NJ 1981, 309
HR, 17-10-1980, nr. 5424
HR 17-10-1980, ECLI:NL:PHR:1980:AC7006, m.nt. F.H.J. Mijnssen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 oktober 1980
- Magistraten
Dubbink, Snijders, Royer, Martens, De Groot
- Zaaknummer
5424
- Noot
F.H.J. Mijnssen
- LJN
AC7006
- JCDI
JCDI:ADS114114:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1980:AC7006, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑10‑1980
ECLI:NL:PHR:1980:AC7006, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 17‑10‑1980
- Wetingang
ABW art. 59 lid 2
Essentie
Verhaal van kosten van bijstand op de betrokkene. Vraag of deze over middelen beschikt die redelijkerwijs liquide gemaakt kunnen worden.
Samenvatting
In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat D. afzonderlijk bijstand heeft ontvangen over een periode waarin hij van zijn vrouw feitelijk gescheiden leefde en dat toen tot zijn vermogen behoorde zijn aandeel in de echtelijke woning die in de tussen hem en zijn vrouw bestaande gemeenschap van goederen viel. In een zodanig geval moet dit aandeel worden beschouwd als een middel waarop aanspraak bestaat, maar waarover ten tijde van het verlenen van de bijstand nog niet door ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.