Einde inhoudsopgave
RvdW 1984, 55
HR, 10-02-1984, nr. 6381
HR 10-02-1984, ECLI:NL:PHR:1984:AG4763
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 februari 1984
- Magistraten
Ras, Drion, Royer, Bloembergen, Boekman
- Zaaknummer
6381
- LJN
AG4763
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1984:AG4763, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑02‑1984
ECLI:NL:PHR:1984:AG4763, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 10‑02‑1984
- Wetingang
BW (Ned. Antillen) art. 1382; BW art. 1401; RO art. 99 lid 1 aanhef onder 2°; Rv art. 59 aanhef onder 3°
Essentie
K.g. Onrechtmatige daad (belediging). Vordering tot rectificatie van in een politieke strijd gedane uitlatingen in de vorm van dagbladadvertenties en via de radio. Feitelijke vraag. Motivering.
Samenvatting
De toewijsbaarheid van die vordering is in sterke mate afhankelijk van de vaststelling en waardering van de uitlatingen, alsmede van de vorm waarin en van de omstandigheden waaronder de uitlatingen zijn gedaan. Hierbij is van belang dat zij werden gedaan in de laatste fase van de verkiezingsstrijd op Aruba. De omstandigheden en de opvattingen ter plaatse moeten bij de beoordeling een niet onbelangrijke rol spelen. Een en ander brengt mee dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.