meer een vereenvoudiging van de AHAM-Groep besproken. Op 21 februari 2008 hebben de genoemde adviseurs in een memorandum een aantal alternatieven voor die vereenvoudiging aan de aandeelhouders en het bestuur van AHAM voorgelegd. Uit die alternatieven is toen een keuze gemaakt die door de adviseurs verder zou worden uitgewerkt. Nadat zulks was geschied in een memorandum van de meergenoemde adviseurs van 28 maart 2008, heeft Sint Antonius op 7 april 2008 laten weten geen besluit over de vereenvoudiging van de AHAM-Groep te — willen — nemen.
2.17
In toenemende mate is tussen het bestuur van AHAM en Sint Antonius discussie ontstaan over het beleid van AHAM en de mate van betrokkenheid van (met name) Sint Antonius bij het besturen van AHAM. In een bijeenkomst van 25 maart 2008 heeft Sint Antonius te kennen gegeven ‘ongelukkig te zijn met haar huidige aandeelhouderschap’ en zich kritisch uitgelaten over het bestuur.
2.18
Het bestuur van AHAM heeft in een brief van 15 april 2008 aan Sint Antonius onder meer geschreven:
‘Voor wat betreft de rol van aandeelhouder moet het ons van het hart dat de aard en omvang van het gremium van [Sint Antonius] zich wellicht minder goed leent voor een slagvaardig en geïnformeerd optreden als aandeelhouder in de zakelijke en commerciële omgeving waarin de AHAM opereert. Wij worden als directie meermaals geconfronteerd met diverse meningen, vragen, etcetera, zijdens [Sint Antonius] en bestuursopvolgers, waarbij niet altijd even duidelijk is of die meningen en vragen van [Sint Antonius] als geheel afkomstig zijn of als (informele) vragen c.q. opmerkingen van één van de opvolgers of bestuurders hebben te gelden.
(…)
In onze brief van 16 maart 2007 hebben wij al eens aangegeven dat het bestuursmandaat dat de aandeelhouders aan de directie geven in principe in zou moeten houden dat de directie de vrijheid moet hebben haar eigen beleid te ontwikkelen, waarover zij jaarlijks in de ava rekening en verantwoording aflegt middels onder andere de jaarrekening. Enige andere invulling zou tot de situatie leiden waarbij de aandeelhouder feitelijk het beleid voert, maar de directie daarvoor wel verantwoordelijk is. De aandeelhouder moet niet op de directiestoel gaan zitten.’
2.19
Op 26 augustus 2008 heeft de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders van AHAM plaatsgevonden, waarin het bestuur uitvoerig verslag heeft gedaan over de gang van zaken en waarin de jaarrekening over 2007 — de eerste jaarrekening in de geschiedenis van AHAM die werd opgesteld door het bestuur met inachtneming van de wettelijke voorschriften terzake en voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring — werd behandeld. In die vergadering is onder meer door het bestuur meegedeeld dat het bruto resultaat van AHAM in vergelijking met het resultaat over 2006 was gestegen met 46% en dat het geconsolideerde netto bedrijfsresultaat van de AHAM-Groep in vergelijking met het resultaat over 2006 was gestegen met meer dan 73%. Sint Antonius liet weten wel tevreden te zijn met de resultaten over 2007 maar niet met het gevoerde beleid en het voorgenomen beleid en de gepresenteerde cijfers onvoldoende inzichtelijk te achten. Anders dan door Cornelia Adriana werd door Sint Antonius niet ingestemd met het verlenen van decharge aan het bestuur.
2.20
Het bestuur van AHAM heeft in een notitie gereageerd op de hem in de vergadering van 26 augustus 2008 door Sint Antonius gemaakte verwijten. Deze notitie houdt onder meer in:
‘In essentie lijkt de oorzaak van wat [Sint Antonius] benoemt als ‘het te wensen overlaten van de communicatie tussen aandeelhouders en directie’ gelegen te zijn in het feit dat [Sint Antonius] er moeite mee heeft dat de wet en statuten bepalen dat het beleid van de vennootschap een zaak is van de directie van de vennootschap.
