NJ 1970, 325
HR, 04-02-1969
HR 04-02-1969, ECLI:NL:PHR:1969:AB3700, m.nt. Ch.J. Enschedé
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 februari 1969
- Magistraten
Feber, Kazemier, Eijssen, Moons, Ras
- Zaaknummer
[1969-02-04/NJ_52727]
- Noot
Ch.J. Enschedé
- LJN
AB3700
- JCDI
JCDI:ADS156781:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1969:AB3700, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑02‑1969
ECLI:NL:PHR:1969:AB3700, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑02‑1969
- Wetingang
Sr art. 68; Sr art. 37
Essentie
Artikel 68 lid 2 Sr. niet toepasselijk geacht in geval van Nederlanders die in Zweden moord pleegden.
Samenvatting
De gebezigde terminologie ‘een geestelijke afwijking van zo ingrijpende aard dat deze moet worden gelijkgesteld met geestesziekte’, dwingt niet tot de opvatting dat de Zweedse rechter de ontoerekeningsvatbaarheid van requirant zou hebben aangenomen.
Het Zweedse vonnis moet worden aangemerkt als op te leveren een veroordeling en de daarbij bevolen verpleging als een straf in de zin van artikel 68 lid 2 onder 2e Sr.
Gelet op de gang van zaken kan niet worden gezegd dat de bevolen verpleging ‘ook ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.