NJ 1968, 133
HR, 20-06-1967
HR 20-06-1967, ECLI:NL:PHR:1967:AB5395
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 juni 1967
- Magistraten
Feber, Eijssen, De Meijere, Moons, Ras
- Zaaknummer
[1967-06-20/NJ_51585]
- LJN
AB5395
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1967:AB5395, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑06‑1967
ECLI:NL:PHR:1967:AB5395, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑06‑1967
- Wetingang
Sv art. 250
Essentie
Beschikking tot verwijzing naar de t.r.z. voldoende gemotiveerd.
Samenvatting
In de beschikking van het Hof, voor zover thans van belang, is overwogen: ‘dat aan het Hof voorts niet gebleken is dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, door de voor hem geleverde bewijsvoering de telastegelegde feiten geheel of ten dele bewezen zal achten.’ Zoals uit onderdeel A van het middel blijkt, hield het daarin bedoelde verweer slechts in de bestrijding van het aan rekw. telastegelegde mededaderschap. De verwerping van dit verweer ligt besloten in de aangehaalde overweging van het Hof. Omtrent onderdeel B van het middel: ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.