(…)
Zoals eerder door de directie aangegeven, lijkt de behoefte van [Sint Antonius] om zich, meer dan reeds nu het geval is, met het beleid en de dagelijkse gang van zaken bezig te gaan houden, de angel in de communicatie tussen aandeelhouders en directie. (…)
De directie onderkent dat [Sint Antonius] als aandeelhouder een van de primaire belanghebbende is bij het reilen en zeilen van de AHAM. Dit staat echter niet gelijk aan het dusdanig beperken van de speelruimte van de directie dat van een directiebeleid als zodanig geen sprake meer is maar louter van een ‘slaafs’ uitvoeren van een door [Sint Antonius] de facto en in detail gevoerde directie.’
2.21
In vervolg op het Beleidsplan 2003 – 2007 heeft het bestuur in juni 2008 het, eveneens met medewerking van de werknemers tot stand gekomen Strategisch Document 2008 – 2012 het licht doen zien.
2.22
Aan een voor 5 september 2008 gepland overleg tussen de aandeelhouders en het bestuur van AHAM over het in de toekomst te voeren beleid van AHAM, heeft Sint Antonius niet deelgenomen omdat zij dat zinloos achtte nu naar haar opvatting in het Strategisch Document 2008 – 2012 aan haar wensen onvoldoende was tegemoetgekomen.
2.23
Nader overleg op 25 september 2008 tussen het bestuur van AHAM, Sint Antonius en Cornelia Adriana leidde tot het voorstel van de zijde van Sint Antonius tot het benoemen van een externe adviseur met ingang van 1 oktober 2008 voor een periode van drie maanden die een onderzoek zou moeten doen naar — samengevat — de bedrijfsvoering van AHAM en van een externe adviseur die het functioneren van het bestuur van AHAM en de relaties binnen AHAM en haar onderneming in kaart zou moeten brengen. Beide adviseurs zouden werken in opdracht van Sint Antonius en Cornelia Adriana en uitsluitend aan (met uitsluiting van [belanghebbende 3] de bestuurders van) Sint Antonius en Cornelia Adriana dienen te rapporteren.
2.24
Nadat het bestuur van AHAM had laten weten tegen dat voorstel niet afwijzend te staan maar daaraan wel de voorwaarde te verbinden dat de aanstelling van en het geven de opdracht aan de adviseurs gezamenlijk diende te geschieden en dat zij aan zowel het bestuur als de aandeelhouders dienden te rapporteren, heeft Sint Antonius bij brief van 3 oktober 2008 aan het bestuur van AHAM onder meer het volgende geschreven:
‘Helaas hebben wij moeten vaststellen dat u niet de bereidheid hebt getoond om onvoorwaardelijk uw medewerking te verlenen aan [de] voor [Sint Antonius] belangrijke maatregel. Hiermee schaadt u naar de mening van [Sint Antonius] de positie en het aanzien van de organisatie en miskent u in dit verband de positie van [Sint Antonius] hierin.
(…)
[Sint Antonius] verzoekt u hierbij (…) op de kortst mogelijke termijn een algemene vergadering van aandeelhouders te houden en de onderwerpen
- (i)
ontslag van [[belanghebbende 3]] als bestuurder van AHAM, en
- (ii)
ontslag van [[belanghebbende 4]] als bestuurder van AHAM
als aparte agendapunten te agenderen.
(…)
In de periode vanaf heden tot aan de algemene vergadering van aandeelhouders verzoeken wij u geen belangrijke beslissingen te nemen aangaande de aan- en verkoop van alsmede het beleggen in onroerende zaken, het verkrijgen, vervreemden, beheren en administreren van effecten, het aannemen en uitvoeren van bouwwerken, wijzigingen in het personeelsbestand, het aangaan van enige verplichting met een belang van meer dan EUR 50.000, alsmede enige andere handeling of rechtshandeling buiten de normale uitvoering van het bedrijf’
2.25
Blijkens de verder gevolgde correspondentie is de verhouding tussen het bestuur van AHAM en Sint Antonius volledig ontwricht geraakt. Het geschil is inmiddels zodanig geëscaleerd dat een oplossing daarvan in der minne niet meer mogelijk is.
