NJ 1969, 345
HR, 22-07-1969
HR 22-07-1969, ECLI:NL:PHR:1969:AB5628
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 juli 1969
- Magistraten
Wiarda, Moons, Minkenhof, Telders, Fikkert
- Zaaknummer
[1969-07-22/NJ_52243]
- LJN
AB5628
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Insolventierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1969:AB5628, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑07‑1969
ECLI:NL:PHR:1969:AB5628, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 22‑07‑1969
- Wetingang
Fw art. 6 lid 3; Rv (oud) art. 59 lid 1 aanhef onder 3°
Essentie
Niet uitdrukkelijke verwerping van verweer van degene wiens faillissement is aangevraagd. Motivering van faillietverklaring. Hoegrootheid van het vorderingsrecht. Stellingen van oorspr. gerequestreerde waaraan de rechter kon voorbijgaan.
Samenvatting
(De aanvragers van het faillissement, gerequestreerden in cassatie, hadden gesteld dat verzoeker tot cassatie, gerequestreerde in eerste aanleg, niet had voldaan aan het vonnis van de Rb. te Breda d.d. 5 dec. 1967, waarbij verzoeker was veroordeeld om iets te doen, zulks op verbeurte van een dwangsom, weshalve gerequestreerden krachtens dit vonnis van hem een bedrag van ƒ 3 220 244,56 te vorderen zouden hebben, Red.).
In 's Hofs oordeel, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.