NJ 1975, 244
HR, 24-01-1975
HR 24-01-1975, ECLI:NL:PHR:1975:AC5533, m.nt. G.J. Scholten
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 januari 1975
- Magistraten
Wiarda, Hollander, Van Der Linde, Minkenhof, Koster
- Zaaknummer
[1975-01-24/NJ_55199]
- Noot
G.J. Scholten
- LJN
AC5533
- JCDI
JCDI:ADS142883:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Verbintenissenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1975:AC5533, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑01‑1975
ECLI:NL:PHR:1975:AC5533, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑01‑1975
- Wetingang
BW (Ned. Antillen) art. 1994; BW art. 2012 (zoals dit luidde voor de wijziging daarin aangebracht bij Wet 31 mei 1937 Stb. 205
Essentie
Kan tegen terugvordering van betaalde huurtermijnen, voor zover deze de wettelijke maximum-huurprijs te boven gaan, beroep worden gedaan op de vijfjarige verjaring van periodiek vervallende bedragen?
Samenvatting
De in art. 1994 Ant. BW bedoelde vijfjarige verjaring betreft een uit een zelfde rechtsbetrekking voortvloeiende verplichting van de schuldenaar om periodiek vervallende bedragen aan de schuldeiser te betalen. Aan maandelijks ten titel van huur boven de wettelijk voorgeschreven maximum-huurprijs gedane betaling van bedragen, welke op grond van de nietigheid van de huurovereenkomst ten aanzien van deze de maximum huurprijs overschrijdende bedragen onverschuldigd werd verricht, ligt niet ten grondslag een rechtsbetrekking ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.