2.26
Het conflict tussen het bestuur van AHAM en Sint Antonius heeft geleid tot onrust bij de werknemers van AHAM. Een deel van de medewerkers heeft aangekondigd te zullen vertrekken indien het bestuur wordt ontslagen.
2.27
Bij e-mail van 2 oktober 2008 heeft [verzoeker 2] de werknemers van AHAM doen weten dat het bestuur van AHAM heeft ingestemd met de oprichting van een personeelsvertegenwoordiging. In een bijeenkomst van werknemers van AHAM op 2 oktober 2008 is besloten tot oprichting van de PVT.
2.28
Op 3 oktober 2008 is tussen de PVT (toen nog in oprichting) en het bestuur van AHAM een overeenkomst gesloten bij welke het bestuur van AHAM aan de PVT op de voet van artikel 32 lid 2 van de Wet op de ondernemingsraden het recht heeft toegekend een verzoek als bedoeld in artikel 2:345 BW en een verzoek als bedoeld in artikel 2:349a lid 2 BW te doen.
2.29
De PVT heeft bij — ook in elektronische vorm verzonden — brief van 8 oktober 2008 haar bezwaren tegen het beleid en de gang van zaken van AHAM kenbaar gemaakt. Kopie van deze brief is gezonden aan Sint Antonius.
2.30
De medewerkers van AHAM hebben een actie aangekondigd tegen en ook uitgevoerd op 15 oktober 2008. Op die dag is als gevolg van die actie de telefooncentrale van AHAM gedurende één uur onbereikbaar geweest. [verzoeker 2] heeft bij e-mail van 15 oktober 2008 aan het bestuur van AHAM onder meer geschreven:
‘Met deze actie uiten wij onze zorgen over het conflict tussen u en de aandeelhouders.
Wij pleiten ervoor dat er nu spoedig een oplossing voor het conflict zal worden gezorgd. Het voltallige personeel heeft door deze actie laten zien dat hun zorgen diepgaand zijn en te hopen valt dat het in de toekomst niet meer nodig zal zijn dat dergelijke acties plaats zullen vinden.’
2.31
Sint Antonius heeft in een en ander geen aanleiding gezien haar voornemen de bestuurders van AHAM te ontslaan en hen door andere bestuurders te vervangen, te laten varen.
3. De gronden van de beslissing
3.1
Verzoekers hebben aan hun stelling dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid van AHAM die een onderzoek daarnaar rechtvaardigen en om onmiddellijke voorzieningen te treffen, schending door de aandeelhouders onderscheidenlijk AHAM van de verplichtingen uit hoofde van artikel 2:8 BW ten grondslag gelegd. Verzoekers hebben in dat verband meer in het bijzonder op het volgende gewezen.
3.2
Ontslag van het volledige bestuur is, zo hebben verzoekers in de eerste plaats gesteld, onbegrijpelijk nu niet valt in te zien in welk opzicht de huidige bestuurders niet naar behoren zouden functioneren en niet duidelijk is gemaakt in welk opzicht (de wijze van) het besturen van AHAM en de met haar verbonden onderneming zou moeten veranderen. Voorts zal, aldus verzoekers, ontslag van het bestuur leiden tot zeer nadelige gevolgen voor AHAM en de met haar verbonden onderneming(en), nu dat ontslag een grote hoeveelheid kennis verloren doet gaan, zal resulteren in een stuurloze onderneming, mede omdat in het geheel niet duidelijk is op welke wijze zal worden voorzien in opvolging van voldoende kwaliteit, schade zal toebrengen aan alle vennootschappen binnen de AHAM-Groep, mogelijk zal leiden tot vertrek van werknemers die essentieel zijn voor een goede gang van zaken in de onderneming van AHAM, hetgeen de continuïteit van (de onderneming van) AHAM ernstig in gevaar zal brengen en in het algemeen zal leiden tot grote onrust onder de werknemers — bij wie de huidige bestuurders een groot draagvlak hebben — die door ‘de inmenging van regenten’ een ‘terugkeer naar de oude tijden’ vrezen en die aldus de dupe dreigen te worden van het conflict tussen (met name) Sint Antonius en het bestuur. Bovendien, zo hebben verzoekers daaraan toegevoegd, ziet het er niet naar uit dat de PVT, ondanks een daartoe bestaande verplichting ingevolge een gesloten ondernemingsovereenkomst, advies zal worden gevraagd over een voorgenomen besluit tot benoeming of ontslag van bestuurders.
