Einde inhoudsopgave
RvdW 1984, 71
HR, 23-03-1984, nr. 6646
HR 23-03-1984, ECLI:NL:HR:1984:AG4780
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 maart 1984
- Magistraten
Ras, Royer, Van Den Blink, Bloembergen, Boekman
- Zaaknummer
6646
- LJN
AG4780
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1984:AG4780, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑03‑1984
- Wetingang
EVRM art. 8
Essentie
Gezag over minderjarige. Rechten van de mens.
Samenvatting
Het door art. 8 Europees Verdrag mensenrechten gewaarborgde recht op bescherming van het prive- en gezinsleven brengt niet mee dat een overlevende ouder die niet met het gezag over zijn minderjarig kind was belast, er aanspraak op kan maken met dat gezag te worden belast, indien daardoor — gelijk te dezen door het Hof aangenomen — het belang van dat kind zou worden geschaad. Een zodanige aanspraak wel aan bedoelde ouder toe te kennen, zou in strijd komen met de rechten die het kind aan genoemd verdragsartikel kan ontlenen.