NJ 2004, 87
Het begrip ‘schuld die voortvloeit uit rechtshandelingen …’ in de zin van art. 2:403 lid 1 aanhef en onder f omvat mede een vergoeding, verschuldigd op grond van toekenning door de rechter op de voet van art. 7:685 (7A:1639w oud) BW. De consoliderende rechtspersoon kan in de aansprakelijkheidsverklaring ook aansprakelijkheid voor het verleden op zich nemen.
Hof Amsterdam 26-07-2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AO3497
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
26 juli 2001
- Magistraten
Coeterier, Westermann-van Rooyen, Tjittes
- Zaaknummer
343/01SKG
- LJN
AO3497
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2001:AO3497, Uitspraak, Hof Amsterdam, 26‑07‑2001
- Wetingang
BW art. 2:403 lid 1; BW art. 7:685
Essentie
Het begrip ‘schuld die voortvloeit uit rechtshandelingen …’ in de zin van art. 2:403 lid 1 aanhef en onder f omvat mede een vergoeding, verschuldigd op grond van toekenning door de rechter op de voet van art. 7:685 (7A:1639w oud) BW. De consoliderende rechtspersoon kan in de aansprakelijkheidsverklaring ook aansprakelijkheid voor het verleden op zich nemen.
Samenvatting
De arbeidsovereenkomst tussen een werknemer en een besloten vennootschap wordt met ingang van 12 januari 1993 ontbonden op de voet van art. 7A:1639w oud (nu 7:658) BW met toekenning aan de werknemer van een vergoeding van ƒ 60 000. De bestuurder (rechtspersoon) ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.