3.3
Verzoekers hebben er voorts op gewezen dat (met name) Sint Antonius er op geen enkele wijze blijk van heeft gegeven te trachten het ontstane verschil van inzicht met het bestuur op een redelijke wijze te willen bespreken of op te lossen, zoals onder meer is af te leiden uit het ongemotiveerd afwijzen van een voorstel tot mediation. In plaats daarvan, zo hebben verzoekers gesteld, is gekozen voor een stugge houding en een harde toon.
3.4
De aandeelhouders en Sint Antonius in het bijzonder miskennen, zo hebben verzoekers vervolgd, dat het besturen van AHAM en de met haar verbonden onderneming een taak van het bestuur is, dat tot op grote hoogte zelfstandig en zonder gevolg te moeten geven aan instructies van de aandeelhouders, die taak moet kunnen uitoefenen. In plaats daarvan is sprake van vergaande bemoeizucht van de aandeelhouders op detailniveau, terwijl bovendien iedere aandeelhouder, buiten de algemene vergadering van aandeelhouders om, het bestuur overlaadt met vragen, kritiek en instructies, waardoor het — vanwege de met het reageren op het een en ander gemoeide tijd — het bestuur onmogelijk wordt gemaakt te besturen en de werknemers onvoldoende toekomen aan het verrichten van hun eigenlijke werkzaamheden waarmee zij zijn belast. De onjuiste opvatting van (met name) Sint Antonius blijkt bijvoorbeeld uit het pretenderen van de bevoegdheid buiten het bestuur om externe adviseurs te benoemen met toekenning van bijzondere taken, zoals is gepoogd.
3.5
AHAM en het bestuur hebben zich zakelijk samengevat achter het betoog van verzoekers geschaard. Het bestuur heeft samengevat naar voren gebracht dat (de mooie en winstgevende onderneming van) AHAM door de handelwijze van Sint Antonius ten gronde dreigt te gaan doordat Sint Antonius de bestuursautonomie niet respecteert en zich op een volstrekt verouderde en overigens ook onbegrijpelijke wijze opstelt in een door haar gezocht conflict, waarvan de inhoud niet duidelijk is. Inmiddels is — zo heeft het bestuur gesteld — sprake van een totale verlamming van de onderneming van AHAM.
3.6
Cornelia Adriana heeft in haar verweerschrift opgemerkt geen reden te zien de gestelde feiten te bespreken, laten weten een aantal van de verwijten van Sint Antonius jegens het bestuur te delen, met name waar het gaat om de informatievoorziening, maar overigens niet uit te zijn op het ontslag van het bestuur en zich wat het verzoek betreft gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer.
3.7
Sint Antonius heeft in de eerste plaats aangevoerd dat verzoekers niet ontvankelijk zijn in hun verzoek, omdat het aangaan van de ondernemingsovereenkomst waarbij door het bestuur aan de PVT de bevoegdheid is verleend tot het indienen van dat verzoek niet rechtsgeldig heeft plaatsgevonden omdat het bestuur daarbij handelde in strijd met het bepaalde in artikel 2:256 BW.
