NJ 1977, 263
HR, 01-07-1976, nr. 4761
HR 01-07-1976, ECLI:NL:PHR:1976:AB6869, m.nt. B. Wachter
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 juli 1976
- Magistraten
Wiarda, Van Der Linde, Drion, Koster, Haardt
- Zaaknummer
4761
- Noot
B. Wachter
- LJN
AB6869
- JCDI
JCDI:ADS156987:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Insolventierecht / Faillissement
Personen- en familierecht / Personenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1976:AB6869, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑07‑1976
ECLI:NL:PHR:1976:AB6869, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 01‑07‑1976
- Wetingang
Samenvatting
Een redelijke toepassing van hetgeen in de leden 2 en 4 van art. 2 Fw. is bepaald brengt in verband met art. 14 Boek 1 BW mede dat, ingeval iemand die, zonder hier te lande over een woonstede te beschikken, aldaar voor zijn beroeps- of bedrijfsuitoefening een kantoor houdt en dit opheft terwijl hier te lande op dat tijdstip bestaande schulden onbetaald worden gelaten, door de Rechtbank, binnen welker gebied dat opgeheven kantoor gevestigd was, failliet kan worden verklaard.*
* Zie de noot onder het arrest. (Red.)
Voorgaande uitspraak
De Hoge Raad, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.