Einde inhoudsopgave
RvdW 1984, 163
HR, 12-10-1984, nr. 6432
HR 12-10-1984, ECLI:NL:PHR:1984:AG4873
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 oktober 1984
- Magistraten
Ras, Snijders, Royer, Van Den Blink, Boekman
- Zaaknummer
6432
- LJN
AG4873
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1984:AG4873, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑10‑1984
ECLI:NL:PHR:1984:AG4873, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑10‑1984
- Wetingang
BW (Ned. Antillen) art. 496; BW art. 501 (oud)
Essentie
Antillenzaak. Curatele
Samenvatting
De tweede appelgrief stelt aan de orde ‘de vraag, of de oorzaak van de ondercuratelestelling (te weten: gedurige staat van onnozelheid) van X bij vonnis van 21 jan. 1981 reeds bestond ten tijde van haar erkenning van de vordering van Sjiem Fat in juni 1980’ (r.o. 5). Het Hof heeft bij de beantwoording van die vraag als maatstaf gehanteerd dat de toestand van onnozelheid op grond waarvan de ondercuratelestelling van X is uitgesproken, in het algemeen kenbaar moet zijn geweest voor degenen die met X in aanraking kwamen. Aldus heeft het Hof een juiste interpretatie gegeven ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.