3.8
De Ondernemingskamer verwerpt dat betoog, reeds omdat — daargelaten dat de stelling van Sint Antonius dat het bestuur de algemene vergadering van aandeelhouders had moeten verzoeken om een vertegenwoordiger namens de AHAM aan te wijzen op een onjuiste uitleg van artikel 2:256 BW berust en daargelaten of een aandeelhouder op dat artikel een beroep kan doen — de stelling van verzoekers en het bestuur dat het verzoek tot het verlenen van die bevoegdheid is uitgegaan van de PVT, dat zij met het verkrijgen daarvan een eigen belang heeft willen dienen, dat zij zelfstandig opereert, dat zij uitsluitend de belangen van de werknemers dient en dat zij er een eigen belang bij heeft dat aan de conflicten binnen AHAM een einde komt, aannemelijk voorkomt en in ieder geval niet wordt weerlegd door hetgeen dienaangaande door sint Antonius is gesteld. De stelling overigens van Sint Antonius in dit verband dat het bestuur met het toekennen van de enquêtebevoegdheid aan de PVT de algemene vergadering van aandeelhouders buiten spel heeft willen zetten, gaat — wat daarvan overigens zij — reeds niet op, omdat die toekenning dat gevolg op zich zelf niet heeft noch kan hebben. Het gevolg van die toekenning is immers slechts dat ook het functioneren van de algemene vergadering van aandeelhouders in het kader van de vennootschapsrechtelijke relaties kan worden onderworpen aan rechterlijke toetsing in het kader van een enquêteprocedure. Overigens zij in dit verband overwogen dat aannemelijk voorkomt de stelling van verzoekers en het bestuur dat (het besluit tot) het aangaan van de ondernemingsovereenkomst reeds was genomen voordat Sint Antonius het bestuur opdroeg een algemene vergadering van aandeelhouders te doen plaatsvinden waarvoor het ontslag van het bestuur was geagendeerd.
3.9
Het — naar de Ondernemingskamer begrijpt: subsidiair gedane — verzoek van Sint Antonius het besluit van het bestuur tot het aangaan van de meergenoemde ondernemingsovereenkomst te vernietigen, is reeds niet voor toewijzing vatbaar omdat niet valt in te zien op welke rechtsgrondslag een dergelijke beslissing in een enquêteprocedure zou moeten berusten.
3.10
Voor zover Sint Antonius nog mocht hebben bedoeld te betogen dat de PVT niet rechtsgeldig is opgericht, valt niet in te zien op welke — goede — grond dat betoog rust, nog daargelaten of het een aandeelhouder toekomt in een enquêteprocedure voor dat betoog gehoor te vinden indien zowel de betrokken vennootschap als de betrokken personeelsvertegenwoordiging dienaangaande van een andere opvatting uitgaan.
3.11
Aan de stelling van Sint Antonius dat verzoekers niet ontvankelijk dienen te worden verklaard omdat de PVT door het indienen van het onderhavige verzoek misbruik maakt van haar medezeggenschapsrechten, gaat de Ondernemingskamer voorbij, omdat hetgeen zij ter schraging van die — ver strekkende — stelling heeft aangevoerd, niet tot dat oordeel kan leiden.
3.12
Voor zover Sint Antonius — blijkens de niet aanstonds te doorgronden stellingen in haar verweerschrift in de nummers 71 en volgende — heeft bedoeld te betogen dat het verzoek van verzoekers moet worden afgewezen omdat haar als aandeelhouder geen gelegenheid is geboden de bezwaren te onderzoeken en maatregelen te treffen, moet dat betoog eveneens worden verworpen. Het miskent immers dat een — blijkbaar op artikel 2:349 lid 1 BW gestoeld en bij gegrondbevinding overigens tot niet-ontvankelijkheid leidend — verweer slechts aan de vennootschap toekomt en geeft overigens blijk van de — in dit geding in ander verband door verzoekers en het bestuur aan haar toegedichte — onjuiste opvatting dat het aan de aandeelhouders zou zijn het beleid en de gang van zaken van een vennootschap — rechtstreeks — te bepalen.
3.13
Wat het verzoek van verzoekers betreft, voor zover het strekt tot het bevelen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van AHAM, geldt dat het reeds voor toewijzing vatbaar is gezien de conflictueuze situatie die bij AHAM is ontstaan, die bovendien, naar genoegzaam uit de vaststaande feiten volgt, het in zich heeft aan (de belangen van) AHAM en alle bij haar betrokkenen grote schade te kunnen toebrengen en de continuïteit van (de onderneming van) AHAM te kunnen bedreigen.
