NJ 1974, 235
HR, 04-01-1974
HR 04-01-1974, ECLI:NL:PHR:1974:AB6796
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 januari 1974
- Magistraten
Wiarda, De Meijere, Hollander, Ras, Drion
- Zaaknummer
[1974-01-04/NJ_54649]
- LJN
AB6796
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Arbeidsrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1974:AB6796, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑01‑1974
ECLI:NL:PHR:1974:AB6796, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑01‑1974
- Wetingang
BW art. 1639o
Essentie
Uitsluitend door de judex facti te beantwoorden vragen (betekenis van wilsuiting van ontslagen arbeider en afleidbaarheid van wilsuiting uit uitlatingen van dezen).
Samenvatting
De vraag, welke betekenis in de gegeven situatie (arbeider zou zich bij ontslag hebben neergelegd) moet worden toegekend aan de woorden ‘getekend voor algehele afwikkeling’, met name of zij kunnen worden beschouwd als een wilsuiting gericht op de beeindiging van de dienstbetrekking met onderling goedvinden, kan uitsluitend beantwoord worden door de rechter die over de feiten oordeelt. Hetzelfde geldt voor de vraag of een zodanige wilsuiting kan worden afgeleid uit bepaalde uitlatingen van de verweerder ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.