NJ 1977, 213
Hof Amsterdam, 13-05-1976
Hof Amsterdam 13-05-1976, ECLI:NL:GHAMS:1976:AC3027
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
13 mei 1976
- Magistraten
Kamminga, Gerbrandy, Wedeven
- Zaaknummer
[1976-05-13/NJ_56263]
- LJN
AC3027
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Erfrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:1976:AC3027, Uitspraak, Hof Amsterdam, 13‑05‑1976
- Wetingang
BW art. 885
Essentie
Niet onwaardig om erfgenaam te zijn is hij, die met toepassing van art. 37 Sr. niet strafbaar is verklaard terzake van het ombrengen van de overledene.
Samenvatting
Ten tijde dat de wetgever art. 885 BW ontwierp, kan hij niet hebben gedacht aan een — in die tijd onbestaanbare — ‘veroordeling’ van een persoon die bij het begaan van het feit zozeer lijdende was aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing van zijn geestvermogens, dat zelfs voor toepassing van art. 37a jo. art. 37, lid 3, Sr. geen plaats is en van wie ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.