3.14
Bij die stand van zaken stellen verzoekers zich immers terecht op het standpunt dat onderzoek naar de gang van zaken en verkrijging van opening van zaken met betrekking tot (de oorzaken van) de huidige situatie van AHAM geboden is, mede als mogelijke grondslag voor het treffen van voorzieningen indien de uitkomst van het onderzoek met het oog op het belang van AHAM daartoe aanleiding zou geven. Er is naar het oordeel van de Ondernemingskamer geen aanleiding om dat onderzoek achterwege te laten omdat de aandeelhouders en in het bijzonder Sint Antonius aan de huidige conflictueuze situatie menen een einde te kunnen maken door de benoeming van een of meer nieuwe bestuurder(s), reeds omdat, in de bewoordingen van verzoekers ter terechtzitting, opvalt ‘hoe weinig substantie in het verweerschrift van [Sint Antonius] is gegeven aan de interim-directie die de huidige directie zou moeten vervangen’, welke opvatting naar het oordeel van de Ondernemingskamer van voldoende grondslag is voorzien en door Sint Antonius niet althans niet voldoende gemotiveerd is weersproken.
3.15
Wat betreft het verzoek voor zover het strekt tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen, oordeelt de Ondernemingskamer als volgt. Sint Antonius heeft op geen enkele manier duidelijk weten te maken welke kritiek in redelijkheid op goede gronden kan worden gemaakt op het huidige bestuur en op de wijze waarop dat functioneert. Het huidige bestuur heeft naar het oordeel van de Ondernemingskamer terecht doen zeggen dat grotendeels onduidelijk blijft ‘(w)at het probleem van Sint Antonius nu precies is’. Voor zover het betoog van Sint Antonius moet worden geacht in te houden dat de bedrijfsresultaten van AHAM onderscheidenlijk de AHAM-Groep over het boekjaar 2007 te wensen overlaten, moet dat betoog tegenover de gemotiveerde uiteenzetting van zowel verzoekers als het bestuur dat die resultaten over het boekjaar 2007 juist die van het verleden in belangrijke mate overtreffen, als notoir ongefundeerd worden aangemerkt.
3.16
Sint Antonius heeft ook niet dan wel onvoldoende weerlegd het betoog van verzoekers en het bestuur van AHAM dat ontslag van de huidige bestuurders de schadelijke gevolgen voor AHAM zal hebben, zoals deze die hebben omschreven, en dat voor de continuïteit moet worden gevreesd. Evenmin heeft Sint Antonius — zoals hiervoor reeds is overwogen — duidelijk weten te maken dat na een ontslag van de huidige bestuurders zou worden voorzien in een, met het oog op de belangen van (de onderneming van) AHAM voldoende adequaat en naar behoren functionerend bestuur.
3.17
De slotsom kan dan ook geen andere zijn dat het voorgenomen ontslag niet op enige goede grond berust en slechts is ingegeven door opvattingen van het kunnen uitoefenen van aandeelhoudersmacht die blijk geeft van miskenning van de Nederlandse wet- en regelgeving inzake bestuur en toezicht en de positie van aandeelhouders in dat verband. Door dat ontslag niettemin te willen doorzetten handelt Sint Antonius inderdaad, zoals verzoekers en het bestuur hebben aangevoerd, in strijd met de ingevolge artikel 2:8 BW op haar rustende verplichting zich als aandeelhouder te gedragen overeenkomstig hetgeen redelijkheid en billijkheid van haar vergen.
3.18
De Ondernemingskamer zal dan ook bij wijze van onmiddellijke voorziening, vooralsnog voor de duur van het geding, de algemene vergadering van aandeelhouders verbieden de huidige bestuurders te ontslaan.
