NJ 2004, 87:Het begrip ‘schuld die voortvloeit uit rechtshandelingen …’ in de zin van art. 2:403 lid 1 aanhef en onder f omvat mede een vergoeding, verschuldigd op grond van toekenning door de rechter op de voet van art. 7:685 (7A:1639w oud) BW. De consoliderende rechtspersoon kan in de aansprakelijkheidsverklaring ook aansprakelijkheid voor het verleden op zich nemen.