NJ 1970, 390
HR, 26-06-1970
HR 26-06-1970, ECLI:NL:HR:1970:AD7912
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 juni 1970
- Magistraten
De Jong, De Meijere, Peters, Ras, Minkenhof
- Zaaknummer
[1970-06-26/NJ_52792]
- LJN
AD7912
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1970:AD7912, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑06‑1970
ECLI:NL:PHR:1970:AD7912, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑06‑1970
- Wetingang
Invoeringswet Boek 1 NBW art. 27 lid 1 ( Overgangswet NBW); Rv (oud) art. 828a; Rv art. 828i
Essentie
Overgangsrecht. Toelaatbaarheid van vermeerdering van het gevorderde in de loop van een geding betreffende levensonderhoud.
Samenvatting
De — te dezen toepasselijke — bepalingen van de artikelen 828 e.v. Rv., zoals deze luidden voor het in werking treden van de Wet van 3 april 1969, S 167, houden niets in omtrent de vraag of de rechter rekening moet houden met het feit dat de verzoeker in de loop van het geding het gevorderde heeft vermeerderd. Mitsdien moet de rechter deze vraag van geval tot geval beantwoorden, zulks met inachtneming van de eisen van een goede procesorde. Uit 's Hofs beschikking ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.