3.19
Aangezien niet uit te sluiten valt, gelet op hetgeen is weergegeven in 2.31, dat de algemene vergadering van aandeelhouders van AHAM de huidige bestuurder heeft ontslagen onderscheidenlijk nieuwe bestuurders heeft benoemd, zal de Ondernemingskamer de daartoe strekkende besluiten, indien genomen, schorsen.
3.20
De Ondernemingskamer zal voorts, zoals verzocht door zowel verzoekers als het bestuur van AHAM, bij wijze van onmiddellijke voorziening een commissaris benoemen, die het mede tot zijn taak mag rekenen tot herstel van goede verhoudingen binnen AHAM te komen. De Ondernemingskamer ziet — in ieder geval vooralsnog — onvoldoende aanleiding deze commissaris meer bevoegdheden toe te kennen dan aan een commissaris in het algemeen toekomen.
3.21
De slotsom van hetgeen hiervoor is overwogen is dat het verzoek van verzoekers zal worden toegewezen, zoals hierna te vermelden.
3.22
Sint Antonius zal ten slotte, als de in zoverre in het ongelijk te stellen partij, worden verwezen in de kosten van het geding, voor zover gevoerd tussen haar enerzijds en verzoekers, AHAM en belanghebbenden onder 3. en 4. anderzijds. Zij zal die kosten voor het overige tussen partijen compenseren, zoals hierna te vermelden.
4. De beslissing
De Ondernemingskamer:
beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van B.V. Amsterdamsche Huizenhandel en Administratiemaatschappij, gevestigd te Amsterdam, over de periode vanaf 1 januari 2007, een en ander met inachtneming van hetgeen in deze beschikking is overwogen;
benoemt een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon teneinde het onderzoek te verrichten;
stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 20.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van B.V. Amsterdamsche Huizenhandel en Administratiemaatschappij en dat zij voor de betaling daarvan ten genoege van de onderzoeker zekerheid dient te stellen vóór de aanvang van het onderzoek;
verbiedt bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding de algemene vergadering van aandeelhouders van B.V. Amsterdamsche Huizenhandel en Administratiemaatschappij enig besluit tot schorsing of ontslag van [belanghebbende 3] en van [belanghebbende 4] als bestuurder van B.V. Amsterdamsche Huizenhandel en Administratiemaatschappij te nemen;
schorst bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding ieder besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van B.V. Amsterdamsche Huizenhandel en Administratiemaatschappij tot schorsing of ontslag van [belanghebbende 3] en van [belanghebbende 4] als bestuurder van B.V. Amsterdamsche Huizenhandel en Administratiemaatschappij alsmede ieder besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van tot benoeming van een (of meer) bestuurder(s) van B.V. Amsterdamsche Huizenhandel en Administratiemaatschappij, indien en voor zover een zodanig besluit sinds 30 oktober 2008 mocht zijn genomen;
benoemt bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot commissaris van B.V. Amsterdamsche Huizenhandel en Administratiemaatschappij;
bepaalt dat het salaris en de kosten van deze commissaris ten laste komen van B.V. Amsterdamsche Huizenhandel en Administratiemaatschappij en dat zij voor de betaling daarvan ten genoege van de commissaris zekerheid dient te stellen vóór de aanvang van diens werkzaamheden;
veroordeelt Sint Antonius Stichting, gevestigd te Amsterdam, in de kosten van het geding, voor zover gevoerd tussen haar enerzijds en B.V. Amsterdamsche Huizenhandel en Administratiemaatschappij, De Personeelsvertegenwoordiging van B.V. Amsterdamsche Huizenhandel en Administratiemaatschappij en [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] anderzijds, deze aan de zijde van B.V. Amsterdamsche Huizenhandel en Administratiemaatschappij, van De Personeelsvertegenwoordiging van B.V. Amsterdamsche Huizenhandel en Administratiemaatschappij en van [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] telkens begroot op € 2.793;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van het geding tussen partijen voor het overige aldus dat iedere in zoverre betrokken partij haar eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Willems, voorzitter, mr. Goes en mr. Nieuwe Weme, raadsheren, mr. Van Maanen en De Munnik RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. Van Hassel en Van Veen LLM, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 10 december 2008.