NJ 1971, 228
HR, 12-03-1971
HR 12-03-1971, ECLI:NL:PHR:1971:AC2394
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 maart 1971
- Magistraten
De Jong, Dubbink, De Meijere, Peters, Ras
- Zaaknummer
[1971-03-12/NJ_53102]
- LJN
AC2394
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Huurrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1971:AC2394, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑03‑1971
ECLI:NL:PHR:1971:AC2394, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑03‑1971
- Wetingang
Rv (oud) art. 334; BW art. 1596; Huurwet art. 18 lid 2 aanhef onder a
Essentie
Berusting in vonnis? Gebruik van het gehuurde als goed huisvader? Onbehoorlijk gebruik van het goed in de zin van art. 18 lid 2 sub a der Huurwet?
Samenvatting
Kennelijk ervan uitgaande, dat de geintimeerde U., eiser tot cassatie, slechts heeft gesteld, dat appellante, H., verweerster in cassatie, de proceskosten zonder voorbehoud heeft betaald, kon de Rechtbank voorbijgaan aan de stelling van U., dat ‘na ontvangst van de betreffende postwissel bij hem het vertrouwen werd verkregen dat H. in het eindvonnis van de Kantonrechter had berust ’, daar het enkele feit van zodanige betaling een vertrouwen als door U. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.