NJ 2005, 29
I.c. geen verplichting voor verdachte om mee te werken aan bloedonderzoek nu verdachte niet had meegewerkt aan ademonderzoek.
Hof Amsterdam 07-10-2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AR7877
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
7 oktober 2004
- Magistraten
Mrs. Van Lingen, Kortenhorst, Van Woensel
- Zaaknummer
23-002609-04
- LJN
AR7877
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2004:AR7877, Uitspraak, Hof Amsterdam, 07‑10‑2004
- Wetingang
Wegenverkeerswet 1994 art. 163
Essentie
I.c. geen verplichting voor verdachte om mee te werken aan bloedonderzoek nu verdachte niet had meegewerkt aan ademonderzoek.
Uitspraak
Vrijspraak
Het onder 2 tenlastegelegde feit houdt — zakelijk weergegeven — in dat de verdachte geweigerd heeft mee te weken aan een bloedonderzoek in de zin van artikel 163 lid 6 van de Wegenverkeerswet 1994, nadat ‘zijn door een opsporingsambtenaar bevolen medewerking aan een ademonderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van genoemde wet, niet had geleid tot een voltooid ademonderzoek’. Laatstgenoemde zinsnede in de tenlastelegging moet geacht worden dezelfde betekenis te hebben ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.