NJ 1979, 637
HR, 11-09-1979, nr. 71061U
HR 11-09-1979, ECLI:NL:PHR:1979:AC2094
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 september 1979
- Magistraten
Vroom, Van Der Ven, Antal, Haardt, De Waard
- Zaaknummer
71061U
- LJN
AC2094
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1979:AC2094, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 11‑09‑1979
ECLI:NL:PHR:1979:AC2094, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑09‑1979
- Wetingang
Essentie
In cassatie kan het advies van de Rb. als bedoeld in art. 30 Uitleveringswet niet ten toets komen.
Een eerlijk proces in de verzoekende staat en het Europees Uitleveringsverdrag.
Samenvatting
Het Europees uitleveringsverdrag bevat geen bepaling op grond waarvan het verweer van de opgeeiste persoon (dat hem in de BRD geen eerlijk proces wacht) tot ontoelaatbaarverklaring van de gevraagde uitlevering zou kunnen leiden. Evenmin valt dit verweer onder het bereik van enig door de Nederlandse regering in overeenstemming met art. 2 Wet van 9 maart 1967 gemaakt voorbehoud.