RN 2008, 104
Formeel tuchtrecht. Hoe werkt art. 6 EVRM en het ‘ne bis in idem’-beginsel door in het notariële tuchtrecht?
Hof Amsterdam 30-09-2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BF3825
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
30 september 2008
- Magistraten
Mrs. A.L.G.A. Stille, C.P. Boodt, P. Blokland
- Zaaknummer
200002090/01
- LJN
BF3825
- JCDI
JCDI:ADS871891:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Juridische beroepen / Notaris
Juridische beroepen / Tuchtrecht
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Erfrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2008:BF3825, Uitspraak, Hof Amsterdam, 30‑09‑2008
- Wetingang
Essentie
Hoe werkt art. 6 EVRM en het ‘ne bis in idem’-beginsel door in het notariële tuchtrecht?
Samenvatting
Een notaris stelt hoger beroep in tegen een beslissing van de kamer van toezicht op een ambtshalve klacht. Het voorafgaand ambtshalve onderzoek door de plaatsvervangend voorzitter richtte zich met name op de tijdige oprichting van een stichting en daarmee de afwikkeling van een nalatenschap waarover eerder een gewone tuchtklachtprocedure was doorlopen. In hoger beroep uit de notaris diverse procesrechtelijke bezwaren. De notaris betoogt onder meer dat de kamer in strijd met het ‘ne bis in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.